zondag 26 september 2010

Chas Freeman: forceer een doorbraak in het vredesproces Israel-Palestina

Bewerkte samenvatting van de speech van voormalig VS ambassadeur in Saudi Arabië Chas Freeman op 1 september 2010 in Oslo.

Deel 3: hoe kan de vicieuze cirkel worden doorbroken?


Welke belangen staan op het spel in het Heilige Land, en wat betekenen die voor hetgeen er te doen staat? In buitenlandse betrekkingen zijn belangen de algemene maatstaf. Amerika en Europa hebben beide belang bij vrede. Aanvaarding van een democratische staat Israel, een einde aan de dagelijkse vernederingen die aanzetten tot Arabisch terrorisme, daar gaat het om. Maar ook om beëindiging van de uitdeinende strijd tussen godsdiensten en om uitbanning van vooroordelen die kunnen leiden tot opflakkering van het antisemitisme. Geen van deze aspiraties komt in vervulling zonder einde aan de Israëlische bezetting. Ook voor Arabische staten zoals Saudi Arabië is een einde aan de bezetting en toekenning van zelfbeschikkingsrecht aan de Palestijnen essentieel. De Arabische wereld maakt zich misschien geen zorgen over het democratisch gehalte van Israel, maar heeft wel belang bij een einde aan de radicalisatie van de eigen bevolking, beteugeling van het moslimterrorisme en beëindiging van de spanningen met het Westen. Dat zet hen aan tot vredesinitiatieven zoals die van acht jaar geleden. Mede daarom stimuleert Koning Abdullah van Saudi Arabië een dialoog tussen de godsdiensten en maakt hij religieuze tolerantie tot hoeksteen van zijn beleid.

Als bewaker van twee van de drie heilige plaatsen van de Islam - Mecca en Medina - is Saudi Arabië er steeds in geslaagd zijn notoire religieuze bekrompenheid te overstijgen. Bedevaarders van alle Islamitische richtingen zijn welkom. De Saudi’s bemoeien zich evenmin met bedevaart naar Jeruzalem. Toen de Ottomaanse Turken die stad bestuurden zorgden zij voor vrije toegang van aanhangers van de drie Abrahamitische religies. Er is veel meer harmonie tussen Westerse en Arabische belangen rond het conflict dan algemeen wordt aangenomen. Dit kan het vertrekpunt zijn van creatieve diplomatie. Dat deze weg nog onbetreden is bewijst het failliet van de Amerikaanse diplomatie. Indien het lopende overleg leert dat de VS, ondanks het aantreden van een nieuwe president, nog steeds niet in staat is vrede tot stand te brengen, dan moet misschien elders naar baanbrekers worden uitgezien. Daarbij kan het Noorse voorbeeld van 1990 model staan. De regering Clinton timmerde met de Oslo akkoorden wel aan de weg, maar nam die niet voor haar rekening. Ze trad niet op tegen ondermijning en verwerping en deed niets om toepassing af te dwingen. De vraag is hoe Europeanen en Arabieren de Amerikaanse fakkel kunnen overnemen: internationaal erkende grenzen voor Israel, vrijheid voor de Palestijnen en een eind aan de prikkel tot terrorisme. Daartoe lijken vier voorstellen, in oplopende moeilijkheidsgraad, nuttig:

Een: steun aan het Arabische vredesinitiatief. Saudi Arabië doet niet graag aan zelfpromotie en het Koninkrijk blinkt niet uit op het vlak van public relations. Om politieke redenen is een officiële benadering door Arabieren van de Israëlische pers uitgesloten. De Israëlische media hebben enig - meestal geringschattend – commentaar geleverd op het Arabisch vredesinitiatief, maar gaven nauwelijks inzicht in de inhoud. Waarom dus geen ruimte gekocht in de Israëlische media om Israëli’s kennis te laten maken met de verklaring van de Arabische Liga? Vermoedelijk zien de Saudi’s en de Arabische Liga graag dat een buitenstaander daartoe het initiatief neemt. Dat zou kunnen leiden tot samenwerking op andere vlakken, om de Arabische terughoudendheid te compenseren met Europese vaardigheden. Het is zinvol om de Turken en andere niet-Arabische Moslims bij dergelijke initiatieven te betrekken. Dat zou positief kunnen zijn voor het Europees imago. Gegeven de partijdigheid van de media in de VS en de Amerikaanse onbekendheid met het Arabische vredesplan zou een gerichte reclamecampagne in de VS ook geen slecht idee zijn.

Twee: hulp bij de aanstelling van een Palestijnse vredespartner. Er kan geen vrede komen zonder door het Palestijnse volk gemachtigde onderhandelaars. Israel is erin geslaagd de Palestijnen te verdelen. Zo kon het de verovering van hun geboorteland voortzetten. Door Fatah, Hamas en andere facties bijeen te brengen heeft Saudi Arabië verschillende malen geprobeerd een Palestijnse partner voor vrede te bewerkstelligen. Maar telkens wist Israel dat, met Amerikaanse steun, te beletten. Het verwerven van niet-Amerikaanse Westerse steun voor diplomatie gericht op herstel van een Palestijnse eenheidsregering kan de doorslag geven. De regering Obama zou wel eens onder sterke binnenlandse en Israëlische druk kunnen komen om zo’n gezamenlijk Europees-Arabische inspanning te blokkeren. Misschien zou Obama het juist toejuichen om zo op de proef te worden gesteld.

Drie: herbevestig en versterk het internationale recht. De VN Veiligheidsraad moet de internationale rechtsorde waarborgen. Gegeven zijn positie als hoogste internationaal rechtsorgaan kon in het geval van het Midden-Oosten manipulatie van de Raad leiden tot uitholling van het ideaal van een aan regels gebonden internationale orde. Bijna veertig Amerikaanse veto’s hebben toepassing van de Conventies van Genève, de Neurenberg jurisprudentie, mensenrechtenconventies, en richtlijnen van de Veiligheidsraad tegengehouden. Amerikaanse diplomatie ten gunste van Israel legde de wereldgemeenschap het zwijgen op toen Israel illegaal grote stukken bezet gebied koloniseerde en annexeerde, een gegijzelde bevolking collectief strafte, hun politieke leiders vermoordde, slachtingen aanrichtte onder burgers, VN onderzoekers tegenhield, dwingende Veiligheidsraadresoluties trotseerde en anderszins de spot dreef met de wet, gewoonlijk met uiterst magere en juridisch niet ter zake doende excuses.

Indien etnische zuivering en inpalmen van bezet gebied illegaal zijn, dan moet de internationale gemeenschap dat luid en duidelijk zeggen, ook buiten een impotente VN Veiligheidsraad. Blijven wij zwijgen, dan verliezen wij de meest waardevolle erfenis van de Atlantische beschaving: de rechtsstaat. Als één kant van een dispuut voortdurend elk principe naast zich kan neerleggen voelt niemand zich nog gebonden en zegeviert de wet van de jungle. De internationale gemeenschap moet Israel, als bezetter en regionale militaire supermacht, voor zijn optreden aansprakelijk stellen onder het internationale recht. Indien de Algemene Vergadering van de VN, net als de machteloze Veiligheidsraad, niet in staat is de rangen te sluiten en vrede tot stand te brengen, dan moeten de lidstaten maar tot een samenwerking buiten het kader van de VN komen. Niemand in het conflict staat boven de wet. Alleen als die boodschap ondubbelzinnig wordt overgebracht en daaraan consequent wordt vastgehouden ontstaat een reële kans op vrede.

Vier: stel een termijn en koppel daar een ultimatum aan. Verwacht Amerikaanse pogingen om initiatieven van de VN Veeiligheidsraad te dwarsbomen. Organiseer een wereldconferentie buiten de VN om, waarin partijen worden aangezet het conflict binnen een jaar te regelen, op straffe van het opleggen van een oplossing. Leg een vervolgconferentie vast waarin gekozen wordt tussen erkenning van een Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967, of van “Groot-Palestina” (zie het artikel “Het conflict Israel-Palestina: op weg naar een een-staat oplossing?”), een staat waarin Israel alle onderdanen staatsburgerschap en gelijke rechten verleent, op straffe van internationale sancties, boycot en terugtrekking van investeringen. Beide formules verplichten partijen tot serieus onderhandelen, of de gevolgen van hun weerspannigheid onder ogen te zien. Elke lidstaat van de internationale gemeenschap kan de gekozen formule tot uitvoering brengen. Een harde termijn lokt misschien een politieke crisis in Israel uit en een confrontatie met de regering Obama. Maar zowel Israel als de VS zouden enorm voordeel halen uit vrede met de Palestijnen.

In de tweede conferentie wordt dan gekozen tussen een aanbeveling tot algemene erkenning van een Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967, of de jure en de facto erkenning van een soeverein "Groot-Palestina", wat Israel noopt om allen die het bestuurt het staatsburgerschap en gelijke rechten te verlenen, op straffe van internationale sancties, boycot en terugtrekking van investeringen. Beide formules zetten partijen onder zware druk om tot een akkoord te komen. De internationale gemeenschap kan elke formule regelrecht uitvoeren. Een harde limiet lokt misschien een politieke crisis in Israel uit en een diplomatieke confrontatie met de VS. Maar intussen loopt de tijd door. De twee-staten oplossing kan al voorbijgestreefd zijn door het Israëlische annexatiebeleid. Dan ligt een nieuwe ronde van geweld in het verschiet die enorm kan escaleren, tot ver buiten het Midden-Oosten. Met zijn optreden stelt Israel zich buiten de wet en raakt het geïsoleerd. Wat de Palestijnen wordt aangedaan blameert de gehele mensheid. Het is uitgegroeid tot een kwaadaardig gezwel aan de Islamitische wereld. De woede zaait zich uit en zet aan tot terrorisme. Het is hoog tijd voor een nieuwe benadering. Europeanen en Arabieren moeten de handen ineen slaan en dringend nieuwe diplomatieke initiatieven ondernemen.

Ter afsluiting van de trilogie “Chas Freeman: forceer een doorbraak in het vredesproces Israel-Palestina” volgt hieronder een recente video van Harvey Stein over de sluipende illegale Israëlische bouw van nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Vandaag valt de beslissing of het moratorium wordt verlengd of niet. Verlenging leidt vrijwel zeker tot de val van de regering Netanyahu, hervatting van de bouwactiviteiten tot het einde van het juist hervatte “vredesproces”. Vandaag zullen we het weten.

  

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen