Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Spanje. Alle posts tonen
donderdag 8 augustus 2019
De vastgelopen Europese integratie
Deel 2: de weg uit de impasse.
Europa ten tijde van Karel de Grote in 814 (foto: Szajci, Wikimedia Commons)
Van
verticale Europese integratie is maar
weinig
sprake geweest. Zonder
Britse bijdrage krijgen
de
Europese
financiële
transfers het
moeilijk.
De
EU kan
de voortvarend
aangetrokken
lidstaten nog moeilijk
in
het gareel krijgen. Duitsland,
Frankrijk
en
de
Benelux zouden de
transfers kunnen stopzetten om
een betere Unie te ontwikkelen op
het gebied van het vroegere
Karolingische Rijk.
Een
nieuwe economische
crisis
stelt de Unie voor de
harde keus: integratie of uiteenvallen.
Het
Juridisch
Woordenboek
zegt
over
Europese integratie:
“eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire
integratie”. Precies
daar wringt het Europese schoentje. In
de praktijk heeft Europese
integratie betekend:
het uitbreiden van de
EU
met nieuwe leden, te
vergelijken met ondernemingen
die
geen autonome groei meer
kennen
en
hun
slagkracht op de wereldmarkt vergroten door overnames. Wat
we
de
afgelopen tientallen jaren van
het Europese project hebben gezien
is
hooguit horizontale integratie. Van verticale integratie, het
laten toenemen van beleidsdomeinen die de
lidstaten
aan de Unie toevertrouwen, is
maar weinig sprake geweest.
Vandaag
zijn enkel
douane,
buitenlandse
handel,
monetair beleid en
mededinging
volledig
Europese bevoegdheden. Belangrijke beleidsdomeinen als financiën,
begroting, belastingen, sociale zekerheid, economie, landbouw,
visserij, energie, milieu, vervoer, justitie, buitenlandse
betrekkingen, defensie, en asiel- en migratiebeleid vallen
daarbuiten. Daar komt het gebrek aan uniformiteit onder de lidstaten
nog bij. Sommigen
hebben
een
opt-out, anderen
zijn maar
deels
aan
de Europese regelgeving gebonden. Van
een Europese
minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale
beleid bepaalt zoals
de Franse
president Macron nastreeft
lijkt
niet
veel in huis te
komen.
Economisch
zwakke lidstaten hebben de Europese integratie in de weg gestaan
De
kernlidstaten deden hun voordeel bij de gemeenschappelijke
markt door de toegang tot nieuwe
opkomende markten in de periferie. Omgekeerd heeft
de komst van economisch zwakkere lidstaten - die zoals Spanje en
Griekenland zelfs tot de eurozone konden toetreden - de verdere
Europese integratie in de weg gestaan. Dankzij de open grenzen tussen
arme en rijke landen kwam de economische
migratie op gang, een fenomeen dat bijdroeg aan de anti-EU
stemming en specifiek de Brexitbeweging. Tegelijk moest de elite
toezien hoe de EU zich ontwikkelde tot een lappendeken van landen in
zeer verschillende ontwikkelingsstadia die de EU opsplitste in
permanente donoren en permanente ontvangers van Europees geld.
West-Europese
staten krijgen het steeds moeilijker met het vooruitzicht om tot in
het oneindige lidstaten te moeten subsidiëren die als blijk van dank
economische migranten op hun dak sturen. Eurosceptische partijen
blijven dan in de minderheid, traditionele partijen nemen al delen
van hun gedachtegoed over, zoals een rem op de migrantenstroom en
inperking van het Europees fonds voor aanpassing aan de
globalisering. Nu Brexit een einde maakt aan de Britse bijdrage aan
het EU-budget kunnen de gevolgen voor de Europese vrijgevigheid niet
uitblijven.
De
aanspraak op herstelbetalingen wijst op wanhoop bij sommige lidstaten
Zo’n
ontwikkeling zet niet enkel druk op pro-Europese sentimenten, maar
stimuleert ook landen als Griekenland en Polen hun aanspraak op
herstelbetalingen
van Duitsland in de verf te zetten. Dit wijst op een gevoel van
wanhoop en twijfel bij sommige landen over het EU-lidmaatschap. Zo
ontstaat een beweging om de EU-kern te versterken, zelfs als dat ten
koste gaat van de banden met de armere EU-landen.
De
ontstaansgeschiedenis
van de VS kan model staan voor economische en politieke
integratie. In Amerika kon die maar succesvol worden afgerond dankzij
een stappenplan: eerst verticaal integreren, dan horizontaal. De
Amerikaanse grondwet bond slechts de oorspronkelijke 13 staten die
hun soevereiniteit overdroegen aan de federale overheid. Staten die
zich wilden aansluiten moesten de grondwet onderschrijven.
Verticale
integratie gaat voor op horizontale integratie
In
het geval van de EU werden eerst zoveel mogelijk lidstaten bij elkaar
geharkt en pas daarna kwamen de zwakke pogingen om iedereen in het
gareel te krijgen. Dat is een wel heel moeilijk oefening. De EU kampt
met een lage verticale integratie en een groot aantal leden van
totaal verschillende bevolkingsomvang en economische ontwikkeling, om
maar te zwijgen over het Toren van Babel effect van verschillende
talen en culturen die allemaal mogen mee-eten uit de Europese ruif.
Voortgaande
Europese integratie vergt de overdracht van nationale soevereiniteit
aan Europese instellingen die niet enkel individuele rechten moeten
garanderen, maar
tegelijk
het overwicht van bestaande EU-lidstaten consolideren. Vandaag
kan geen Europese leider of groep leiders zoiets tot stand brengen.
Zo’n boppeslach
lukt enkel met een kleine groep lidstaten die onderling al een zekere
mate van verticale integratie hebben bereikt.
Kernlanden
als Duitsland en Frankrijk, mogelijk aangevuld met de Benelux, zouden
als groep kunnen stoppen met de financiële transfers aan de minder
ontwikkelde lidstaten, om een betere Unie te ontwikkelen. Het
idee van een Europa
met twee snelheden wint
aan populariteit.
De kern zou kunnen bestaan uit landen
gelegen in het gebied dat meer dan duizend jaar geleden het
Karolingische
Rijk uitmaakte. Net als in de VS in de 19e
eeuw moeten lidstaten buiten de kern hun lidmaatschap in de kern
verdienen door zich volledig neer te leggen bij de politieke
instellingen van de kern.
Een
nieuwe Grote Depressie kan de oude machtshonger oproepen
Vandaag
ligt noch de implosie van de EU noch verdere integratie in een al of
niet afgeslankte vorm voor de
hand. Zoals steeds ploetert het Europese project dapper voort met
vaak geïmproviseerd beleid. Maar een crisis in de vorm en opvang van
de Grote Depressie van de jaren 1930 kan niet worden bestreden met
halve maatregelen. Zo’n crisis stelt de Unie voor een harde keus:
integratie, desnoods in afgeslankte vorm, of uiteenvallen in losse
staten met het risico van gewapend
conflict, onderling of met de grootmachten.
Europese
leiders zullen zich wel herinneren hoe hun land als koloniale
mogendheid heerste over een groot deel van de wereld. Staan zij ooit
voor de keuze tussen integratie of uiteenvallen, dan kan de oude
machtshonger de doorslag geven, met alle
ellende van dien.
vrijdag 10 mei 2019
Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?
Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)
In een recent artikel dat ook op De Wereld Morgen verscheen stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.
Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.
In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.
Verdeeldheid over buitenlands beleid
Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.
Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.
Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.
Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.
Gebrek aan militaire capaciteiten
Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.
Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.
NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.
Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?
De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem “wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.
Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.
Intussen staat de wereld niet stil
De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.
Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.
Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.
Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.
Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?
De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.
Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.
Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?
Dit
artikel verscheen eerder op De
Wereld Morgen
donderdag 17 januari 2019
Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (4)
Bij de overgang van 2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het vierde deel:
Deel
4: Europa, migratie, en het Verdeelde Koninkrijk
Europese
Unie
Sinds
de financiële crisis van 2008 kruipt
de
Europese Unie uit
de recessie. De aanpak
waarmee elk
land probeert
de
recessie te
bestrijden is griezelig
uniform:
falende banken worden gered met publieke
middelen, op
openbare
diensten bezuinigd,
in
gezondheidszorg,
huisvesting, uitkeringen en pensioenen gesneden,
de overheidsschuld
mag
oplopen door het injecteren van geleend geld in het stervende
kapitalistische systeem. Met
concepten als 'de actieve welvaartsstaat' werden werklozen desnoods
met harde hand richting een baan geduwd.
Een
analyse van
de Duitse samenleving toont
wat
er mis is met Europa. De
flexibilisering van de arbeidsmarkt en aanslag
op de sociale verworvenheden
hebben een kaalslag teweeggebracht.
Nieuwkomers
(migranten, vrouwen, jongeren) verdienen
veel
minder en
dat tegen slechtere
voorwaarden. De
sociale mobiliteit is
volledig
tot stilstand gekomen. De
economische groei komt
ten goede van een
steeds kleinere groep. De
politieke elite heeft
de
bestrijding van werkloosheid (‘werk, werk, werk’) misbruikt en
stuurt aan op een
neoliberaal Europa.
De
toename van onzeker, tijdelijk en slechtbetaald flexwerk
zorgde
er ook
in andere Europese landen voor
dat steeds meer werkende mensen geen bestaanszekerheid meer hebben.
Zelfs
mensen die goed hun brood verdienen zijn bang. De
gele hesjes zijn veelal mensen uit de middenklasse die bang zijn voor
de toekomst. Dat is kenmerkend voor een samenleving waarin de
levenskansen van mensen afhankelijk zijn van de volatiliteit
van financiële markten en regeringen niet langer functioneren als
instellingen die mensen daadwerkelijk
tegen
die volatiliteit beschermen.
Landen
als Italië, Hongarije en Polen kennen sterke anti-EU gevoelens. De
instabiliteit in Frankrijk neemt
toe. Of aan de onderliggende bekommernissen van de gele hesjes zal
worden tegemoetgekomen is de vraag. De onrust kan leiden
tot de val van de regering-Macron. Tezamen met het nakende aftreden
van Merkel in Duitsland dreigt
de
motor van de EU serieus
te gaan sputteren en de EU te verbrokkelen
op het moment dat ze het meest nodig is.
In
Griekenland is
een
op de vijf mensen werkloos. De
Griekse economie staat in essentie onder Duitse controle.
Het land is totaal afhankelijk
geworden
van grievende noodleningen
van de rest van de wereld. Spanje worstelt met
de
ergste crisis
sinds het in
1978 een
'democratie' is
geworden.
De
Catalaanse bourgeoisie, die aanvankelijk
de door de regering in Madrid opgelegde bezuinigingen afwentelde
op de “gewone”
Catalanen,
verschuilt
zich nu achter
Catalaans nationalisme en speelt
slachtoffer na de weigering van de
Spaanse machthebbers
om
de
uitkomst van het
onafhankelijkheidsreferendum
te aanvaarden.
Besluit
de Nazi-junta in Kiev dit
jaar tot een aanval op de Donbass
of Rusland, dan leidt de daarmee
gepaard gaande chaos tot een
omvangrijke nieuwe vluchtelingenstroom richting Europa. Onder de
vluchtelingen treft men dan zonder twijfel ook heel wat ongure en
gevaarlijke types aan, lieden
waarvan we er in de Tweede Wereldoorlog teveel gezien hebben.
Een
Europees leger?
In
een dubbelinterview
tussen Europees parlementslid Guy Verhofstadt en journalist Joris
Luyendijk stond ook het idee van een Europees leger op de agenda.
Verhofstadt bagatelliseerde het vraagstuk op ergerlijke wijze. Aan
een Europees leger kleven grote dilemma’s, dat vergt een breed
maatschappelijk debat, aldus Luyendijk. 70-80% van de Europeanen mag
dan voorstander zijn, maar vraag eens door bij “de Europeanen”.
Moeten de Franse kernwapens in Europees
beheer komen met Commissievoorzitter Jean-Claude
Juncker aan
de knoppen? Moeten
we onze zonen en dochters opofferen om Estland te bevrijden als
Rusland daar binnenvalt?
Professor
internationale politiek David
Criekemans ziet
in de verwatering van de alliantie met de VS een keerpunt. Als men
Criekemans goed leest vindt hij het NAVO-lidmaatschap van de
EU-lidstaten eigenlijk overbodig. De
veiligheidsgarantie van art. 42 in de “Europese grondwet” is veel
sterker dan die van de NAVO, want voorziet in automatische bijstand,
aldus Criekemans. Tegelijk wijst hij op de noodzaak van een
ééngemaakt buitenlands beleid. Dat dit in essentie de overdracht
van de nationale soevereiniteit aan de EU met zich meebrengt zegt de
professor niet expliciet, wel dat de uitbouw van een Europese
“strategische cultuur” wellicht een generatie in beslag zal
nemen.
Navraag
bij professor Criekemans over zijn visie op een Europees leger levert
op dat hij een uitstap niet voor morgen ziet. De
EU-veiligheidsgarantie is
daar niet klaar voor, kan b.v. niet zonder logistieke zaken als
air-to-air
refueling, aldus
Criekemans. En het is de vraag of landen
als Nederland
of
Denemarken
meewillen, nog
afgezien van het manco aan een Europese
strategische cultuur.
Migratie
Volgens
een brochure
van 11.11.11 zijn wereldwijd
65 miljoen mensen op de vlucht. In
het debat komt de vraag waarom
die mensen vluchten
nauwelijks aan bod.
De
politiek heeft niet de moed om de vinger op de wonde te leggen.
Vrijwel
alle
volksvertegenwoordigers waren
akkoord met
militair
ingrijpen
zoals dat
in
Afghanistan, Irak, Syrië en Libië.
Het
mede
in
onze naam gepleegde oorlogsgeweld,
dát
is de
reden waarom
mensen huis en haard verlaten. En
dus moeten wij onze verantwoordelijkheid nemen, vluchtelingen
opvangen en voortaan drie maal nadenken voor we steun verlenen aan
miltair ingrijpen.
In
Europa was er veel te doen over het VN global compact on
migration. In België viel zelfs de regering over dit issue. De
N-VA kwam met valse of weinig ter zake doende argumenten. Zo zou het
VN-pact meer migranten richting Europa lokken. Landen zouden
arbeidsmigratie moeten faciliteren en migranten begeleiden. Er zou
onvoldoende onderscheid zijn tussen legale en illegale migranten.
In
de communicatie is het vaak om “eigen
volk” te doen.
Diezelfde N-VA
heeft
wel gestemd
voor het pensioen op 67 jaar, de indexsprong en
de
verhoging van btw en accijnzen.
Het
echte motief om de regering te laten vallen lijkt dus om de afbouw
van de sociale zekerheid te verdoezelen en de gele-vestjes-woede af
te wentelen op de migranten.
Maar
verzet tegen migratie is contraproductief. Europa heeft migranten
hard nodig. De vergrijzing bedreigt onze welvaartsstaat. Hongarije
voert ijskoud de “slavenwet” in, Oostenrijk doet iets dergelijks
(12 uur/dag of 6 uur/week zonder loontoeslag), en Italië schuift een
pakket sociale maatregelen op de lange baan.
Uit
onderzoek
blijkt dat migratie
niet de oorzaak, maar wel katalysator is
van
het
populisme
in Europa. Migratie
heeft wel sluimerende conflicten
in Europa naar boven laten
komen.
Zie
het hoofdstuk Europese Unie.
Brexit
Dinsdag
leed de Britse premier Theresa May in het Brexit-debat een
verpletterende nederlaag. De grote boosdoener was de backstop
die
moet
garanderen dat de Noord-Ierse grens met Ierland open blijft. De
Brexitdeal voorziet in een overgangsperiode tot 31 december 2020. Tot
dan blijft er vrij verkeer van personen en goederen, en kunnen de EU
en Londen een handelsakkoord uitwerken. Lukt dat in die periode niet,
dan treedt de backstop
in werking en blijft het VK in een douane-unie met de EU zodat de
grens Noord-Ierland/Ierland open kan blijven. Noord-Ierland zou dan
de EU-regels blijven volgen, de rest van het VK niet.
Normaal
betekent zo’n nederlaag het aftreden van de regeringsleider. Maar
gisteren overleefde May de vertrouwensstemming die Labourleider
Jeremy Corbin had ingediend met 325 tegen 306 stemmen. Een
meerderheid had dan wel genoeg van May, maar vond het scenario van
een Labour-regering onder Jeremy Corbin blijkbaar een nog grotere
ramp. In alle nuchterheid, een Labour-regering was geen avance.
Labour weet immers ook niet hoe het moet. Bij het referendum in 2016
kreeg de bevolking een eenvoudige vraag voorgelegd: blijven of
vertrekken. Blijkbaar is het niet zo simpel.
De
grote vraag is natuurlijk: wat nu? May blijft stug doorgaan. Het voor
maandag aangekondigde nieuwe voorstel lijkt een mission
impossible. Een nieuwe Conservatieve premier is al evenmin het
antwoord. Niemand weet hoe het dan wél moet. Intussen zou een
Conservatief parlementslid een voorstel voor een tweede referendum
hebben ingediend. Zo’n initiatief lijkt gerechtvaardigd. De kiezer
is in de aanloop naar het referendum in 2016 een pak leugens
verkocht. En als de politiek er zelf niet uitkomt moet de kiezer de
knoop maar doorhakken. Nu de nadelen en risico’s bekend zijn lijkt
de stemming richting Remain te gaan.
De
oplossing die May voor ogen staat zal wel een verlenging van de
overgangsperiode met één jaar zijn. Het VK blijft dan tot eind 2021
in de interne markt, blijft de EU-regels volgen, en blijft betalen
voor zijn toegang tot de Europese markt. Raakt de in die zin
aangepaste deal niet door het parlement, dan blijft de optie
no-Brexit over, al of niet op grond van een tweede referendum.
Een no-deal, een harde Brexit op 29 maart zonder akkoord, is
geen optie: slecht voor de EU, maar rampzalig voor het VK. Ian
Blackford, de leider van de Scottish National Party, zei daarvan:
“Het VK is op weg naar zelfvernietiging”. En in een no-deal
scenario zou de grens met Ierland dicht moeten, met alle risico’s
van een hervatting van The
Troubles van dien.
Theoretisch
is er
een eenvoudige
oplossing: Ierse
hereniging. De
grens met de EU ligt dan in de Ierse Zee en Noordzee. Maar het
“verlies” van Noord-Ierland betekent niet enkel het einde van het
Verenigd Koninkrijk. De Schotten, die zich van meet af aan tegen
Brexit hebben verzet, zullen zich dan eveneens willen afscheiden, en
ook een meerderheid in Wales ziet niets in Brexit. In zo’n scenario
ligt het einde van Great
Britain
in het verschiet, het land dat maar niet over zijn glorieus
verleden als Empire
heenkomt.
Labels:
Baltische staten,
België,
Duitsland,
EU,
Frankrijk,
Griekenland,
Groot-Brittannië,
Italië,
NAVO,
Oost-Europa,
Rusland,
Spanje,
Ukraine,
VS
Abonneren op:
Posts (Atom)



