woensdag 12 mei 2010

Is er een verband tussen de Balfour Declaratie en 9/11?

In de drie artikelen “Het conflict Israël-Palestina” van de hand van Egbert Talens, op “Geopolitiek in perspectief” gepubliceerd op 1/4/2010, kwam de Balfour Declaratie reeds aan de orde. De Britse historicus Dr. Robert John publiceerde na 9/11 het artikel The Balfour Declaration. A history of perfidy and betrayal in the Mideast gives insight into the motivations behind the Sept. 11 terrorist attacks. In dat artikel legt de auteur een opmerkelijk verband tussen de Balfour Declaration en de terroristische aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten. John, die o.a. ook het boek The Palestine Diary: British, American and United Nations Intervention 1914-1948 schreef, stierf 4 juni 2007 op 86-jarige leeftijd. Hieronder volgt een sterk ingekorte samenvatting van zijn artikel, dat begint met de uitspraken van de Amerikaanse presidenten Bush en Clinton: “Wij zijn een doelwit omdat we opkomen voor democratie, vrijheid en mensenrechten in de wereld". Klinkklare onzin, aldus de Amerikaanse bisschop Robert Bowman, die protestmarsen organiseerde tegen de Israëlische aanvallen op Bethlehem en andere Palestijnse steden.

Van het einde van de 1e Wereldoorlog tot de 2e Wereldoorlog hadden Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië het in de Arabische gebieden voor het zeggen. Volgens John bestaat er een document voor de kerngroep bij de Vredesconferentie van Parijs (VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië) dat bevestigt dat de Arabieren in 1915 onafhankelijkheid was toegezegd, inclusief Palestina. Dat document is lang geheim gehouden omdat de Britse regering in 1917 met de Balfour Declaratie een nationaal tehuis in Palestina voor Joden had toegezegd, ten koste van de Palestijnen. Het VS Congres heeft de Britse Balfour Declaratie in een eigen resolutie bevestigd. De interventie heeft miljoenen mensen ellende gebracht, velen de dood ingejaagd, en het wereldgebeuren danig beïnvloed.

Lloyd George, die sinds december 1916 de Britse regering leidde, was de advocaat van de Zionisten geweest. Toen hij nog minister van munitie was had hij Chaim Weizmann, de toekomstige president van Israel, ervan overtuigd dat “hij positief stond ten opzichte van de vestiging van een Joodse staat in Palestina”. Eenmaal premier koos George als minister van buitenlandse zaken voor Arthur Balfour, die al bekend stond voor zijn Zionistische sympathieën. Na de 1e Wereldoorlog schreef premier George in zijn memoires over de Vredesconferentie, waar de Zionisten sterk vertegenwoordigd waren, dat er concurrentie was met Duitsland over Joodse steun:

“Het feit dat Duitsland onderhandelt met Turkije over een alternatief plan dat de Zionisten kan bekoren is het beste bewijs van het nut van de Balfour Declaratie als militair initiatief. Aangespoord door de Duitsers zegde de Turkse minister Talaat in vage termen wetgeving toe waarmee alle gerechtvaardigde wensen van de Joden in Palestina volledig in vervulling zouden kunnen gaan. Nog een heel overtuigende reden voor het overnemen door de geallieerden van de politiek van de Declaratie is gelegen in de staat Rusland zelf. Russische Joden waren namens de Centrale Machten in het geheim heel actief; zij waren de belangrijkste pleitbezorgers geworden van de Duitse pacifistische propaganda in Rusland. Tegen 1917 hadden zij veel ondernomen tegen het algemene verval van de Russische samenleving, dat later te boek stond als de Revolutie. Men geloofde dat als Groot-Brittannië zich nu maar voorstander verklaarde van hetgeen de Zionisten in Palestina nastreefden, de Russische Joden wel gewonnen zouden worden voor de Entente. Men geloofde ook dat zo’n verklaring een belangrijke invloed zou hebben op het wereld Jodendom buiten Rusland, en Joodse financiële belangen zou winnen voor de Entente. In Amerika zou de steun van de Joden in dit opzicht van bijzonder belang zijn wanneer de geallieerden hun goud en waardepapieren bijna hadden opgebruikt die beschikbaar waren voor Amerikaanse aankopen. Dat waren de belangrijkste overwegingen op grond waarvan de Britse regering zich in 1917 genoopt zag een overeenkomst te sluiten met het Jodendom”.
De historicus Sir Arnold Toynbee, afgevaardigde bij de Vredesconferentie van Parijs (1919), schreef in zijn voorwoord bij het boek The Palestine Diary van Robert John dat er Palestijnse vluchtelingen zijn omdat "de immigratie van Joden de Palestijnse Arabieren werd opgelegd door de Britse militaire macht. De tragedie in Palestina is niet enkel plaatselijk, het is een tragedie voor de wereld omdat het een onrecht is dat de wereldvrede bedreigt. Nu Groot-Brittannië tot haar schande niet meer in staat is het onrecht dat zij heeft aangericht ongedaan te maken wordt de Britse schuld daarom nog niet kleiner”. William Yale, speciaal VS gezant in het Midden Oosten tijdens de 1e Wereldoorlog vertelde dat hij in 1919 in opdracht van Woodrow Wilson o.a. had gesproken met generaal Allenby en Chaim Weizmann. Op de vraag wat men zou doen als de Britten de Balfour Declaratie - die voorzag in een nationaal tehuis voor de Joden in Palestina - niet zou uitvoeren sloeg Weizmann op tafel en zei: “Dan verpletteren we het Britse Rijk, zoals we het Russische Rijk hebben verpletterd”.

President Wilson was geen haar beter dan de Britse imperialisten, hoezeer hij ook zelfbeschikking van volkeren als Amerikaanse waarde promootte. Medio 1919 werd een commissie naar het gebied gestuurd voor opinieonderzoek. Die rapporteerde dat men vertrouwen had in de Amerikaanse, Britse en Franse vredesverklaringen. Maar men stond vijandig tegenover de Franse controle over Syrië. De negatieve houding ten opzichte van het Zionistisch programma beperkte zich niet tot Palestina, maar bestond overal in het gebied. In de woorden van Oorlogsminister Lindley Garrison: “Wilson was een man van grote idealen maar zonder principes”. Het rapport werd pas uitgebracht nadat het Congres de Balfour Declaratie had bevestigd en de Volkenbond het mandaat voor Palestina aan de Britten had verleend. In het gebied waar de wens tot zelfbeschikking uitdrukkelijk was vastgesteld verzweeg Wilson aldus deze informatie.

Waarom heeft de Amerikaanse overheid het volk te schande gemaakt door de belofte aan de "Christians and all other non-Jewish communities in Palestine" niet na te komen? In de oorlogen die hier het gevolg van waren werden miljoenen buren van de Palestijnen in Egypte, Irak, Libanon, Syrië en zelfs Saudi Arabië betrokken. Kan men de terechte boosheid en zelfs haat ontkennen van afstammelingen die de waarheid te horen krijgen? Kenden de mannen die de vliegtuigen bestuurden op 11 september 2001 de waarheid?

Het Europese en Amerikaanse publiek is onbekend met deze materie, zodat het zich niet schuldig voelt voor de gigantische misdaden die het gevolg waren van het verraad van hun leiders. Van het Duitse volk werd erkenning, boete en vergelding geëist voor de zonden van sommige van hun vaders “tot de derde en vierde generatie”. Moet van Britten, Amerikanen en Joden dan niet evenzeer erkenning, boete en vergelding gevraagd worden voor de dood, verdrijving en verbanning van miljoenen Palestijnen? Begin 20e eeuw geloofde men in het Midden Oosten het woord van een Engelsman en men wist dat Amerika zich neutraal opstelde. Een eeuw later geloven miljoenen mensen in de regio die de feiten kennen dat de VS hun vijand is, zelfs de Grote Satan, en dat Groot-Brittannië gewoon aan de leiband van de VS loopt.

The Economist van 15 oktober 2001, die is gewijd aan 9/11 en gedagtekend: “De dag dat een Brits mandaat van kracht werd in Palestina, over de hoofden van halsstarrig Arabisch verzet”, citeert de volgende boodschap uit Jeruzalem aan de Times van 1922: “De Arabieren kondigden een dag van rouw af voor de hele stad en de winkels werden gesloten uit protest tegen de officiële afkondiging van het Mandaat, maar er werd geen enkele Jood gemolesteerd”. Die dag was 11 september ...

3 opmerkingen:

  1. ..."Men geloofde ook dat zo’n verklaring een belangrijke invloed zou hebben op het wereld Jodendom buiten Rusland, en Joodse financiële belangen zou winnen voor de Entente. In Amerika zou de steun van de Joden in dit opzicht van bijzonder belang zijn wanneer de geallieerden hun goud en waardepapieren bijna hadden opgebruikt die beschikbaar waren voor Amerikaanse aankopen. Dat waren de belangrijkste overwegingen op grond waarvan de Britse regering zich in 1917 genoopt zag een overeenkomst te sluiten met het Jodendom”...

    M.a.w. de Balfour Declaration was een 'voorwaarde' om de broodnodige amerikaanse kredieten te krijgen voor de verdere financiering van de oorlog. Voor deze kredieten was men aangewezen op de rijke joodse bankiers in Amerika, die niet geheel toevallig in 1913 -mede- aan de wieg van de FED stonden die sindsdien het monetaire beleid en in het verlengde daarvan de buitenlandse politiek van de USA bepaalt.

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Tapanoeli - die de stelregel “mits voorzien van authentieke personalia” lijkt te overtreden - legt een verband tussen de (financiering van de) Britse oorlogsinspanningen en Joodse bankiers in Amerika. Hij betoogt dat die Joodse bankiers voor een stuk de grondleggers waren van de FED, instelling die sindsdien via het monetaire beleid de Amerikaanse buitenlandse politiek bepaalt. Als Tapanoeli gelijk heeft, kan hij dan verklaren waarom de VS zo laat deelnam aan WOII, nadat veel van de gruwel in Duitsland al achter de rug was?

    BeantwoordenVerwijderen
  3. Gezien het feit dat toentertijd de aardolie de steenkool als de belangrijkste energiedrager in de geindustrialiseerde wereld begon te verdringen, is daar naar mijn mening het eigenlijke motief te vinden voor de amerikaanse deelname aan de eerste wereldoorlog aan de zijde van de geallieerden, immers:
    De Britten en de Fransen konden de V.S. een aanzienlijk aandeel in de exploitatie van de olievelden van het Midden-Oosten toezeggen in ruil voor de gevraagde kredieten. Het duitse keizerrijk kon zo'n belofte als bondgenoot van het ottomaanse rijk onmogelijk doen.

    BeantwoordenVerwijderen