zondag 7 augustus 2011

De teloorgang van de Amerikaanse parlementaire democratie

      
 (Official White House Photo by Pete Souza)

"I’ve been searching hard for a highlight…I don’t see any kind of a highlight in his actions and policies. I think people are dazzled by Obama's rhetoric, and that people ought to begin to understand that Obama is going to be a mediocre president - which means, in our time, a dangerous president - unless there is some national movement to push him in a better direction.”
Howard Zinn, January 21, 2010 [1]

Wat Allen Sinai, Chief Economist bij de financiële analistenfirma Decision Economics in Boston op 26 juli op BBC World Service al aankondigde [2] is dus gebeurd: Standard & Poor’s heeft de kredietbeoordeling van Amerika verlaagd naar AA+. De VS moet daarmee de duimen leggen tegen landen met een AAA-rating als Canada, Australië, Frankrijk, Duitsland, Groot-Brittannië en de Scandinavische landen. Het moet zich scharen bij landen als Nieuw Zeeland en België, maar laat nog altijd Spanje, Slovenië en Qatar achter zich. De verlaging van de rating is een gevoelige tik op de vingers van de economische supermogendheid, verpakt in scherp verwoorde kritiek op het Amerikaanse politieke systeem. S&P liet weten dat de VS verdere verlagingen van de kredietbeoordeling kan verwachten indien de schuldenlast verder uit de hand loopt. “Na de verkiezing van 2012 kan er misschien een nieuwe politieke consensus ontstaan, maar tegen die tijd is de Amerikaanse overheidsschuld ongetwijfeld verder opgelopen”, aldus het bureau.

Met zijn AAA rating is de VS er tot nu toe in geslaagd om zeer voordelig zijn begroting te financieren, waaronder de kosten voor de voortdurende oorlogen. De verlaging van de kredietbeoordeling betekent dat het land in het vervolg meer moet betalen om geld te lenen. Dat kost de belastingbetalers tientallen miljarden dollars per jaar. [3] Burgers en [kleine] ondernemers worden geconfronteerd met een hogere hypotheekrente en hogere rente op consumentenkrediet. Volgens S&P moet de VS over de komende tien jaar tenminste $ 4 biljoen [4] bezuinigen. Het bureau meent dat de politieke leiders er niet in zullen slagen bezuinigingen van een dergelijke omvang door te voeren. Het akkoord over het schuldplafond van vorige week voorziet in ombuigingen in twee fases. Er is overeenstemming over een eerste ronde voor een bedrag van bijna $ 1 biljoen. Maar een commissie uit het Congres moet zich nog buigen over de overige $ 1,2 tot $ 1,5 biljoen. S&P ziet dat niet gebeuren. Het bureau meent dat de belastingverlaging voor de hogere inkomens uit het tijdperk Bush zal blijven bestaan, ondanks de belofte van Obama dat die volgend jaar ongedaan wordt gemaakt.

De harde kritiek van S&P is zowel gericht op de economische politiek van Washington als op het politiek leiderschap van de president. Bij zijn aantreden beschikte hij over een afgetekend mandaat om komaf te maken met het beleid van zijn voorganger. Maar Obama slaagde er niet in zijn politiek kapitaal [5] om te zetten in nieuwe jobs en de economie nieuw leven in te blazen. Al wat hij deed was more of the same, afgezien van de hervorming in de gezondheidszorg die achteraf een pyrrusoverwinning bleek. En zo verbruikte de president zijn politiek kapitaal, verloor hij de Midterm verkiezingen en werd hij een lame duck. [6] Hij bleek niet bereid - of niet in staat - om het opkomende populisme vertegenwoordigd door de Tea Party [7] een halt toe te roepen. De president leek zich meer te bekreunen om zijn herverkiezing in 2012 dan om zijn gezag te laten gelden. Zo mochten genodigden aan het fundraising diner ter ere van zijn 50e verjaardag aanschuiven à raison van $35.800 per persoon, gelden bestemd voor zijn herverkiezingscampagne. De lijst van genodigden werd niet onthuld, maar men mag wel aannemen dat Joe Sixpack [8] niet van de partij was.

Tijdens de Midterm verkiezingen hamerde Obama erop dat de Republikeinen de economie hadden laten ontsporen. Maar waarom heeft de president die dan niet terug op het juiste spoor gezet? Afgaande op verkiezingen uit het verleden stellen politicologen dat Obama nog een uiterst beperkte tijd heeft om orde op zaken te stellen, misschien tot volgend jaar zomer. [9] Maar nu de economie opnieuw richting recessie gaat duurt het volgens ingewijden een tot anderhalf jaar om de economie de goede richting op te sturen. Te kort voor de president om zijn kansen op herverkiezing te vrijwaren. Het perspectief voor Obama is niet om vrolijk van te worden: de Dow in het rood, de waarde van huizen de afgelopen vijf jaar met een derde omlaag, een werkende bevolking van 58 procent op het totaal, lager dan ooit sinds 1983, een uiterst trage economische groei die duidt op een double dip scenario [10].

Hoe heeft het zover kunnen komen? In een opmerkelijk artikel [11] wijst Noam Chomsky erop dat de VS, dat enkele jaren geleden nog geroemd werd om zijn ongeëvenaarde macht en aantrekkingskracht, op zijn retour is. De achteruitgang begon na de Tweede Wereldoorlog, toen de macht van de VS maximaal was. Het merkwaardige triomfalisme van de jaren 90, na de Golf Oorlog, was vooral zelfbedrog. Het Amerikaanse verval is in belangrijke mate het gevolg van eigen falen. Voor Chomsky is het getouwtrek in Washington van de afgelopen weken, dat het land doet walgen en de wereld verbijstert, ongeëvenaard in de annalen van de parlementaire democratie. Het schouwspel beangstigt zelfs de sponsors: de machtige ondernemers vrezen dat de politieke extremisten die ze aan de macht hebben gebracht het gebouw neerhalen dat de basis vormt voor hun eigen rijkdom en privileges. Het overwicht van ondernemingen over de politiek en de samenleving, in dit geval de financiële wereld, heeft een dermate omvang bereikt dat beide politieke organisaties, die nog nauwelijks lijken op traditionele partijen, op de belangrijkste onderwerpen de bevolking uiterst rechts inhalen.

Opinieonderzoek wijst uit dat de bevolking wil dat er diep wordt gesneden in de militaire uitgaven. Maar in werkelijkheid laten regering en parlement de defensiebegroting nog aangroeien. Het publiek vraagt ook meer geld voor onderwijs, leerstages in bedrijven en het milieu dan wat regering en parlement hebben bekokstoofd. Het vorige week bereikte “compromis” - juister gesteld: de capitulatie aan extreem rechts - is in alle opzichten het tegenovergestelde en leidt vrijwel zeker tot een tragere groei en schade op lange termijn aan alles behalve aan de belangen van welgestelden en ondernemingen die recordwinsten optekenen. En dan is er nog met geen woord gerept over de disfunctionele geprivatiseerde gezondheidszorg in de VS, die in andere geïndustrialiseerde landen de helft per hoofd van de bevolking kost en van vergelijkbare of betere kwaliteit is. Een debat daarover wordt tegengehouden door de machtige farmaceutische industrie en de financiële wereld. Om dezelfde reden komt een economisch verstandige optie als een bescheiden heffing op financiële verrichtingen niet op de agenda.

Het politieke systeem in de VS lijkt in niets meer op een traditionele democratie. Een kleine groep topmanagers, Wall Street traders en mediamagnaten delen de lakens uit. Verkiezingscampagnes worden steeds duurder, waardoor politici nog meer hun hand moeten ophouden. De overblijfselen van de democratie in de VS worden nog verder ondermijnd door het veilingsysteem rond belangrijke posities in het Congres [12], waarbij ondernemingen kunnen bieden op wetsvoorstellen. En recent ontmaskerde h
et Center for Media and Democracy [13] de American Legislative Exchange Council (ALEC) [14], een geheim samenwerkingsverband tussen topondernemers en conservatieve politici, waar wetsvoorstellen worden opgesteld bestemd voor het Congres van Amerikaanse deelstaten. Daarbij gaat het om zaken als vermindering van vennootschapsbelasting, export van Amerikaanse jobs, verlaging van het minimum loon en uitholling van veiligheidsvoorschriften. De teloorgang van de Amerikaanse democratie schrijdt maar voort zolang de slachtoffers bereid zijn om die in stilte te dulden. De Arabische volksbewegingen zijn al overgeslagen naar VS bondgenoot Israel. Wanneer komt de Amerikaanse bevolking in opstand?

[1] Geopolitiek in perspectief: “Must read: A People's History of the United States
[2] Ibid: “Hoe een oorlogszuchtig Amerika zijn Stars and Stripes ziet verbleken
[3] Zachary A. Goldfarb: “
S&P downgrades U.S. credit rating for first time
[4] $ 4 biljoen = $ 4.000 miljard, in het Engels $ 4 trillion; zie ook Wikipedia “Biljoen
[5] Kerremans, Bart: “Op verkenning in het Amerikaans federale politieke systeem” november 2004, p. 227
[6] Wikipedia: “
Lame duck (politics)
[7] Ibid: “
Tea Party movement
[8] Ibid: “
Joe the Plumber
[9] Karen Tumulti: “
Will Obama be reelected? The economy could hold the answer
[10] recessie, gevolgd door een kortstondig herstel en vervolgens opnieuw een recessie, zie Investopedia: “Double-Dip Recession
[11] Noam Chomsky: “America in Decline
[12] Thomas Ferguson: “Best Buy targets are stopping a debt deal
[13] zie http://www.prwatch.org/cmd en http://www.alecexposed.org/wiki/About_ALEC_Exposed
[14] zie http://www.alec.org/AM/Template.cfm?Section=Home

vrijdag 5 augustus 2011

Israeli Arab Women Struggle for Empowerment

(article by guest author Yermi Brenner)

Imman AbuElhula and Hussun Fahamne suffer from double discrimination. First, as Muslims in a state dominated by a mostly unwelcoming Jewish majority, and second, as women in a patriarchal and chauvinistic Arab society. But, like many young Israeli Arab women, Imman and Hussun are challenging social boundaries.

A generation ago it was uncommon for Arab women to study in university or college. Women who have a religious background -- like Imman and Hussun -- would finish high school at best and then expected to be at home and play a supporting role to their father or husband.

The empowerment process of women within the Israeli Arab society gained steam as Imman and Hussun -- aged 27 and 22 today -- were growing up. According to a Brookdale Institute, 2009 publication, between 1990 and 2006 the percentage of Israeli Arab women with 13-15 years of education doubled, and the percentage of those with 16+ years of education increased fivefold.

Imman has already graduated from Teacher's College and is currently studying to be an accountant at Rupin Academic Center. Hussun is in her last semester of studies for a bachelor's degree in Political Science and Media at Kinneret College.

They will both finish their academic studies this year and move on to the next challenge -- finding a job in the profession of their choice. Imman plans to start by doing an internship in an accounting office in the Arab sector, and hopes to open her own firm when she gains enough experience. Hussun is already freelancing in broadcast media and her eyes are set on moving to the center of Israel, "where everything in the media happens," she says, to find work in one of the national newspapers or networks.

Both come from religious backgrounds and wear headscarf. By choosing to study instead of staying at home they have already broken a social barrier in their community. The next challenge they face is establishing their desired career in the Israeli labor market, and odds are against them.

Forty-two percent of Israeli Arab women who have at least 15 years of education are unemployed. In comparison, amongst Jewish women who studied the same amount of years, only 19 percent can't find work. Sawsan Tuma-Shukha, a coordinator of Women and Employment Project for the Israeli NGO Women Against Violence, says that most of the Arab women who do find a job, work in positions they are overqualified for. According to her research it is common for Arab women who graduated from university to end up working as a salesperson in a clothes shop or answering phones in a telemarketing company.

Imman and Hussun agreed to be interviewed because they wanted to share the frustration they feel. The video report examines the barriers standing in front of a generation of young, educated Arab women, who are craving for a fair chance to fulfill themselves professionally in the Israeli labor market.

WATCH:

Though they account for 10 percent of the population in the country I live in, until this story I never had a meaningful face to face conversation with an Israeli Arab woman. Unfortunately, like most Jewish Israelis I have very little interaction with Muslim citizens in my daily life, and especially the women have always seemed to me uninviting for any communication.

Getting a chance to sit and talk with Imman and Hussun was a revealing experience. When I met Hussun she surprised me by initiating a handshake, and small talking with Imman I learned we share the same taste in American T.V. shows. Hussun spoke about wanting to be successful before starting family, while Imman -- who is engaged to be married -- emphasized that having children will not mean the end of her career. When I finished interviewing them, I felt we had much more in common than I thought.

Israel has a lot to gain from empowering its young Arab citizens. There have been lately several initiatives to increase the educated Arabs' chances in the labor market, but mostly, the Israeli government and Jewish majority continue to alienate the country's largest minority. Imman and Hussun are part of a generation of young Arabs who are eager to play a positive role in the Israeli society. If 20 years from now these two women have no choice but to be housewives, it will be our loss.

Links:
The Employment of Arabs in Israel, The Israeli Democracy Institute, June 2010
Arabs in Labor Market - An Economic Necessity, Jerusalem Post, November 2007
Comparing Arab Women in Israel and Saudi Arabia, Haaretz, November 2009
Follow Yermi Brenner on Twitter: www.twitter.com/yermibrenner
    
This article was first published on The Huffington Post on April 25, 2011

donderdag 28 juli 2011

Hoe een oorlogszuchtig Amerika zijn Stars and Stripes ziet verbleken

    
“There is only one party in the United States, the Property Party...and it has two right wings: Republican and Democrat. Republicans are a bit stupider, more rigid, more doctrinaire in their laissez-faire capitalism than the Democrats, who are cuter, prettier, a bit more corrupt - until recently ... and more willing than the Republicans to make small adjustments when the poor, the black, the anti-imperialists get out of hand. But, essentially, there is no difference between the two parties.”
American author, playwright, essayist, screenwriter, and political activist Gore Vidal (1977). [1] [2]

Zes decennia lang heeft Gore Vidal het reilen en zeilen van de VS beschreven in boeken, artikelen en bijtende commentaren. Aan de vooravond van de Amerikaanse presidentsverkiezingen van november 2008 gaf hij in HARDtalk [3] met Stephen Sackur zijn visie op de plaats van Amerika in de wereld. In het onderstaande fragment bekritiseert hij de oorlogszuchtige houding van de VS, sinds “idiot President” Woodrow Wilson in 1917 aan WOI ging deelnemen “omdat hij de wereld wilde klaarmaken voor democratie.” Politiek, strategisch en moreel onzinnig, aldus Vidal, voor wie de VS onder geen enkele omstandigheid moreel verplicht is om militair te interveniëren. “Moraliteit is het laatste waarover ons land zich moet bekreunen. We zijn vanaf het begin immoreel geweest. We hebben het [sinds de stichting van ons land] een tijdje goed gedaan, maar nu gaat het van kwaad tot erger.”


De immoraliteit van de VS waar Vidal het over heeft weerspiegelt zich ook in de strijd tussen Democraten en Republikeinen over een verhoging van de Amerikaanse overheidsschuld. Dit jaarlijks weerkerend fenomeen, normaal een hamerstuk, is de afgelopen weken ontaard in een ware politieke oorlog. Sinds de laatste tussentijdse verkiezingen zijn de Democraten hun meerderheid in het Huis van Afgevaardigden kwijt, zodat zij in principe rekening moeten houden met de eisen van de Republikeinen. Die eisen, onder druk van de ultraconservatieve Tea Party-vleugel in de Republikeinse partij die de overheid tot op het bot wil afslanken, omvangrijke bezuinigingen op sociale zekerheid. De Democraten bleken bereid serieus te snijden in de toch al niet royale sociale voorzieningen, maar willen wel extra belastingsinkomsten. Een eerder akkoord tussen Democraten en Republikeinen werd opgeblazen door de Tea Party, die absoluut geen belastingsverhoging wil. Hoe hard het spel ook wordt gespeeld, ook dit maal zal er wel weer een compromis uit de bus rollen. Maar of het daarmee blijft is uiterst twijfelachtig.

In een nieuwsuitzending van BBC World Service op 26 juli [4] zei Allen Sinai, Chief Economist bij de financiële analistenfirma Decision Economics in Boston dat Amerika vandaag een financieel onverantwoordelijk land is en op korte termijn zijn AAA kredietbeoordeling zal verliezen. Sinai meent dat de financiële problemen niet echt tot een oplossing zullen komen, wat er ook uit de onderhandeling tussen Democraten en Republikeinen komt. Kijk naar alle economische indicatoren en de manier waarop we de problemen aanpakken, en je kunt alleen maar vaststellen dat het dankzij het “sterke merk Amerika” is dat ons land niet te kampen heeft met de problemen die landen als Griekenland, Ierland en Portugal, en misschien Spanje en Italië kennen. We zitten nog niet in het schuitje van Griekenland, maar komen wel in de buurt van de Latijns-Amerikaanse landen die uiteindelijk niet aan hun verplichtingen konden voldoen en hun munt devalueerden om te ontsnappen aan het gigantische schuldenprobleem. De waardevermindering van de dollar is veelbetekenend, dat zijn de eerste tekenen van uitholling van de geloofwaardigheid van een land in de wereld, aldus Sinai.

Maar wat in deze affaire bijzonder opvalt, is dat er nauwelijks gerept wordt over bezuinigingen op defensie, dat de helft vertegenwoordigt van het Amerikaanse discretionaire [5] federale budget. Aan de ene kant van het politieke spectrum meent de financiële havik senator Rand Paul dat een nationale schuld die richting 100% van het BBP opgaat gevaarlijk is voor het land en ook defensie dus moet meedoen in de bezuinigingsronde. Met $700 miljard is het Amerikaanse defensiebudget even groot als dat van de volgende twintig landen met de hoogste militaire uitgaven samen. Vorig jaar lagen de Amerikaanse militaire uitgaven 50% boven het gemiddelde gedurende de Koude Oorlog in dollars van 2010. En in de afgelopen tien jaar zijn deze uitgaven, gecorrigeerd voor inflatie [6], nog eens gestegen met 67%. De Democraten, die in de Senaat nog altijd een krappe meerderheid hebben, stellen dat het budget minder dan 5% van het BBP bedraagt en daarmee historisch geen uitzondering is. Zij menen dat een ingreep onverantwoord is in het wereldbeeld van vandaag, waarbij men specifiek wijst op de “militaire concurrentie van het opkomende China, de dreigende nucleaire confrontatie met Iran en implosie van Pakistan.”

Op het vlak van militaire uitgaven zijn de Democraten dus nog strijdlustiger dan de Republikeinen. En het opkomende China, dat ook nog eens een groot deel van de Amerikaanse schulden financiert, boezemt beide partijen angst in. Dat uit zich in het voortdurende opbod aan militaire oefeningen van de VS met zijn bondgenoten in de Zuid-Chinese Zee. In het recente incident met een Amerikaans verkenningsvliegtuig, dat tot in het Taiwanees luchtruim door twee Chinese jachtvliegtuigen werd achtervolgd. En in artikelen zoals dat van Yahoo! Contributor Mark Whittington, die zich bekreunt over de opmerkingen van de Chinese stafchef, generaal Chen Bingde, aan het adres van zijn Amerikaanse collega Admiraal Mike Mullen tijdens diens bezoek aan Beijing. “Amerika herstelt nog steeds van de financiële crisis,” had Chen gezegd, “Onder die omstandigheden besteedt het nog altijd veel geld aan zijn militaire apparaat. Zet dat de belastingbetalers niet teveel onder druk?” Voor Whittington moet men zich vragen stellen over China, dat zijn eigen militaire uitgaven verhoogt “teneinde te gelegener tijd de stijd met de VS aan te gaan om de status van enige supermogendheid.”

Intussen duurt de impasse rond het Amerikaanse schuldplafond voort. Om de uiterst zwakke economie nieuw leven in te blazen hadden de Democraten en het Witte Huis de oorlog kunnen verklaren aan de werkloosheid en de strijd aangaan met de partij die bij uitstek opkomt voor de rijken en machtigen. Een serieuze verhoging van de koopkracht van de lagere en middeninkomens had daarbij centraal moeten staan. Dat zet immers zoden aan de dijk om de economie een duw in de goede richting te geven. En men had klip en klaar moeten maken dat sociale zekerheid, Medicare en onderwijs taboe waren in de onderhandelingen, en een onmiddellijke besnoeiing van 25% op militaire uitgaven aankondigen, zoals geëist door de Democratische volksvertegenwoordiger Barney Frank (D-MA), vooraanstaand lid van het House Financial Services Committee. [7] Onderzoek bevestigt dat de publieke opinie niet alleen hier voor te vinden is, maar ook voor een serieuze verhoging van de belasting op hogere inkomens en ondernemingen, en op een vermindering van de militaire inspanningen overzee, waar de VS meer dan 800 bases heeft, zelfs bij welvarende bondgenoten in Europa en Japan.

Het Witte Huis en de President lijken al geruime tijd de greep op de gebeurtenissen te hebben verloren. De president voert overleg met Wall Street bankiers die zich zeer royaal hebben getoond in de verkiezingscampagne, en de Democraten in het Congres zijn al even happig op campagnesteun van ondernemingen en lobbyisten als hun Republikeinse collega’s, zodat zij, uitzonderingen daargelaten, de belangen van ondernemingen niet zullen dwarsbomen. De uitspraak van Gore Vidal uit 1977 dat het Amerikaanse politieke landschap wordt bepaald door twee rechtse partijen gaat vandaag bij uitstek op. De Liberals zijn gemarginaliseerd, de lagere en middengroepen worden niet meer democratisch vertegenwoordigd. De uitspraak van de President vorige week in een persconferentie dat “we are all in this together,” is vals. De President heeft zich immers bereid getoond om te snoeien in sociale zekerheid en in de medische zorg programma’s waar vooral de onderkant van de maatschappij het van moet hebben. Men mag een vraagteken zetten bij zijn opmerking dat de bevolking dit zo wil. Die wil immers vooral dat er drastisch wordt gesneden in de militaire uitgaven. Maar of dat gebeurt mag men betwijfelen. De VS moet immers kost wat kost de enige supermogendheid blijven.

[1] Wikipedia: “Gore Vidal
[2] Gore Vidal: “Matters of Fact and of Fiction: Essays 1973–1976.” Random House. p. 268. ISBN 0394411285.
[3] BBC HARDtalk: “We have been immoral from the beginning
[4] een podcast is tot 25 augustus beschikbaar op “The US debt ceiling debate
[5] het discrenionaire budget is dat deel van de Amerikaanse federale begroting dat tijdens het jaarlijkse begrotingsproces wordt onderhandeld tussen de president en het Congres; het overige deel van de begroting betreft uitgaven die vastliggen op basis van wetgeving, zoals Sociale Zekerheid en Medicare, zie FY 2012 Discretionary Federal Budget
[6] The Economist: “American military spending. Threatening a sacred cow. America’s fiscal crisis has put defence spending in the crosshairs
[7] Dave Lindorff: “Blowing It: Democrats, Unable to Be a Party of the People, are Sinking Themselves

donderdag 21 juli 2011

Hoe Obama als VS opperbevelhebber het martelbeleid van Cheney volgt

         

Als Democratisch presidentskandidaat in 2008 beschuldigde Senator Barack Obama zijn rivaal Senator Hillary Clinton ervan te draaien over het onderwerp martelen. In het verleden was zij bereid een president het groene licht te geven om de inzet van onmenselijke ondervragingstechnieken te machtigen om Amerikaanse levens te redden, aldus Obama. Maar toen president Bush een veto uitsprak over een wetsontwerp dat waterboarding verbood kwam Obama met een verklaring naar buiten die niet inging op de wet of het veto van Bush, maar wel Clinton hekelde. “Wij hebben een opperbevelhebber nodig die nooit heeft getwijfeld of het aanvaardbaar is dat Amerika martelt, want dat is nooit aanvaardbaar, “ zei Obama, “Ik heb mij consequent verzet tegen marteling, tijdens deze voorverkiezingen heeft Hillary Clinton gezigzagd over haar vroegere standpunt dat marteling toelaatbaar is.” Obama zei dat hij nooit akkoord zou gaan met marteling omdat dat onbetrouwbare informatie oplevert, de Amerikaanse troepen in gevaar brengt en “strijdig is met onze Amerikaanse waarden.”

Geconfronteerd met harde bewijzen dat talloze gevangenen tijdens de regering Bush werden gemarteld verklaarde Obama dat hij “naar de toekomst wil kijken, niet naar het verleden.” In een van zijn eerste presidentiële besluiten verbood hij martelpraktijken en andere wreedheden. “Onze idealen geven ons de kracht en het morele draagvlak om de strijd tegen terrorisme aan te gaan”, aldus de president, die consequent elke poging tegenhield om de aanstichters van deze technieken ter verantwoording te roepen. Er kwam geen onderzoekscommissie, geen gerechtelijk onderzoek naar de topjuristen die een onderbouwing hadden bekokstoofd voor marteling. Elke procedure voor schadevergoeding aan slachtoffers werd nietig verklaard. Maar niet-erkende schuld blijft hardnekkig voortwoekeren. Vandaag is marteling opnieuw aan de orde in het maatschappelijk debat. In zijn memoires geeft Bush toe dat bij persoonlijk toestemming heeft gegeven voor het waterboarden van Al Qaida topman Khaled Sheikh Mohammed. Dat Bush onbeschaamd toegeeft opdracht te hebben gegeven tot het plegen van oorlogsmisdaden is onthutsend. Maar dat kon hij enkel doen in de wetenschap dat hij onder zijn opvolger zou worden gevrijwaard van elk onderzoek of vervolging. En als de president hier al mee wegkomt, hoe zouden zijn ondergeschikten dan vervolgd kunnen worden?

Maar met een beleid van vooruit en niet achterom zien komt de VS niet in het reine met het fenomeen marteling. Zolang de feiten niet op tafel komen en rekenschap wordt afgelegd voor het morele en strafrechtelijke kwaad dat werd aangericht door het hoogste niveau, blijft het feit dat er gemarteld is voortwoekeren. Washington lijkt van mening dat men dit onderwerp maar moet vergeten. Maar dit soort onrecht kan men niet over het hoofd zien. Het feit dat Amerika heeft gemarteld en daar niets aan heeft gedaan zal steeds opnieuw de kop opsteken, in een mislukte strafrechtelijke vervolging, een buitenlandse rechtbankuitspraak, of een terroristische actie geïnspireerd op de beelden van Abu Ghraib. En zelfs als dit alles zich niet zo dramatisch manifesteert, het feit dat een Amerikaanse president opdracht kan geven tot marteling, daar in zijn bestseller over opscheppen en er ongestraft mee wegkomen kan alleen maar de roep om wraak aanwakkeren. Marteling en de nawerking daarvan zal de VS problemen blijven bezorgen zolang het niet bereid is daar komaf mee te maken.

Of martelen wel of niet werkt is onzeker. Wel zeker is dat martelen grote schade aanricht. Het doet afbreuk aan de invloed van Amerika in de wereld. Niet alleen haar militaire en economische macht stelt Amerika in staat haar wil op te leggen. De aantrekkingskracht van het land overal ter wereld, haar “zachte macht”, zet anderen aan zich bij de VS aan te sluiten. Het was niet enkel de militaire overmacht die de doorslag gaf in de Koude Oorlog, ook het Amerikaanse democratische model en het respect voor mensenrechten inspireerde anderen, binnen en buiten de Sovjet Unie, om het voorbeeld van de VS te volgen. In de strijd tegen terreur hebben de martelpraktijken de “zachte macht” van de VS uitgehold. Haar morele aanzien in de wereld is beschadigd, haar macht verkleind en de waarden waarop het land is gesticht verloochend. De praktijken hadden bovendien een wervend effect voor Al Qaida. Als martelen wordt gelegitimeerd kan het fenomeen zich alleen maar verspreiden. Negentig procent van de zelfmoordterroristen in Irak zijn buitenlandse strijders. Hun drijfveer blijkt de Amerikaanse martelpraktijken en de mensonterende toestanden in Abu Ghraib en Guantanamo te zijn. Zo zijn honderden, zo niet duizenden Amerikaanse levens verloren gegaan.

De harde neoconservatieve voormalig vicepresident Dick Cheney beweert dat Osama Bin Laden niet had kunnen worden uitgeschakeld zonder uit marteling verkregen informatie. President Obama heeft kort na zijn aantreden dan wel een executive order getekend om martelen te verbieden, maar men kan het sérieux van die verbintenis betwisten. De instructie werd niet opgenomen in het gezaghebbende Army Field Manual. Daarmee bleef bijvoorbeeld het waterboarden van de in Irak opgepakte Al Qaida topman Al-Zarqawi mogelijk. En kan men gevangenen voor onbepaalde tijd eenzaam blijven opsluiten, wat volgens wetenschappelijk onderzoek neerkomt op martelen. En blijft het mogelijk een gevangene twintig uur aaneen te ondervragen en slechts vier uur slaap te gunnen, etmaal na etmaal.

President Obama heeft gezegd dat alle black holes dicht zijn. Maar het optreden van de CIA in Somalië lijkt zijn verklaring te weerleggen. In een daartoe recent speciaal ingerichte geheime gevangenis worden via extraordinary rendition (bovenwettelijke uitlevering) opgepakte mensen gemarteld door speciaal daarvoor opgeleide Somalische ambtenaren, in opdracht en onder toezicht van CIA agenten. Komen deze praktijken aan het licht, dan is het verhaal dat niet de Amerikanen maar de Somaliërs de martelpraktijken uitvoeren. Zoals uit onderstaande video blijkt gaat het hier zonder meer om een Amerikaanse black site, gerund door de CIA. Onder Bush was het Cheney die de harde martelpraktijken doordrukte. Onder de huidige Amerikaanse president blijkt er nog niets te zijn veranderd. Obama’s mooie woorden ten spijt.


bronnen:
David Cole: “Obama’s Torture Problem
Nat Hentoff: “Torture under Obama
Star-Ledger Editorial Board: “The Star-LedgerThe torture question

dinsdag 12 juli 2011

Zet Saudi-Arabië zijn oliemacht in voor Palestina?

           

In een vorig artikel kwam de Saudische waarschuwing [1] aan bod dat een Amerikaans veto in september tegen internationale erkenning van een Palestijnse staat in de Verenigde Naties “rampzalige gevolgen voor de VS-Saudi relatie zal hebben”. Komt er onder druk van Saudi-Arabië een doorbraak in het Israel-Palestina conflict? Als we mogen afgaan op het opiniestuk van de Saudische prins Turki al-Faisal [2] in de Washington Post van 10 juni 2011 gaat het die kant op. [3] De auteur, die een indrukwekkende staat van dienst heeft en bekend staat als de belangrijkste Saudische criticus van het Amerikaanse buitenlands beleid, is als schrijver van opiniestukken niet aan zijn proefstuk toe. In een artikel in de Financial Times van 23 januari 2009, [4] juist na afloop van de operatie Cast Lead, stelde Turki onomwonden dat de VS door zijn arrogante houding over het bloeddorstige optreden van Israel in Gaza heeft bijgedragen aan het afslachten van [vele] onschuldigen.

Prins Turki wordt beschouwd als de belangrijkste kandidaat om zijn broer Saud Al Faisal op te volgen als minister van Buitenlandse Zaken van Saudi-Arabië. Volgens Lawrence Davidson [5] betekent zijn schot voor de boeg dat Obama binnenkort wel eens kon moeten beslissen of hij economische vergelding door Saudi-Arabië wil riskeren als hij de erkenning van Palestina in de Verenigde Naties verhindert. Een kleine Saudische verlaging van de olieproductie brengt de prijs van benzine aan de Amerikaanse pomp gemakkelijk op $5 per gallon en smoort daarmee elke opleving van de Amerikaanse economie in de kiem. Geen goed vooruitzicht voor de herverkiezing van de Amerikaanse president.

Gegeven het uiterst belangwekkende karakter van het opiniestuk van de Saudische prins volgt hieronder een vrij vertaalde en enigszins ingekorte versie.

***

Het failliet van het favoritisme jegens Israel

Vorige maand [6] riep president Obama de Arabische regeringen op om democratie in te voeren. Saudi-Arabië neemt zijn oproep serieus, maar vraagt zich tevens af waarom de president niet tevens oproept tot toekenning van deze rechten aan de Palestijnen, wier land wordt bezet door de sterkste militaire macht van de regio. Obama laat de Israëlische premier Netanyahu [7] de agenda voor het vredesproces bepalen. Daarmee verloochent Amerika zijn idealen, en dat is nog triester dan de staande ovaties in het Congres voor Netanyahu die de Palestijnen fundamentele mensenrechten blijft ontzeggen.

De president kondigde geen wezenlijke wijziging aan van het Amerikaanse beleid, ondanks de kritiek [8] op zijn opmerkingen over de grenzen van 1967. Deze grenzen zijn het enige realistische uitgangspunt, iets anders is voor de Palestijnen onaanvaardbaar. Netanyahu stelt [9] dat Israel “niet terug [kan] naar die onverdedigbaar lijnen” en “een militaire aanwezigheid” in Palestina wil aanhouden, maar partijen zijn al lang akkoord om te vertrekken van de grenzen van 1967. In 2008 zei de toenmalige Israëlische premier Ehud Olmert in de Knesset: “We moeten de Arabische wijken in Jeruzalem opgeven en terugkeren naar de staat Israel van voor 1967, met kleine correcties.” Vorig jaar november lieten buitenlandminister Hillary Clinton en Netanyahu in een gezamenlijke verklaring weten dat “de VS meent dat partijen in goed overleg tot een resultaat kunnen komen dat het conflict beëindigt en een onafhankelijke, levensvatbare Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967 verzoent met een joodse Israëlische staat met veilige en erkende grenzen”.

Het Israel-Palestina conflict blijft onopgelost zolang de VS Israel de hand boven het hoofd houdt. Met verkiezingen in het verschiet zal Obama buigen voor de druk van speciale belangen en het door de Republikeinen gedomineerde Congres, en ervoor terugdeinzen om Israel te dwingen akkoord te gaan met eisen die de Palestijnen terug aan tafel kunnen brengen. Nu zinvolle onderhandelingen uitblijven is voor de Palestijnen de tijd aangebroken om de VS en Israel te passeren en bij de VN rechtstreeks internationale steun voor een eigen staat te verwerven. Daarbij kunnen ze rekenen op de steun van Saudi-Arabië en andere Arabische landen, en de overgrote meerderheid van de internationale gemeenschap, iedereen die een rechtvaardige oplossing voor deze patstelling wil, en een stabiel Midden-Oosten.

Obama heeft dit plan afgedaan als Palestijnse “pogingen om Israel te delegitimeren” en gesuggereerd dat deze “symbolische handelingen om Israel te isoleren" zouden uitlopen op een mislukking. Maar waarom zouden de Palestijnen niet dezelfde rechten mogen hebben die de VN de staat Israel bij zijn oprichting in 1947 toekende? De Arabische wereld kan niet langer toestaan dat de Palestijnen door de Israëlische acties elk recht wordt ontzegd, hun bewegingsrecht beperkt, economie verstikt, huizen vernietigd. Saudi-Arabië zal niet werkloos toezien hoe Washington en Israel blijven kibbelen over hun bedoelingen, de zaak voor zich uitschuiven en er alleen maar op uit zijn om de legitieme Palestijnse aanwezigheid op het internationale toneel te ondermijnen.

Saudi-Arabië staat in deze problematiek bijzonder sterk. Het is de belangrijkste politieke en financiële supporter van de Palestijnse zoektocht naar zelfbeschikking. Door zijn voorspoed, gestage groei en stabiliteit is het koninkrijk het bolwerk van het Midden-Oosten. Als wieg van de islam kan het de moslims wereldwijd verenigen. In september zal het koninkrijk gebruik maken van haar grote diplomatieke macht om de Palestijnen te steunen in hun zoektocht naar internationale erkenning. Amerikaanse leiders hebben lang Israel een “onmisbaar” bondgenoot genoemd. Welnu, ze zullen snel leren dat er andere spelers in de regio zijn, niet in het minst de Arabische straat, die even, zo niet meer “onmisbaar” zijn. Het favoritisme jegens Israel is geen wijs beleid van Washington, en zal binnenkort een nog grotere dwaasheid blijken te zijn.

Zij die hebben gespeculeerd over de teloorgang van Saudi-Arabië als regionale grootmacht komen van een koude kermis thuis. De geschiedenis zal hen die menen dat de toekomst van Palestina wordt bepaald door de Verenigde Staten en Israel in het ongelijk stellen. Als de Verenigde Staten een veto uitspreekt tegen VN-erkenning van een Palestijnse staat zal dat desastreuze gevolgen hebben voor de relatie tussen de VS en Saudi-Arabië. Dat zou een dieptepunt betekenen in de decennia-lange relatie en onherroepelijk schade toebrengen aan het Israëlisch-Palestijnse vredesproces en de Amerikaanse reputatie in de Arabische Wereld. De ideologische afstand tussen de moslimwereld en het Westen in het algemeen zou toenemen, en kansen voor vriendschap en samenwerking tussen de twee kunnen verdwijnen.

Wij Arabieren plachten nee te zeggen tegen vrede, en we kregen ons verdiende loon in 1967. In 2002 deed Koning Abdullah een aanbod dat is uitgegroeid tot het Arabische vredesinitiatief. Op basis van VN-Veiligheidsraad Resolutie 242 vraagt het om een einde aan het conflict op basis van land voor vrede. De Israeli’s trekken zich terug uit alle bezette gebieden, inclusief Oost-Jeruzalem, sluiten een akkoord over de problematiek van de Palestijnse vluchtelingen en erkennen de Palestijnse staat. In ruil krijgen ze volledige diplomatieke erkenning van de Arabische wereld en alle islamitische staten, een einde aan de vijandelijkheden en normale betrekkingen met al deze staten.

Vandaag zijn het de Israeli's die “nee” zeggen. Ik zou het niet graag meemaken als zij hun verdiende loon onder ogen moeten zien.

***

[1] Geopolitiek in perspectief: “Hoe Palestina in de Arabische Lente buiten de boot dreigt te vallen
[2] Wikipedia: “Turki bin Feisal Al Saud
[3] Turki al-Faisal: “Failed favoritism toward Israel
[4] Ibid: “Saudi Arabia's patience is running out
[5] Lawrence Davidson: “Saudi Oil Muscle for Palestine
[6] The White House, Office of the Press Secretary: “Remarks by the President on the Middle East and North Africa
[7] C-Span Video Library: “Israeli Prime Minister Netanyahu Address to Joint Meeting of Congress
[8] The Washington Post PostPolitics: “Democrats join Republicans in questioning Obama’s policy on Israel
[9] Ibid: “Obama and Israeli Prime Minister Binyamin Netanyahu deliver statements to the press

maandag 4 juli 2011

Miko Peled: een gedeeld vaderland voor Israëli’s en Palestijnen

                 

Over het Israël-Palestina conflict is op Geopolitiek in perspectief al heel wat geschreven. Vandaag laten we de vredesactivist Miko Peled [1] aan het woord. Peled stamt uit een bekende Zionistische familie. Zijn grootvader, Avraham Katznelson [2], was - als lid van de Va'ad Le'umi, [3] de Joodse Nationale Raad in het Britse Mandaatgebied Palestina - op 14 mei 1948 medeondertekenaar van de Israëlische onafhankelijkheidsverklaring. Miko’s vader, Matti Peled, [4] vocht eerst als jong officier in de oorlog van 1948, en later als generaal in de oorlog van 1967, toen Israël de Westelijke Jordaanoever, de Gazastrook, de Golanhoogvlakte, en de Sinaï veroverde. Het verhelderende beeld dat Miko Peled schetst ligt in het verlengde van de visie van zijn vader. Generaal Peled was een oorlogsheld die zich allengs ontpopte tot vredesactivist, zoals dit met vele andere Israëliërs het geval is.

Miko Peled is ervan overtuigd dat Israël/Palestina één staat is, in weerwil van de afscheidingsconstructie, de gigantische investering in infrastructuur in de bezette gebieden, de steden en de nederzettingen. De snelwegen die de nederzettingen met elkaar verbinden en de Palestijnen niet mogen gebruiken delen de Westelijke Jordaanoever op in bantoestans. Dit alles doet elk uitzicht op een leefbare Palestijnse staat teniet. De realiteit is immers dat Israëliërs en Palestijnen worden bestuurd door één regering, de Israëlische. Voor elk van deze bevolkingsgroepen gelden echter verschillende wetten. De kern van Peled’s conclusie is het besef dat Israëliërs en Palestijnen in vrede en als gelijken kunnen samenleven in hun gedeelde vaderland. In de bovenstaande video [5] leest Miko Peled passages voor uit zijn boek The General’s Son, dat later dit jaar uitkomt bij Just World Books [6], en citeert daaruit de volgende drie mythes [7]:

Eerste mythe: een land zonder volk (1948). In onze jeugd werd ons ingeprent dat de Arabieren Israël hadden verlaten, deels uit eigen beweging, deels op aanwijzing van hun zogenaamde leiders. Het leek dus moreel oké ons hun grond en huizen toe te eigenen. Het kwam dan ook nooit bij ons op dat, zelfs indien ze werkelijk vrijwillig waren vertrokken, wij niet het recht hadden hen te beletten terug te keren.

"Dit alles tart met de werkelijkheid. Israëlische historici bevestigen dat Israël is gesticht op de ruïnes van Palestina. Palestina was in 1948 weliswaar nog geen staat, het had wel alle kenmerken van een staat in wording. Het enige wat ontbrak was een leger, er was zelfs geen militie. En de stichting van de staat Israël was geen strijd op goed geluk, waarbij de Arabieren, onder druk van hun leiders, hun huizen ontvluchtten, maar een eenzijdige, systematische etnische zuiveringscampagne door de Joodse milities, die gepaard ging met bloedbaden, terrorisme en grootschalige plundering van een hele natie."

Tweede mythe: de existentiële bedreiging van 1967. De legers van drie Arabische staten rukten ons land binnen, en de Joodse strijdkrachten slaagden er op miraculeuze wijze in hen allen te verslaan en uitgestrekte stukken land te veroveren.

"Het doel van de oorlog was verovering. Bij mijn research kwam ik interessante passages in de notulen van kabinetsvergaderingen tegen. In een stormachtige vergadering op 2 juni 1967 tussen de IDF-top [8] en het Israëlische kabinet stelde mijn vader, generaal Matti Peled, ondubbelzinnig dat de Egyptenaren nog tenminste anderhalf jaar nodig hadden om gereed te zijn voor een grootschalige oorlog. Zijn punt was dat het nu de tijd was om een vernietigende slag toe te brengen aan het Egyptische leger." De aanval werd dus niet ondernomen vanwege een existentiële bedreiging, maar omdat het Egyptische leger niet voorbereid was en het een kans was om het opnieuw te vernietigen.

"De andere generaals waren akkoord, maar het kabinet aarzelde. De Premier [9] leek terug te deinzen voor een grootschalige oorlog. Zijn weifelende houding leidde tot een heftige discussie. Mijn vader zei tegen de Premier: "President Nasser zet een slecht voorbereid leger in omdat hij rekent op de besluiteloosheid van het kabinet. Hij is ervan overtuigd dat wij niet zullen aanvallen. Uw aarzeling werkt in zijn voordeel." Tenslotte beschuldigde hij de Premier ervan het leger te beledigen, een leger dat nog nooit een veldslag had verloren, door het de toestemming om nu aan te vallen te onthouden." De notulen spreken nergens over een existentiële bedreiging, enkel over een kans om de macht van Israël te laten gelden. En zo viel het besluit om op 5 juni 1967 aan te vallen.

"De verrassingsaanval leidde tot de volledige vernietiging van de Egyptische luchtmacht, uitdunning van het leger van Egypte, de herovering van de Gazastrook, en het schiereiland Sinaï, en dat binnen een paar dagen. Het Israëlische leger wist ook dat het bij het Syrische leger een janboel was en dat de Jordaniërs geen partij waren voor de machtige IDF. Nadat de veldtocht tegen Egypte zo soepel was verlopen, vestigden de generaals hun aandacht op de Westelijke Jordaanoever en de Golanhoogten, twee regio’s die Israël al vele jaren had begeerd. Beide beschikten over strategische waterbronnen en heuvels die uitkeken op Israëlisch gebied, terwijl de Westelijke Jordaanoever het centrum van het Bijbelse Israël in zich sloot, met het kroonjuweel, de oude stad Jeruzalem. In zes dagen was alles achter de rug. Het aantal Arabische slachtoffers werd geschat op 15.000, het Israëlische op 700. Het gebied dat Israël nu onder controle had, was bijna verdrievoudigd. En het had niet alleen gebied en hulpbronnen verworven, maar ook de grootste voorraden Russische wapens buiten Rusland. Israël had zich opnieuw doen gelden als de sterkste macht in de regio.

Op de eerste wekelijkse vergadering van de Generale Staf na de Zesdaagse Oorlog, jubelde stafchef Yitzhak Rabin de overwinning uit. Maar tegen het einde van de vergadering vroeg mijn vader het woord. Hij stelde de unieke Israëlische kans aan de orde die de overwinning bood, om het Palestijnse probleem voor eens en voor altijd op te lossen. Voor het eerst in de Israëlische geschiedenis stonden de Israëliërs oog in oog met de Palestijnen, zonder de aanwezigheid van andere Arabieren. Ze hadden nu de kans om hen een eigen staat aan te bieden op de Westelijke Jordaanoever en in Gaza. Hij stelde met nadruk dat het in Israëlisch bezit behoud van de Westelijke Jordaanoever, met de daar woonachtige bevolking, haaks stond op de Israëlische lange termijn strategie. Er zou zeker volksverzet tegen de bezetting ontstaan en het Israëlische leger zou daartegen moeten worden ingezet, met desastreuze en demoraliserende gevolgen. Zo zou de Joodse staat zich ontwikkelen in een steeds gewelddadiger bezettingsmacht en uiteindelijk in een binationale staat." En dat is precies de realiteit van vandaag, bijna 4½ decennia later.

Derde mythe: de Israëlische democratie

Zuid-Afrika heeft een soortgelijk parcours doorlopen. Daar kwam een einde aan de gelegaliseerde segregatie, discriminatie en racisme. Dit jaar zien wij hoe de Arabische leiders in het Midden-Oosten zich vastklampen aan de macht. Ook de Zionisten houden vast aan het idee dat een racistisch regime kan overleven, dat onrecht en gruwel kan voortduren en de misdaden tegen andersdenkenden straffeloos blijven. Maar de Zionistische droom van een etnisch homogene staat is vernietigd door de Zionisten zelf. Hun onverzadigbare honger naar land heeft een binationale staat gecreëerd waar bijna de helft van de bevolking Joden noch Israëliërs zijn, maar Arabische Palestijnen, zonder rechten. Het vreedzaam verzet van de Palestijnen - gesteund door gewetensvolle Israëli’s - zal leiden tot een binationale staat waar een ieder dezelfde rechten heeft en vreedzaam samenwoont.

***

De onthullingen van Miko Peled zijn voor ingewijden niet geheel nieuw. De afgelopen decennia gingen Avi Shlaim, Bennie Morris, Tom Segev, Simha Flapan, Egbert Talens, [10] en vele anderen hem voor in het aanreiken van onthullende informatie. Toch moeten wij uitzien naar de publicatie van Miko’s boek, dat de inkeer van de generaal die zo sterk aandrong op wat de geschiedenis inging als de Zesdaagse Oorlog -- die geen verdedigingsoorlog, maar een agressieve veroveringsoorlog was -- tot uitgangspunt heeft. Een oorlog die de grenzen drastisch verlegde, grenzen die tot op de dag van vandaag onderwerp zijn van heftige discussie en debat.

[1] Alternate Focus: “The General’s Son
[2] PIWP database: Avraham Katznelson
[3] Ibid: “Jewish National Council of Palestine (Vaad Leumi)
[4] Wikipedia: “Mattityahu Peled
[5] YouTube: “The General’s son
[6] zie de Just World Books website
[7] zie ook Geopolitiek in perspectief: “Het Israel-Palestina conflict hangt van mythes aan elkaar
[8] Israeli Defence Forces (IDF), het Israëlische leger, zie Wikipedia: ”Israëlische defensieleger
[9] zie Wikipedia: “Levy Eshkol
[10] zie diens artikelen op deze weblog onder de label “bijdrage van Egbert Talens”

zondag 26 juni 2011

Hoe Palestina in de Arabische Lente buiten de boot dreigt te vallen

    

Op 22 juni 2011 stelde Peter Lavelle in CrossTalk [1] op het Russische satellietkanaal RT de vraag aan de orde of de Arabische Lente inmiddels is geëvolueerd naar een Arabische Herfst. In verschillende Arabische landen lijken de opstanden in sneltreinvaart te gaan in de richting van burgeroorlogen. Waren de verwachtingen te hoog gespannen? Is democratie en vrijheid in deze landen een illusie? Gaan deze landen niet eerder op weg naar stammentwisten en etnisch geweld? Als panelleden traden in CrossTalk op: David Pryce-Jones, redacteur bij de National Review [2], Omar Baddar [3], politicoloog en mensenrechtenactivist, en Alan Kuperman [4] [5], lector aan de LBJ School of Public Affairs van de University of Texas. Wat kunnen we leren uit dit debat?

De opstanden in Tunesië en Egypte kwamen voor de regeringen als volslagen verrassing. Daarom ziet men in déze landen betekenisvolle veranderingen. Maar leiders in andere Arabische landen, wrede, niets ontziende mensen die blijven vasthouden aan de macht, hebben hieruit lessen getrokken en de opstanden onderdrukt. Deze regimes weten nu om te gaan met massale volkswoede, met het fenomeen van sociaal netwerken. Het verzet krijgt het daar heel wat moeilijker, maar heeft inmiddels ook geleerd. De volksbeweging bestaat niet uit harde misdadigers of bruten, maar uit mensen die opkomen voor hun rechten en een fatsoenlijke samenleving. Maar het lijkt niet de goede kant op te gaan. De mensen op straat zijn enthousiast genoeg, maar het ontbreekt aan een manier om dat enthousiasme te institutionaliseren. Een maatschappelijk middenveld ontbreekt: een verkiezingssysteem, politieke partijen, authentieke volksvertegenwoordigers die naar huis kunnen worden gestuurd.

De grote vraag is waarom de internationale gemeenschap wel in Libië en niet in Syrië intervenieert. Nog afgezien van het feit dat er geen sprake is van een eenduidige “internationale gemeenschap”. De landen die deel uitmaken van “het Westen” hebben elk hun eigen politieke agenda, hun eigen belangen, en zijn onderling met elkaar in concurrentie. En is Westerse interventie wel zo’n goed idee? Het imperialisme van de 20e eeuw bleek ook niet te werken. Deze landen moeten zélf hun problemen tot oplossing zien te brengen. Internationale druk werkt niet. De opstand in Libië was een binnenlandse aangelegenheid. De interventie daar leidt tot een vreemde paradox: waarom mag het Westen wel Muammar Gaddafi een kopje kleiner maken, maar niet Bashar el-Assad? Militaire interventie brengt geen democratie, alleen maar verwoesting, woede en frustratie. Denk aan Servië. De kwestie Kosovo is nog altijd niet opgelost. Libië gaat ook die kant op. Misschien worden de provincies Cyrenaica en Tripoli gesplitst, maar of dat wat oplost moet men betwijfelen. De huidige grenzen zijn er niet voor niets gekomen.

Alom werd beweerd date er een verschrikkelijk bloedbad zou komen in Benghazi. Maar analyse van de bronnen leert dat dit verhaal niet uit Libië kwam, maar uit Zwitserland, en dan ook nog zonder enige onderbouwing. Uit statistieken van Human Rights Watch blijkt dat twee maanden strijd in Misrata leidde tot 250 doden, vooral rebellen. Dat is geen bloedbad, maar een burgeroorlog die ook in Benghazi in het verschiet lag. Rebellen die zo dom waren om daar te blijven zouden ongetwijfeld zijn gesneuveld, maar de meesten zouden zijn gevlucht, en de burgerbevolking gespaard. Dat was ook wat Gaddafi zei en bewees in Misrata. Hij nam de rebellen op de korrel, niet de burgerbevolking. Dit hele verhaal berustte op propaganda om een NAVO interventie uit te lokken. En zo werd het Westen voor het lapje gehouden. Dat de NAVO erin slaagt Gaddafi te verdrijven lijkt slechts een kwestie van tijd. De NAVO zal dat verkopen als een geslaagde humanitaire interventie, een succesvolle democratiseringscampagne. Maar dat is een vals beeld. De oorlog in Libië zou zonder NAVO-interventie maanden eerder zijn geëindigd. De interventie heeft honderden mensen onnodig het leven gekost en meer kwaad dan goed gedaan. Libië is een regionaal en onder stammen verdeeld land. Hoe plak je dat na Gaddafi aan elkaar? Onderhandelen lijkt de beste weg. Een militaire overwinning leidt zeker niet tot een democratische samenleving en is absoluut geen model voor andere landen.

Egypte is geen goed voorbeeld van een verandering te goede. De volksopstand heeft een militaire coup teweeg gebracht. Mubarak’s collega’s uit het leger blijven aan de macht. Het leger heeft zo’n 60% van de economie in zijn bezit, is in hoge mate betrokken bij de Egyptische zakenwereld. Wat de nieuwe grondwet aan verandering teweeg brengt blijft ook uiterst kwestieus. De mensen in Egypte blijven onderdanen, geen burgers van hun land. Het lijkt erop dat de mensen die op Tahrir Square protesteerden zijn misleid. Al het lawaai dat ze gemaakt hebben heeft het militaire regime gewoon niet geraakt. Dat regime wordt geleid door een clubje generaals, zoals dat sinds Nasser het geval was. In Jemen zien we het begin van een burgeroorlog. In Bahrein werd de opstand uiterst hardhandig neergeslagen met interventie van Saudi Arabië. Maar in heel de Arabische Lente lijkt Syrië een sleutelrol te spelen. Het Westen komt in dat land niet tussen. Buurland Israel weet waar het met Assad aan toe is. Na diens val ontstaat een uiterst onzekere situatie, die kan leiden tot militaire interventie van Israel en een regionale oorlog waarbij Iran en Hezbollah betrokken raken. Een ontwikkeling die wel eens slecht zou kunnen aflopen voor VS-bondgenoot Israel en dus ten koste van alles moet worden vermeden.

Het is uiterst merkwaardig dat in vrijwel elk debat over de Arabische Lente het Israel-Palestina conflict buiten beschouwing blijft. Er moet dringend een afdoend initiatief komen om de Israëlische bezetting van Palestina en de gewelddadige onderdrukking van de Palestijnse bevolking te beëindigen. Niet enkel om een einde te maken aan het onrecht van tientallen jaren, maar ook omdat het conflict tot instrument is geworden van veel regeringen in de regio om elke verandering in eigen land te belemmeren en de aandacht voor binnenlandse problemen af te leiden. Zo oogst het Syrische regime nog heel wat aanhang omdat het kan zeggen dat het dan misschien niet zo vriendelijk is voor de eigen bevolking, maar wel stelling neemt tegen Israel en opkomt voor de rechten van de Palestijnen.

Dat de Egyptische militaire junta in de afgrendeling van Gaza en de collectieve bestraffing van 1,5 miljoen Palestijnen met Israel onder één hoedje blijft spelen blijkt zonneklaar uit de onderstaande video. De Hamas regering had Egypte gevraagd alle beperkingen aan de juist geopende grensovergang van Rafa op te heffen. Egypte had de grens geopend na jaren van hermetische afsluiting onder de afgezette president Hosni Mubarak. Maar na enkele dagen stelde Egypte een grens van 400 mensen per dag in en stuurde hele busladingen mensen terug die tevoren een toelating hadden gekregen. Bovendien blijft de grens voor goederen, die voor de benarde economie in Gaza zo broodnodig zijn, gesloten. Met deze schrijnende beelden voor ogen lijkt de Arabische Lente te evolueren naar de Arabische Herfst, de Palestijnen buiten de boot te vallen en Israel, met steun van de VS, aan het langste eind te trekken. Tenzij de Saudische waarschuwing [7] dat een Amerikaans veto in september tegen internationale erkenning van een Palestijnse staat in de Verenigde Naties “rampzalige gevolgen voor de VS-Saudi relatie zal hebben” de VS op andere gedachten brengt.


[1] RT: “Arab Fall?
[2] National Review Online: “David Calling. The David Pryce-Jones blog
[3] The Huffington Post: “Omar Badar
[4] LBJ Lyndon B. Johnson School of Public Affairs: “Alan J. Kuperman