donderdag 8 juli 2010

Wat levert de ontmoeting Obama-Netanyahu de Palestijnen op?

De twee staatslieden die elkaar dinsdag in Washington ontmoetten lijken kleiner en kleiner te worden, en ook de initiatieven die ze nemen worden steeds kleiner. Elk sprankje hoop op Barack Obama om tot een oplossing in het Midden Oosten te komen is nu wel vervlogen. En van premier Netanyahu moet men ook al geen moedige initiatieven verwachten. Aan het langdurigste vredesproces in de geschiedenis wordt een onbegrijpelijk hoofdstuk toegevoegd. Een doodlopende weg. Israel heeft niet alleen opnieuw de VS om de tuin geleid, maar ook zijn veelbelovendste president in jaren. De gezamenlijke persconferentie gaf geen enkele duidelijkheid. Beide partijen hulden zich in nevelen.

Dat zegt een ontgoochelde Gideon Levy op 8 juli in Haaretz. Maar wat kan Obama dan ondernemen? Volgens Jack A Smith, uitgever van de Activist Newsletter en voormalig redacteur van de Guardian Radical Newsweekly, is Obama aan handen en voeten gebonden aan House en Senate, waar een verpletterende meerderheid van zowel Democraten als Republikeinen Israel steunt en men zelfs openlijk minachting toont voor de Palestijnen. In weerwil van het breed gedragen oordeel van internationale topjuristen dat de Israëlische flotilla aanval een flagrante schending was van internationale normen kwamen prominente Democraten met de Orwelliaanse uitspraak dat het om zelfverdediging ging. Eind juni ondertekenden 87 op 100 senatoren en 307 op 435 afgevaardigden een brief aan Obama over het incident, waarin ze verklaarden volledig achter het recht van Israel stonden om zich te verdedigen tegen “gewapende” activisten. In de brief kreeg Obama ook nog eens een pluim voor het tegenhouden van “een oneerlijke Veiligheidsraadresolutie”. En in april tekende 76 senatoren en 333 afgevaardigden een brief aan buitenlandminister Hillary Clinton die impliciet Obama berispt voor zijn “confronterende houding tegenover Israel”.

Wat betekent dit alles voor de Palestijnen? Volgens Hussein Ibish van The American Task Force zouden die in alle stilte een staat op de West Bank opbouwen. Ibish pleit daarbij voor steun van de wereld. Hij wijst op een recente bijeenkomst van 2000 Palestijnse financiers, gericht op de opbouw van de economie van een leefbare Palestijnse staat. Daarbij zou een injectie van bijna $1 miljard besproken zijn voor projecten op het gebied van informatie- en communicatietechnologie, woningbouw en toerisme. Een voorbeeld van het veranderingsproces op de West Bank onder leiding van president Mahmoud Abbas en premier Salam Fayyad van de Palestijnse autoriteit, zo luidt het. Waarmee de Palestijnen stap voor stap alledaagse instrumenten voor bestuur en ontwikkeling inzetten om de bezetting te beëindigen. Ibish meldt dat Abbas recent met president Obama overeenstemming zou hebben bereikt “over de meeste punten”, waaronder een verlichting van de blokkade op Gaza “zonder Hamas daardoor te bevoordelen”. De toekomst van Hamas valt of staat met het succes of falen van het opbouwproject van de Palestijnse autoriteit op de West Bank, aldus Ibish.

Maar klopt dat verhaal? Nathan Brown, professor politieke wetenschappen aan de George Washington Universiteit, heeft op grond van onderzoek ter plaatse een totaal andere kijk op de ontwikkelingen op de West Bank. Die zegt dat Fayyad op de West Bank sinds juni 2007, toen de Palestijnse Autoriteit in tweeën werd gedeeld, met steun van Washington ambitieuze stappen kon zetten op weg naar een Palestijnse staat. Zijn bescheiden en bekwame optreden leidde al snel tot internationale loftuitingen aan het Fayyadisme. Bouwt Salam Fayyad inderdaad in alle stilte een Palestijnse staat op, in plaats van te wachten tot de internationale gemeenschap die mogelijk maakt, zo vraagt Brown zich af. Hij meent dat Fayyad als persoon heel wat te bieden heeft: integriteit, pragmatisme, actie in plaats van revolutionaire retoriek. Maar leidt dit Fayyadisme tot een Palestijnse staat? Die vraag moet met “nee” worden beantwoord. Zonder politiek proces gericht op een Palestijnse staat kan Fayyad zijn project niet realiseren. Volgens Brown kan het Fayyadisme niet tot een twee-staten oplossing voor het Israel-Palestina conflict leiden. Want Fayyad bouwt geen Palestijnse overheidsstructuur op. Hij treft maatregelen ter verbetering van de bestaande structuur, maar kent ook mislukkingen. Zo functioneert het rechtssysteem beter, maar het is ook gepolitiseerd, buitenspel gezet door de veiligheidsdienst en verlamd door interne rivaliteit. De instellingen die Fayyad aanstuurt zijn in feite door Yasser Arafat opgebouwd.

Bovendien opereert Fayyad in een autoritaire context, zijn beleid mist elke legitimiteit. De Palestijnse democratie is dood, en als die leefde kon Fayyad niet optreden op de manier waarop hij dat doet. De termijn van zowel de president als het parlement is overschreden en er is geen enkel zicht op nieuwe verkiezingen. Locale ambtsdragers zijn selectief ontslagen, locale verkiezingen geannuleerd, de oppositie gemuilkorfd, activisten opgepakt, rechtbankvonnissen genegeerd, de bevolking bestuurd door bureaucraten. Een aanfluiting van de rechtsstaat. Het parlement van de jaren 1996-2006 was dan wel chaotisch, maar het leverde wel solide wetgeving op die door het electoraat als legitiem werd ervaren. Sinds de verkiezingsoverwinning van Hamas in 2006 en de arrestatie door Israel van verschillende Hamas parlementsleden is het wetgevend proces tot stilstand gekomen en worden wetten uitgevaardigd door bureaucraten. De politieke verlamming en het autoritarisme hollen de instellingen uit.

Maar ook de Palestijnse politieke partijen verkeren in crisis. Hamas, de gezondste partij, is alleen actief in Gaza en verkeert op de West Bank “in winterslaap”. Fatah is volop in verwarring. De vergrijsde oude garde houdt het monopolie op topposities, de nieuwe generatie is verdeeld, locale verkiezingen werden geannuleerd bij gebrek aan kandidaten. Met de boycot van Hamas had Fatah een verpletterende verkiezingsoverwinning kunnen boeken. Fatah bouwt geen Palestijnse staat op, het past slechts op de winkel tot de volgende crisis. En als die komt heeft Fayyad geen democratische legitimiteit, kan niet terugvallen op een partijorganisatie. De boodschap van het Fayyadisme klinkt slechts door in het buitenland: zolang Fayyad premier is kan hij dankzij buitenlandse financiële steun zijn overheidsapparaat laten functioneren. Fayyad mag dan een goed mens zijn, maar zijn beperkte verbeteringen aan het overheidsapparaat kunnen het onderliggende probleem niet verdoezelen: de meeste Palestijnse instellingen zitten diep in de problemen en de belangrijkste in een vergevorderd proces van verval. Een totaal geblokkeerde toestand voor de Palestijnse bevolking dus.

maandag 5 juli 2010

Het Israel-Palestina conflict hangt van mythes aan elkaar

Hardnekkig gehanteerde halve waarheden kunnen een eigen leven gaan leiden en zo op den duur een intrinsieke “waarde” krijgen. Een fenomeen dat mythe wordt genoemd. Bedenkelijk wordt het als mythes in dienst staan van politieke doelstellingen. Welnu, het Israel-Palestina conflict hangt zo ongeveer van mythes in de zin van halve waarheden aan elkaar.

Dat zegt Egbert Talens in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israel-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Daarin citeert hij het werk The Birth of Israel: Myths and Realities van Simha Flapan, waarin deze de zeven belangrijkste mythes over het ontstaan van Israel beschrijft. Eenmaal "ingeburgerd" valt het niet mee de mythe van zijn onwaarachtig gehalte te ontdoen. Ontmaskering moet tot ontknoping leiden. Dat kan een pijnlijk proces zijn. Een halve waarheid van zijn onwaarachtigheid ontdaan evolueert naar een bijdrage tot de oplossing van een probleem.

In zijn boek behandelt Egbert Talens de zeven mythes van Flapan op pag. 182-184. Een samenvatting:
Mythe
Reëel
De zionistische acceptatie van de VN-verdelingsresolutie van 29/11/1947 was een vérgaand compromis waarmee de Joodse gemeenschap afzag van een Joodse staat in heel Palestina, en het Palestijnse recht op hun eigen staat erkende…

De acceptatie was slechts een tactische manoeuvre in een totaalstrategie, gericht op het onmogelijk maken van een Palestijnse staat en op uitbreiding van het door de VN als Joodse Staat toegewezen gebied.

De Palestijnen verwierpen het deelplan volledig. Ze gaven gevolg aan de oproep van de mufti van Jeruzalem tot totale oorlog tegen de Joodse staat…
Dit is niet het hele verhaal. Het merendeel van de Palestijnen gaf geen gehoor aan de oproep van de mufti. Integendeel: voorafgaand aan Israels onafhankelijkheidsverklaring ondernamen ze pogingen tot een modus vivendi te komen met (de) politieke zionisten, bijna Israëliërs. Fel verzet door Ben-Gurion c.s. tegen een Palestijnse staat ondermijnde de Palestijnse weerstand tegen de oproep van de mufti.

De vlucht van de Palestijnen … was het gevolg van de oproep door Arabische leiders. De Palestijnen vluchtten, ondanks pogingen van Joodse leiders hen over te halen te blijven.

De Palestijnen werden tot vluchten aangezet door Israëlische politici en militaire leiders. Zionistische kolonisatie en Joodse staat noodzaakten tot transfer van Palestijnse Arabieren.
Alle Arabische staten, één in hun streven de pasgeboren Joodse staat te vernietigen, verenigden zich op 15 mei 1948 om Palestina binnen te vallen en de Joodse inwoners te verdrijven.


De Arabische staten waren niet uit op vernietiging van Israel. Zij wilden slechts voorkomen dat de plannen die tussen de voorlopige regering van Israel en koning Abdallah van Jordanië waren besproken werden gerealiseerd.

De Arabische invasie van Palestina op 15 mei 1948, in strijd met de VN-verdelingsresolutie, maakte de oorlog van 1948 onvermijdelijk.
Documenten tonen Arabische instemming met een Amerikaans wapenstilstandsvoorstel aan, mits Israel de uitroeping van zijn onafhankelijkheid tijdelijk zou uitstellen. De voorlopige regering van Israel verwierp dit voorstel.

Kleine boreling Israel werd geconfronteerd met afslachting door Arabische legers, zoals David tegenover Goliath. Israel, een numeriek inferieur, slecht bewapend volk, dreigde onder de voet te worden gelopen door een reus.
De feiten tonen een totaal andere beeld. Ben Gurion had gezegd dat de zelfverdedigingsoorlog slechts vier weken zou duren. Op 11 juni 1948 werd een wapenstilstand afgekondigd. Intussen arriveerden enorme wapenvoorraden. Israels beter getrainde en meer ervaren strijdkrachten verwierven het overwicht, zowel op het gebied van bewapening als te land, ter zee en in de lucht.

Voortdurend strekte Israel de hand uit tot vrede. Geen enkele Arabische leider erkende echter ooit Israels bestaansrecht, zodat er nooit iemand was om mee te praten.
Juist het omgekeerde is het geval. Na afloop van Wereldoorlog II tot in 1952 weigerden de zionisten, later Israel, opeenvolgende voorstellen van Arabische staten en neutrale bemiddelaars die tot een regeling hadden kunnen leiden.

Op het eerste gezicht kan deze opsomming tot scepsis aanleiding geven. Het door Flapan aangedragen bewijsmateriaal is echter overvloedig en overtuigend. Het mag een wonder heten dat hij zelf geen afscheid neemt van het bestaansrecht van Israel, aldus Talens. Dat de bevindingen van Flapan tot een storm van protest zouden kunnen leiden sluit hijzelf op pag.12 van zijn boek niet uit. Op pag. 190 zegt hij dat hij ook niet wilde tornen aan de prestaties van het Israëlische leger. En op pag. 233 dat zijn pogingen de propaganda te ondermijnen niet alleen gemotiveerd werden door zijn gevoel van acuratesse, maar ook door de relevantie van die mythes voor de huidige situatie in Israel. Volgens Talens bedoelde hij waarschijnlijk "de irrelevantie".

De historicus, schrijver en vredesactivist Simha Flapan (1911-1987) emigreerde in de 30er jaren uit Polen. Hij werd nationaal secretaris van de linkse Zionistische Mapam, in 1949 de op één na grootste partij in de Knesset. Flapan was een van de weinige Israelische schrijvers die het beeld over het ontstaan van Israel in vraag stelde. Hij wordt gerekend tot de New Historians, net als Benny Morris, Ilan Pappé, Avi Shlaim, Tom Segev en Hillel Cohen. In zijn boeken betwistte Flapan de door hem bespeurde historische mythes, waaronder dat de Arabische Palestijnen in 1948 hun huizen verlieten onder druk van Arabische leiders. Volgens Flapan was het juist het optreden van Israel dat de Palestijnen dwong te vluchten. Flapan bekritiseerde de behandeling van de Palestijnen op de West Bank en in Gaza, en was als redacteur actief bij de New Outlook, een Israelisch blad dat wegen naar vrede in het Midden Oosten verkende.