woensdag 30 juli 2014

Israel ontmaskerd: 7 leugens om het bloedbad te rechtvaardigen



In het artikel “Het Israel-Palestina conflict hangt van mythes aan elkaar” komen de zeven belangrijkste mythes van Simha Flapan over het ontstaan van de staat Israel aan de orde. De Nederlandse auteur Egbert Talens omschrijft die in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israel-Palestina nader bekeken 1897-1993” als hardnekkig gehanteerde halve waarheden. Intussen zijn de halve waarheden van weleer hele onwaarheden geworden, leugens van de ergste soort. Vandaag hebben gladde Israëlische woordvoerders als Mark Regev het liegen tot een perverse kunst verheven dankzij een PR-handboek bestemd voor “visionaire leiders aan de frontlijn in de mediaoorlog voor Israel, mensen die de hearts and minds van het publiek moeten winnen en daarmee zowel Israel als onze Joodse wereldfamilie helpen.”

Werden in het verleden de mythes nog gehanteerd om het bestaansrecht van Israel te verdedigen, vandaag moeten de leugens van Israëlische bewindslieden en woordvoerders de onbeschrijfelijke gruwelen tegen de bevolking van Gaza rechtvaardigen. De trieste balans: meer dan 1.200 dode en 6.500 gewonde Palestijnen, tegen aan Israëlische zijde enkele tientallen meestal militaire doden. Gaza is het toonbeeld van totaal vernietigde woonhuizen en civiele infrastructuur waaronder de vissershaven, landbouwgronden, elektriciteitscentrales, waterzuiveringsinstallaties, ziekenhuizen, en TV-stations. Israel verwerpt het Amerikaanse bestandsvoorstel en verhevigt zijn aanvallen op Gaza. En een niet onbelangrijk detail: Israëlisch-Arabisch Knesset-lid Haneen Zoabi wordt 6 maanden verbannen van plenaire zittingen om haar kritiek op de leugens rond de kidnapping van de drie Israëlische teenagers vorige maand.

Intussen blijft Nobelprijslaureaat Barack Obama het recht op zelfverdediging van Israël verdedigen en staat VN-chef Ban Ki Moon zonder blikken of blozen schouder aan schouder met de Israëlische premier Netanyahu de wereldpers te woord. De Nederlandse premier Mark Rutte beschuldigt de Palestijnen ervan de eigen bevolking als schild te gebruiken en voor Belgisch buitenlandminister Didier Reynders wijst de weigering van Hamas om een staakt-het-vuren te aanvaarden erop dat “de terroristische organisatie niet de intentie had om een einde te maken aan het geweld tegen Israël.” Deze bewindslieden weten nochtans perfect hoe de vork in de steel zit, maar missen de moed om het electoraat de waarheid te vertellen. Hoog tijd dus om zeven van de belangrijkste Israëlische leugens[1] te ontzenuwen.

1. Hamas heeft deze oorlog uitgelokt

Netanyahu’s leugens over de moord op drie teenagers op de Westelijke Jordaanoever zijn ontmaskerd door Israëls politiewoordvoerder Micky Rosenfeld. De Israëlische autoriteiten wisten van meet af aan dat de jongens vrijwel onmiddellijk werden vermoord en Hamas hier niet bij betrokken was. Terwijl de ouders in het ongewisse werden gelaten werd het incident gebruikt om publieke anti-Hamas-hysterie op te kloppen om een harde zoekactie te rechtvaardigen. Hamas werd op de Westelijke Jordaanoever aangevallen, Palestijnse militanten vuurden raketten af, de perfecte dekmantel voor het gigantische bloedbad. Israel heeft de oorlog met Hamas dus moedwillig uitgelokt.

Dit drama speelt zich af tegen de achtergrond van de blokkade van Gaza sinds 2006, toen Israel de verkiezingsuitslag verwierp die Hamas aan de macht bracht. Een blokkade is een oorlogshandeling. Israel voert dus al 8 jaar oorlog tegen Gaza. Israel houdt vol dat elke oorlog tegen Gaza een antwoord was op raketaanvallen, maar bewijzen duiden op het tegendeel. Historisch leidt diplomatie eerder dan geweld tot rust. Er is een duidelijke correlatie tussen Palestijnse raketaanvallen en Israëlisch geweld. Na het bestand van november 2012 schoot Hamas drie maanden lang geen enkele raket af. In deze periode vuurde Israel voortdurend op landbouwers en vissers en bracht daarbij tientallen Palestijnen om het leven. Het bestand ging tenslotte om zeep met de buitengerechtelijke executie van Hamas-leider Ahmad Jabari door Israel.

2. Israel aanvaardde het Egyptische bestandsvoorstel, Hamas bleef raketten afvuren

De Egyptische militaire junta, bondgenoot van Israel, had wel met Israel, maar niet met Hamas overlegd. Het dictaat voorzag enkel in een tijdelijke stopzetting van de Israëlische slachtpartij, volgens de gerenommeerde Israëlische journaliste Amira Hass geen enkele verbetering voor de bevolking van Gaza maar een afrekening met Hamas. Op 14 juli had Hamas zelf een bestand van 10 jaar voorgesteld, in ruil voor de opheffing van de wurgende blokkade. Maar Israel had daar geen oren naar. De internationale media besteedden vrijwel geen aandacht aan dit voorstel. Hamas had nochtans al in 2008 een dergelijk plan op tafel gelegd. Maar net als nu werden de voorstellen van Hamas beantwoord met Israëlische bombardementen.

Overigens heeft Hamas uit naam van de Palestijnse bevolking in de Gazastrook het recht om zich te verzetten tegen de bezetter, geweldloos of gewapend. Art. 51 van het Handvest van de Verenigde Naties geeft de Palestijnen het recht op zelfbeschikking, waar zij gewapenderhand voor mogen strijden.

3. Israel trok zich in 2005 terug uit Gaza

Israel voert aan dat aan de bezetting van de Gazastrook een einde kwam met de terugtrekking van de kolonisten in 2005. Maar nadien riep het de Gazastrook uit tot “vijandig gebied” en verklaarde de bevolking de oorlog. Beide argumenten zijn onhoudbaar. Het behield immers de controle over Gaza en blijft dus de bezetter in de zin van artikel 47 van de Hague Regulations. Israel zegt dat de ervaring leert dat de terugtrekking niet tot vrede leidt. Sommigen zeggen zelfs dat Gaza zich had kunnen ontwikkelen tot het Singapore van het Midden-Oosten. Maar daarmee wil men enkel de Israëlische verantwoordelijkheid voor de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever verdoezelen.

De Palestijnen hebben nog op geen enkele manier zichzelf bestuurd. Israël sloeg onmiddellijk een beleg om de Gazastrook toen Hamas januari 2006 de parlementsverkiezingen had gewonnen. Het verstrakte dat beleg toen Hamas juni 2007, na de burgeroorlog Fatah-Hamas, de volledige controle over de Gazastrook overnam. De blokkade leidt tot een humanitaire catastrofe in de Gazastrook. Geen schoon drinkwater, elektriciteit, essentiële medische voorzieningen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is de Gazastrook tegen 2020 onleefbaar, maar na de gruwelijkheden van de afgelopen weken is dat vandaag al het geval. Israel houdt niet enkel vast aan de bezetting, het heeft een situatie geschapen waarin de Palestijnen niet kunnen overleven.

4. Israel is een democratische samenleving dat het spel beschaafd speelt. Het zijn de tegenstanders die onbeschaafd zijn, ondemocratisch en geen enkele regel respecteren. Voor hen die niet in de regio wonen is dat moeilijk te begrijpen. Hun ideologie staat haaks op onze levenswijze, dat komt vooral naar voren als wij, democratische naties, soms uit noodzaak oorlog voeren.

Een voorstelling van zaken die faalt. Israel is een democratische samenleving voor Joodse burgers. Voor niet-Joden is Israel geen democratie, maar eerder een Apartheidsregime. Zoals de geschiedenis leert voeren democratische landen op de meest hardvochtig wijze oorlog en oefenen als ze dat nodig vinden ijskoud staatsterrorisme uit. Hamas en andere Palestijnse verzetsgroepen, zelfs de meest bloeddorstige, vallen in het niet bij de oorlogsmachines van “democratische” landen warbij miljoenen Vietnamezen, Irakezen en Afghanen werden afgeslacht. Dat lot onderging ook de volstrekt vreedzame, vrijwel ongewapende Palestijnse samenleving van het begin van de 20e eeuw.

5. Israel heeft het recht om zich te verdedigen

In het internationaal recht is Israel als bezettingsmacht van Gaza en de Palestijnse gebieden verplicht bescherming te bieden aan de bezette bevolking. Het kan niet tegelijk een land bezetten en het dan de oorlog verklaren. Men verklaart een land de oorlog, niet een bezet gebied. Israel is ten volle verantwoordelijk voor de onhoudbare toestand in de Gazastrook. Voor zijn aanspraak op het recht op zelfverdediging verwijst Israel naar art. 51 van het Grondvest van de Verenigde Naties. Maar het Internationaal Gerechtshof (ICJ) heeft deze interpretatie in 2004 verworpen. “Het recht van een staat op zelfverdediging geldt niet voor bezet gebied. Men kan het recht op zelfverdediging enkel inroepen bij een gewapende aanval van een staat tegen een andere staat,” aldus het ICJ.

Israel heeft wel het recht zich tegen de raketaanvallen uit Gaza te verdedigen, maar moet dat doen volgens het recht dat toepasselijk is op bezetting. Dat voorziet in vergaande bescherming van de burgerbevolking. De Israëlische reactie op de raketaanvallen moet dus proportioneel zijn. In het oorlogsrecht wordt militaire winst afgewogen tegen menselijk leed. De verklaring dat “geen land raketaanvallen van een buurland kan tolereren” is dus vals. Israel ontzegt de Palestijnen het recht om zichzelf te besturen en te beschermen. Als het tegelijk het recht op zelfverdediging inroept is dat een woordspelletje dat de internationale gemeenschap op het verkeerde been moet zetten om de eigen verantwoordelijkheid te ontlopen.

Het is ronduit misdadig dat de machtigste man ter wereld, magna cum laude Harvard-jurist Obama, zijn regering, Groot-Brittannië - dat een doorslaggevende rol heeft gespeeld bij de totstandkoming van de staat Israel - en andere Europese (ex-koloniale) mogendheden tegen beter weten in Israel op dit punt niet tot de orde roepen. En het is even misdadig dat de regering van een land dat onder de auspiciën van de Verenigde Naties het levenslicht zag tegen beter weten in beroep doet op een artikel uit het Handvest van diezelfde Verenigde Naties.

6. Israel vermijdt burgerslachtoffers, Hamas brengt Israëlische burgers om het leven

Met zijn primitieve raketten die het niet goed kan richten schendt Hamas het principe van onderscheid tussen militaire en burgerlijke doelen en vuurt dus grosso modo in het wilde weg. Maar zoals de recente geschiedenis leert wordt Israel zeker niet inschikkelijker indien Hamas enkel op militaire doelwitten vuurt. Voor Israel is Hamas, en elke vorm van verzet, gewapend of geweldloos, uit den boze.

Israel heeft één van de machtigste legers ter wereld. Het beschikt over uiterst precieze wapentechnologie. Met zijn drones, F-16’s en andere gesofisticeerde wapens kan Israel elk individu uitschakelen en daarmee burgerslachtoffers vermijden. De vele burgerslachtoffers van de afgelopen weken duiden erop dat Israel doelbewust burgers en kinderen ombrengt. Dat past binnen de Dahiya Doctrine: wie schiet op Israel moet dood en verderf en de totale ontreddering van zijn infrastructuur verwachten, waarbij woonwijken als militaire bases worden beschouwd. Eerder paste Israel deze doctrine toe in de Libanon oorlog van 2006 en bij de Operatie Cast Lead in Gaza in 2009. Voor Israel zijn burgers en kinderen dus legitieme doelwitten.

7. Hamas gebuikt huizen, scholen en moskeeën als menselijk schild door daar wapens te verbergen

Eén van de meest perfide leugens die de wereld moet doen geloven dat Palestijnse burgers omkomen door hun eigen schuld. Zijn geïllustreerde praatjes ten spijt, Israel is er nooit in geslaagd enig bewijs te leveren dat Hamas burgerinfrastructuur gebruikt voor de opslag van wapens. In de twee gevallen waarin Hamas inderdaad wapens had opgeslagen in scholen van de UNRWA waren die leeg. UNRWA ontdekte de wapens en veroordeelde de doorbreking van zijn onschendbaarheid publiek. Internationale mensenrechtenorganisaties die de Israëlische claim hebben onderzocht hebben vastgesteld dat die ongegrond zijn.

In werkelijkheid zijn het juist Israëlische militairen die systematisch Palestijnen als menselijk schild gebruiken. Sinds de Israëlische inval in de Westelijke Jordaanoever in 2002 binden die jonge Palestijnen op de motorkap van hun voertuig of dwingen ze hen huizen binnen te gaan waar militanten worden vermoed. Maar zelfs als men aanneemt dat de Israëlische beweringen een grond van waarheid kunnen hebben, verplicht het humanitaire recht om burgerslachtoffers te vermijden die excessief zijn in vergelijking met de te verwachten militaire winst.

Wat nu?

Gaza wenst absoluut niet terug naar de status quo. Dat blijkt uit een verklaring van 91 in Gaza woonachtige topmensen uit wetenschap, publiek ambt, Rode Kruis, rechterlijke macht en media. “Wij roepen op tot een staakt-het-vuren met Israel indien dat voorziet in een einde aan de blokkade en het herstel van fundamentele vrijheden,” zo luidt het. “Hamas vertolkte het standpunt van de overgrote meerderheid van de inwoners toen de beweging het eenzijdige bestand van Egypte en Israel verwierp. Gaza wil onbeperkte bewegingsvrijheid voor de Palestijnen en vrij verkeer van goederen en diensten, onder toezicht van een door de VN aan te stellen organisatie.”

Een recent Gallup onderzoek leert dat 42% van de Amerikanen het optreden van Israel in Gaza gerechtvaardigd vindt, 39% zegt van niet en 20% heeft geen mening. Het percentage “ongerechtvaardigd” is licht gestegen vergeleken met het Gallup onderzoek tijdens de tweede intifada twaalf jaar geleden. Het is opvallend dat het publiek verdeeld is over deze kwestie, terwijl hun politieke leiders unaniem het Israëlische optreden steunt. Een sterk uiteenlopende mening tussen publiek en elite over buitenlands beleid is niet ongebruikelijk, maar het is toch schokkend te moeten vaststellen dat bijna 40% van de Amerikaanse bevolking blijkbaar op zo’n belangrijk onderwerp geen vertegenwoordiging vindt in het Congres. Het leidt geen twijfel dat de Israel Lobby, die de loopbaan van politici kan maken of breken, daar tussen zit.

Nog afgezien van de droeve dagelijkse balans aan slachtoffers, de vernietiging van infrastructuur en het beroep op het internationaal recht, de vraag die zich opdringt is: wat wil Israel bereiken? Niemand die het weet. Laat ons een gedachteoefening doen, een hypothese ontwikkelen. Veronderstel dat de Palestijnen de gehele Gazastrook ondertunnelen. In de Israëlische logica zijn dan alle 1,8 miljoen Palestijnen menselijke schilden. De oplossing is dus om die allemaal om te brengen en ervan uit te gaan dat de wereld daar lijdzaam op toeziet. Dat is precies wat de Israëlische samenleving van zijn overheid vraagt. Het absurde daarvan is dat Israel de Palestijnen niet met een bommenregen in het gareel krijgt, en al helemaal niet naar vrede kan bombarderen.

Een hypothese is dat Israel graag alle Palestijnen ziet vertrekken naar Jordanië, een “oplossing” die ook de Nederlandse rechts-extremistische PVV-voorman Geert Wilders verkondigt. De Palestijnen moeten in Jordanië een nieuw bestaan opbouwen, net als de Joden dat in Israel hebben gedaan, aldus Wilders. Maar de Palestijnen laten zich niet van hun geboortegrond wegjagen. De verklaring van de 91 intellectuelen in Gaza is daar duidelijk over: “Geen bestand zonder gerechtigheid. Een retourtje naar de status quo is een levende dood.” De keuze is dus tussen zich aan flarden te laten schieten of een langzame dood in een onleefbaar Gaza onder beleg. Blijft de wereld lijdzaam toezien?

zondag 13 juli 2014

Palestinian resistance, the necessity of three fronts


By Linah Alsaafin
 



Resistance in Gaza, Shoufat, Naqab and Haifa. Courtesy of the Qawim (Resist) movement. All rights reserved.

Something must be done about Israel’s number one ally, the Palestinian Authority, otherwise what we are witnessing today will be merely another flare-up, as opposed to a turning point for decolonization and the beginning of an end to the occupation.

Resistance in Gaza, Shoufat, Naqab and Haifa. Courtesy of the Qawim (Resist) movement. All rights reserved.

When people saw what had happened to my son, men stood up who had never stood up before.”

This famous quote belongs to Mamie Till-Mobley, after her 14 year old son Emmett was brutally murdered in 1955 Mississippi. An all-white jury acquitted his murderers. Nearly 60 years later, the lynching of a 16 year old Palestinian boy by Israeli settlers took place in Jerusalem. Mohammed Abu Khdeir was kidnapped, forced to drink gasoline, and was burned alive.

Mainstream media similarly acquitted the state of Israel, conveniently ignoring the racist, ethnocentric, and colonial ideology the state is premised upon. Reports circulated that Abu Khdeir’s murder was a ‘revenge killing’ after three settlers, reported missing for three weeks, were found dead on June 30. Palestinians took to the streets in outrage, yet the reaction of the de facto president of the Palestinian Authority, Mahmoud Abbas was at the very least insipid. His response came almost a week after the lynching, when he announced he had sought help to form an international committee to investigate Israeli crimes against Palestinians. Such a dry proposition is in stark contrast to his words when it came to the three missing settlers. Then, he stressed their humanity and openly defended the security coordination with Israel, during the latter's biggest incursion into the West Bank in over a decade.

With the mainstream media labelling Abu Khdeir’s killers as ‘extremist,’ this has sought only to absolve the Israeli public and the state from the crime of what they represent: a colonizing, occupying, bigoted entity. As Palestinian writer Khaled Odetallah pointed out, using the word 'extremist' to describe an unruly pack of settlers is nothing but a mechanism for regarding the other Israeli population as natural, and discounting the blatant racism that is inherent in all colonizing entities.

Jerusalem and '48

Mohammed Abu Khdeir’s lynching released an unprecedented wave of angry protests that has quickly spread from his hometown of Shuafat to other neighbourhoods in Jerusalem, and to Palestinian towns and villages in modern day ‘Israel.’ Since July 3, thousands protested across the Galilee, as initial confrontations took place between Palestinians and Israeli police in Nazareth, Arara, Umm al-Fahem, Taybeh, and Qalanswa. Tires were burned, tear gas and rubber bullets were fired, and chants resonated with the cry “The people demand the demise of Israel.”

As the days stretched out to complete one week since Abu Khdeir’s death, protests sprung up in other villages in the Galilee, referred to as the Triangle, such as Tamra, Deir Hanna, Kufr Manda, Baqa al-Gharbiyeh, Shifa Amro, Iblein, Sakhnin, Arraba al-Batouf, and Jadeeda al-Makr. The cities of Haifa and Akka also held protests, as well as Bi’r Sabe’ and Rahat in the southern Naqab desert. On Saturday, hundreds of Palestinians took to the streets in Yafa after Israeli settlers attacked a few Palestinian homes in the old city. Palestinians are in the throes of direct protests against the state that has allocated Israeli citizenship to the 1.6 million Palestinians, but which systematically discriminates against them and regards them with a mixture of fear and suspicion. Hundreds have been arrested, including dozens of minors, and more than one hundred remain in detention.

Gaza assault

On Monday night, July 7, Israel announced its incursion into Gaza, the most densely populated territory in the world. This came after it had already killed ten people the day before. In the first 24 hours of the bombing campaign, called Protective Edge by the Israeli army, 24 Palestinians were killed, including eight children. Civilian homes such as the Hamad family home in Beit Hanoun and the Kaware’ and Abadleh family homes in Khan Yunis were targeted by air strikes and destroyed with “surgical precision”, a phrase popular with warmongers and military officials.

The resistance in Gaza, comprised of the military wings of the various political factions, responded with a barrage of rockets that for the first time proved their long-range capabilities, hitting Khadera, which is 113 kilometers away from Gaza. Gaza's resistance tactics have surpassed the imagination of Israel, with a navy commando unit storming the Zikim military base after swimming there from Gaza. The Israeli government ordered the bomb shelters for its citizens to open, as air sirens went off from Sderot to Isdoud to Jerusalem to Tel Aviv and further north, near the city of Haifa.

Abu Obeida, the spokesperson for the Hamas resistance al-Qassam brigades, listed in a brief press conference last Friday the conditions Israel must fulfil in order to stop the rockets. The first is for Israel to cease its aggression in the West Bank, Jerusalem, and the ’48 occupied territories. The second demands that Israel release the former prisoners who were released in the 2011 prisoner swap deal but who were re-arrested in droves during the recent massive military raid on the West Bank last month. The Israeli government is already pushing for a bill to approve that these prisoners should serve out the remainder of their original sentences once they get re-arrested. Hamas will decide when to start and when to stop, not anyone else, despite Israeli prime minister Netanyahu declaring that he will “intensify attacks” in Gaza, and despite the support of western governments such as that of David Cameron, who promptly reiterated the UK’s staunch support for Israel.

Israel has boasted that it has launched air strikes on more than 400 sites in Gaza, where 1.7 million people, 75 percent of whom are women and children, reside in an area that is 365 kilometers squared. The strip has been targeted with 4000 tons of explosives, with an Israeli air strike occurring on average every four and a half minutes. The death toll has already surpassed 120. The last large scale attack on Gaza was in November 2012, where 173 Palestinians were killed, including 38 children.

Outsourcing the West Bank

In the middle of all of this, the West Bank remains conspicuously quiet. The protests by the shabab last month against the Israeli army as the latter swept through towns and villages, wreaking havoc, arresting hundreds, and killing six have subsided since the army nominally withdrew. It is well known that the resistance rockets from Gaza are no match for a heavily subsidized, professionalised, and technologically developed military, which forms the standing pillar of the state of Israel.

Rockets are part of the resistance, as are the protests in the ’48 territories. Yet without depriving Israel of its number one ally, the Palestinian Authority, what we are witnessing today will be merely another flare-up as opposed to a turning point for decolonization and the beginning of an end to the occupation. Mahmoud Abbas’ conduct and reaction has done him no favours as regards the recent events, and his speech at the normalizing Herzliyya “peace conference” where he begged Israelis to not miss his outstretched hand for peace is nothing but grovelling to the enemy, in the very same moment that homes in Gaza were being destroyed with their families still inside them. On Friday, Abbas' interview with PA-run Palestine TV insinuated that the resistance rockets from Gaza were pointless, and that he prefers to fight with politics and wisdom.

These events represent a period of escalated action, yet for the status quo to be truly smashed, the West Bank must rise up against the Palestinian Authority, effectively getting rid of the infamous security coordination with Israel, and replacing neoliberalism with a representative anti-occupation programme that is intolerant of oppression and colonization.

Otherwise, Hamas and Israel will sign another empty truce after the former incurs heavy losses on its side with no formal guarantee that Israel will not immediately violate it as it has in 2008 and again in 2012, and the demonstrations within the ’48 occupied territories will be hijacked or co-opted by the older generation of “Israeli-fied” Palestinians such as Ali Sallam (member of the Nazareth municipality who described the protesters as hooligans and thugs) and will fizzle out.

What cannot be ignored is that the PA has created an entire sector of society that benefits from its relations with Israel, and the fear barrier regarding its notorious intelligence and security services has not been broken. The West Bank has been reduced to a shadow of its self as the Palestinian cause was transformed into coffeehouse conversations, rather than actions targeted at the oppressive force of Israel and its collaborators. Yet as the resistance rockets are met with gleeful support by Palestinians across the country, the PA are already caught up in irrelevancy. The PLO as the sole and legitimate representative of Palestinians has been exposed as toothless, since the Palestinians in “Israel” resisting against the occupation serve as a reminder that their identity first and foremost, despite the passport imposed on them, will be Arab Palestinians. Widespread support among Palestinians across the country for the resistance is mounting, leaving the PA's fallacious and empty rhetoric of peaceful negotiations and security collaboration in a very tight space indeed, not to mention a strong sense of the inappropriate.

The Palestinian Authority has once again shown that it exists solely to maintain Israel’s security over and over again. This physical domination is coupled with a disastrous neoliberal order used to pacify and oppress Palestinians who demand to live with dignity. This is not the place to discuss strategies and plans on how to resist the PA; it is primarily crucial to acknowledge that precisely because of its deep entrenchment in Palestinian society in the West Bank, any movement aimed at dismantling it will constitute a social, economic, and political revolution in itself.

Already recent protests in Hebron, Jenin, Nablus and the outskirts of Ramallah have been suppressed by the Palestinian Authority security forces, an extension of the Israeli army. Protesters in an apparently planned attack on Friday night descended upon Qalandiya checkpoint with molotovs and fireworks, catching the Israeli soldiers there by surprise. Yet the PA apparatus must also be simultaneously targeted in order to achieve and affect real change.

As the popular quote goes, “If I had ten bullets I’d fire one at my enemy, and nine for the traitors.”

Linah Alsaafin is a graduate of Birzeit University and is currently pursuing her Master's degree at SOAS, London.

This article first appeared on openDemocracy 12 July 2014.

woensdag 2 juli 2014

Iraq crisis: divide-and-rule in defence of a neoliberal political economy




The roots of the most recent crisis in Iraq can be traced to the US-led invasion of 2003 and western meddling in Syria. At stake, is the neoliberal blueprint of post-invasion Iraq, now defended in an effort coordinated between the Baghdad government and its western backers.


Secretary of Defense Donald H. Rumsfeld gestures to emphasize his point during a press briefing with Ambassador Paul Bremer in the Pentagon on July 24, 2003. Rumsfeld and Bremer briefed reporters about the coalition progress in Iraq. Photo: R.D. Ward, 24 July 2003, Wikimedia Commons.

What today is ISIS, the self-proclaimed Islamic State of Iraq and the Levant (ISIS), was founded as an Al-Qaida´s franchise in Iraq in direct response to the US-led invasion. The group thrived in the security vacuum the invaders created by dismantling the Iraqi security apparatus. At the time, Amnesty International criticized the US for not sufficiently investing in the security of civilians, while guarding oil fields around the clock. Needless to say, oil was the primary motive behind the invasion.

Dismantling Iraq´s security infrastructure entailed the dismissal of over 400.000 soldiers and intelligence personnel. With one stroke of the pen, Paul Bremer, who headed the occupation forces in Iraq, granted jihadi groups the ultimate recruitment ground: an ´army´ of jobless men who know their way around weapons. It was only a matter of time before various armed groups were rampaging through the country. Among those, the Islamic State of Iraq, ISIS before expanding to Syria, won most infamy for targeting Shia.

Then, as now, western designs for Iraq were at the root of the sectarian logic of the violence. From his office in one of Saddam´s former palaces, Bremer issued his first ‘order’, which banned all public sector employees affiliated with Saddam´s Bath party from current and future employment by government, including a majority who had party membership forced upon them.

Although victimized like all other groups, Sunnis were favoured by the Saddam regime and thus disproportionately targeted by ‘de-Bathification’. In fact, according to the International Crisis Group (ICG), a Brussels-based think tank, Sunni Arabs were “treated (...) as representatives of an oppressive state structure in need of dismantling” which “sent the message that de-Bathification was tantamount to de-Sunnification.”

Even when disregarding Bremer’s first order, post-Saddam Iraq was sectarian by design. As ICG explains, the US “enforced stringent security measures in Sunni-populated areas, even those traditionally hostile to the former regime” and built a political system “along ethnic and sectarian lines, making clear that Sunni Arabs would be relegated to a minor role”.

In doing so, the US essentially reproduced the British colonial legacy of ruling Iraq by sectarian division, with predictable outcomes. Although useful allies are co-opted regardless of sect, consecutive Shia majority governments have divided public position and resources on an ethno-sectarian basis. Meanwhile, elastic de-Bathification laws continue to deprive many Sunni families from employment and pensions, while equally flexible ‘anti-terrorism’ laws are used to eliminate political opponents of the establishment, including key figures in the Sunni community.

Against this backdrop, peaceful protests were staged in Sunni-majority areas in 2012 following the arrest of bodyguards working for Rafi Al-Issawi, a prominent Sunni politician. The protesters consisted primarily of ordinary people demanding decent living conditions and an end to Sunni exclusion by the government as well as political factions, ranging from militants to those seeking concessions from Baghdad.

The government responded violently. Four months after the demonstrations started, a protest camp in Hawija (Kirkuk province) was raided leaving dozens dead and over 100 wounded. Violence escalated, empowering militant groups, primarily ISIS. Soon, sectarian hostilities soared to levels unseen since the height of the US-occupation, reaching a monthly death toll of approximately 1000 by January this year.

The recent meteoric ascent of ISIS in Iraq, having been largely contained by around 2010, is closely tied to its newly acquired position in Syria. There, it has trained fresh fighters, amassed advanced weapons and found new financial resources to an extent unimaginable without de facto western support.

ISIS troops have reportedly received training from US instructors at a secret base in Jordan. At the Turkish border with Syria, NATO - represented by Germany, the US and the Netherlands - deployed patriot missiles and 1200 troops, prompting any Syrian pilot to think twice before venturing within NATO´s reach in northern Syria, the location of the main ISIS strongholds. The US has knowingly contributed to shipments of weapons most of which have been delivered to jihadi hardliners fighting Bashar Al-Assad.

But when ISIS took control over large swathes of territory in western Iraq, the US administration quickly sent Apache helicopters, drones and hell-fire missiles to the embattled Iraqi regime it had once installed. Targeting Al-Assad is fine, but turning your weapons against a US ally is a different matter altogether. It appears one man´s freedom fighter can be the same man’s terrorist.

For much the same reason, New York, London and Paris newspapers devoted their headlines to ISIS when it reemerged in Iraq, but were largely silent when the same ‘terrorist liberators’ were committing gruesome atrocities in Syria, ranging from summary executions of civilians, to imposing misogynist laws and the recruitment of child soldiers.

Likewise, atrocities committed by the Iraqi army while “fighting terrorism” are generally withheld from mainstream media audiences. When ISIS troops raised their black-and-white banners in Fallujah, the city was indiscriminately shelled by the US-armed Iraqi forces. The newly obtained hellfire missiles killed unarmed civilians, including children. With this in mind, some 500,000 people fled from Mosul after it was seized by ISIS, more out of fear of the Government´s response than jihadi extremism.

The success of a few thousand ISIS troops facing a US-backed army, is dependent upon the support of Iraqi Sunni fighters and at least some tolerance by the civilian population. Further alienated by recent government violence and in some cases out of sheer self-defence against indiscriminate cruelty, a significant section of the Sunni community has felt compelled to strike a Faustian bargain with ISIS against the central government. More than just a jihadi exploit, the advance of ISIS thus represents widespread popular opposition to the ruling elite after peaceful resistance was thwarted.

Mainstream reporting is all but entirely oblivious of the above, reducing the whole affair to purported ‘ancient hatreds’ between Shia and Sunnis. It should be common sense, however, that sectarianism, in Iraq and elsewhere, is an elite-constructed vehicle to channel popular dissent in a manner that maintains the status quo. In the case of Iraq, this amounts to preserving western interests at the cost of the common people.

The protesters in Tikrit and Anbar were demanding an end to corruption, poverty, unemployment and shortages of water and electricity. These grievances are at the root of popular dissatisfaction and by extension the advance of ISIS. Though articulated in sectarian language, they target the very economic architecture of post-invasion Iraq.

Under military occupation, Bremer’s infamous orders transformed Iraq into a neoliberal, free-market paradise. Order number 39 for example, allowed the unrestricted, tax-free export of profits by corporations and granted them 40-years ownership licenses. Order number 12 lifted all protection of Iraqi industries.

In exclusive hotels, public firms were auctioned at fire-sales prizes to foreign investors and the newly-arrived pro-US elite. Most importantly, Iraqi oil has been all but privatized and is exploited by multinational corporations without parliamentary approval. The lion’s share of profits accrues to western oil giants.

From a US perspective, it does not matter who is the president of Iraq as long as the current arrangement is maintained. This is why it may be advantageous for the US to replace Maliki with another ‘manager’.

The consequences of neoliberalism in the Third World are well-known. Multinationals virtually own the economy, sharing part of it with a local elite that ensures the continuation of neoliberal policies. The crumbs that fall off their dinner table are then tossed to the population, which translates into the grievances of, for instance, the protestors in western Iraq.

Of course, there is nothing ‘Sunni’ about such grievances, which torment all ordinary Iraqis and have incited them regularly. This explains why several Shia leaders publicly supported the Sunni majority protests. The habitual response of the ruling elite, however, was to recast the protests as an existential threat to the Shia, to the detriment of inter-sectarian class-solidarity. The chances of a united anti-establishment movement, potentially threatening the current order Iraq, further declined.

In this context, the central government exaggerated the ‘terror’ threat, opting for an iron fist instead of genuine security measures. For example, before the elections, Fallujah was willing “to evict the jihadis if guaranteed it would not face regime attacks”. But the Prime Minister did not order his troops to retreat for he had “staked his re-election on an anti-terrorism campaign with a crude sectarian cast”, says ICG.

Apart from deepening sectarian divides, the above has rallied the Shia behind a status quo government, to the advantage of Maliki and his foreign backers, who, unsurprisingly, share his ‘terror is upon us’ discourse. Even members of the Sadrist movement, the most potent and popular anti-establishment force in the Shia community, are now volunteering to fight alongside government troops, unwittingly defending their own poverty.

Meanwhile, mainstream western media continue to reduce the crisis to ‘Arab-looking’ men wielding beards and Kalashnikovs and spreading terror in a sectarian quagmire. This orientalist frame conveniently obscures what lies behind the turmoil, rendering terror and sectarian violence a ‘natural’ phenomenon to the Arab world, entirely detached from western involvement. And so, while Iraqis, who are massacred by the thousands, are portrayed as sectarian fanatics, western military superpowers can plead innocent once again.

Ali Al-Jaberi is a journalist and political scientist. Former correspondent in the Middle East and lecturer in International Relations.

This article first appeared on openDemocracy 1 July 2014.