Posts tonen met het label bijdrage van Egbert Talens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label bijdrage van Egbert Talens. Alle posts tonen

woensdag 31 augustus 2011

Het politieke Zionisme: vijand van Palestijnen en Joden

     
In de marge van Iran’s eerste Internationale Conferentie over de Mondiale Strijd tegen Terrorisme, zond de Engelstalige Iraanse nieuwszender Press TV [1] [2] op 6 juli een interview uit van Ghanbar Naderi met rabbijn Dovid Feldman van Neturei Karta International, Jews United against Zionism. [3] [4] [5] Neturei Karta verzet zich tegen het Zionisme en roept op tot vreedzame ontmanteling van de Staat Israël, op grond van het standpunt dat de stichting van de Joodse staat pas zal plaats hebben met de terugkeer van de Messias. [6]

In het interview geeft de rabbijn zijn kijk op het politieke Zionisme en Israël. Zo meent hij dat dit Zionisme [7] [8] het resultaat is van wat de seculiere Jood Theodor Herzl, die God haatte, als politiek project voor ogen stond. Feldman vindt dit Zionisme een gevaarlijke politieke beweging, zowel voor de Palestijnen, als voor de Joden die een staat als dít Israël moeten afwijzen. Gelovige Joden mogen niet in opstand komen tegen een ander volk. Dít Zionisme vertegenwoordigt de Joden absoluut niet, aldus de rabbijn, die we in de onderstaande video integraal aan het woord laten.

Aan de vooravond van het PLO-initiatief -- in de Algemene Vergadering van de VN erkenning te verwerven voor de staat Palestina -- en de druk van Israël en de VS op de PLO om terug te komen op dat initiatief, met als dreigement van de VS zijn veto uit te spreken mocht het toch daarvan komen, is het misschien interessant de woorden van deze Joodse rabbijn eens nader te bekijken. Hieronder eerst een samenvatting van zijn uitspraken.

"Jews United against Zionism is opgericht in de dertiger jaren, als reactie tegen het opkomend Zionisme. Als Neturai Karta-organisatie voeren we daar oppositie tegen, en tegen de handel en wandel van de staat Israël. Joodse geestelijken in Palestina en in Europa zagen al vroeg in dat deze nieuwe filosofie de Joodse leer en het Joodse volk zou vernietigen, en het Palestijnse volk kwaad zou berokkenen. Zij waarschuwden dat dit alles tot een catastrofe zou leiden. Spijtig genoeg zien wij dit vandaag gebeuren. Als organisatie vertolken wij de mening van veel Joden overal ter wereld die zich zorgen maken over het gebeuren in Palestina. Wij zien dit als een catastrofe voor de Palestijnen, voor het Joodse volk, en voor de mensheid. Zo komt de Joodse godsdienst in diskrediet. Dit Zionisme heeft de Joodse leer van een geloofsconcept, een godsdienst, eenvoudig omgeturnd in een politieke beweging die godsdienstige geloofsaspecten voor eigen doelen misbruikt...

"Zij die Palestijnen, die zich verzetten tegen de bezetting en dit Zionisme, afschilderen als terroristen, moeten bedenken dat de staat Israël slechts kon ontstaan door 'Joods' terrorisme tegen de autochtone bevolking: islamitische en christelijke Palestijnen en zelfs Joodse minderheden. De staat Israël kwam tot stand tegen de wil van die bevolking. Ook het Joodse volk was destijds niet gelukkig met het bedenksel van een staat Israël. Moslims zien Palestina als een heilig land, dat men niet zomaar geheel of gedeeltelijk kan vernietigen. Dat we vandaag regelmatig getuige zijn van gedwongen onteigeningen, waarna het Israëlische regime overgaat tot de bouw van illegale nederzettingen, bewijst dat de Israëliërs lak hebben aan de Joodse geloofsovertuiging, of aan welke waarden of tradities van onze voorvaderen dan ook...

"Een groot deel van de internationale gemeenschap denkt dat Zionisme en de Joodse leer identiek zijn aan elkaar, en dat de staat Israël alle Joden vertegenwoordigt. Maar waarom is het Zionisme dan geen product van schriftgeleerden, van Torah-onderwijzers of van ervaren rabbijnen? Waarom werd het Zionisme uitgevonden door de ketterse Jood Theodor Herzl? Het antwoord is simpel: dit Zionisme staat dermate haaks op de Joodse leer, deze staat Israël betekent zo’n groot gevaar voor Palestijnen en Joden, dat deze Zionistische filosofie nooit kon ontspringen aan de geest van een gelovige Jood. Dít Zionisme is niet alleen uitgevonden door een seculiere Jood, Theodor Herzl was een ketterse Jood die God en de Joodse godsdienst haatte, die de Joodse leer in niets praktiseerde...

"Alle godsdiensten, Joden, Christenen, Moslims, veroordelen terrorisme in welke vorm dan ook en distantiëren zich van deze onmenselijke, afschuwelijke acties. Dat sommigen in het Westen terrorisme trachten te associëren met de Islam, Islamofobie aanwakkeren, is onderdeel van georkestreerde valse informatie en misleiding. Maar het omgekeerde komt ook voor als men alle Joden afschildert als aanhangers van het Zionisme, of als verdedigers van alles wat Israël aanricht. Hét recept tegen misinformatie is: opvoeding, overleg, uitwisseling van standpunten. Wij moeten opboksen tegen Westerse media die onder controle staan van of geleid worden door politieke Zionisten, of hoe dan ook dit Zionistische gedachtegoed steunen. Toch is er internationaal veel verzet tegen dit Zionisme. Maar die reacties krijgen slechtst zelden de ruimte in de Westerse massamedia. Zodoende blijft het overgrote deel van de wereldbevolking verstoken van de werkelijkheid...

"Volgens de Joodse leer zijn de Joden zo’n tweeduizend jaar geleden, bij de vernietiging van de tweede tempel, bij Goddelijk decreet in ballingschap gegaan. Dat is niet algemeen bekend. Lees er het [Bijbel-] boek Profeten en latere Joodse geschriften maar op na. Die ballingschap was duizenden jaren een vaste waarde; de wil van God aanvechten komt immers overeen met ketterij? Joden mogen ook niet in opstand komen tegen andere landen. Generaties lang leefden zij overal ter wereld, inclusief in Moslimlanden: in 'Palestina', Iran, en ga zo maar door. Joden zijn verplicht in vrede te leven met hun buren. Zelf een eigen staat oprichten is hen verboden, het stichten van déze staat Israël staat haaks op de Joodse leer...

"Maar de wereld verandert. De Zionistische leiders zullen ooit de realiteit onder ogen moeten zien: dat de wil van de Almachtige gerespecteerd moet worden; dat het récht moet zegevieren, dat de traditionele waarden van de Joodse leer omarmd moeten worden; dat deze politieke staat Israël moet worden opgedoekt. Déze staat Israel tracht de geschiedenis uit te wissen. Men tracht het beeld te scheppen dat de Arabieren, de Moslims, ons haten en ons willen afmaken, en om te overleven moeten we dus wel een eigen staat hebben. Welnu, déze staat Israël is geen oplossing voor het Joodse volk, maar in werkelijkheid de reden van veel van onze problemen van vandaag. Dat [de Israelische premier] Netanyahu als niet-praktiserende Jood zich in het Amerikaanse Congres beroept op het Joodse geloof is totaal verkeerd...

Het verhaal van rabbijn Dovid Feldman liegt er niet om, maar voor (de) ingewijden is het niet nieuw en het is de vraag of het veel zoden aan de Palestijnse dijk zet. Maar elk initiatief, om wereldwijd het politieke zionisme aan de kaak te stellen, is welkom. Men mag enkel hopen dat de initiatieven van verschillende kanten uitgroeien tot een brede beweging. Dat zelfs onder Palestijnen verdeeldheid heerst en facties elkaar tegenwerken is natuurlijk het toppunt, en het hoeft geen betoog dat de politieke zionisten c.s. daar garen bij spinnen. Die politieke zionisten weten dit spelletje trouwens maar al te sluw te spelen. Zij laten niet na met geld Palestijnen tegen elkaar op te zetten; dit was destijds met Hamas [9] al het geval, en met [president van de Palestijnse Autoriteit Mahmoud] Abbas is het niet anders.

Maar voorlichting, zoals het interview met rabbijn Dovid Feldman, zal zeker helpen bij pogingen om de publieke opinie op lokaal en op wereldniveau in de goede richting te sturen. Dat zal het Israël en de VS alleen maar moeilijker maken het Palestijnse plan te dwarsbomen om een eigen staat in de VN te laten erkennen, en voor de VS om bij stemming hierover in de Veiligheidsraad zijn veto uit te spreken.

[1] Wikipedia: “Press TV
[2] Press TV is via Astra 19,2 te ontvangen op Canal Digital (#90) of TV Vlaanderen (#93)
[3] zie de website van Neturei Karta International, http://www.nkusa.org/
[4] Wikipedia (Nederlandstalig): “Neturei Karta
[5] Wikipedia (Engelstalig): “Neturei Karta
[6] Wikipedia: “Messias
[7] Wikipedia: “Zionisme
[8] Wikipedia: “Zionism
[9] Hamas won de Palestijnse parlementsverkiezingen van 2006 en voert thans het bestuur over de ruim 1,5 miljoen Palestijnen in Gaza

maandag 9 mei 2011

The Balfour Declaration revisited

(article by guest author Egbert Talens)

The Balfour Declaration of 1917 (hereinafter: BD) resulted in a corresponding US Congress resolution of June 30, 1922. Following the transfer of the British League of Nations Mandate to the UN in 1947, it enabled the political Zionists in May 1948 to proclaim unilaterally the State of Israel. As a direct result of this, the Israel-Palestine conflict was born. One may wonder to what extent world-rulers, at the time, were influenced by these political Zionists? And now, since this conflict keeps continuously simmering around, should the world not be allowed to question the principles and objectives of the political Zionists for a Jewish state? Nearly one hundred years after this BD, the situation in the region of Palestine is still chaotic. Who can remain indifferent to the ‘living’ conditions of "existing non-Jewish communities" in and around that region?

The BD is probably the most curious political document ever drafted by a government. It took shape in a letter drafted by the government of King George V and addressed to banker and House of Lords member Lord Rothschild, and reads as follows: “His Majesty's Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country”. Historical literature mostly deals with the first stanza of the BD only. For my analysis, I divide the BD in Clause 1 (yellow), 2 (gray) and 3 (green). The concept was largely drawn up by the political Zionists themselves.

Most discussion about Clause 1 arose about the concept of 'national home'. Knowingly, the term ‘state’ was evaded. If the Zionist authors had had it their way, the BD would never have breathed a word about existing non-Jewish communities in Palestine, nor about the status of Jews in any other country (than Palestine). Clause 2 hides a world of deception. It suggests that "non-Jewish communities in Palestine" were a minority. Around 1917, however, Jews in Palestine accounted for less than 10% of the population. The words "civil and religious rights" suggest that (the) non-Jewish communities cannot lay claim to political rights. The missing definite article "the" before "existing non-Jewish communities", which at first díd appear in the original text, paves the way for legal quibbling. Leading British Jews were seriously worried about the BD and their concerns resulted in the additional Clause 3, essentially dealing with the issue of théir political status. These Jews felt it necessary to opt emphatically for "the rights and polítical status" of Jews in any óther country, not merely for "civil and religious rights", as Clause 2 grants to "non-Jewish communities in Palestine"...

What views could others have as regards the BD? British historian Elizabeth Monroe wrote: "Measured by British interests alone, the Balfour Declaration was one of the greatest mistakes in our imperial history!" And analyst and historian Dr. Robert John wrote in The Journal of Historical Review, Winter 1985-6 (Vol. 6, No. 4.): "This is the game that Israel plays today, obtaining its military supplies, its high technology, and its billions of dollars from the pay packets of American workers, using the rivalry of the USSR and the USA. We should not allow ourselves to be made pawns in the games of others." British historian Doreen Ingrams searched for the motives of the British behind the BD, which search resulted in her book "Palestine Papers, 1917-1922. Seeds of Conflict". She hunted in government documents and thought that papers in the legacy of the key players Arthur James Balfour, Sir Mark Sykes, Chaim Weizmann, Nahum Sokolow and Lord Edmund de Rothschild could provide for greater clarity...

Robert John turned up with a new name: James A. Malcolm. In the same year when in Turkey the massacre among the Armenians took place (1916), this Armenian who lived in Britain explained to the British that their worldwide recruiting Jewish financial support for the British war efforts was perhaps not the most effective working-method. Sir Mark Sykes, a relative of Malcolm, established the contact with members of the British cabinet. Malcolm explained that they should make contact with the political Zionists, not with the Jewish bankers in Germany: "If Palestine is promised to the Zionists, the latter will surely pull the bankers on the line. The result will not only be that the financial funding will go towards Britain, but also that the Jewish bankers from Germany will transfer their business to the U.S., where they will manipulate the Americans to join with the British."

History proved Malcolm right. The big loser is Germany. With the departure of the Jewish bankers, the position of the remaining Jews in Germany and elsewhere in Europe deteriorated dreadfully, which ultimately led to the horrible Holocaust. If one wonders what prompted the Nazis to carry out this crime against humanity, perhaps here is one possible explanation. In her remarkable article "The Palestine Question in its true form", L.M.C. van der Hoeven-Leonhard (Libertas, Amsterdam) mentions complications that almost fit verbatim the above Malcolm narrative.

To draft a (Balfour) Declaration is a one thing; to implement it in political objectives in the Middle East is another. Still during the war, Great Britain and France tried to secure their interests in the region. In that context, the BD fitted poorly. Surely British promises to the Arabs for their support in fighting the Ottoman authorities clashed with commitments to the political Zionists. The Sykes-Picot Treaty, a Franco-British agreement on division of areas after the fall of the Ottoman Empire, made mention of the line Damascus-Hama. The territory west of this line, now Lebanon, where France had interests, would be excluded from the Arab awards. After the Treaty of Versailles (1919), which entailed very humiliating terms for Germany, the promises to the Arabs had to be fulfilled. Independence was the key and one Arab country after another appeared on the newly drawn maps. Straight boundaries demonstrate how arbitrarily they were drawn. But the key question here is: how to find a way to reconcile the conflicting interests of Arabs and political Zionists?

It was up to the British, to whom the League of Nations had assigned a Mandate for Palestine, to appease the Arabs on the issue of the 'Palestine' bleeding. By now we know that this tour de force was too high, however in the period 1922-1947 virtually no means was shunned to level the irreconcilable aspirations. However cunningly the British operated, the Arabs, through Hussein, the Sharif of Mecca, and his son, Prince Faisal, did not accept the line Damascus-Hama to indicate that this meant the land of Palestine, so coveted by the political Zionists. As a consequence, the attempt to appease the Arabs was doomed to fail. For the latter considered Palestine Islamic territory (Dar al-Islam), within which people of other faiths could live - Jews and Christians - but without being granted or allowed political independence. As a result, the partition of Palestine by the UN (1947) could not be accepted, and consequently it came to combat operations, when David Ben-Gurion et al. on May 14, 1948 unilaterally proclaimed the independent state of Israel.

In all these events it were primarily members of the non-Jewish communities in Palestine who paid the piper. The British were masters in playing the political game: blaming the victim. When they disappeared from the Palestinian scene on May 15, 1948, the status of the territory that the UN had recommended as an Arab State fell in a vacuum, while the political Zionists succeeded in having it all their way in the Jewish State, with the state of Israel as an interim result! And like their British masters, also these political Zionists, now adorned with the beautiful name Israeli Defense Forces (IDF), knew how to perform the blaming the victim game down to utter perfection.

(this article was first published in Dutch – under the same English title - on May 5, 2010. With the appearance of this translated version the Dutch version was rebaptized as "De Balfour Declaratie van 1917, een analyse".)

zondag 13 februari 2011

Als fatsoen op de tocht komt te staan...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 2: recente karakteristieke trekjes rond het Israël-Palestina conflict


De partijen in het Israël-Palestina conflict liggen al 63 jaar met elkaar in de clinch. Al die tijd kon Israël naar wens functioneren, terwijl de Palestijnen in een volstrekt tegengestelde positie verkeren. Het is vooral het Westen dat Israël laat wegkomen met praktisch alle overtredingen op internationaal-rechtelijk gebied. Denk aan het bezet houden van Palestijns grondgebied én de bouw van wederrechtelijk joodse nederzettingen dáár. Israël-adepten redeneren hierbij als volgt: 'Als de Palestijnen VN-AV-resolutie 181-II van november 1947 hadden aanvaard, zoals de Zionistische Organisatie bij monde van David Ben-Gurion deed, dan hadden ze al 63 jaar een eigen Palestijnse staat gehad.' Een simplistische, en/of naïeve gedachte die een sterke mate van wishful thinking vertoont, én die van geen kant klopt. De stap van Ben-Gurion c.s. destijds hield 'aanvaarding' van 181-II in, ofwel een schíjn-aanvaarding. Het bewijs voor deze stelling leveren de politieke zionisten zélf, na de Zesdaagse Oorlog: door de bezette Westelijke Jordaanoever en de Gaza-strook níet aan de Palestijnen te laten.

Dit nu al 43 jaar bestaande bewijs wordt dagelijks met nieuwe elementen gestaafd. Het halfhartige Westen merkt met de regelmaat van de klok wél op dat de Israëlische bezetting en dito bebouwing in strijd zijn met het internationaal recht, maar... laat het daarbij. Zolang het Westen met zo een laffe houding denkt weg te komen, krijgen begrippen als ethiek en democratie een ernstige knauw. Ooit krijgt het Westen de rekening gepresenteerd, zoals dat ook met déze! staat Israël het geval zal zijn. Met 'déze!' wordt gewezen op de mogelijkheid van een ánder Israël, een Israël dat wél open staat voor de Palestijnse legitieme aanspraken, op dezelfde basis als die voor Israël zelf: VN-AV-resolutie 181-II en alle overige relevante VN-resoluties van zowel de Algemene Vergadering als die van de Veiligheidsraad. Daarmee worden dán drie vliegen in één klap geslagen: de ethisch-morele factor verkrijgt momentum, het internationaal recht de ruimte, en de democratische richtlijn toepassing. Tel uit je winst. In plaats van holle retoriek, fatsoenlijke spijkers met koppen...

Hoewel het Israëlisch-Palestijnse conflict regelmatig in de media aan de orde komt, is de kennis van de achtergronden óf gering, óf zeer eenzijdig. Of NRC Handelsblad maatgevend is voor wat kranten in Nederland erover brengen, is moeilijk te meten. In ieder geval brengt dit blad bijna dagelijks wel iets over Israël en/of de Palestijnen, over een Arabisch land, of over zaken die samenhang vertonen met dit niet aflatende conflict. Op zaterdag 2 oktober 2010 kwam NRC-H uit met een kopie van de voorpagina van 40 jaar geleden, donderdag één oktober, 1970. Van de acht afzonderlijke berichten op die 40 jaar oude voorpagina gaan er drie over aan het Midden-Oosten gerelateerde feiten:
  • 'de vrijlating door Europa van zeven Palestijnse commando's, onder wie Leila Chaled',
  • 'de begrafenis van wijlen president van Egypte, Gamaal Abd Al-Nasser', en
  • 'het uiteen vallen van het (Nederlandse) Palestina-comité'.
Op de andere pagina Buitenland (2/10/2010) staat het bericht: 'Afgezant VS bereikt niets in M-Oosten JERUZALEM, 2 OKT'. Die afgezant (van Obama) is George Mitchell, en zijn poging Israëlische en Palestijnse leiders te bewegen het vredesoverleg overeind te houden, mislukte. Een typerende afspiegeling van de wijze waarop dit blad de wederwaardigheden rond dit thema probeert te brengen.

Soms gaat NRC-H faliekant in de fout. Op 29 oktober 2010 publiceert het een artikel van Guus Valk over de terugkeer in de Israëlische politiek van de radicale Kach-beweging [1]. In een kader schrijft Valk over de aanslag die Baruch Goldstein [2] op 26 februari 1994 pleegde op biddende moslims in de grot van Machpella te Hebron. Daarop werd de Kach-partij verboden en uit de Knesset gezet. Valk schrijft daarover: 'Dat gebeurde nadat Kach-aanhanger Baruch Goldstein in Hebron 29 Palestijnen doodgeschoten had, waarna hij zelf werd vermoord.' Sic. Ik stuurde een korte ingezonden brief naar de redactie met de opmerking dat Guus Valk de zaken verkeerd had voorgesteld: Goldstein vermoordde 29 moslims, waarop (andere) Palestijnen hem wisten te doden. En ik wees op de curieuze omstandigheid dat bij dit gewelddadige voorval een ón-joodse daad werd begaan door een Jood en een jóódse daad door niet-joden. Per kerende post ontving ik het standaard antwoord van NRC-H dat ik inmiddels wel kan dromen: uw brief wordt niet gepubliceerd, aanbod is (te) groot, de beschikbare ruimte (te) klein. Tot eer van Valk strekt dat hij wel vermeldde dat het graf van Goldstein nog altijd een bedevaartsoord voor aanhangers van de Kach-beweging [is].

Zo royaal Nederlandse dagbladen ingezonden brieven online publiceren, ook als die kritisch t.a.v. Israël zijn, zo bekrompen zijn de meeste als het om ingezonden brieven naar hun reguliere brievenrubriekgaat. Mijn archief puilt uit van niet-gepubliceerde exemplaren, waar een schijntje aan gepubliceerde tegenover staat.

Nog een laatste feitje... Israël-adepten laten zelden na, misprijzend te wijzen op het feit dat de Palestijnen hun helden vereren, terwijl die in hun ogen niets anders dan moordenaars zijn. Je zou, als het om fatsoen gaat, verwachten dat als het Israëlische moordenaars betreft, van verering geen sprake zou zijn, maar een dergelijke verwachting zit er volstrekt naast. Het zou van hypocrisie getuigen als hier beweerd zou worden dat dit vreemd is; zo zitten die zaken nu eenmaal in elkaar, hoe pijnlijk dit ook moge zijn. Men kan er dán maar beter het zwijgen toe doen...

Voor nuchtere waarnemers is het niet zo moeilijk vast te stellen dat het met de reputatie van dít Israël, als moreel-ethische staat, snel bergafwaarts gaat. Toch zijn er nog velen die dít! Israël huizenhoog de hemel in prijzen en van een ongekend succesverhaal durven spreken. Hiervoor hanteer ik de stelling dat het met de mentaliteit van de laatsten maar droevig gesteld is. Overigens is aan Palestijnse kant ook niet alles koek en ei. Ondanks de uiterst asymmetrische verhoudingen, is een evenwichtige benadering in deze imperatief. Van doorslaggevend belang is te wijzen op de volstrekte noodzaak van positieve initiatieven van beide zijden. Daarbij is volgens mij de VN-Twee-Staten-constructie als voorlopige regeling, de sleutel naar een definitieve oplossing. Verantwoordelijk voor het geheel is het Westen - en zeker niet alleen de VS - dat vanaf 1917 t/m 1947 de euvele moed had de Palestijnen op te schepen met een probleem waarvoor het zelf geen oplossing had kunnen aandragen. Dat het nu, naar het schijnt, de politieke zionisten wil laten wegkomen met notabene de volledige buit, is een daad van onfatsoen die zijn weerga niet kent...

[1] Wikipedia: “Kach
[2] Wikipedia: “Barach Goldstein

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël -Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
     

donderdag 10 februari 2011

Als fatsoen op de tocht komt te staan...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 1: de voorgeschiedenis


Wie kan nog aan de indruk ontkomen dat het moderne Israël - de Joodse staat die zich sinds 14 mei 1948 manifesteert en 11 mei 1949 lid van de VN werd - steeds meer in de problemen raakt? Zal Israël er in slagen zijn (vermeende?) reputatie als democratische rechtsstaat in stand te houden, en als een fatsoenlijk land over te komen?

Dat deze vragen wrevel (of erger) oproepen vanwege de brutaliteit Israëls integriteit ter discussie te stellen, mag wel worden aangenomen. Toch is het met de reputatie van Israël in de ruim 62 jaar van zijn bestaan alleen maar bergafwaarts gegaan. De wijze waarop dít land hautain afrekent met kritiek op zijn doen en laten kan immers alleen onverbeterlijke apologeten van déze Joodse staat ontgaan. Voor eventuele “schoonheidsfoutjes” wordt de vijand verantwoordelijk gesteld, en kritiek al snel als antisemitisch afgedaan. Als Israël al moet toegegeven dat het fouten maakt, dan volgt daarop zonder uitzondering een niet over het hoofd te zien: máár... Dit vormt een van de zwakke plekken in dit politiek-zionistische project: blaming the victim, en proberen diens helpers voor schut te zetten. Een oeroud principe, dat enkel op korte termijn werkt, en met ethiek en fatsoen niets van doen heeft.

Door toedoen van de politieke zionisten zelf, is de staat Israël een product van internationale bemoeienis. Het verwijt dat de wereld zich teveel met Israël bemoeit, snijdt dan ook geen hout. Van meet af aan werd voor de onderbouwing van het politiek-zionistische project - waarvoor Der Judenstaat [1], het pamflet van Theodor Herzl, mede model stond - een beroep gedaan op publiek-internationaal recht. Die hoeksteen lag natuurlijk niet voor het oprapen, nee, er moest hard voor geknokt worden. Een andere hoeksteen komt hierna aan bod. In het (korte) bestek van dit artikel volsta ik met relevante trefwoorden, waar nodig met enige aanvulling.

Eerst werd aangeklopt bij de Hoge Porte [2], de politieke leider van het Ottomaanse Rijk met zetel in Constantinopel (Istanbul). Tevergeefs. Toen na diens ondergang de overwinnaars van WO-I, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de VS, hun zeggenschap opeisten in het Midden-Oosten, verzetten de politieke zionisten hun bakens. Met vooruitziende blik voerden de politieke zionisten al in 1916 overleg met (a) de Britten (met de Balfour Verklaring [3] van 1917 als resultaat). Na de oorlog, die (pas) in 1918 eindigde, volgden (b) de Vredesconferentie van Versailles (1919), (c) die van San-Remo (1920) en, vanwege het Mandaat voor Palestina aan de Britten, (d) de Volkenbond (1922). Gevoegd bij de grote instroom (Oost-)Europese joodse pioniers (Olim) naar Palestina, die enthousiast aan de bouw van nederzettingen begonnen, maar zich afzijdig hielden van de overwegend islamitische gemeenschappen, ligt de oorzaak van gespannen verhoudingen voor het grijpen.

Tot het moment waarop in de VN een twee-derde meerderheid bereikt werd voor resolutie 181-II, een aanbeveling tot het verdelen van Palestina (1947), liepen die gespannen verhoudingen tussen de niet-joodse gemeenschappen en de Olim steeds verder op. Palestina leek wel een heksenketel. Dat leden van de oorspronkelijk joodse gemeenschap in Palestina het gevoel kregen zich tussen twee vuren te bevinden, mag op het conto worden geschreven van het gedrag van die afstandelijke, zo niet arrogante Olim. De vraag dringt zich op of men wel kan spreken van fatsoen en ethisch-moreel gedrag als arrogantie daaraan ten grondslag ligt. Om als toekomstige Joodse staat te kunnen functioneren binnen de Westerse landengemeenschap is - volgens de politieke zionisten - een democratische bestuursvorm noodzakelijk. Daarmee komt die andere noodzakelijk geachte hoeksteen aan bod. Telkens als (een poging tot) het verdedigen van Israël aan de orde is, wordt naar voren gebracht dat dit land een democratie, sterker nog, de énige democratie in het hele Midden-Oosten is.

Weer dringen zich vragen op. Wat was er nu eigenlijk democratisch aan het Mandaat voor Palestina dat de Volkenbond aan de Britten verstrekte? En wat aan de in de Algemene Vergadering van de VN bekokstoofde arbitraire aanbeveling tot verdeling van Palestina in een Joodse Staat, een Arabische Staat, en een corpus separatum [4] voor Groot-Jeruzalem? Een volksraadpleging ging er niet aan vooraf. En democratie houdt scheiding van kerk en staat in, een essentiële voorwaarde waaraan dít Israël niet voldoet. Wijzen op overeenkomstige tekortkomingen aan Palestijnse kant houdt geen steek. De oorspronkelijk joodse en niet-joodse gemeenschappen in de Palestijnse regio initieerden geen plannen voor een eigen staat, anders dan in de overige landen in de regio. Zonder het politiek-zionistische project zou het streven naar een zelfstandige Palestijnse staat nimmer van de grond zijn gekomen.

De Palestijnse regio maakte destijds als een soort provincie deel uit van een gebied dat globaal als Syrisch-Arabisch bestempeld kon worden. Zonder het wezensvreemde politiek-zionistische gedram zou aan de joodse gemeenschapsstructuur in dat gebied naar alle waarschijnlijkheid weinig of niets veranderd zijn. In elk geval zullen critici van die islamitische dhimmi [5]-structuur van goeden huize moeten komen om er een negatief effect aan toe te kunnen schrijven, vergelijkbaar met de wijze waarop in het christelijke Europa met de joden werd gesold. Hoe het ook zij, democratisch gedachtegoed introduceren in traditoneel bestuurde gebieden kan een uitstekende zaak zijn, maar daarbij kortzichtig eigenbelang demonstreren is contraproductief, dus in strijd met die introductie.

Nog één geliefde anti-Palestina kreet: 'Er heeft nooit een Palestijnse staat bestaan.' Met als kwalijke achterliggende gedachte dat er ook nú geen behoefte aan is. 'Er is immers geen enkele noodzaak voor een onafhankelijke Palestijnse staat, ten westen van de Jordaan...?' Kennelijk maakt bewondering of liefde voor de Joodse staat Israël, mensen blind voor realiteiten. In de geschiedenis van de mensheid biedt het fenomeen van een eigen gebied, land, staat, een fluctuerend beeld. Afhankelijk van economische of politieke ontwikkelingen, of ordinaire bezitsdrang, kwamen staten of landen op en verdwenen ze weer. Eén factor was of is daarbij tamelijk constant: wordt een gemeenschap zijn hang naar zelfstandigheid ontzegd, dan wordt het verwerven daarvan een heilig doel, en die wetmatigheid gaat niet alleen op voor (de) Joden, maar ook voor (de) niet-joodse Palestijnen. En zo werd en wordt in het geval van de Palestijnen die hang naar een eigen staat nog eens in de hand gewerkt door het optreden van de politieke zionisten zélf...

Gegeven de internationale bemoeienis met dit onheilige conflict - gevolg van het onhaalbare en niet-realiseerbare politiek-zionistische project - zal de internationale gemeenschap, in casu de VN, beide partijen op basis van gelijkheid aan hun trekken moeten laten komen.

[1] Wikipedia: “Der Judenstaat
[2] Wikipedia: “Verheven Porte
[3] Egbert Talens: “The Balfour Declaration revisited
[4] Wikipedia: “Corpus separatum
[5] Wikipedia: “Dhimmi

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël -Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
    

zondag 17 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 3 - van het mislukte Britse Mandaat tot de gedwarsboomde bemoeienis van de Verenigde Naties

                              Tijdens de Operatie Cast Lead in Gaza op 12 januari 2009 verwoeste moskee
                              (foto: ISM Palestine)

De delen 1 en 2 van “Het vredesproces …” vormen een tamelijk lange maar essentiële aanloop naar het topic van deze trilogie: het vredesproces, dat een 'vredesproces' is... Het onuitvoerbare Britse Palestina-mandaat belandde na WO-II op het bordje van de opvolger van de Volkenbond, de Verenigde Naties. Ook deze instantie kon slechts een lapmiddel produceren voor iets wat in essentie onuitvoerbaar is. Op 29 november 1947 werd in de Algemene Vergadering van de VN een twee-derde meerderheid geconstrueerd voor resolutie 181-II, welke een aanbeveling inhield tot het opdelen van Palestina, in casu het gebied tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee; ofwel het huidige Israël, de Gaza-strook, en de Westelijke Jordaanoever.

Zoals met de Balfour Declaratie en met het Volkenbond Palestina-mandaat, lag ook nu een volksraadpleging niet aan deze VN-AV-resolutie ten grondslag, waarmee het theater van dit 'democratische prutswerk' verklaard moge zijn; èn de dramatische gevolgen, die tot op de huidige dag voortduren [1]. Dramatisch voor de Palestijnse bevolking in het Midden-Oosten; want het Westerse troetelkind Israël kan straffeloos zijn gang gaan, zodat vele Israël-adepten en/of -apologeten van een ongekend succes durven spreken, daar het gros van de joodse inwoners van Israël zich er prima thuis voelt; vrede of geen vrede. 'Moeten die stomme Palestijnen maar eens ophouden met hun idiote verzet.' Juist: blaming the victim...

Op 14 mei 1948 wordt in Tel-Aviv de joodse staat uitgeroepen, en de naam ervan zal zijn: Israël ...

Volgens het eerste fragment uit Paul Witteman’s “De Schande van Gaza” - “De Geschiedenis van Gaza” deel 1” vielen de dag erna de legers van vijf Arabische landen Israël binnen. Maar niet één Arabische soldaat heeft ook maar één voet op Israëlische bodem gezet, dus klopt die observatie niet, zoals op vele andere punten. [Het noemen van 15 mei als stichtingsdatum van Israël is - behalve oerstóm - volstrekt onbetekenend.] De enorme explosies die dit fragment toont, waren allemaal het werk van joodse verzetsgroepen; verzet tegen de Britten, die (nóg) niet genoeg voor de joodse belangen opkwamen. Eigenlijk worden er in het eerste fragment slechts drie correcte uitspraken gedaan; het overige commentaar is door onvolledigheid uiterst aanvechtbaar.

Het tweede fragment uit Paul Witteman’s “De Schande van Gaza” - “De Geschiedenis van Gaza” deel 2” is veel reëler, maar ook hier hadden opmerkingen over o.a. de PLO veel punctueler moeten zijn. Waarom blijven essentiële - voor de Palestijnen gevoelige - punten altijd onbenoemd, waar zulke subtiele zaken aan joodse kant er wél toe schijnen te doen. Ook op dit punt dus meten met twee maten. De oorlog van 1967 is helemaal het toppunt van misleiding van de publieke opinie. Zestien jaar van voorbereiding aan Israëlische kant ging eraan vooraf. Elke Israëlische voorstelling van zaken aangaande aanvallen van Arabische kant, zinkt in het niet bij een juiste en onpartijdige analyse van de Zesdaagse Oorlog [2].

Het artikel “History of failed peace talks” van 26 november 2007 van BBC News geeft een interessant chronologisch overzicht van de mislukte MO-vredesprocessen. Want is het niet uitermate triest vast te moeten stellen dat vier instanties - die internationaal als machtige en invloedrijke lichamen gelden - de nota bene door hen zelf geconstrueerde resolutie 181-II ter verdeling van Palestina, niet gerealiseerd kunnen krijgen? Daarmee verworden deze als vredesproces voorgestelde besprekingen tot het opvoeren van een show dan wel tot een misleidende en ridicule aangelegenheid, waar gezond denkende mensen hun ogen niet langer bij droog kunnen houden; of vanwege het huilen, of vanwege het lachen; over zóveel ongehoorde volksverlakkerij...

Noten
[1] Zie 'Een bijzondere relatie...' Hoofdstuk 4
[2] idem Hoofdstuk 9

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”.Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

zaterdag 16 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 2 - het Britse Mandaat van de Volkenbond na de val van het Ottomaanse Rijk


Weizmanns organisatie slaagde er niet alleen in Duits-joodse bankiers voor het Verenigd Koninkrijk te winnen, hij wist ook de VS aan de zijde van de geallieerden te krijgen. Met een list waarbij een Amerikaans schip, de Sussex, betrokken was - het tot-zinken-brengen ervan door Duitse duikboten was gefingeerd - ging president Wilson overstag, en hij verklaarde Duitsland april 1917 de oorlog. Dit leverde de gealllieerden mede de overwinning op, en het verdelen van de oorlogsbuit kon beginnen. Dat de Reus op Lemen Voeten - het Ottomaanse Rijk - met deze oorlog aan zijn eind was gekomen zou enorme gevolgen hebben voor de gebieden waarover de Ottomanen vierhonderd jaar de scepter hadden gezwaaid. Zelfstandigheid lag in het fraaie verschiet; had het koloniale tijdperk immers niet zijn langste tijd gekend...? In Palestina, deel uitmakend van die gebieden, heersten identieke gevoelens. Maar ... de grote instroom olim - met heel andere politieke opvattingen en nabuurlijke ideeën dan de autochtone Joden die er al eeuwen woonden - én de cryptische Balfourverklaring, joegen de overwegend islamitische inwoners van de Mutasarriflik Jeruzalem, en die van het zuidelijke deel van de Vilayet van Beiroet, Sanjak van Nablus genaamd, de stuipen op het lijf.

Sussende beloften van Britse kant aan de Arabische leiders en notabelen, contrasteren sterk met de ontwikkelingen op de grond; wat (de) niet-joodse gemeenschappen niet dagelijks moeten ondergaan aan treiterijen van de kant van hautaine olim, en gelaten moeten aanzien hoe de Britten joodse instanties steeds meer faciliteren en voorzieningen laten treffen die enkel hun, joodse, belangen dienen. Het lokt zelfs kritiek uit van de kant van de Joden die er al van generatie op generatie wonen. Palestina wordt het toneel van agressieve acties over en weer. Onder alle lagen van de bevolking vallen slachtoffers, ook dodelijke...

Met de Vredesconferentie van Versailles (1919) wordt het er niet beter op, als het om zaken gaat die de niet-joodse gemeenschappen in Palestina betreffen. Westerse diplomaten deden tal van toezeggingen ten gunste van de ontwikkeling van het Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk. Duitsland werd door deze conferentie tot de bedelstaf veroordeeld, wat anti-joodse gevoelens deed aanwakkeren. In dat licht is het opmerkelijk dat er toch nog sprake was van onderhandelingen tussen Duitsland en vertegenwoordigers van de Zionistische Organisatie waarbij ondersteuning van het pzp aan de orde was. Daaraan zou echter een fataal einde komen...

In 1919 werd ook de Volkenbond, of Volkerenbond, opgericht. VS-president Woodrow Wilson initieerde de oprichting, maar de VS werd zelf geen lid.

Deze vermelding houdt verband met het feit dat de Volkenbond aan de Britten een Mandaat verstrekte om Palestina klaar te stomen tot zelfbestuur, dan wel tot zelfstandigheid. Een voorgekookte maatregel, van de kant van Westerse mogendheden, waarbij men uitging van wat de Zionistische Organisatie en andere joodse instanties met Palestina voor hadden. Van Palestijns-Arabische kant werd met kracht geprotesteerd tegen deze arbitraire ingreep, maar ook toen al hadden de politieke zionisten Westerse politici zozeer in hun greep, dat de laatsten toegaven waar zij - als lid van de Westerse vrije wereld - eigenlijk voor internationaalrechtelijke én democratische richtlijnen hadden moeten dúrven gaan...

Dát is exact het kenmerk van Israëlisch-Palestijnse conflict: coûte que coûte een in democratische en internationaalrechtelijke zin onbestaanbaar bestel in stand dóen houden, waardoor het door de Westers georiënteerde landen negeren, dan wel glad strijken, van de ondemocratische en de onmiskenbaar met-internationaal-recht-strijdige handelingen van déze staat Israël wordt verklaard... Ónbestaanbaar, tenzij... Tenzij een gekwalificeerde meerderheid van de joods-Israëlische bevolking ervoor kiest, het land te delen met dé niet-joodse gemeenschappen in Palestina-Israël.

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

vrijdag 15 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 1 - het politiek-zionistische project Der Judenstaat


Naar aanleiding van recente pogingen van VS-president Barack Hussein Obama, (de) onderhandelingen tussen Israëlische en Palestijnse vertegenwoordigers nieuw leven in te blazen, kwamen premier Benjamin Netanyahu (Israël) en president Mahmud Abbas (Palestijnse Autoriteit) begin september van dit jaar naar Washington, om de eerste stappen te zetten, in een reeks van besprekingen die tot een regeling van het uitstaande conflict moeten leiden. Daarbij waren ook de Egyptische president Mubarak en de Jordaanse koning Abdallah II aanwezig. En natuurlijk de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, en de speciale Amerikaanse afgezant voor dit conflict, George Mitchell. Omdat in het kader van deze besprekingen ook het Kwartet als deelnemer gold, waren vertegenwoordigers uit dat kamp op- dan wel on-opvallend afwezig. Een veeg teken?

Zó pregnant bepaalde dit conflict de laatste decennia mede de politieke kalender in de wijdere Midden-Oosterse regio - Irak, Afghanistan, Iran e.d. - dat zelfs de man in de straat er zijn zegje over meende te kunnen doen. En zózeer raken mensen ervan overtuigd dat voor dit conflict geen remedie bestaat, dat ze allengs afhaken als het ter sprake komt, soms met de loze kreet: vechten tegen de bierkaai... Voor politici bestaat deze vorm van schuwen van verantwoordelijkheid echter niet, en dus verschijnt 'het vredesproces' - dat die naam niet mag dragen, vandaar de leestekens - theatraal en met de regelmaat van de klok op de internationale Bühne, medelijdend of minachtend gadegeslagen door een steeds groter publiek, dat inmiddels beter denk te weten... Wat was, en is, hier éigenlijk aan de hand...?

Een lang verhaal zou hier moeten volgen over de ontwikkelingen, ofwel: het politieke spel dat verbonden is met de totstandkoming van de staat Israël. Een meer punctuele observatie in deze is: het politieke gekonkel, verbonden met het politiek-zionistische project (pzp) Der Judenstaat, waarvoor de in Wenen wonende Theodor Herzl in 1895 zíjn fundamenten legde. Maar het waren vooral Oost-Europese Joden die vanaf ca. 1860 een politieke beweging op gang brachten, met als doel een eigen joodse staat te stichten. 'Zionisme' werd de benaming voor die beweging; en hun ermee verbonden politieke project (pzp) moest internationaalrechtelijk (by public law) gegarandeerd worden. Wérk aan de winkel, dus...

Op het eerste Zionisten-Wereld-Congres (Bazel, 1897) vormde dit project het hoofdbestanddeel van de besprekingen. Om geen argwaan te wekken, werd in plaats van 'Joodse Staat' gekozen voor de term 'Nationaal Tehuis voor het Joodse volk'. Zes jaar later werd de uiteindelijke locatie ervoor vastgelegd: Palestina. Inmiddels waren vanaf 1880 tal van olim, joodse pioniers, al naar Palestina getrokken, vanuit de Bilu-beweging (Russische Joden, via Istanbul) en vanuit de Chibat-Zion-groepering (vanuit Pinsk).

Inmiddels is bekend dat dit project resulteerde in de staat Israël (1948). Niet als Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk, maar als Joodse staat. Bekend is ook dat dit gepaard ging met veel verzet van Palestijnse kant. Zou het zinvol kunnen zijn enkele stadia in dit project nog eens langs te lopen, bijvoorbeeld om uitleg van joods-Israëlische kant over een en ander nader te beschouwen en eventueel te ontkrachten? Ja, dus. Geijkte argumenten worden hierbij slechts terloops aangestipt, omdat die in debatten en discussies al overdadig aan de orde kwamen. Nuttiger kan het aanhalen van nog onbesproken facetten zijn. Voor hen die minder goed ingevoerd zijn in deze materie, geldt de video van Paul Witteman en overige bronnen bij deel 3 worden vermeld. Waar nodig voorzien van enig commentaar...

Voor de internationaalrechtelijke garantie van hun pzp richtten de politieke zionisten zich tot de Hoge Porte in Constantinopel/Istanbul. Vergeefs. Een volgende gelegenheid deed zich voor tijdens de Grote Oorlog (WO-I). De Britten, militair-economisch-financieel in een netelige positie, zochten steun bij joodse bankiers. Zonder succes. Een Britse Armeniër, James A. Malcolm, wees Sir Mark Sykes op een reëlere aanpak: "Probeer de Zionistische Organisátie voor jullie zaak te winnen. Als die interesse heeft, trekt zij die bankiers wel over de streep." De Zionistische Organisatie moet dit als een ´godsend´ hebben opgevat. Weizmann c.s. ´verlangde´ in ruil voor zijn bemiddeling 'enkel' een verklaring die hun project in Palestina zal faciliteren. De Britten gaan akkoord en op 2 november 1917 neemt hun regering de Balfour Declaration aan: 'His Majesty's Government view with favour...' enzovoort; drie clausules van twijfelachtig allooi, want listige formuleringen bevattend.

Wie de clausules napluist op dubieuze dan wel tweeslachtige formuleringen - de tweede clausule spant daarbij de kroon - komt mogelijk tot de conclusie dat er nogal wat mis mee is, maar dit geldt alleen voor wie niet aangestoken is door de 'éénzijdig-pro-Israël'-baçil. Mijn boek, hoofdstuk 2, bevat informatie over hoe de tekst van de Balfour Verklaring tot stand kwam. [1]. En ook het artikel “The Balfour Declaration revisited” wijdt hier de nodige aandacht aan.

Noten
[1] Zie 'Een bijzondere relatie...' Hoofdstuk 2

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

donderdag 14 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Een tamelijk onduidelijke titel, dan wel aanduiding voor een historische aangelegenheid van formaat. De kans is dan ook groot dat in dit geval de gedachten naar het Israëlisch-Palestijnse conflict zullen gaan, een conflict waarvoor maar geen bevredigende oplossing kan worden gevonden. Andere in dit verband veel voorkomende termen zijn het Midden-Oosten Vredesproces, de daaraan gekoppelde Routekaart voor de Vrede, en Het Kwartet dat bestaat uit de Verenigde Naties, de Verenigde Staten van Amerika, Rusland en de Europese Unie. Nu betrokkenen dezer dagen opnieuw bezig zijn om een regeling voor de controversiële verhoudingen in de Palestijnse regio te bewerkstelligen, komt ook de term ´vredesproces´ weer volop aan bod.

Wat volgt is een beschouwing in drie delen. Deel 1, met als titel “Het politiek-zionistische project Der Judenstaat” verschijnt morgen, de andere delen telkens een dag later.

Aan deel 1 gaat vandaag een video-opname van de VARA uitzending “De Schande van Gaza” van 16 januari 2009 - tegen het einde van de operatie “Cast Lead”, de bloedige Israëlische aanval op Gaza - vooraf. Daarin ontvangt Paul Witteman enkele deskundigen, die - mede aan de hand van (archief)fragmenten - de achtergronden van het Gaza-conflict toelichten en ingaan op de beleving van de strijd in Gaza door het Nederlandse publiek. De gasten aan tafel zijn: Eddo Rosenthal, woonachtig in Jeruzalem, oud-correspondent voor het NOS Journaal; Bertus Hendriks, Midden-Oosten-deskundige; Jacqueline de Bruijn, politicoloog en communicatiewetenschapper. Anders dan de begeleidende tekst op de VARA-site vermeldt verschijnt Ronny Naftaniel (directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël - CIDI) niet in de aangekondigde “filmische bijdrage”.

Er is veel belangstelling voor dit onderwerp, niet in de laatste plaats in Nederland. Men oordeelt dan vooral op basis van de meestal losjes geformuleerde, stereotiepe, vaak gekleurde en soms ronduit onjuiste informatie die de media aandragen. Vandaar dat deel 3 van mijn trilogie de uitzending van Paul Witteman van enig commentaar voorziet.


Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”.Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

woensdag 5 mei 2010

De Balfour Declaratie van 1917, een analyse

(auteur: Egbert Talens)

De Balfour Declaratie van 1917 (hierna: BD), had een overeenkomstige resolutie van het VS Congres van 30 juni 1922 tot gevolg en maakte, na de teruggave van het Britse Volkenbond-mandaat aan de VN in 1947, de stichting in 1948 van de staat Israel mogelijk. Zo ontstond het conflict Israel-Palestina. Hoe lieten machtshebbers zich destijds beïnvloeden door de politieke zionisten? Mag de wereld, nu dit conflict maar blijft voortsudderen, geen vraagtekens zetten bij de uitgangspunten en doelstellingen van de politieke zionisten voor een Joodse staat? Bijna honderd jaar na deze BD is de situatie in de regio Palestina nog steeds chaotisch. Wie kan onverschillig blijven voor de ´leef´-omstandigheden van "bestaande niet-joodse gemeenschappen" in en nabij die regio?

De BD is waarschijnlijk het merkwaardigste document ooit door een regering opgesteld. Zij kreeg gestalte in een brief van de regering van de Britse koning George V aan bankier en Hogerhuis lid Lord Rothschild, en luidt: 'His Majesty's Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country". In de literatuur blijft het meestal bij de eerste strofe van de BD. Voor mijn analyse verdeel ik de BD in clausule 1 (geel), 2 (grijs) en 3 (groen). Het concept werd grotendeels opgesteld door de politieke zionisten zélf.

De meeste discussie over clausule 1 ontstond over het begrip 'nationaal tehuis'. Bewust werd het begrip 'staat' vermeden. Als het aan de zionistische opstellers had gelegen, zou over bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina met geen woord zijn gerept, nóch over de status van Joden in enig ander land (dan Palestina). In clausule 2 gaat een wereld aan volksverlakkerij schuil. Zo wordt gesuggereerd dat "non-Jewish communities in Palestine" een minderheid vormen. Rond 1917 echter maken Joden minder dan 10% van de bevolking uit. De woorden "civil and religious rights" duiden erop dat (de) niet-joodse gemeenschappen geen aanspraak kunnen maken op politieke rechten. Het ontbrekende woordje "de" voor "existing non-Jewish communities", dat in een oorsprónkelijke tekst wél voorkwam, maakt de weg vrij voor juridische haarkloverijen. Clausule 3, met de politieke status als kernthema, moest erbij omdat leidende Britse Joden in hun maag zaten met de BD. Men koos dus voor "the rights" van Joden in enig ander land, en niet van "civil and religious rights", zoals in clausule 2 aan "non-Jewish communities in Palestine" worden toegekend.

Hoe bekijken anderen de BD? De Britse historica Elizabeth Monroe schreef : "Measured by British interests alone, the Balfour Declaration was one of the greatest mistakes in our imperial history!" En in The Journal of Historical Review, Winter 1985-6 (Vol. 6, No. 4) schreef analist en historicus Dr. Robert John: "This is the game that Israel plays today, obtaining its military supplies, its high technology, and its billions of dollars from the pay packets of American workers, using the rivalry of the USSR and the USA. We should not allow ourselves to be made pawns in the games of others." De Britse historica Doreen Ingrams speurde naar de drijfveer van de Britten achter de BD, met haar boek Palestine Papers, 1917-1922. Seeds of Conflict als resultaat. Zij snuffelde in regeringsstukken en dacht dat documenten in de nalatenschap van de belangrijkste spelers Arthur James Balfour, Sir Mark Sykes, Chaim Weizmann, Nahum Sokolow en Lord Edmund de Rothschild voor nog meer duidelijkheid konden zorgen…

Robert John komt met een nieuwe naam op de proppen: James A. Malcolm. In hetzelfde jaar dat in Turkije de slachting onder de Armeniërs plaats vindt (1916) wijst deze in Groot-Brittannië wonende Armeniër de Britten erop dat het wereldwijd verwerven van Joodse ondersteuning voor de Britse oorlogsinspanningen niet de beste werkwijze is. Sir Mark Sykes, een familielid van Malcolm, brengt het contact met Britse kabinetsleden tot stand. Malcolm maakt duidelijk dat zij contact moeten zoeken met de politieke zionisten, niet met de Joodse bankiers. Als Palestina aan de zionisten wordt beloofd zullen dezen de bankiers wel over de streep trekken. De geldstroom gaat dan niet alleen richting Groot-Brittannië, ook zullen de Joodse bankiers vanuit Duitsland naar de VS trekken, waar zij de Amerikanen zullen bewerken om zich aan te sluiten bij de Britten.

De geschiedenis geeft Malcolm gelijk. De grote verliezer is Duitsland. Met het vertrek van Joodse bankiers gaat de positie van de overige Joden in Duitsland en elders in Europa er vreselijk op achteruit, wat uiteindelijk leidt tot de afgrijselijke Holocaust. Als men zich afvraagt wat de Nazi's tot deze misdaad tegen de menselijkheid heeft aangezet ligt hier een, mogelijk dé verklaring. In haar opmerkelijk artikel “Het Palestina-vraagstuk in zijn ware gedaante” spreekt L.M.C. van der Hoeven-Leonhard (Libertas, Amsterdam) over verwikkelingen die bijna woordelijk bij het hierboven geschetste Malcolm verhaal overeenkomen.

Een (Balfour) Declaratie formuleren is één; deze implementeren in politieke doelstellingen in het Midden-Oosten is twee. Nog tijdens de oorlog probeerden Groot-Brittannië en Frankrijk hun belangen in die regio veilig te stellen. In die context paste de BD slecht. Britse beloften aan de Arabieren voor hun steun bij het bestrijden van de Ottomaanse autoriteiten botsten immers met toezeggingen aan de politieke zionisten. In het Sykes-Picot verdrag, de Frans-Britse overeenkomst over verdeling van gebieden na de val van het Ottomaanse Rijk, was sprake van de lijn Damascus-Hama. Gebied ten westen hiervan, het huidige Libanon waar Frankrijk belangen had, zou buiten de Arabische prijzen vallen. Na de vrede van Versailles (1919) die voor Duitsland zeer vernederende voorwaarden inhield, moesten de beloften aan de Arabieren worden nagekomen. Zelfstandigheid was het sleutelwoord en het een na het andere Arabische land verscheen op de nieuw getekende kaarten. Kaarsrechte grenzen geven de arbitraire werkwijze aan. Maar de kernvraag is: hoe werd in de Palestijnse regio een mouw gepast aan de botsende belangen van Arabische en politiek-zionistische kant?

Het was aan de Britten, aan wie een Volkenbond-Mandaat voor Palestina was toegewezen, om de Arabieren te apaiseren waar het de aderlating ´Palestina´ betreft. Dat die krachttoer te hoog gegrepen was weten wij inmiddels, maar in de periode 1922-1947 werd praktisch geen middel geschuwd om de onverzoenlijke standpunten te slechten. Hoe uitgekookt de Britten ook te werk gingen, de Arabieren bij monde van Hussein, de sharif van Mekka, en diens zoon prins Faisal, slikten de lijn Damascus-Hama niet als indicatie dat daarmee het door de politieke zionisten begeerde gebied Palestina was bedoeld. Daarmee was het paaien van de Arabieren tot mislukken gedoemd. Want Palestina werd door de laatsten als islamitisch gebied (dar al-islam) beschouwd, waarbinnen wel andersgelovigen kunnen wonen - joden en christenen - maar zonder dat aan hen politieke zelfstandigheid kan worden verleend of toegestaan. Het gevolg was dat de verdeling van Palestina door de VN (1947) niet kon worden aanvaard, en dus draaide het op gevechtshandelingen uit, toen David Ben-Gurion c.s. op 14 mei 1948 unilateraal de onafhankelijke staat Israël uitriep.

Bij dit alles betaalden vooral leden van dé niet-joodse Palestijnse gemeenschappen het gelag. Het blaming the victim werd door de Britten in optima forma ten uitvoer gebracht, en toen zij op 15 mei 1948 vertrokken, geraakte de status van het gebied dat door de VN als Arabische Staat was aanbevolen, in een vacuüm, terwijl de politieke zionisten erin slaagden in de Joodse Staat de zaken naar hun hand te zetten, met de staat Israël als voorlopig resultaat! En net als hun Britse leermeesters, wisten ook deze politieke zionisten, nu getooid met de fraaie benaming Israeli Defense Forces (IDF) het blaming the victim tot in uiterste perfectie uit te voeren.

De Nederlandse publicist Egbert Talens is auteur van het boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.

Dit artikel verscheen eerst onder de titel “The Balfour Declaration revisited”. Het werd 9 mei 2011 omgedoopt naar “De Balfour Declaratie van 1917, een analyse” nadat op dezelfde datum een Engelstalige versie verscheen.

donderdag 1 april 2010

Het conflict Israël-Palestina

Samenvatting van de ontwikkelingen in de regio Palestina gedurende de laatste anderhalve eeuw
(auteur: Egbert Talens)

Deel 3: het lot van de niet-joodse gemeenschappen en het gebied waar Israël recht op heeft

Over het vraagstuk van de gevluchte of verdreven Palestijnen bestaan vele bronnen. Dat Israël hier een verantwoordelijk draagt mag men op gezag van Benny Morris en Ilan Pappé aannemen. Waarschijnlijk komt de term “verdreven” het meest in aanmerking. Vanaf Herzl werd er immers over gesproken om de niet-joodse gemeenschappen het land uit te zetten. Ben-Gurion sprak over “transfer”. Op de vraag van generaal Yigal Allon en kolonel Yitzhak Rabin wat te doen met de Arabieren volstond premier Ben-Gurion met een energiek wegwerp-gebaar, naar verluidt met de gemompelde woorden garesh otam (verdrijf ze). Als Israël part noch deel had aan het wegtrekken van de niet-joden, waarom stonden de Israëlische autoriteiten hen dan niet toe naar hun woonsteden terug te keren? Golda Me'ir spreekt zichzelf op dit punt tegen. Enerzijds haar bewering dat de Palestijnen op het strand bij Haifa met klem werd verzocht te blijven waar ze waren, anderzijds haar uitspraak: “de Palestijnen bestaan helemaal niet".

Een Joodse staat, publiekrechtelijk gegarandeerd, ziedaar het politiek-zionistische project; op het Zionistische Congres in 1897 omarmd. Toen kwam de 'Britse' Balfour Declaratie van 1917. Daarna schreef de Volkerenbond met het Britse Palestina-mandaat in 1922 het volgende hoofdstuk. Door de nationaal-socialistische ontwikkelingen in Duitsland op de Europese publieke Bühne, kwam Palestina nog maar sporadisch over het voetlicht. In 1945 namen de Verenigde Naties de plaats in van de gesneuvelde Volkerenbond. Nu zadelen de Britten de VN op met hun Palestina problemen inclusief de 'Britse' Balfour-observatie: "de inrichting van een nationaal tehuis in Palestina voor het Joodse volk te faciliteren". Een onhaalbaar gebleken opdracht... Er restte de Britten niets anders dan hun Palestina-opdracht aan de VN terug te geven (2 april 1947). Op 15 mei 1948 trekken ze zich uit de Palestijnse regio terug...

De VN vindt in geen enkele bestaande volkenrechtelijke instructie een antwoord op deze lastige materie. Er gaan stemmen op om het Internationale Gerechtshof (ICJ) in Den Haag om raad te vragen. De politieke zionisten, die vrezen dat de andere partij (de Palestijnen) daarmee macht verwerft, zijn mordicus tegen. Toch mislukt hun poging om overleg in de Algemene Vergadering (AV) hierover te blokkeren. Op 22 oktober 1947 buigt de AV zich over de vraag, het ICJ te vragen of het de VN bevoegd acht het Palestina-dossier te behandelen. Met het kleinst mogelijke verschil werd dit voorstel verworpen: 21 stemmen tegen 20, met 13 onthoudingen. Een beslissing die duidelijk in strijd was met de wensen van de meerderheid van de bevolking in Palestina.

Resolutie 181-II van 29 november 1947 is een aanbeveling van de Algemene Vergadering; en is dus niet bindend, willen sommigen waar hebben... De resolutie werd in Israël echter met gejuich begroet. Toen David Ben-Gurion 14 mei 1948 de Joodse Staat Israël uitriep werd in de Declaration of the Establishment of the State of Israel expliciet naar deze resolutie verwezen, met de uitleg dat die een oproep inhield tot het vestigen van een Joodse Staat in Eretz-Israel. Die uitleg, clausule no. 9, sluit met de woorden: deze erkenning door de Verenigde Naties van het recht van het Joodse volk hun Staat op te richten, is onherroepbaar. Wat opvalt is dat de Declaration wél spreekt over 'Eretz-Israel', een term die in resolutie 181-II niet voorkomt, maar zwijgt over de in de resolutie aanbevolen verdeling van Palestina in een Joodse Staat én een Arabische Staat. Nader te definiëren benamingen, overigens.

Resolutie 181-II verzoekt de Veiligheidsraad om de nodige maatregelen te treffen voor de uitvoering ervan. In dat proces werden de Palestijnen zelf nauwelijks gehoord; het Hoge Arabische Comité trad namens hen op. Toen duidelijk werd dat de westerse mogendheden in feite al klaar waren met de verdeling van Palestina, trok het Comité zich terug en weigerde nog verder mee te werken. Weliswaar een begrijpelijk besluit, maar politiek zeer onhandig, zo niet dom. Als Israël in 1949 bestandsakkoorden sluit met Libanon, Egypte, Jordanië en Syrië, blijkt dat Israël zich ca. 20% méér Palestijns gebied heeft toegeëigend, zodat nog slechts 22% van het voormalige Britse Mandaatsgebied Palestina resteert. De bestemming ervan is onduidelijk: koning Abdallah-I (Trans-Jordanië) heeft geheime afspraken met Ben-Gurion gemaakt en 'mag zich vestigen' op de Westelijke Jordaanoever; Egypte nestelt zich vrijpostig in de Gazastrook. Zijn de kaarten geschud? Allerminst. Met de Suez-crisis (1956) probeert 'Israël' de Westelijke Jordaanoever (Yesha) en de Gazastrook ('Aza) in Israëlisch bezit te krijgen; een premature bevrijdingsactie. Steekt ‘die domme’ president Eisenhower me daar toch een stokje voor...

In 1967 ontwaart Israël een door Gamaal Abd-al Nasser aangevoerd Egyptisch leger. Israël schildert ook dit treffen af als David (Israël) tegen Goliath. Onafhankelijke studies over de Zesdaagse Oorlog melden dat de krachtsverhoudingen in werkelijkheid nauwelijks uiteenliepen. En een Israëlische luchtmachtgeneraal liet zich ontvallen dat deze oorlog 16 jaar was voorbereid. Alles duidt erop dat 'Israël' in 1967 de politiek-zionistische doctrine ten uitvoer bracht. Israël had kunnen bewijzen dat aanvaarding van 181-II gemeend was geweest door het gebied, dat na de verdrijving van Jordanië en Egypte was vrijgekomen, aan de Palestijnen te laten. Maar Israël blijft zitten waar het zit: in Yesha (Judea en Samaria), in 'Aza (Gaza) en in Oost-Jeruzalem! Waarmee het 181-II herroept, wat weer haaks staat op de eigen Declaration of the Establishment of the State of Israel. Ruim vijf jaar nadat Ben-Gurion de Declaration uitsprak, geeft hij tegenover de New York Times te kennen dat VN-AV-resolutie 181-II null and void is.

De internationale gemeenschap hanteert o.a. Veiligheidsraad resolutie 242: Israël moet gebieden, bezet tijdens het jongste conflict ontruimen. Israël interpreteert 242 aldus: 242 wijst naar ‘gebieden’, niet naar ‘de gebieden’. Ja, maar Israël c.s. hanteert in dit verband óók, en wel nadrukkelijk, de term Zesdaagse Oórlog, en de preambule van 242 (ook nadrukkelijk) zegt: het zich toeëigenen van gebied door middel van óórlog is (o zo) ontoelaatbaar...

Interessant om vast te stellen dat resolutie 242 de betekenis van 181-II opwaardeert. Met VR-resolutie 242 wordt de legitimatie van de staat Israël onderschreven, overeenkomstig de oorspronkelijke wens van de politieke zionisten: een Joodse Staat, gelegitimeerd door internationaal recht.
     

Het conflict Israël-Palestina

Samenvatting van de ontwikkelingen in de regio Palestina gedurende de laatste anderhalve eeuw
(auteur: Egbert Talens)

Deel 2: de groeistuipen van de staat Israël

Na acht maanden driftig vergaderen werd in de Algemene Vergadering van de VN op 29 november 1947 resolutie 181-II met een twee-derde meerderheid aangenomen. Het betrof een aanbeveling tot het verdelen van het voormalige Britse mandaatgebied Palestina. Die verdeling zag er als volgt uit: een Joodse Staat (56,47%), een Arabische Staat (42,88%) en (voor de duur van tien jaar) een corpus separatum (0,65%) dat Groot-Jeruzalem omvatte. Die gekwalificeerde meerderheid was met het nodige kunst-en-vliegwerk verkregen en verdiende geen schoonheidsprijs... In Palestina zelf werd de sfeer er alleen maar grimmiger door. Aanslagen met dodelijke slachtoffers aan Joodse, niet-joodse en Britse kant bleven niet uit. De Britten zaten tussen twee vuren, want ze werden van zowel Joodse als van niet-joodse kant als partijdig beschouwd. Een bekend verschijnsel.

Was in Britse ogen aanvankelijk het verzet van Palestijns-Arabische kant het probleem, allengs zorgden ook Joodse akties ervoor dat de Mandaats-troepen daartegen moesten optreden. Daarbij stond hen een speciale wettelijke verordening ten dienste: de Palestine (Defence) Order in Council. Die stond de Britten toe tamelijk arbitrair Palestijnse Arabieren op te pakken. Duizenden belandden in het gevang. Geen politiek-zionistische Jood die zich er druk om maakte. Maar toen vanaf 27 september 1945 ook Joden ermee te maken kregen, waren de rapen gaar en protesteerde de Jewish Bar Association in het blad ha Praklit (de Jurist) met: "ontzegging van fundamentele mensenrechten" en "de individuele vrijheid is ernstig in gevaar".

Wij westerlingen hoorden tamelijk veel over malversaties van Palestijns-Arabische kant. Dat Joodse ondergrondse verzetsgroepen ook raad wisten met hun tegenstanders, moge blijken uit dit onderbelicht gebleven feit: twee Britse sergeants werden, na een dagje strand bij Netanya, opgewacht en opgehangen in een bananenplantage. Voorzien van boobytraps, hun afgesneden geslachtsdelen in de mond, vermeldde een bord om de nek: "Dit is de straf van het Irgun Hoge Tribunaal". Kort daarvoor hadden de Britten drie Joden wegens een geslaagde boobytrap-actie veroordeeld en opgehangen.

In de wetenschap dat de Britten op 15 mei 1948 hun mandaat in Palestina zouden beëindigen, bezonnen partijen zich op die nieuwe situatie. De Palestijnse Arabieren, de oorspronkelijke bewoners van dit gebied, voelden zich in de steek gelaten. Anders lag dit voor die Joden die er sinds jaar en dag ook woonden. Met de komst van ca. 253.798 Joden tussen 1931 en 1939, en het stichten van een Joodse staat zou hun plek in Palestina echter geen gevaar lopen. Wel volgden velen de ontwikkelingen met scepsis. De doorgaans goede relaties tussen autochtone Joden en niet-joden liepen grote deuken op als gevolg van de plannen van de politieke zionisten. Dat werd vrijwel unaniem bevestigd door de negen onderzoekscommissies tussen 1919 en 1939, onder welke de zionistisch ingestelde commissie Morrison-Grady. Want ook uit Joods-Palestijnse geledingen kwamen afkeurende geluiden over de houding van ingestroomde Joodse pioniers.

Tussen 29 november 1947 en 15 mei 1948 is Palestina het toneel van aanslagen en represailles. Onder de door de Britse ordemaatregelen gehandicapte niet-joodse Palestijnen duikt de naam Izz al-Din al-Qassim op. Hij kan uit duizenden gefrustreerde Palestijnse Arabieren vrij eenvoudig een verzetsgroep formeren. De politieke zionisten hebben intussen met paramilitaire organisaties als Palmach, Haganah, Irgun, Lehi, en Stern-Gang hun eigen verdediging weten op te bouwen. De tegenstanders doen aan wreedheid niet voor elkaar onder. De Arabische Liga informeerde de VN dat, na het vertrek van de Britten, van Arabische zijde stappen zullen worden ondernomen om in het als Arabische Staat aanbevolen deel van Palestina voor orde en rust te zorgen. Of dit het ware doel was blijft een vraagteken, zeker in het licht van de dreigende geluiden uit diverse Arabische hoeken. Dit gezwollen Arabisch vocabulaire is nogal bekend, maar de vraag hier is of men daarmee niet eigen onvermogen wilde verhullen. Hoe het ook zij, de Arabische opstelling stond in fel contrast met die van hun politiek-zionistische tegenpolen, die met zoetgevooisde geluiden hun plannen op erudiete wijze aan de man wisten te brengen. Of ook zij daarmee een zuiver beeld schetsten, is eveneens de vraag.

Op 14 mei 1948, 's middags om vier uur, roept David Ben-Gurion in een zaal van een museum in Tel-Aviv de onafhankelijke Joodse Staat uit, mede op basis van VN-AV-resolutie 181-II. Men kiest voor de naam Israël. De dag erna verlaten de Britten een grondgebied dat nu niet langer Palestina heet. Vanuit omliggende Arabische landen rukken legereenheden op. Maar Israël weet de aanvallers van zich af te houden. Het ontbreekt de Arabische legers aan samenhang. Elk opereert afzonderlijk; soms wordt verheugd gereageerd op een nederlaag van een ander Arabisch legeronderdeel. Na de wapenstilstand van 11 juni '48 kan Tsahal, het Israëlische leger, elke Arabische opponent aan.

Israël leverde geweldige militaire prestaties. Als vervolgens echter politieke resultaten uitblijven komt de Pruisische uitspraak Man kann sich totsiegen in beeld. Het huidige Israël lijkt de niet-joodse gemeenschappen uit het Britse Mandaatgebied Palestina van voor 14 mei 1948 geen politieke en geboorterechten te willen toekennen. De weggetrokken, gevluchte en/of verdreven Palestijnen mogen Israël niet meer binnen. Daarmee blijven de Joods-Israëlische en de Palestijnse c.q. niet-joodse kant in het conflict lijnrecht tegenover elkaar staan.

(wordt vervolgd)