zondag 31 januari 2016

De oorlog in Syrië en de Europese vluchtelingencrisis



Nu de Syrische o
ppositie eindelijk heeft ingestemd met deelname aan de vredesbesprekingen in Genève kunnen deze dan toch beginnen. Het overleg zou snel moeten leiden tot een staakt-het-vuren en uiteindelijk tot een einde aan het conflict. Maar aan de vooravond zei niemand minder dan de Amerikaanse vicepresident Joe Biden dat de VS nog altijd klaar staat voor een militaire oplossing. Wat wil Washington nu? Is een politieke oplossing dan toch niet niet essentieel? En leidt die oorlogsretoriek niet tot een conflict met Moskou? Sinds enkele maanden treden de Russen, op verzoek van de legitieme Syrische regering, militair op tegen ISIS en de door het Westen, in strijd met het internationaal recht, geronselde gewapende oppositie.

Genève wordt een schijnvertoning

Sinds 2011, toen voor het eerst werd gepleit voor een onderhandelde oplossing van het conflict, heeft de VS elke vredesonderhandeling gesaboteerd. En het Westen ging in 2012 niet in op een Russische compromisvoorstel waarin de Syrische president Bashar al-Assad zou aftreden. Vandaag moet Assad niet onmiddellijk van het toneel verdwijnen, maar wel op korte termijn. Het is niet de Syrische bevolking die mag uitmaken door wie zij geregeerd wordt. Assad heeft nog altijd een grote aanhang bij de bevolking, en maakt een goede kans om herkozen te worden. Het Westen weet dat, vandaar dat Assad “weg” moet. Het Westen wil een marionettenregering.

De buitenlandse militia's in Syrië kunnen de verklaring van Joe Biden enkel zien als een signaal om de strijd voort te zetten, om in Genève geen compromissen te sluiten. De VS wil blijkbaar dat de proxy-oorlog doorgaat. Syrië moet verder worden gedestabiliseerd. Ten koste van nog vele tienduizenden doden, honderdduizenden ontheemden en een volkomen uit de hand lopende vluchtelingencrisis in Europa. Genève wordt een schijnvertoning. Staffan de Mistura, de VN-speciaal-afgezant voor Syrië, zei het in alle openheid: de onderhandelingen zullen lang duren, misschien wel een half jaar.

De Syrische regering is aan de winnende hand

Doorslaggeven
d in het conflict in Syrië is de controle over het geïndustrialiseerde westen, het gebied dat Damascus, Homs, Hama, Latakkia en Aleppo omsluit. Het Syrische leger, gesteund door de Russische en Syrische luchtmacht, Iraanse speciale troepen en Hezbollahstrijders langs de Syrisch-Libanese grens maken hier grote vorderingen, een feit dat de Westerse mainstream media volledig verzwijgen. Dat de Syrische overheid geen controle uitoefent over de woestijngebieden in het oosten is geen probleem, met uitzondering van het gebied rond Deir ez-Zur vanwege de oliewinning, maar ook hier kan ISIS zich op termijn niet handhaven. Overigens vraagt niemand zich af hoe ISIS kon ontstaan en waarom dit “monster” blijkbaar kan rekenen op steun bij de bevolking.

Het optreden van de Koerden in het noorden, die met VS-hulp de grens met Turkije afsluiten, draagt bij tot de vorderingen die de Syrische overheid maakt. Hier staan Turkije en de VS tegenover elkaar. Turkije probeert tevergeefs een wig te drijven tussen de Syrische Koerden langs de Turkse grens in het westen en het oosten. De VS kijkt aan tegen een mislukking van zijn Syrië-strategie. Binnen de regering-Obama lijken zich twee kampen af te tekenen: buitenlandminister John Kerry die een diplomatieke oplossing bepleit, en vicepresident Joe Biden die een gewapende overwinning voorstaat. Maar dat is schijn. De twee kampen voeden elkaar, zien in de vredesonderhandelingen een kans om de
proxytroepen te hergroeperen. Een houding die enkel leidt tot verlenging van de uitzichtloze strijd en een aanhoudende vluchtelingenstroom.

Supermacht Amerika tegenover opkomend Eurazië/China

De oorlog in Syrie gaat niet tussen Soennieten en Sjiieten, rebellen tegen het leger van Assad. Het Syrische leger bestaat in meerderheid uit Soennieten. Als het echt ging om een Soennitisch-Sjiietisch conflict, dan zou de regering die steunt op Sjiietische Allowieten, nog geen 10% van de bevolking, al lang gevallen zijn. In Syrië botst de tanende macht van het Westen tegen die van de
nieuwe zijderoute die China met Afrika, Europa en Azië moet verbinden, met een prominente plaats voor Eurazië, de economische unie tussen Rusland, Kirgizië, Armenië, Wit-Rusland en Kazakstan. De Chinese president Xi Jinping werd recent in Saoedi Arabië, Iran en Egypte met open armen ontvangen. Vooral de Saoedi's zien in een strategische relatie met China een goed alternatief voor de bestaande relatie met wereldmacht Amerika op zijn retour.

De strijd in Syrië gaat om de controle over grondstoffen. Alles draait om de vraag welke van twee pijplijnen het haalt. Als de combinatie Turkije-Saoedi Arabië-Qatar de oorlog in Syrië wint komt er een pijplijn van Qatar naar de Middenlandse Zee en levert Qatar aardgas aan Europa. Blijft Syrië met steun van Iran en Rusland overeind, dan leveren Iran en Irak aardgas aan Europa. Gazprom heeft al interesse getoond om in de pijplijn te investeren, zodat ook Rusland participeert in zo'n project.

Niet-conventionele oorlog met Rusland

Maar zover is het nog niet. In Syrië spelen twee conflicten: tussen de VS en Rusland, en tussen Saoedi Arabië en Iran. In feite is er al geruime tijd sprake van een oor
log tussen de VS en Rusland. Geen conventionele oorlog, maar een oorlog tussen proxies. En economische sabotage, zoals de ineenstorting van de olieprijzen, de sancties, de insinuaties over de dood van de overgelopen Russische geheim agent Alexander Litvinenko om de EU onder druk te zetten de sancties overeind te houden. Alles draait om de vraag wie het monopolie krijgt op gasleveringen aan Europa: Qatar of Iran. Maar dat is slechts een onderdeel van het grote schaakspel: de opkomt van het Oosten, de BRICS, en de afnemende invloed van het Westen.

Voor de prominente Amerikaanse politicoloog Stephen Walt vloeit mondiale invloed deels voort uit competentie, een imago dat de laatste drie Amerikaanse regeringen nu niet bepaald hebben waargemaakt: (1) de strategie om Irak en Iran tegen elkaar uit te spelen droeg bij aan Bin Laden's besluit om de VS aan te vallen, (2) onder Amerikaans toezicht is een twee-staten-oplossing voor het Israel-Palestina conflict de nek opgedraaid, (3) de invasie in Irak was een gigantische blunder waar de wereld nog altijd de wrange vruchten van plukt, (4) de VS-interventies in Libië, Somalië en Jemen hebben ook daar tot mislukte staten geleid, en (5) de VS heeft in Syrië geen glorieus parcours gelopen. Maar anders dan Walt aan het slot van zijn discours stelt wordt vandaag het lot van het Midden-Oosten niet per saldo bepaald door de inwoners, maar door de grootmachten.

Vluchtelingenstroom sinds komst buitenlandse strijders

Regionale grootmachten sluiten zich liever aan bij de opkomende wereldmacht dan bij
het oorlogszuchtige Westen. Het Westen ziet die ontwikkeling met lede ogen aan, en kiest voor het destabiliseren, het vernietigen van een staat als Syrië die het maar niet onder controle krijgt. Ziet geen van de strijdende partijen zijn pijplijnen over dat land gerealiseerd, dan is dat voor het Westen een aanvaardbaar alternatief. Liever een permanente oorlog, dan de tegenstander laten winnen. Daarbij neemt men de vluchtelingenstroom voor lief. Die is niet veroorzaakt door Assad. Die is sinds 2000 aan de macht. De vluchtelingenstroom begon in 2011, sinds het begin van de oorlog die ontstond met de komst van door de VS en Groot-Brittannië gesponsorde buitenlandse strijders.

In Genève denken alle spelers wat te kunnen winnen. De Turkse president
Recep Tayyip Erdoğan en de Amerikaande vicepresident Joe Biden praten over de inzet van troepen, maar zullen enkel de steun aan hun proxies verhogen. In die chaotische situatie opereert nog altijd ISIS. Die is zowat omsingeld, kan zich niet goed meer bevoorraden, maar is nog lang niet verslagen. Met of zonder Genève, reken op een jaren aanslepende oorlog naar het model van de 15-jarige oorlog in Libanon. Met een blijvend vluchtelingenprobleem. Europa kan zijn mouwen oprollen.

vrijdag 1 januari 2016

Het Turkije van Erdoğan: gevangen tussen Oost en West




Ontvangst van de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan door de Saudische koning Salman bin Abdoel Aziz al-Saoed op 29 december 2015.
Foto: Saudi-US Trade Group (SUSTG)

In 2012 nog het land van zero problems with our neighbours, is Turkije vandaag een regionale mogendheid met grote internationale ambities die het op agressieve wijze tracht te realiseren. Het land grijpt militair in in een soeverein buurland, verleent militaire en financiële steun aan rebellen in Syrië die zover gaat als het leveren van gifgas, en beraamt valse vlag-operaties om de NAVO bij het conflict te betrekken.

De Turkse president Erdoğan heeft bij herhaling gepoogd een no-fly zone in te stellen in Noord-Syrië, die natuurlijk onder zijn controle zou moeten staan en als uitvalsbasis dienen om zowel zijn Koerdische aartsvijanden uit te schakelen als de Syrische president Assad te verdrijven. Andere Turkse wapenfeiten zijn het installeren van een militaire basis in Noord-Irak, de heling van gestolen ruwe olie uit Irak en Syrië met actieve betrokkenheid in de hoogste kringen, en als klap op de vuurpijl: het neerhalen van een Russische bommenwerper, om een hard antwoord van Rusland uit te lokken en daarmee een militair conflict Rusland-NAVO.

Maar Erdoğan sloeg de plank flink mis. Op de spoedzitting van de NAVO die op zijn verzoek plaatsvond kreeg hij niet de steun waar hij op had gehoopt. Veel lidstaten zetten vraagtekens bij het neerschieten van de Russische bommenwerper. En aansluitend sloot de Franse president François Hollande een alliantie met Putin tegen ISIL in Syrië, een voorbeeld dat de Britten en Duitsers volgden.

Daarmee kreeg de internationale strijd tegen ISIS voorrang op “Assad moet weg,” tegen de zin van Erdoğan, die nu ook een de facto Russische no fly zone moest slikken door de opstelling van de geduchte S-400 luchtafweerraketten op de Russische luchtmachtbasis bij Latakia en het feit dat de Russische bommenwerpers voortaan worden geëscorteerd door SU-35 gevechtsvliegtuigen.

Erdoğan's buitensporig buitenlands optreden moet zijn binnenlandse problemen verdoezelen

Het hoeft geen betoog dat Turkije handelt in strijd met het internationaal recht. Syrië vormt geen enkele bedreiging voor Turkije. Zonder internationaal mandaat is elk gewapend optreden tegen een soevereine staat illegaal. Sommige waarnemers zien het Turkse optreden als onderdeel van het streven van Erdoğan om het Ottomaanse Rijk te herstellen, en noemen dat een megalomaan project. Dat verklaart waarom Erdoğan ijskoud een oproep van de Amerikaanse president om zijn troepen uit Irak terug te trekken en daarmee de soevereiniteit van Irak te respecteren naast zich neerlegt.

Mogelijk moet het buitensporig buitenlands optreden van Erdoğan zijn binnenlandse problemen verdoezelen. Die gaan verder dan een kwakkelende economie. Sinds juli 2015 kwamen meer dan 300 burgers om bij conflicten tussen het leger en de Koerdische Arbeiderspartij PKK. Tientallen mensen werden gearresteerd, waaronder bekende journalisten, zakenlui, intellectuelen en openbare aanklagers.

Erdoğan liet de spanningen met de Koerden bewust escaleren nadat zijn AK-partij de absolute meerderheid in het parlement had verloren en die begin november bij nieuwe verkiezingen kon terugwinnen door zich als de sterke man te presenteren en de media te muilkorven. Een absolute meerderheid moet hem in staat stellen via een grondwetswijziging meer macht te verwerven.

Geïnspireerd door dichter en islamitische fascist Necip Fazil

De Turkse president-nieuwe-stijl heeft trekken van de basyüce, Verheven Leider, uit de blauwdruk voor een islamitisch regime van dichter en fascist Necip Fazil door wie Erdoğan zich laat inspireren. In die filosofie is democratie de vijand van het Groot Oosten, een abjecte westerse, joodse uitvinding die niet overeenstemt met Gods woord.

Een profielschets van de president geeft aanwijzingen hoe hij deze filosofie toepast. De BBC en vooral CNN houden het kort, maar de Nederlandstalige Wikipedia geeft een zeer gedetailleerde informatie, die natuurlijk door Erdoğan-fans zwaar op de korrel wordt genomen. Maar deze bron heeft tenminste de moed om de vinger op de wonde te leggen. Een samenvatting:

In 1994 gekozen tot burgemeester van Istanboel, maar in 1998 uit dat ambt gezet en veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf wegens opruiing met de uitspraak “Democratie is slechts de trein die wij nemen totdat wij op onze bestemming zijn aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen, moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten.” Critici vreesden dat hij de democratie zou uithollen en de "heerschappij van de islam" opleggen.

Premier in 1993 onder Abdullah Gül, 22 doden in 2013 bij hardhandig neergeslagen protesten tegen zijn autoritair bewind, wat leidde tot het afbreken van de toetredingsgespreken met de EU. Omstreden hervormingen van gerecht en leger na corruptieschandaal bij de overheid, mediacensuur, blokkeren van sociale media, verkiezingsfraude, illegale bouw van 's werelds grootste paleis in beschermd natuurgebied.

President van Turkije augustus 2014 na omstreden verkiezingen. Bestelde een privé-vliegtuig van meer dan 100 miljoen euro. Liet in beschermd natuurgebied op een door een betonnen muur omringde heuvel voor ruim 600 miljoen dollar een gigantisch paleis bouwen. Nadat de media dat hadden vergeleken met het paleis van de voormalige Roemeense dictator Ceaușescu was zijn reactie: "Het heeft geen 1000 kamers. Dat hebben jullie verkeerd. Het heeft meer dan 1150 kamers!". Het complex wordt nog eens uitgebreid met een prive-woning met 250 kamers voor de president en enkele villa's voor zijn familieleden. Is sinds eind 2013 verwikkeld in een grootscheeps corruptieschandaal waarin ook zijn zoon Bilal en verschillende zonen van ministers tot de verdachten behoren.

Steunde de Syrische oppositie financieel en met wapens in hun strijd tegen Assad. Heeft ISIS ook nooit op de terreurlijst geplaatst. Zou ook hebben samengewerkt met Al Qaida in Syrië. De Amerikaanse vicepresident Joe Biden moest die beschuldiging onder Turkse druk weer intrekken. Erdoğan is lid van dezelfde sekte als een deel van de ISIS-strijders in Irak. Blijft blind voor de etnische zuivering door ISIS op minderheden als Koerden, christenen en Turkmenen en wijst enkel op wandaden van Assad. Verkondigt dat ISIS niet bestaat uit extremistische moslims maar uit westerse drugsverslaafden, en dat een ingreep in Syrië niet moet dienen om de burgerbevolking te beschermen maar om Assad ten val te brengen.

Probeerde de NAVO te overtuigen een 'terroristen-vrije zone' in te stellen in Syrië om te voorkomen dat de Koerdische gebieden verenigd zouden worden en de Koerden binnen bereik van de Middellandse Zee zouden komen. Na een PKK-geweldexplosie werd druk gespeculeerd over een ophanden burgeroorlog. Oktober 2015 begon het Turkse leger met aanvallen op de Koerden in Syrië, die samen met het Vrij Syrisch Leger tegen ISIS strijden.

Valse vlag operatie tegen Syrië

Tenslotte meldt Wikipedia dat Erdoğan naar verluidt opdracht had gegeven om een valse vlag-operatie te organiseren die een oorlog met Syrië moest uitlokken. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoğlu zou verschillende scenario's hebben voorgesteld, waaronder een aanval van ISIS-rebellen op de tombe van Suleyman Shah, grootvader van de grondlegger van het Ottomaanse Rijk. Het complot werd gelekt en daarmee doorkruist nadat de Turkse regering herhaaldelijk van een bedreiging van de tombe had gesproken.

Wikipedia laat onvermeld dat Turkije rechtstreeks betrokken was bij de overdracht van chemische wapens aan ISIS en er aanwijzingen zijn dat het land onderhandelde met aan ISIS en Al-Qaeda gelieerde militanten over de aankoop van sarin gas voor gebruik in Syrië. Augustus 2013, na de sarin aanval op Ghouta, stond Washington op het punt om Syrië te bombarderen om het land te straffen voor het overschrijden van de “rode lijn” die hij in 2012 had ingesteld voor het gebruik van chemische wapens. Obama stelde de aanval uit om goedkeuring te vragen aan het Congres. Maar in werkelijkheid had hij bericht ontvangen dat monsters van het gas niet overeenkwamen met de bekende chemische wapens in het Syrisch arsenaal. De aanval werd afgeblazen toen de president het door Rusland bewerkstelligde Syrische voorstel om zijn chemische wapens op te geven aanvaardde.

Erdoğan trekt aan het kortste eind

Vervolgens werden in Ankara plannen gesmeed om een Russische bommenwerper neer te halen. Die actie werd zorgvuldig voorbereid. De Russen plegen Washington te informeren over hun vluchtplannen, en via die weg waren ook de Turken op de hoogte. De twee Turkse F-16's vlogen ongebruikelijk laag om onder de Syrische rader te blijven en moesten daartoe twee maal in de lucht worden bijgetankt. De waarschuwingen werden blijkbaar uitgezonden op een golflengte waarvan bekend was de Russische vliegtuigen die niet kunnen ontvangen. En in recordtijd werden de media geïnformeerd. In plaats van contact op te nemen met Moskou of op te roepen tot een spoedzitting van de Veiligheidsraad overlegde Erdoğan met zijn bondgenoten, alsof Turkije was aangevallen.

Nu het neerhalen van de Russische bommenwerper al evenmin tot een NAVO-ingrijpen in Syrië had geleid en Europa reikhalzend uitziet naar een oplossing voor de vluchtelingencrisis trekt Erdoğan aan het kortste eind. De NAVO is er absoluut niet over te spreken dat de Turken hebben geprobeerd de organisatie op ramkoers met de Russen te brengen. Toen de EU destijds had laten weten dat Turkije nog lang niet toe was aan het EU-lidmaatschap reageerde Erdoğan hooghartig dat Turkije de EU eigenlijk helemaal niet nodig had en zijn blik naar het Oosten zou verleggen.

Nu Erdoğan de relatie met Rusland zwaar op de proef heeft gesteld lijkt hij Turkije, een land met een half miljoen sterk leger, te hebben geïsoleerd, gevangen tussen Oost en West. Dat is een oncomfortabele waarheid in het in vuur en vlam staande Midden-Oosten. Ondergaat Erdoğan hetzelfde lot als dat van Ceaușescu?

woensdag 4 november 2015

US ramps up pressure on Beijing over South China Sea


Guided-missile destroyer USS Lassen
(U.S. Navy photo by Information Systems Technician 1st Class Benjamin Wooldridge/Released)

By Peter Symonds

Following its provocative naval intervention last week against Chinese territorial claims in the South China Sea, the Obama administration is engaged in an aggressive diplomatic offensive throughout Asia, seeking to ramp up the pressure on China over the explosive issue.

Admiral Harry Harris, commander of the US Pacific Command, deliberately inflamed tensions yesterday during his trip to Beijing. He emphatically declared that the US military would “continue to fly, sail and operate whenever and wherever international law allows. The South China Sea is not—and will not—be an exception.”

For months Harris pressed for President Obama to give the green light for “freedom of navigation” operations within the 12-nautical mile territorial limit surrounding Chinese-controlled reefs. In March, the admiral implied that China’s land reclamation activities in the region posed a threat, describing it as creating “a great wall of sand.”

On October 27, the USS Lassen, a guided missile destroyer, intruded within the 12-mile limit surrounding at least one of the Chinese-administered islets in the Spratly Islands. It was the first such direct challenge to Beijing’s claims. Washington insists that under international law several of China’s reefs, before land reclamation, were submerged at high tide and therefore do not generate territorial waters. Significantly, however, the US has not ratified the UN Convention on the Law of the Sea that is the basis for this assertion.

Harris declared yesterday that the USS Lassen was simply engaged in a routine operation. “We’ve been conducting freedom of navigation operations all over the world for decades, so no one should be surprised by them,” he said.

In reality, the deliberate violation of Chinese claims has nothing to do with upholding international laws and norms. Rather it is a component of the Obama administration’s broader “pivot to Asia”—an all-encompassing diplomatic, economic and military strategy aimed at isolating China and subordinating it to US interests, by war if necessary.

Chinese officials rebuked Harris for his comments in Beijing. The People’s Liberation Army chief of general staff Fang Fenghui accused him of creating “a disharmonious atmosphere for our meeting.” Foreign ministry spokeswoman Hua Chunying accused the US of “hypocrisy and hegemonism” for demanding that Beijing stop militarising the South China Sea, while sending warships into the region.

Harris attempted to play down the danger of conflict between the two nuclear-armed powers, saying: “Some pundits predict a coming clash between our nations. I do not ascribe to this pessimistic view.”

This remark, which implies that Washington expects Beijing to back down in the face of repeated provocations, actually highlights the dangers of conflict. China cannot relent indefinitely in such a strategically sensitive area. China’s Defence Minister Chang Wanquan warned his US counterpart Ashton Carter yesterday in Malaysia there was a “bottom line” for China in regard to US actions in the South China Sea.

An unnamed US defence official told Reuters yesterday that the Pentagon intended to repeat last week’s naval intrusion “about twice a quarter or a little more than that.” He said such a schedule would “make it regular but not a constant poke in the eye.” Nevertheless that is exactly what the US actions constitute—a constant humiliation that could goad China into responding.

US Defence Secretary Carter is in Kuala Lumpur to attend this week’s biennial meeting of Association of South East Asian Nations (ASEAN) defence ministers. In another deliberate affront to China, the US and Japan are both pressing for the South China Sea to be placed on the meeting’s agenda and included in the concluding statement.

Carter has been in Asia to marshal support for the US campaign. Before flying to Malaysia, he visited South Korea where Defence Minister Han Min-koo parroted the line from Washington, declaring that “it is our stance that freedom of navigation and freedom of flight should be ensured in this region.” Pointing to the pressure from Washington, John Delury, an associate professor at Yonsei University, told the Wall Street Journal: “The Americans are trying to get the Koreans to carry water on issues that are farther afield.”

Malaysian Defence Minister Hishammuddin Hussein made no reference to the South China Sea in opening the ASEAN defence ministers’ meeting, but cautiously indicated some support for the US in a separate news conference. He said countries with a stake in the region should exercise their right to operate in “international waters.” He nevertheless ruled out any discussion of the issue, saying that it came under the purview of foreign, rather than defence, ministers.

Hishammuddin’s comments point to the nervousness among ASEAN members over the heightened tensions. While the Philippines and Vietnam fully support Washington’s aggressive stance, others such as Malaysia are concerned about the impact on their economic relations with China.

Japan, which is backing the US, is also exploiting the issue to establish its own relations in South East Asia. It delivered two more patrol boats to Vietnam yesterday as part of an agreement last year to boost the country’s coast guard to counter China. Tokyo recently reached a similar arrangement with the Philippines, which is aggressively pursuing its territorial disputes with China.

Washington’s deliberate inflaming of flashpoints in the South China Sea is not only aimed at China but cuts across the efforts of its European rivals to establish closer relations with Beijing. The visits by Carter and Admiral Harris to Asia followed Chinese President Xi Jinping’s trip to Britain where he was royally feted and sealed major economic agreements between the two countries. The Dutch king Willem-Alexander, German Chancellor Angela Merkel and French President Francois Hollande each visited Beijing over the past two weeks accompanied by corporate entourages.

None of this will have gone unnoticed in the US, which reacted bitterly earlier this year when Britain signed up to China’s Asian Infrastructure Investment Bank, despite US objections. Unable to secure its world domination by economic means, the US is increasingly resorting to risky military measures to undermine its rivals or potential rivals and disrupt their relations, heightening the dangers of war.

This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 4 November 2015, and was republished with permission.

vrijdag 4 september 2015

Migration, climate and security: the choice


Demonstration by immigrants in Treviso, Italy, 28 May 2005.
Photo: Gary Houston Ghouston - (Wikimedia Commons)


The forces driving people's movement into Europe were already apparent in a near forgotten incident of 1991.

In August 1991, with the world’s media dominated by the chronic instability in Russia and the aftermath of the violent eviction of the Iraqi army from Kuwait earlier that year, a sequence of events in the Adriatic Sea provides an uncanny foretaste of the current surge of desperate people across the Mediterranean from north Africa, as well as overland from Syria through Turkey, Greece and beyond.

One consequence of the collapse of the Soviet bloc was the disintegration of the already weakened Albanian economy in the winter of 1990-91. The long-time leader Enver Hoxha, who died in 1985, had bequeathed a stagnant and unstable economy which, by the end of the decade, was ensuring increasing poverty in an already poor country. In the early months of 1991, many young Albanians were attempting to get across the Adriatic to a better life in Italy. They had little success.

Then, in August, the situation had become so desperate that merchant ships were hijacked by thousands of young people, especially in the port of Durrës, and the crews forced to set sail for Italy. At least 10,000 of them were on the 8,000-tonne merchant ship Vlora - some reports said twice that number - when it made the 200-kilometre crossing to the southern Italian port of Bari. Caught by surprise, the police there tried and failed to stop the refugees coming ashore; some even jumped overboard to swim towards land. The incident made news across Europe, at least for a couple of days, but then the media moved on.

Faced with this huge number of sudden arrivals, the police rounded them up and detained them in the only place in the city that could handle such a number securely, namely the local football stadium. There, they started the process of enforced repatriation to Albania. A few were allowed to stay; most were forced home. But the Italians did at least provide substantial financial aid to the faltering government in Tirana, and even arranged for Italian army units to distribute food within the country.

Within a few months, Albania began to make a slow and tortuous recovery. All that was left of the experience were images of desperate people jumping off a ship and trying to get ashore. Today, however, the resonance with people clambering ashore from flimsy dinghies onto Greek islands - or facing police in the centre of Budapest - is all too apparent.

The long-term view

Over the years since it began in 2001, this column has on occasion highlighted a prescient comment made in 1974 by the economic geographer Edwin Brooks. This warned of a dystopic world that had to be avoided: “a crowded glowering planet of massive inequalities of wealth buttressed by stark force yet endlessly threatened by desperate people in the global ghettoes” (see "The Implications of Ecological Limits to Growth in Terms of Expectations and Aspirations in Developed and Less Developed Countries", in Anthony Vann & Paul Rogers (eds), Human Ecology and World Development [Plenum Press, 1974]).

This is a forewarning of the experience of recent months: namely, desperate people fleeing the war-zones of Syria, Afghanistan and South Sudan and the repression of Eritrea; but also of the millions more who face relative poverty and marginalisation, not least across sub-Saharan Africa.

There has been some humanitarian reaction in Europe to these forces. But the more general response has been the "securitisation" of the issue, whereby migrants are seen as threats. One head of government, the UK’s David Cameron, deliberately used the term “swarm” to describe the few thousand migrants who had got as far as Calais - though these actually form a tiny proportion of the hundreds of thousands of people desperate to get into Europe (see "Mediterranean dreams, climate realities", 23 April 2015).

It may be that over the coming months, humanitarian concern will prevail and European states will find ways to cooperate more effectively. But the prognosis is not good. And in the longer term, an extension of the securitising approach will be even more damaging as it is applied not just to the movement of people but to the closely related area of climate change.

A recent article by Nick Buxton and Ben Hayes focuses on this issue (see "Ten years on: Katrina, militarisation and climate change", 28 August 2015). It points to the manner in which the future effects of climate change are being seen as threats to the wellbeing of comfortable peoples in the west, implying that what is needed is to put much more emphasis on maintaining security rather than preventing the excesses of climate disruption.

Where the two elements come together - current migration issues and future climate disruption - will actually be in Europe. Around the continent are large centres of population in the Middle East, south-west Asia, north Africa and sub-Saharan Africa, where climate change, if not prevented, will lead to marked decreases in rainfall with declining food production and consequent social and economic hardship. The asymmetric nature of climate change as it is now being understood means that these large regions surrounding one of the richest parts of the world will have the greatest difficulties. As a result, they are likely to become drivers of migration to a far larger extent, with numbers measured not in the hundreds of thousands but in millions.

In these circumstances, the consequences of securitising these issues will be huge, far greater than anything yet experienced. For this reason alone, it is essential that the current crisis is handled primarily with humanitarian concern, rather than by trying to “close the castle gates” - which in any case is impossible in a globalised system. What happened to the Vlora nearly twenty-five years ago sharpens the choice over these possible futures.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy's international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy September 3, 2015

maandag 10 augustus 2015

Conflict within US political establishment over Iran nuclear accord intensifies


President Barack Obama participates in an interview with Fareed Zakaria of CNN in the Map Room of the White House, Aug. 6, 2015.
(Official White House Photo by Lawrence Jackson)

By Patrick Martin

In a television interview broadcast Sunday, President Barack Obama reiterated his warning that opponents of his nuclear agreement with Iran offer no alternative but a new American war in the Middle East.

Invited by CNN’s Fareed Zakaria to pull back from his comparison of Senate Republicans to the elements in Iran opposed to the deal, Obama instead repeated the charge, saying both the Republicans and the hardliners in Tehran opposed any easing of US-Iranian relations.

The interview came only days after New York Senator Charles Schumer responded to Obama’s August 5 speech warning that the alternative to the nuclear deal was a war that could extend well beyond Iran and the Middle East by announcing he would vote against the agreement. Schumer is expected to succeed Senate Minority Leader Harry Reid as the top Democrat in the upper chamber of the US Congress next year.

The ultimate fate of the agreement, which includes Britain, France, Russia, China and Germany and is backed by the United Nations, remains unclear. The US Congress is expected to vote on the deal after it returns from its summer recess on September 8.

Virtually the entire Republican caucus in both chambers is set to disapprove of the agreement, along with a significant faction of Democrats. The White House is scrambling to secure sufficient votes among Democrats to prevent the House and Senate from overriding a presidential veto of a bill blocking US implementation of the accord.

The conflict within the American state presents the spectacle of a large majority in Congress, speaking for powerful forces within the ruling elite and the intelligence and military apparatus, pushing for imminent war against Iran and risking a breakup of the US-Europe alliance and the outbreak of a Third World War. Obama gives the impression of a “commander in chief” who is losing control over a drive to war far greater than the wars in Iraq and Afghanistan.

He seeks to present himself as an advocate of peace, despite boasting in his August 5 speech of having sent American forces into combat in seven countries since he took office in 2009. Both factions in the conflict that has erupted over the Iran deal are committed to the defense of American imperialist interests around the world and to the use of massive violence when deemed expedient.

The differences have arisen, in part, because the previous interventions by the Bush and Obama administrations have produced debacles for US imperialism in the Middle East. Iraq, Syria, Libya and Yemen, to name only the most obvious, have disintegrated into bloody civil war as a consequence of US military operations and political subversion.

The Obama administration is seeking to carry out a tactical shift, testing whether the Iranian bourgeois regime headed by President Hassan Rouhani can be induced, through a combination of economic sanctions, diplomatic pressure and the threat of war, to align itself more directly with Washington.

It sees the nuclear deal as the potential precursor to Iranian assistance to US-backed forces in Iraq, Iranian backing for the removal of the Assad regime in Syria and a reorientation of Iranian economic ties from Russia and China to the Western imperialist powers.

In his interview broadcast Sunday, Obama said he had been “encouraged… that the Russians are now more interested in discussions around what a political transition—or at least framework for talks—would look like inside of Syria.” He continued, “And presumably, Iran is seeing some of the same trends that are not good for them.”

The US Congress will take up the Iran nuclear deal when it returns from its August recess, with votes set in both the House and Senate on resolutions to disapprove the deal and block any lifting of US economic sanctions on Iran. A resolution backed by the Republican leadership is certain to pass the Republican-controlled House, but requires 60 votes—meaning at least six Democrats—to overcome a Senate filibuster.

If Congress adopts the resolution of disapproval, Obama will veto it and his opponents will seek to override the veto through a two-thirds vote of each house. Assuming every Republican supports it, the veto override would need the support of 13 Democrats in the Senate and 44 Democrats in House.

Reacting to Senator Schumer’s statement opposing the nuclear deal, White House spokesman Josh Earnest commented that he “wouldn’t be surprised” if Senate Democrats took Schumer’s dissent into account in the leadership vote set for the end of 2016.

Referring to the New York Democrat’s vote for the 2002 authorization of the war in Iraq, Earnest said, “There’s no denying that this difference of opinion that emerged overnight is one that has existed between Senator Schumer and President Obama for over a decade.”

“Senator Schumer is advocating an approach to foreign policy that minimizes the likelihood of success in diplomacy and relies far too much on the ability of the United States to unilaterally impose our will through force,” Earnest continued.

The comment raises obvious questions, since Schumer was far from the only leading Democrat to vote for the Bush administration’s war in Iraq. Hillary Clinton, now the frontrunner for the Democratic presidential nomination in 2016, Vice President Joseph Biden and Secretary of State John Kerry, who negotiated the Iran deal, also voted for the war resolution.

In his final question to Obama in the CNN interview broadcast Sunday about the dangers that would follow a congressional rejection of the deal with Iran, Zakaria concluded as follows: “[A]re you worried that you would confront, within your remaining term, the strong possibility that you might have to use nuclearthat you might have to use military force to prevent Iran from getting a nuclear weapon?”

The apparent Freudian slip was a reference to the possible use by Washington of nuclear weapons against Iran. Obama turned the question aside, saying he preferred “not to anticipate failure” in getting the Iran deal ratified. But the fact remains: a US war against Iran would not be limited to air strikes against nuclear energy production sites and might not be limited to the use of conventional weapons.

The aim of such a war would be the military conquest of Iran and installation of a puppet government. To accomplish this against a country of 80 million people, four times the size of Iraq, would require an American occupation force in the hundreds of thousands, or the use of nuclear weapons, or both.

This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 10 August 2015, and was republished with permission.

dinsdag 21 juli 2015

The Iran nuclear pact and US imperialism’s drive for global hegemony


U.S. Secretary of State John Kerry sits across from Iranian Foreign Minister Mohammad Javad Zarif in Vienna, Austria, on July 13, 2014,
before they begin a bilateral meeting focused on Iran's nuclear program. [State Department photo/ Public Domain]

By Keith Jones

After 20 months of negotiations, the Obama administration last week reached agreement with Iran, China, France, Russia, the UK and Germany on a 15-year accord to “normalize” Iran’s civil nuclear program. Should this agreement survive the opposition of sections of the US ruling elite, it will constitute a significant tactical shift on the part of US imperialism, one with potentially far-reaching implications.

Since the 1979 Iranian revolution toppled the Shah’s bloody US-backed dictatorship, implacable opposition to Iran has been a constant in US foreign policy. During the past 12 years, Washington dramatically intensified its campaign of bullying and threats. Having ordered the invasion of Afghanistan and Iraq, respectively Iran’s eastern and western neighbors, George W. Bush twice came close to launching war against Iran.

In 2009, the Obama administration sought to bring about regime-change in Tehran via a “Green Revolution” fomented through unsubstantiated claims of a stolen election. Two years later, Washington cajoled its European allies to join the US in imposing the most punishing economic sanctions ever deployed outside a war.

Now, in exchange for sweeping concessions from Iran, Washington has agreed to suspend the economic sanctions and provide Tehran a 15-year path to “normalize” its civil nuclear program.

Obama has stipulated that last week’s agreement with Tehran is limited to the constraints on its civil nuclear program. Yet Obama, Secretary of State John Kerry and other leading US officials have also made clear that they view the agreement as exploratory, a means to test Iran’s intentions. Their policy of “engagement” with Iran is a strategic bet that through a combination of continuing pressure and inducements, including an influx of Western investment, US imperialism will be able to harness Tehran to its predatory agenda.

The Republican Party leadership, the Wall Street Journal and the American Israel Public Affairs Committee (AIPAC) are publicly opposing this shift. They are demanding that Obama extract iron-clad guarantees of Tehran’s submission and warning against sidelining the US’s traditional Mideast client states, above all Israel and Saudi Arabia.

The public bluster of the Republicans, however, is not necessarily an indication of the real intentions of the main decision-makers in the Republican Party. To some extent, the Republicans’ opposition can prove useful to Obama in prying further concessions from Tehran. That said, it is far from certain the Iran nuclear accord will be implemented, let alone endure.

The nuclear accord and the fractious ruling class debate over it are a reflection of the mounting problems that US imperialism faces as it seeks through aggression and war to offset the erosion of its relative economic power and to confront multiplying challenges to its global hegemony.

There is deep dissatisfaction within the US ruling class over the outcome of the three major wars the US has waged in the broader Middle East over the past decade-and-a-half. In Ukraine, Washington has thus far been stymied, with the sanctions imposed on Russia failing to produce the desired results. To the Obama administration’s dismay, many of its closest allies, led by Britain, defied the US and signed up as founding members of the Chinese-led Asian Infrastructure Development Bank earlier this year.

All of this has left the Obama administration and the US ruling class groping for an effective, integrated plan of attack.

Certain things can be said concerning the trajectory of US imperialism, the strategic calculations that underlie the proposed shift in US relations with Iran, and the implications of this shift:

* Obama and the entire US ruling elite are determined to maintain US global hegemony through military force.

There is something decidedly ominous about the president’s repeated proclamations over the past week that the failure of his diplomatic turn to Iran would result in war. These comments underscore that Washington is far from renouncing violence and point to the explosive character of global relations.

* Central to American imperialism’s global strategy is dominance over Eurasia, the vast land mass that is home to almost two-thirds of the world’s population.

In pursuit of this aim, Washington has long viewed Iran as an especially significant prize. The country stands at the intersection of three continents (Europe, Asia and Africa), commands the Straits of Hormuz, through which 40 percent of the world’s exported oil flows, straddles two of the world’s most energy-rich regions (Central Asia and the Middle East), and itself possesses the world’s second largest natural gas and fourth largest oil reserves.

* Washington’s trumped-up conflict with Iran over its nuclear program was never just about Iranian-US relations. Nor was it solely about control of the Middle East. It always involved the broader question of US relations with the world’s major powers.

Even as US dependence on Mideast oil has declined, Washington has stepped up its efforts to maintain control over the Middle East so as to ensure domination over a region that supplies many of its principal competitors in Europe and Asia, including China and Japan, with much of their oil.

* When Obama claims, as he has repeatedly done, that for US imperialism war is the only alternative to a nuclear deal with Iran that realizes many but not all of Washington’s objectives, he is, for once, not lying.

Had the sanctions regime started to unravel, Washington would have faced a demonstrable challenge to its pretensions to world leadership, one that it could not walk away from without suffering a major geo-political defeat. In response, it would have been obliged to extend the sanctions--in other words, retaliate against the “sanctions-busters” by freezing their overseas assets and denying Iran access to the US-European controlled world banking system. Or, in order to avoid such action, which could quickly spiral into a military confrontation with China or Russia, the US would have been compelled to render the issue moot by abandoning the sanctions in favor of all-out war.

The Pentagon has long been planning and gaming such a war. And while the American people know nothing of these plans, in various think tank reports it is openly admitted that a war with Iran—a country four times the size of Iraq and with nearly three times the population, and which has significant state and foreign militia allies—would quickly envelop the entire Middle East. It would further inflame the US-stoked Sunni-Shia sectarian conflict and, at the very least, tie down much of the US military for a protracted period. Last, but not least, such a war would incite rising popular opposition in the US, where class tensions are already fraught after decades of social reaction.

Obama is arguing that US imperialism has a cheaper, more prudent alternative. One, moreover, that, as Defence Secretary Ashton Carter boasted Sunday, “does nothing to prevent the military option” in the future.

* The agreement with Iran has been designed to give the US the maximum leverage over Iran and the maximum strategic flexibility. Should Tehran prove insufficiently pliant or should circumstances change, the US can initiate procedures to automatically “snap back” the sanctions and pivot back to confrontation with Iran.

Moreover, all of Obama’s arguments in favor of the nuclear accord—his assertion that it is better to “test” Iran’s intentions than immediately embark on a war that could prove hugely damaging to US imperialism’s strategic interests—are predicated on Washington’s supposed right to wage pre-emptive war against Iran.

* The Obama administration sees Western engagement with Iran as a means of preventing Tehran from being drawn into closer partnership with China and Russia. China is already Iran’s biggest trading partner and Russia its most important military-strategic partner.

A further US priority is to see if it can enlist Iranian support in stabilizing the Middle East under Washington’s leadership. The US and Iran are already at least tacitly allied in supporting the Iraqi government and Iraqi Kurdish militia in opposing ISIS in Iraq.

The Obama administration has also served notice that it intends to use the nuclear agreement to pressure Iran to assist it in reaching a political agreement in Syria that would see Bashar al-Assad’s Baathist regime replaced by one more amenable to US interests. Reversing previous US policy, Obama announced last week that Tehran should “be part of the conversation” in resolving the Syrian conflict.

* Longer term, the supporters of Obama’s Iran gambit aim to “turn” Iran, transforming it into an advance post of US imperialism in the Middle East and all Eurasia. That means to return the country to the type of neo-colonial subjugation that existed under the Shah’s regime.

Toward this end, Washington plans to probe and exploit the deep fissures within Iran’s bourgeois-clerical regime. It is keenly aware that the reins of Iran’s government are now in the hands of a faction (led by ex-president Hashemi Rafsanjani and his protégé, the current president, Hassan Rouhani) that has argued since at least 1989 for a rapprochement with Washington and has longstanding close ties to European capital.

* The Iran nuclear accord only intensifies the contradictions in US foreign policy, laying the basis for future shocks.

While exploring engagement with Iran, Washington is seeking to placate its traditional regional allies by showering them with offers of new weapons systems and increased military and intelligence cooperation. These actions threaten Tehran, which—notwithstanding the relentless US media campaign aimed at depicting it as an aggressor—already faces a massive military technology gap, not just with Israel, but with Saudi Arabia and its Gulf allies.

Nor can the US afford to stand idly by as the European powers scramble to get back into Iran. On Sunday, Germany’s Vice-Chancellor and SPD leader Sigmar Gabriel arrived in Iran at the head of a German business delegation. French Foreign Minister Laurent Fabius has said he will soon follow.

To secure support from the US ruling elite, Obama is stressing that he has only agreed to lift the latest round of US sanctions on Iran. Other sanctions imposed in the name of opposing terrorism remain, meaning US corporations continue to be effectively barred from doing business in Iran.

If the US is not to lose out in the race to secure Iranian assets, it must either move forward with rapprochement—over the strenuous opposition of Washington’s current Mideast allies--or revert back to confrontation and demand the Europeans and others follow suit.

* Other strategic calculations, many of a pragmatic and short-term character, also appear to be bound up with the Obama administration’s decision to consummate a deal with Iran now. One cannot make firm judgments about these calculations, as events are moving rapidly and Washington’s policies are fraught with contradictions.

However, it was striking that in the lengthy interview Obama gave to the New York Times last week, the US president praised President Vladimir Putin, saying the agreement with Tehran could not have been reached without Russia’s strong support. He added that he had been “encouraged” by a recent phone call Putin made to talk about Syria. “That,” declared Obama, “offers us an opportunity to have a serious conversation with them.”

Is it possible that Obama is considering responding positively to Putin’s pleas for a ratcheting down of tensions over Ukraine in exchange for Moscow’s abandonment of Syria’s Assad? Could this be bound up not just with the crisis of US policy in the Middle East, but also with growing tensions between Washington and Berlin? Could this be intended as a shot-across-the-bow to Germany?

The US ruling elite has reacted with dismay to Germany’s cavalier role in the recent negotiations between the EU and Greece—not out of any concern for the Greek masses, but because of Berlin’s bald assertion of its new role as Europe’s disciplinarian.

Should the US ruling elite ultimately opt to move forward with the Iran deal, it will be from the standpoint of better positioning itself to withstand challenges to its dominance, including through military means, from its more formidable opponents, not only Russia and China, but also Germany, Japan and the other imperialist powers.

This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 21 July 2015, and was republished with permission.