donderdag 21 juli 2011

Hoe Obama als VS opperbevelhebber het martelbeleid van Cheney volgt

         

Als Democratisch presidentskandidaat in 2008 beschuldigde Senator Barack Obama zijn rivaal Senator Hillary Clinton ervan te draaien over het onderwerp martelen. In het verleden was zij bereid een president het groene licht te geven om de inzet van onmenselijke ondervragingstechnieken te machtigen om Amerikaanse levens te redden, aldus Obama. Maar toen president Bush een veto uitsprak over een wetsontwerp dat waterboarding verbood kwam Obama met een verklaring naar buiten die niet inging op de wet of het veto van Bush, maar wel Clinton hekelde. “Wij hebben een opperbevelhebber nodig die nooit heeft getwijfeld of het aanvaardbaar is dat Amerika martelt, want dat is nooit aanvaardbaar, “ zei Obama, “Ik heb mij consequent verzet tegen marteling, tijdens deze voorverkiezingen heeft Hillary Clinton gezigzagd over haar vroegere standpunt dat marteling toelaatbaar is.” Obama zei dat hij nooit akkoord zou gaan met marteling omdat dat onbetrouwbare informatie oplevert, de Amerikaanse troepen in gevaar brengt en “strijdig is met onze Amerikaanse waarden.”

Geconfronteerd met harde bewijzen dat talloze gevangenen tijdens de regering Bush werden gemarteld verklaarde Obama dat hij “naar de toekomst wil kijken, niet naar het verleden.” In een van zijn eerste presidentiële besluiten verbood hij martelpraktijken en andere wreedheden. “Onze idealen geven ons de kracht en het morele draagvlak om de strijd tegen terrorisme aan te gaan”, aldus de president, die consequent elke poging tegenhield om de aanstichters van deze technieken ter verantwoording te roepen. Er kwam geen onderzoekscommissie, geen gerechtelijk onderzoek naar de topjuristen die een onderbouwing hadden bekokstoofd voor marteling. Elke procedure voor schadevergoeding aan slachtoffers werd nietig verklaard. Maar niet-erkende schuld blijft hardnekkig voortwoekeren. Vandaag is marteling opnieuw aan de orde in het maatschappelijk debat. In zijn memoires geeft Bush toe dat bij persoonlijk toestemming heeft gegeven voor het waterboarden van Al Qaida topman Khaled Sheikh Mohammed. Dat Bush onbeschaamd toegeeft opdracht te hebben gegeven tot het plegen van oorlogsmisdaden is onthutsend. Maar dat kon hij enkel doen in de wetenschap dat hij onder zijn opvolger zou worden gevrijwaard van elk onderzoek of vervolging. En als de president hier al mee wegkomt, hoe zouden zijn ondergeschikten dan vervolgd kunnen worden?

Maar met een beleid van vooruit en niet achterom zien komt de VS niet in het reine met het fenomeen marteling. Zolang de feiten niet op tafel komen en rekenschap wordt afgelegd voor het morele en strafrechtelijke kwaad dat werd aangericht door het hoogste niveau, blijft het feit dat er gemarteld is voortwoekeren. Washington lijkt van mening dat men dit onderwerp maar moet vergeten. Maar dit soort onrecht kan men niet over het hoofd zien. Het feit dat Amerika heeft gemarteld en daar niets aan heeft gedaan zal steeds opnieuw de kop opsteken, in een mislukte strafrechtelijke vervolging, een buitenlandse rechtbankuitspraak, of een terroristische actie geïnspireerd op de beelden van Abu Ghraib. En zelfs als dit alles zich niet zo dramatisch manifesteert, het feit dat een Amerikaanse president opdracht kan geven tot marteling, daar in zijn bestseller over opscheppen en er ongestraft mee wegkomen kan alleen maar de roep om wraak aanwakkeren. Marteling en de nawerking daarvan zal de VS problemen blijven bezorgen zolang het niet bereid is daar komaf mee te maken.

Of martelen wel of niet werkt is onzeker. Wel zeker is dat martelen grote schade aanricht. Het doet afbreuk aan de invloed van Amerika in de wereld. Niet alleen haar militaire en economische macht stelt Amerika in staat haar wil op te leggen. De aantrekkingskracht van het land overal ter wereld, haar “zachte macht”, zet anderen aan zich bij de VS aan te sluiten. Het was niet enkel de militaire overmacht die de doorslag gaf in de Koude Oorlog, ook het Amerikaanse democratische model en het respect voor mensenrechten inspireerde anderen, binnen en buiten de Sovjet Unie, om het voorbeeld van de VS te volgen. In de strijd tegen terreur hebben de martelpraktijken de “zachte macht” van de VS uitgehold. Haar morele aanzien in de wereld is beschadigd, haar macht verkleind en de waarden waarop het land is gesticht verloochend. De praktijken hadden bovendien een wervend effect voor Al Qaida. Als martelen wordt gelegitimeerd kan het fenomeen zich alleen maar verspreiden. Negentig procent van de zelfmoordterroristen in Irak zijn buitenlandse strijders. Hun drijfveer blijkt de Amerikaanse martelpraktijken en de mensonterende toestanden in Abu Ghraib en Guantanamo te zijn. Zo zijn honderden, zo niet duizenden Amerikaanse levens verloren gegaan.

De harde neoconservatieve voormalig vicepresident Dick Cheney beweert dat Osama Bin Laden niet had kunnen worden uitgeschakeld zonder uit marteling verkregen informatie. President Obama heeft kort na zijn aantreden dan wel een executive order getekend om martelen te verbieden, maar men kan het sérieux van die verbintenis betwisten. De instructie werd niet opgenomen in het gezaghebbende Army Field Manual. Daarmee bleef bijvoorbeeld het waterboarden van de in Irak opgepakte Al Qaida topman Al-Zarqawi mogelijk. En kan men gevangenen voor onbepaalde tijd eenzaam blijven opsluiten, wat volgens wetenschappelijk onderzoek neerkomt op martelen. En blijft het mogelijk een gevangene twintig uur aaneen te ondervragen en slechts vier uur slaap te gunnen, etmaal na etmaal.

President Obama heeft gezegd dat alle black holes dicht zijn. Maar het optreden van de CIA in Somalië lijkt zijn verklaring te weerleggen. In een daartoe recent speciaal ingerichte geheime gevangenis worden via extraordinary rendition (bovenwettelijke uitlevering) opgepakte mensen gemarteld door speciaal daarvoor opgeleide Somalische ambtenaren, in opdracht en onder toezicht van CIA agenten. Komen deze praktijken aan het licht, dan is het verhaal dat niet de Amerikanen maar de Somaliërs de martelpraktijken uitvoeren. Zoals uit onderstaande video blijkt gaat het hier zonder meer om een Amerikaanse black site, gerund door de CIA. Onder Bush was het Cheney die de harde martelpraktijken doordrukte. Onder de huidige Amerikaanse president blijkt er nog niets te zijn veranderd. Obama’s mooie woorden ten spijt.


bronnen:
David Cole: “Obama’s Torture Problem
Nat Hentoff: “Torture under Obama
Star-Ledger Editorial Board: “The Star-LedgerThe torture question

Geen opmerkingen: