Photo: Huawei Gallery
Posts tonen met het label China. Alle posts tonen
Posts tonen met het label China. Alle posts tonen
donderdag 8 augustus 2019
De vastgelopen Europese integratie
Deel
1: integratie is geopolitiek van levensbelang.
The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017.
Photo: Huawei Gallery
Photo: Huawei Gallery
De
grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s
druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed
gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex
overwinnen en focussen op een Euraziatisch
bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse
digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat
rond Russische dreiging staat integratie in de weg.
In
zijn artikel
‘Be
Afraid of the World, Be Very Afraid’
somt
de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt
vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien
nooit opgelost raken. In
Bad
Thing #3, The
End of the European Union,
toont
hij zich
niet
optimistisch over het Europese project. Dat
de
pogingen tot
een
uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben
geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese
reactie op de Amerikaanse indirecte sancties.
Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds
verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude
gemeenschappelijke markt, aldus Walt.
In
twee delen gaan wij in op de
problematiek die Walt
aansnijdt.
Vandaag belichten we de
geopolitieke
aspecten
van de Europese integratie. In
deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we
vast
dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we
de
meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa
met
twee snelheden.
De
kolossale
uitdagingen
waar de
Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap.
De
nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar
vooral de
staatshoofden
en regeringsleiders
die
zich in
het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar
al te graag achter
‘Brussel’
verschuilen.
De
grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten
De
EU mag dan een economische reus zijn, het is maar
de
vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke
wereldspeler in
een multipolaire wereld of satelliet blijft van de
VS.
Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen
op
het wereldtoneel hun
zegje doen,
maar
individueel
kunnen
zij
het
niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland.
Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot
grote
mogendheid maakte,
maar vandaag kunnen
zij zo’n
status
enkel herwinnen
door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.
Afgezien
van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en
politieke weefsel, komt de
grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de
Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als
Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de
VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die
bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat
Washington
Europa ooit
zou kunnen zien als tegenstrever,
ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.
Vier
decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben
de
Amerikaanse
middenklasse
ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet
moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische
zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de
Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de
beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten.
Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische
oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa,
Japan en Korea werden stevig aangepakt.
De
harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres
Vandaag
staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met
de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met
Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de
aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie
en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te
schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese
leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die
maatregelen worden wel gedragen
door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij
bureaucraten
afkomstig uit de regering-Obama.
Het
succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van
Duitsland. De
steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om
over de
psychologische drempel te
stappen om
daar tegen in te gaan. Zelfs
Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan
worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet
denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse
president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse
militair-industrieel
complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven
dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland
optimaliseren.
Focus
eerder op
Euraziatisch dan
trans-Atlantisch bondgenootschap
Voor
Europa betekent dat om
eerder
te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een
trans-Atlantisch.
De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de
Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor
Amerikaanse digitale
kolonisatie.
Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor
niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2
project met Franse steun door.
De
VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig
politici die echt
in
zo’n dreiging
geloven. De
Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een
nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse
steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes.
Het Europese debat rond
de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele
tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg
staan.
Het
dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de
weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept
van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.
zaterdag 27 juli 2019
Kunnen investeringen in klimaattechnologie de Europese groeivertraging verhelpen?
In
bovenstaand filmpje analyseert
UAntwerpen-hoofddocent
internationale politiek David
Criekemans - aan
de hoofdzetel van de machtige
Deutsche
Bundesbank - de
evolutie van de eurozone
en de
economische groeivertraging
in
Duitsland. De
manier waarop onder
Duitse regie Zuid-Europese “potverteerders” als Griekenland
werden aangepakt komt
aan de orde, net als het
gebrek aan solidariteit binnen de EU en het
feit dat
de
bezuinigen
van
Merkel nu
ook in Duitsland worden
gevoeld. De
toekomst van de Europese economie ligt
in
investeringen
in klimaattechnologie, aldus
de professor, wiens
beknopte
boodschap
uitnodigt
de issues nader uit te spitten. Op zijn hoofdthema’s gaan wij
hieronder in.
Duitsland moet zijn binnenlandse markt ontwikkelen
Duitsland is op een te lage koers in de euro gestapt. Maar ook de druk op de lonen droeg ertoe bij dat het concurrentieel kon exporteren. Het grote overschot op de Duitse handelsbalans wijst op een onvoldoende ontwikkelde binnenlandse markt. Volgens de Leuvense econoom Paul De Grauwe kon de productiviteitsgroei aan de werknemers voorbij gaan omdat werkgevers dreigden productie te verplaatsen naar lagelonenlanden als Tsjechië en Polen. Om zijn binnenlandse consumptie aan te zwengelen moet de koopkracht in Duitsland dus omhoog. De lonen én de pensioenen.
Europa’s economisch model is achterhaald. Europa heeft genoeg sterke multinationals, maar anders dan de VS dateert geen daarvan van de laatste 25 jaar. Europa kon schitteren toen Volkswagen het kon opnemen tegen Ford en Siemens tegen General Electric. Maar Europa heeft geen Apple, Google of Microsoft. Qua nieuwe technologie zoals artificiële intelligentie staat het nergens. Dat een stichtend EU-lid als Italië zich aansluit bij het Chinese Belt & Road initiatief duidt erop dat het land meer kans buiten de EU ziet om zijn economische problemen op te lossen. Het weerspiegelt tevens de verminderde status van Europa op het wereldtoneel.
De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie
Het succes van de EU stoelt op zijn gestage uitbreiding, sneller misschien dan instellingen en bevolking konden verwerken. Ex-communistische landen met soms de schone schijn van een democratisch bestuur konden probleemloos toetreden. En dankzij een creatieve interpretatie van de toetredingsvoorwaarden kon de monetaire unie groeien van 12 naar 19 landen. Dat Griekenland tot de euro kon toetreden wordt algemeen als een vergissing gezien. De instellingen van het land waren en zijn daar niet klaar voor. En dat verdict is ook van toepassing op andere lidstaten.
De geschiedenis leert dat imperialistische projecten sneuvelen op te ambitieuze uitbreiding. De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie. De Unie moet afrekenen met twee existentiële problemen: de geopolitieke confrontatie met Rusland en de problematische relatie tussen lidstaten in de periferie en de eurozone. De EU is maximaal naar het oosten opgeschoven. Oekraïne is toetreding in het vooruitzicht gesteld, maar de crisis in dat land leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat de EU zijn plannen met dat land moet opbergen. Op grond daarvan zien de Baltische staten hun toetreding niet voor morgen gerealiseerd.
De Franse president Macron zoekt het in verdere integratie: een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt. Maar Duitsland vreest dat de Duitse schatkist moet tussenkomen in de begroting van armere eurolanden. Het plan van Macron lijkt logisch. De eurozone kan niet buiten een politieke structuur. Blijft Europa economisch slecht presteren, dan is het alternatief voor nauwere integratie enkel desintegratie. Zo’n doemscenario is niet voor morgen. De weg terug naar nationale munten of een euro in twee hardheden is problematisch. Het zwaard van Damocles valt bij een volgende economische recessie. En dat kon wel eens niet lang meer duren.
Invoering van een mondiale koolstoftaks is een illusie
In zijn boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna.’ (p. 285) doet professor Criekemans de suggestie om subsidies op fossiele brandstoffen geleidelijk over te hevelen naar hernieuwbare energie en de uitstoot van CO2 fiscaal te belasten. Voor energie-econoom professor emeritus Aviel Verbruggen is een mondiale koolstoftaks echter een luchtspiegeling en moeten we het zoeken in een gedifferentieerde bottom-up aanpak waarbij regionale inspanningen centraal worden gemonitord. Anders dan een verre tijdshorizon hebben we nood aan directe en kortetermijnverbintenissen die stap voor stap leiden naar volledige decarbonisering van de economie, aldus Verbruggen.
Voor Verbruggen is het echte verhaal dat we aan het sluikstorten zijn in onze atmosfeer. We kunnen niet volstaan met minder uitstoot van broeikasgassen, we moeten de rotzooi opruimen, dringend en drastisch. We moeten beseffen dat we in onze economische activiteiten de atmosfeer gebruiken zonder de kosten daarvoor mee te nemen in de kostprijscalculatie. Hernieuwbare energie mag dan een grote vooruitgang zijn, maar die trend wordt ook gehinderd door gevestigde financiële en economische belangen. En we moeten veel dingen die we ons hebben veroorloofd anders doen of terugdraaien, aldus Verbruggen.
Technologie alleen kan de klimaatproblematiek niet oplossen
Robert Cailliau, de Belg die mee aan de wieg stond van het internet, is sceptisch over technologie om de klimaatproblematiek aan te pakken. Een echt goede batterijtechnologie kan ons misschien energetisch redden, maar vandaag bedraagt de energiedichtheid van de beste batterijen (energie per eenheid massa) nog geen tiende van die van benzine. En dieselmotoren die mits nanopartikelfilters tegen fijnstof veel beter scoren dan benzinemotoren worden door de politiek tegengewerkt. Met technologie alleen halen we de klimaatdoelstellingen niet. Er moeten waarschijnlijk eerst enkele miljarden mensen sterven in grote catastrofes voor we ook naar onszelf kijken, aldus Cailliau.
Negatieve uitstoot van broeikasgassen, het uit de atmosfeer halen van CO2, is één van de wapens in wat The Economist de oorlog tegen klimaatverandering noemt. Maar daarop gerichte technologie komt er niet omdat ondernemingen daar geen verdienmodel in zien. Het kapitalistische systeem zoals we dat vandaag kennen staat zo’n bijdrage aan de klimaatproblematiek dus in de weg. De ruim 200 academici die in een open brief voorstelden komaf te maken met de focus op economische groei missen de essentie van de zaak: men kan maar economische activiteiten loskoppelen van grondstoffengebruik en vervuiling als men ook wat doet aan ons economisch systeem.
Het goede nieuws is dat er oplossingen zijn binnen ons huidig economisch systeem. We kunnen CO2 uit de atmosfeer halen door herbebossing, de landbouw rationaliseren, onze vleesconsumptie verminderen, de uitstoot van de melkveehouderij aan banden leggen, zonnepanelen plaatsen, ons minder verplaatsen en al zeker per vliegtuig, in het algemeen minder verbruiken, inzetten op schone technologie, opkomende economieën motiveren om niet onze belachelijk hoge consumentaristische levensstijl te kopiëren, de derde wereld aanmoedigen hun nakende bevolkingsexplosie af te remmen, enzovoort. Het zijn allemaal initiatieven die bijdragen aan de oplossing.
Het ongecontroleerde kapitalisme is het probleem
Om écht het verschil te maken moeten we zien de controle te verkrijgen over de machtige monopolies die vandaag de wereldeconomie beheersen, alsook over de financiële sector. Wereldwijd zijn 100 ondernemingen verantwoordelijk voor 70% van de industriële uitstoot en 500 voor 70% van de ontbossing. Deze monopolies en de banken moeten dus in gemeenschapsbezit komen, zodat de wereldeconomie op een democratische manier kan worden gepland.
Voor de Amerikaanse marxistische econoom Richard Wolff staan we aan de vooravond van een existentiële crisis. Groene energie en CO2-opslag door bosaanplant kan binnen ons economische systeem de klimaatproblematiek niet oplossen. De energiesector heeft geen enkel economisch motief om het roer om te gooien. Ook voor de Britse journalist George Monbiot is kapitalisme het probleem. Eeuwige economische groei op een eindige planeet leidt onontkoombaar tot milieurampen. En waarom zou elk individu recht hebben op een zo groot mogelijk deel van de natuurlijke rijkdom van de wereld als zijn geld kan kopen? Vanuit milieuoogpunt staat het vergaren van rijkdom gelijk aan roof, aldus Monbiot.
Geen enkel alternatief is voor Monbiot een louter economisch systeem. Het uittekenen daarvan vergt de inzet van verschillende disciplines: economische, ecologische, politieke, culturele, sociale en logistieke. Dat moet leiden tot een beter georganiseerde samenleving die tegemoetkomt aan hetgeen we nodig hebben zonder ons gezamenlijke huis af te breken.
Monbiot stelt ons voor de keus: maken we een einde aan het leven om het kapitalisme overeind te houden, of maken we komaf met het kapitalisme om te overleven?
Duitsland moet zijn binnenlandse markt ontwikkelen
Duitsland is op een te lage koers in de euro gestapt. Maar ook de druk op de lonen droeg ertoe bij dat het concurrentieel kon exporteren. Het grote overschot op de Duitse handelsbalans wijst op een onvoldoende ontwikkelde binnenlandse markt. Volgens de Leuvense econoom Paul De Grauwe kon de productiviteitsgroei aan de werknemers voorbij gaan omdat werkgevers dreigden productie te verplaatsen naar lagelonenlanden als Tsjechië en Polen. Om zijn binnenlandse consumptie aan te zwengelen moet de koopkracht in Duitsland dus omhoog. De lonen én de pensioenen.
Europa’s economisch model is achterhaald. Europa heeft genoeg sterke multinationals, maar anders dan de VS dateert geen daarvan van de laatste 25 jaar. Europa kon schitteren toen Volkswagen het kon opnemen tegen Ford en Siemens tegen General Electric. Maar Europa heeft geen Apple, Google of Microsoft. Qua nieuwe technologie zoals artificiële intelligentie staat het nergens. Dat een stichtend EU-lid als Italië zich aansluit bij het Chinese Belt & Road initiatief duidt erop dat het land meer kans buiten de EU ziet om zijn economische problemen op te lossen. Het weerspiegelt tevens de verminderde status van Europa op het wereldtoneel.
De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie
Het succes van de EU stoelt op zijn gestage uitbreiding, sneller misschien dan instellingen en bevolking konden verwerken. Ex-communistische landen met soms de schone schijn van een democratisch bestuur konden probleemloos toetreden. En dankzij een creatieve interpretatie van de toetredingsvoorwaarden kon de monetaire unie groeien van 12 naar 19 landen. Dat Griekenland tot de euro kon toetreden wordt algemeen als een vergissing gezien. De instellingen van het land waren en zijn daar niet klaar voor. En dat verdict is ook van toepassing op andere lidstaten.
De geschiedenis leert dat imperialistische projecten sneuvelen op te ambitieuze uitbreiding. De vraag is of de EU aan de vooravond staat van zijn implosie. De Unie moet afrekenen met twee existentiële problemen: de geopolitieke confrontatie met Rusland en de problematische relatie tussen lidstaten in de periferie en de eurozone. De EU is maximaal naar het oosten opgeschoven. Oekraïne is toetreding in het vooruitzicht gesteld, maar de crisis in dat land leidt onvermijdelijk tot de conclusie dat de EU zijn plannen met dat land moet opbergen. Op grond daarvan zien de Baltische staten hun toetreding niet voor morgen gerealiseerd.
De Franse president Macron zoekt het in verdere integratie: een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt. Maar Duitsland vreest dat de Duitse schatkist moet tussenkomen in de begroting van armere eurolanden. Het plan van Macron lijkt logisch. De eurozone kan niet buiten een politieke structuur. Blijft Europa economisch slecht presteren, dan is het alternatief voor nauwere integratie enkel desintegratie. Zo’n doemscenario is niet voor morgen. De weg terug naar nationale munten of een euro in twee hardheden is problematisch. Het zwaard van Damocles valt bij een volgende economische recessie. En dat kon wel eens niet lang meer duren.
Invoering van een mondiale koolstoftaks is een illusie
In zijn boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna.’ (p. 285) doet professor Criekemans de suggestie om subsidies op fossiele brandstoffen geleidelijk over te hevelen naar hernieuwbare energie en de uitstoot van CO2 fiscaal te belasten. Voor energie-econoom professor emeritus Aviel Verbruggen is een mondiale koolstoftaks echter een luchtspiegeling en moeten we het zoeken in een gedifferentieerde bottom-up aanpak waarbij regionale inspanningen centraal worden gemonitord. Anders dan een verre tijdshorizon hebben we nood aan directe en kortetermijnverbintenissen die stap voor stap leiden naar volledige decarbonisering van de economie, aldus Verbruggen.
Voor Verbruggen is het echte verhaal dat we aan het sluikstorten zijn in onze atmosfeer. We kunnen niet volstaan met minder uitstoot van broeikasgassen, we moeten de rotzooi opruimen, dringend en drastisch. We moeten beseffen dat we in onze economische activiteiten de atmosfeer gebruiken zonder de kosten daarvoor mee te nemen in de kostprijscalculatie. Hernieuwbare energie mag dan een grote vooruitgang zijn, maar die trend wordt ook gehinderd door gevestigde financiële en economische belangen. En we moeten veel dingen die we ons hebben veroorloofd anders doen of terugdraaien, aldus Verbruggen.
Technologie alleen kan de klimaatproblematiek niet oplossen
Robert Cailliau, de Belg die mee aan de wieg stond van het internet, is sceptisch over technologie om de klimaatproblematiek aan te pakken. Een echt goede batterijtechnologie kan ons misschien energetisch redden, maar vandaag bedraagt de energiedichtheid van de beste batterijen (energie per eenheid massa) nog geen tiende van die van benzine. En dieselmotoren die mits nanopartikelfilters tegen fijnstof veel beter scoren dan benzinemotoren worden door de politiek tegengewerkt. Met technologie alleen halen we de klimaatdoelstellingen niet. Er moeten waarschijnlijk eerst enkele miljarden mensen sterven in grote catastrofes voor we ook naar onszelf kijken, aldus Cailliau.
Negatieve uitstoot van broeikasgassen, het uit de atmosfeer halen van CO2, is één van de wapens in wat The Economist de oorlog tegen klimaatverandering noemt. Maar daarop gerichte technologie komt er niet omdat ondernemingen daar geen verdienmodel in zien. Het kapitalistische systeem zoals we dat vandaag kennen staat zo’n bijdrage aan de klimaatproblematiek dus in de weg. De ruim 200 academici die in een open brief voorstelden komaf te maken met de focus op economische groei missen de essentie van de zaak: men kan maar economische activiteiten loskoppelen van grondstoffengebruik en vervuiling als men ook wat doet aan ons economisch systeem.
Het goede nieuws is dat er oplossingen zijn binnen ons huidig economisch systeem. We kunnen CO2 uit de atmosfeer halen door herbebossing, de landbouw rationaliseren, onze vleesconsumptie verminderen, de uitstoot van de melkveehouderij aan banden leggen, zonnepanelen plaatsen, ons minder verplaatsen en al zeker per vliegtuig, in het algemeen minder verbruiken, inzetten op schone technologie, opkomende economieën motiveren om niet onze belachelijk hoge consumentaristische levensstijl te kopiëren, de derde wereld aanmoedigen hun nakende bevolkingsexplosie af te remmen, enzovoort. Het zijn allemaal initiatieven die bijdragen aan de oplossing.
Het ongecontroleerde kapitalisme is het probleem
Om écht het verschil te maken moeten we zien de controle te verkrijgen over de machtige monopolies die vandaag de wereldeconomie beheersen, alsook over de financiële sector. Wereldwijd zijn 100 ondernemingen verantwoordelijk voor 70% van de industriële uitstoot en 500 voor 70% van de ontbossing. Deze monopolies en de banken moeten dus in gemeenschapsbezit komen, zodat de wereldeconomie op een democratische manier kan worden gepland.
Voor de Amerikaanse marxistische econoom Richard Wolff staan we aan de vooravond van een existentiële crisis. Groene energie en CO2-opslag door bosaanplant kan binnen ons economische systeem de klimaatproblematiek niet oplossen. De energiesector heeft geen enkel economisch motief om het roer om te gooien. Ook voor de Britse journalist George Monbiot is kapitalisme het probleem. Eeuwige economische groei op een eindige planeet leidt onontkoombaar tot milieurampen. En waarom zou elk individu recht hebben op een zo groot mogelijk deel van de natuurlijke rijkdom van de wereld als zijn geld kan kopen? Vanuit milieuoogpunt staat het vergaren van rijkdom gelijk aan roof, aldus Monbiot.
Geen enkel alternatief is voor Monbiot een louter economisch systeem. Het uittekenen daarvan vergt de inzet van verschillende disciplines: economische, ecologische, politieke, culturele, sociale en logistieke. Dat moet leiden tot een beter georganiseerde samenleving die tegemoetkomt aan hetgeen we nodig hebben zonder ons gezamenlijke huis af te breken.
Monbiot stelt ons voor de keus: maken we een einde aan het leven om het kapitalisme overeind te houden, of maken we komaf met het kapitalisme om te overleven?
dinsdag 16 juli 2019
De de-dollarisatie van het Amerikaanse financiële imperium
Tot
voor kort moest de wereld deviezenreserves investeren in Amerikaans
schatkistpapier. Vandaag verbiedt Trump dat, uit angst voor een
sterke dollar. Een lage dollar doet echter niets voor de Amerikaanse
economie die draait op diensten. China en Rusland kopen goud om los
te komen van de dollar. Het beleid van Trump leidt tot een economie
die zich steeds minder kan meten met het buitenland.
In
een recent interview definieert
de Amerikaanse econoom en historicus Michael
Hudson imperialisme als
je iets toe-eigenen zonder daarvoor te betalen, op handelsvlak een
strategie om het deviezenoverschot van een land in te palmen zonder
een productieve rol te moeten spelen. Eenvoudig door te eisen dat het
investeert in Amerikaans schatkistpapier. Met zo’n treasury-bill
stelsel wordt het mondiale monetaire systeem een Amerikaanse free
lunch, een
retributiesysteem waarmee de VS bijvoorbeeld zijn complete militaire
apparaat kan financieren, aldus Hudson.
De
VS heeft een structureel tekort op zijn handelsbalans.
Dat tekort wordt gefinancierd door
staatsobligaties die
het buitenland aankoopt. De VS
maakt er geen geheim van dat hij zijn schuld aan het buitenland niet
terugbetaalt. Wie weigert om Amerikaans schatkistpapier te kopen
pleegt een oorlogsdaad. Dat is de opstelling waaraan de VS het label
exceptional ontleent. Amerikaans schatkistpapier mag
dan rentedragend zijn, het is wel oninbaar. Executeren bij de
uitgever zou leiden tot insolventie waarbij de stukken hun waarde
verliezen.
Aan
de dollardominantie komt een einde
Hudson
laat
zien hoe de
VS de wereld economisch kon domineren, eerst
als
de grootste crediteur,
later
als
de grootste debiteur,
en hoe aan de
dollardominantie
een
einde komt.
Zijn
uiteenzetting
spoort met zijn
boek
van 1972 ‘Super
Imperialism: The Economic Strategy of American Empire’,
waarvan
een pdf-versie
online
beschikbaar
is. Wie
het boek te technisch vindt kan
eens kijken
naar het persbericht, het hoofdstuk ‘How
America will get Europe to finance its 2002-03 oil war with Iraq’
en
de ‘Preface
to the second edition (2002)’
(p. 3-14),
en eventueel de introductie (p. 15-37).
In
het boek levert Hudson kritiek
op de manier waarop de VS buitenlandse
economieën
uitbuit via de IMF
en
de
Wereldbank.
Ook het feit dat president Trump druk uitoefent op de
Amerikaanse centrale bank om de rente te laten zakken komt aan de
orde. Hudson meent dat Trump speculanten wil helpen arbitragewinsten
te maken met goedkoop geld, en de huizen- en aandelenmarkt oppeppen,
alsof men daarmee de reële economie helpt. Een lage rente moet ook
de dollarkoers drukken waardoor de Amerikaanse uitvoer beter kan
concurreren met het buitenland.
Trump
zegt dat China de Yuan manipuleert door dollars te recycleren in
Amerikaans schatkistpapier en daarmee de koers van de dollar
opdrijft. Hij wil dat China het Amerikaanse schatkistpapier links
laat liggen. Maar daarmee verliest hij de free lunch die China
hem voorschotelt en legt hij de kiem voor het einde van de
dollardominantie. China heeft geprobeerd zijn dollarreserves te
investeren in Amerikaanse ondernemingen, waaronder een keten
benzinestations, maar dat stuitte op Amerikaans verzet onder het mom
van nationale veiligheid. Wat kan China dan anders doen dan
Amerikaans schatkistpapier kopen?
China
en Rusland kopen goud
Door
China te verbieden zijn deviezenreserves om te zetten in Amerikaans
schatkistpapier drijft Trump China buiten de dollarzone, en dus koopt
China goud. Rusland doet dat ook. Ook andere landen vallen terug op
de gouden wisselstandaard, waarbij goud wordt gebruikt in het
internationaal handelsverkeer maar geen link heeft met binnenlandse
geldcreatie. De gouden wisselstandaard heeft een belangrijke pre: de
wereldgoudvoorraad bij centrale banken is beperkt. Een land dat
oorlog voert raakt snel door zijn goudreserve. Herinvoering van de
gouden standaard zet dus een rem op oorlog voeren.
Trump
maakt dus komaf met het “gratis geld” in Amerika, met het
monetaire imperialisme. Hij laat het buitenland afkicken van de
dollar. Maar daarmee worden buitenlandse economieën onafhankelijk
van de VS. Daar komt nog bij dat Trump geen handelsakkoorden tekent
die hij niet kan winnen. Zo’n houding drijft niet enkel China, maar
o.a. ook Rusland en Europa buiten de Amerikaanse invloedssfeer. Per
saldo isoleert de VS zich op een moment waarop hij zijn
maakindustrieën in belangrijke mate naar
lagelonenlanden heeft
overgeheveld.
Muntmanipulatie
haalt de
Amerikaanse maakindustrie niet
terug
Trump
denkt dat een lagere dollar leidt tot lagere loonkosten. Maar met nog
maar weinig maakindustrie in de VS zet dat geen zoden aan de dijk.
Volgens ‘The World Factbook’ van de Amerikaanse
geheime dienst CIA droeg in 2017 manufacturing voor 19,1% bij
in het Amerikaanse BBP en services voor 80,0%. Voor China
waren deze cijfers 40,5%, resp. 51,6%. Tenminste
1,2%
(bron:
Sipri)
van
het Amerikaanse BBP
betreft
de
zwaar
gesubsidieerde wapenindustrie
(Boeing,
Lockheed Martin, Raytheon, General Dynamics, Northrop Grumman, …)
waarmee
de VS de wereld onveilig maakt.
Een
lagere dollar doet niets aan
grondstofkosten,
energie, kapitaal en krediet. En
een lagere dollar is een
serieuze strop
voor werknemers. Die moeten meer betalen voor geïmporteerde
goederen, en
dat terwijl ze al zuchten onder hoge woonlasten,
dure medische
verzekering en zware fiscale
lasten. De
infrastructuur is
in
verval en de arbeidsmarkt verworden tot een gig
economy,
een klusjeseconomie, waarin vast werk plaats maakt voor klussen, een
fenomeen dat we ook
in Nederland zien met de zzp’ers,
zelfstandigen
zonder personeel.
De
Amerikaanse kostenstructuur moet serieus omlaag
Muntmanipulatie
helpt
niet
om de maakindustrie herop te bouwen. Een
lagere dollar doet niets aan binnenlandse grondstofkosten of kosten
voor energie, kapitaal en krediet. Amerika krijgt zijn
maakindustrieën maar terug als de factor arbeid goedkoper wordt door
lagere woonlasten en lagere transport- en infrastructuurkosten.
Gezondheidszorg moet tenminste
50% goedkoper worden.
Gebeurt dat alles niet,
dan blijft een duur, geïsoleerd Amerika over, met een groot tekort
op zijn
handelsbalans en een even groot probleem om zijn wereldwijde
militaire inspanningen te financieren.
Het
Amerika van Trump kijkt aan
tegen steeds minder “gratis geld”, een toenemend tekort op de
federale begroting, een munt die steeds minder waard wordt en dus
steeds duurdere import. Tegelijk gaat Trump
voor maximale privatisering
van maatschappelijke dienstverlening, de financiële sector en
infrastructuur. De kloof tussen arm en rijk wordt nog groter dan
die al is. Het
is een neoliberaal beleid
dat niet leidt
tot een gezonde economie,
maar tot
een economie die zich steeds
minder kan meten met het
buitenland. En dat voorspelt
niet veel goeds.
Abonneren op:
Posts (Atom)


