Posts tonen met het label Qatar. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Qatar. Alle posts tonen

zondag 4 november 2018

Kanttekeningen bij de toestand in de wereld volgens David Criekemans


Relatives of the Palestinian Jabir Abu Mustafa, 40, who was killed at the Israel–Gaza border during protests, mourn during his funeral in Khan Yunis on May 12, 2018.
Photo: Ibraheem Abu Mustafa / Reuters

De nood aan een Europees buitenlands beleid en defensie. De oorlog in Syrië. Het optreden van Rusland in het Midden-Oosten. Turkije dat de banden aanhaalt met Rusland en China. De rivaliteit tussen het olierijke Saoedi-Arabië en aardgaslanden Iran en Qatar. Het mondialiserende terrorisme. De verslechterende relatie tussen Rusland en het belang van een Europese Ostpolitik. De race tussen China en de VS. Van een VS ‘leading from behind’ naar Amerikaans isolationisme. Vlaams en Belgisch buitenlands beleid, een nieuwe kans voor de Benelux en toekomstscenario’s voor Europa.

Dat zijn de kernthema’s die aan de orde komen in het boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ van David Criekemans (Universiteit Antwerpen). Onder de titel “Dreigt Europa een geopolitiek schiereiland te worden?” publiceerde de auteur een voorbeschouwing in Clingendael Spectator. In zijn boek herpubliceert hij per thema zijn opiniestukken uit de jaren 2011-2018, telkens voorafgegaan door een inleiding en afgesloten door een conclusie met blik op de toekomst.

Zij die de kwaliteitsmedia volgen kennen de auteur als iemand die zijn kijk op het wereldgebeuren helder en goed onderbouwd naar voren brengt. Diezelfde kwaliteit vindt men terug in zijn boek. Interessant zijn de kanttekeningen bij het opkomend populisme en de onderontwikkelde sociale dimensie van de Europese integratie. De NAVO krijgt een veeg uit de pan met “grabbelton voor ad-hoc coalitions of the willing” en de VS met “de Amerikaanse hegemoon trapt wild om zich heen”.

Het onderwerp ‘Hoe de relatie tussen Rusland en Europa heropstarten’ (p. 176 e.v.) verdient bijzondere aandacht. President Trump mag dan voorstander zijn van een reset van de relaties met Rusland, hij krijgt daar van het Congres geen ruimte voor. Europa kan hier het voortouw nemen. Partijen moet niet met getrokken messen tegenover elkaar staan, aldus de auteur. Criekemans waarschuwt voor blijvende verschillen, maar vooral op essentiële issues waar de belangen parallel lopen, met name energie-, economische en ecologische veiligheid. Vertrouwenwekkende maatregelen en culturele diplomatie kunnen partijen op één lijn krijgen, aldus de auteur.

De opmerkingen van Criekemans over onze geïnternationaliseerde samenleving dicht bij huis zijn raak. Gemeenschappen moeten elkaar ontmoeten. Isoleren leidt tot radicalisering. Anders dan het geitenwollensokkengehalte dat de auteur vreest bij deze uitspraken is zijn pleidooi reëel. Waar sommigen het karikatuur hanteren dat de grenzen wagenwijd openstaan is de werkelijkheid dat ook hier regels gelden voor migratie en asiel. Wie aan die regels voldoet moet de kans krijgen om via onderwijs, werk, huisvesting en inburgering vlot te integreren.

Op sommige punten zijn ook kanttekeningen te maken. De periode die het boek bespreekt begint halverwege Obama-1. Al vroeg in zijn presidentschap was Obama’s boodschap in zijn Cairo-toespraak: “De Palestijnse bevolking moet dagelijks vernederingen ondergaan. Hun situatie is ontoelaatbaar”. In Arabische landen groeit de woede over het onrecht dat hun Palestijnse broeders en zusters moeten ondergaan. Die houding treft men ook aan bij de moslimbevolking elders in de wereld. Dat dit gegeven een effect heeft op het jihadisme hoeft geen betoog. Criekemans verzuimt dit vraagstuk in zijn paragrafen over het Midden-Oosten te vermelden.

In §I.14 stelt Criekemans de verwijdering tussen de VS en Europa aan de orde en suggereert een Europese defensie. Wat hij verzuimt te vermelden is dat Europa zich in het Verdrag van Lissabon heeft vastgeklonken aan de NAVO en daarmee aan de VS. De Unie is juridisch helemaal niet in staat een eigen defensie te ontwikkelen. De essentiële paragrafen luiden:

“Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid is een integrerend deel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid...”

“Het beleid van de Unie … laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet, eerbiedigt de uit het Noord-Atlantisch Verdrag voortvloeiende verplichtingen van bepaalde lidstaten die van oordeel zijn dat hun gemeenschappelijke defensie gestalte krijgt in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, en is verenigbaar met het in dat kader vastgestelde gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”.

In een opgemerkt opiniestuk zegt de Britse historicus John Laughland zelfs dat Europa helemaal niet in staat is zich te verweren tegen Amerikaanse sancties tegen Iran en als Unie internationaal voor gek staat. Hoe wil de EU dan een uniforme eigen buitenlandse politiek voeren? Om dat mogelijk te maken moet het verdrag van Lissabon op de schop. Gegeven de opstelling van sommige Oost-Europese EU-leden is elke heronderhandeling gedoemd te mislukken. Voor Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO.

Wie pleit voor een Europees leger moet net als Tom Sauer het voortbestaan van de NAVO na de val van de muur en de ontmanteling van het Warschaupact aan de orde stellen. En wie het Belgisch buitenlands beleid aan de orde stelt moet vragen stellen over de kernwapens in Kleine Brogel, de Belgische weigering om het VN-kernwapenverbod te tekenen, en de Belgische beslissing om als lid van een verdedigingsorganisatie een aanvalswapen als de F-35 aan te schaffen, dat dan ook nog eens kernbommen kan afgooien.

En wie spreekt over een EU met een eigen buitenlands beleid en leger spreekt over een kern-Europa van slechts enkele leden. Op grond van een recent artikel in het centrale orgaan van de Duitse SPD over de lopende grootscheepse NAVO-oefening “Trident Juncture” is de conclusie gerechtvaardigd dat Duitsland nog niet klaar is voor een Europees “gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”.

‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ is een lezenswaardig boek voor hen die behoefte hebben aan duiding over de huidige uiterst verwarrende internationale politiek zoals die via de media op ons afkomt. De lezer beseffe zich wel dat het boek geen volledig beeld geeft van de toestand in de wereld van vandaag en hij/zij dus best zelf ook nog elders verduidelijking zoekt.

Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie, door David Criekemans, uitgegeven bij de Gompel&Svacina, 305 blzn. ISBN: 978-94-6371-076-3.
David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies.

vrijdag 28 april 2017

Wordt Noord-Korea Trump’s gevaarlijkste blunder?



Donald Trump kan nog bitter weinig op zijn palmares schrijven. Hij komt niet over als een rationeel leider, en toont een opvallend gebrek aan dossierkennis. Trump’s presidentschap lijkt te mislukken. Dat geldt voor zijn binnenlands én buitenlands beleid. De crisis met Noord-Korea wordt zijn achilleshiel.


Trump ontpopt zich als een klassieke Republikein. In plaats van zijn beloftes aan de “vergeten Amerikanen” in uitvoering te brengen kondigt hij een belastinghervorming aan die de rijken bevoordeelt. Hij verleent steun aan een nieuw gezondheidszorgstelsel dat 24 miljoen Amerikanen buiten de boot laat vallen. Hij maakt geen werk van de beloofde biljoenen investeringen in infrastructuur, maar blijft wel hameren op zijn “prachtige” muur langs de grens met Mexico. Zijn verschillende pogingen om Moslims de toegang tot Amerika te ontzeggen faalden. En zijn verbale druk op Amerikaanse ondernemingen om komaf te maken met het exporteren van jobs is meer schijn dan echt gemeend.

In zijn buitenlands beleid breekt Trump met zijn belofte om komaf te maken met de confrontatie met “ongehoorzame” landen, en met de eindeloze Amerikaanse oorlogen. Hij gaf zich gewonnen in de harde en aanhoudende Rusland-hetze van de media en heeft zich zonder verpinken neergelegd bij het gedachtengoed van de neoconservatieven. Dat uit zich in de hondse houding ten opzichte van Israël en Saoedi-Arabië. Die landen schilderen Iran af als de belangrijkste aanstichter van terrorisme, en Trump en zijn team nemen die valse boodschap over. Binnen de regering-Trump gaan er zelfs stemmen op om het nucleaire akkoord met Iran op te zeggen, niet omdat Iran kernwapens ontwikkelt, maar vanwege de nieuwe macht van Iran in het Midden-Oosten na de mislukte Amerikaanse oorlogen.

Trump en zijn team leggen ijskoud de schuld van alle ellende in het Midden-Oosten bij Iran, en laten Israël, Saoedi-Arabië en Amerika zelf vrijuitgaan. Geen woord over de aanstichters van deze ellende: president George W. Bush en de neoconservatieve kliek die - met Israelische steun - besloten tot de rampzalige invasie van Irak, president Barack Obama en buitenlandminister Hillary Clinton die hamerden op regime change in Libië en Syrië, en Saoedi-Arabië en de Golfstaten die instonden voor de bewapening en financiering van Al Qaida, IS en andere Soennitische terreurgroepen. En tenslotte Israël, dat al tientallen jaren de inheemse Palestijnse bevolking terroriseert, buurland Libanon binnenvalt en de Syrische Golanhoogte wederrechtelijk bezet houdt.

Iran draagt juist bij aan het bestrijden van IS en Al Qaida in Irak en Syrië. Maar deze terreurgroepen zijn de instrumenten van Saoedi-Arabië en de Golfstaten om hun doelstellingen in het Midden-Oosten te realiseren. Dus is Iran de zondebok. En ook Rusland, dat Syrië militair steunt. Onder zware druk van beide politieke partijen, het Pentagon en de inlichtingendiensten heeft Trump zijn plan ingetrokken om de relaties met Rusland te verbeteren. Hij voerde de druk juist op. Zo stationeerde hij NAVO-troepen in de Baltische landen, onmiddellijk langs de grens met atoommacht Rusland, en komen NAVO-gevechtsvliegtuigen bij herhaling dicht bij een treffen met Russische straaljagers. En hij vuurde 59 Tomahawk-raketten af op Syrië om door het politieke establishment voor vol te worden aangezien.

Die aanval maakte hij bekend tijdens het staatsbezoek van de Chinese president Xi Jinping, met als boodschap dat hij even “doortastend” kon optreden in Noord-Korea. De manier waarop hij hierover de media informeert zegt veel over zijn karakter: “Ik zei de president: we hebben juist 59 raketten afgevuurd, die wonderbaarlijk, van op honderden kilometer, allemaal doel hebben getroffen. En Xi keek op zijn neus.” Maar over wat er werkelijk gebeurde hoort men Trump niet. Een aantal raketten zwaaiden af en maakten in een nabijgelegen dorp tien burgerslachtoffers. Hoewel Trump bezwoer dat Xi akkoord was met de aanval ligt het meer voor de hand dat Xi in het maniakale gedrag van Trump een bevestiging zag van de gevaarlijke leeghoofdigheid die veel van zijn critici in hem zien.

De manier waarop Trump communiceert over Noord-Korea bevestigt niet enkel zijn leeghoofdigheid, maar ook roekeloosheid. “Noord-Korea moet zijn kernwapens en raketten opgeven. Er is absoluut kans op een heel groot conflict. Ik zie liever een diplomatieke oplossing, maar dat zal heel moeilijk worden. Xi Jinping doet zijn uiterste best om Noord-Korea in het gareel te krijgen want die wil geen dood en verderf zien.” Intussen heeft het Witte Huis de vroegere president Jimmy Carter met klem gevraagd niet met de Noord Koreanen te gaan praten. “Dat kan het Amerikaanse beleid enkel bemoeilijken. Carter heeft er eerder al eens voor gezorgd dat een Amerikaanse regering van koers moest veranderen. Dat was in 1994 toen Bill Clinton een militaire aanval op Noord-Korea overwoog.”

Bereidt Trump de publieke opinie voor op een militaire confrontatie met Noord-Korea, of wil hij echt onderhandelen? Buitenlandminister Rex Tillerson zegt dat er kan worden onderhandeld, mits voorafgaandelijk akkoord over de agenda. Een kernwapenvrij Koreaans schiereiland moet het doel zijn. Tillerson mag dan begrip tonen voor de behoefte van de Noord-Koreanen om afdoende afschrikking te hebben voor akties gericht op regime change en hereniging met Zuid-Korea, de Amerikaanse geloofwaardigheid is gering. Een ieder kent het Amerikaanse optreden in Afghanistan, Irak, Syrië en Libië, landen die geen nucleaire afschrikking hadden, of hun kernwapenprogramma onder Amerikaanse druk hadden opgegeven.

Amerika zal uit een ander vaatje moeten tappen. Als het Noord-Korea in het gareel wil krijgen zal de VS moeten stoppen met de aanhoudende provocaties. Tientallen Amerikaanse, Zuid-Koreaanse en Japanse oorlogsschepen voeren omvangrijke oefeningen uit in de onmiddellijke omgeving van het Koreaanse schiereiland. Video’s tonen grootschalige landmachtoefeningen met scherpe munitie vlak bij de gedemilitariseerde zone. Wie gelooft nog in de defensieve aard van die oefeningen, nu die passen in een agressief operationeel plan, OPLAN 5015, dat voorziet in preëmptieve aanvallen op Noord-Korea en acties om de leiders om te brengen?

Trump houdt niet van lezen. Hij kijkt liever naar de actualiteitenprogramma’s. Buitenlandse Zaken is nog niet op sterkte. Het probleem is dat de regering-Trump zich niet verdiept in de voorgeschiedenis. Maar dat geldt ook voor vorige Amerikaanse regeringen. Ambassadeurs zijn geen geschoolde diplomaten, maar mensen die iets in bedrijfsleven of organisatiewereld hebben gepresteerd, en vooral de zittende president in zijn campagne (financieel) hebben gesteund. Het verhaal dat men alles heeft geprobeerd en wel met geweld moet optreden klopt gewoon niet. In 1994 bracht Bill Clinton een Kaderakkoord met Noord-Korea tot stand: Noord-Korea zou zijn kernwapenplannen opgeven, de VS zou vijandige acties verminderen. Dat werkte min of meer, tot het aantreden in 2001 van George W. Bush. Die maakte Noord-Korea tot deel van de “As van het Kwaad” en stelde sancties in. Dus hervatte Noord-Korea zijn kernwapenprogramma.

In 2005 kwam er dan een heel verstandig, nieuw, voorstel op tafel. Noord-Korea was bereid zijn kernwapenprogramma te stoppen. In ruil vroeg men een niet-aanvalsverdrag: geen Amerikaanse oorlogsretoriek, geen sancties, en een akkoord over de productie van laag-verrijkt uranium voor medische en andere doeleinden. Bush verwees dat voorstel onmiddellijk naar de vuilbak en stelde harde sancties in. Die waren erop gericht om Noord-Koreaanse financiële transacties met de buitenwereld onmogelijk te maken. De reactie laat zich raden: Noord-Korea pakte zijn kernwapenprogramma weer op.

Dat Noord-Korea kernwapens nodig heeft als afschrikking is voor een ieder duidelijk. En ook vandaag ligt er een voorstel op tafel: Noord-Korea stopt zijn kernwapenprogramma, in ruil voor stopzetting van dreigende Amerikaanse militaire oefeningen tezamen met Zuid-Korea direct aan de Noord-Koreaanse grens. Dat lijkt toch geen onredelijk voorstel. Toch werd het gewoon van tafel geveegd. En ook Obama deed dat. Eenvoudige stappen kunnen de kans op een zeer ernstige crisis verkleinen. Gebruikt de VS geweld tegen Noord-Korea, dan wordt volgens militaire bronnen de stad Seoel per direct van de kaart geveegd door de omvangrijke Noord-Koreaanse artillerie. En wat staat er dan nog te gebeuren? Vergelijk zo’n scenario met het voorstel voor een diplomatieke oplossing. Blijkbaar vreest wereldmacht Amerika voor gezichtsverlies.

En laat ons niet vergeten dat Noord-Korea een olifantengeheugen heeft. Het land werd praktisch vernietigd in de intensiefste bombardementen van de geschiedenis. Men moet er eens de officiële Amerikaanse Luchtmachtannalen op naslaan. Noord-Korea was compleet platgebombardeerd. Geen enkel doelwit stond nog overeind. Dus moesten ook nog de dijken worden aangevallen. Een pure oorlogsmisdaad. En de Amerikanen waren daar nog trots op ook: “het water vernietigt de oogst, dat zal ze afmaken.” Dat hebben de Noord-Koreanen allemaal mogen meemaken. Begrijpen we nu dat Amerikaanse B-52 bommenwerpers aan hun grenzen die met kernwapens kunnen worden uitgerust voor hen geen lachertje zijn?

De geschiedenis leert dat diplomatiek overleg tot stappen in de goede richting hebben geleid, sancties en hard optreden contraproductief waren en er vandaag opties op tafel liggen die kunnen worden opgevolgd. Is Trump verstandig genoeg om die weg te bewandelen? Het heeft er alle schijn van dat ook hij niet leert uit het verleden. Het wapengekletter in de Koreaanse wateren en bij de gedemilitariseerde zone is te hevig geweest. Buigt Noord-Korea niet en gaat het onverstoord door met zijn kernwapen- en rakettenprogramma, dan ligt oorlog in het verschiet. China zal Noord-Korea niet eenvoudig tot de orde kunnen roepen, China voelt zich immers evenzeer bedreigd door het THAAD raketafweersysteem, waartegen mensen in Zuid-Korea ook steeds meer protesteren.

De crisis rond Noord-Korea herinnert aan de Cubacrisis van 1962, toen de wereld vlak voor een kernoorlog stond. Die crisis kon worden opgelost door geheim overleg tussen rationeel denkende leiders in Amerika en de Sovjet-Unie. Vandaag kennen we in China en Rusland even rationeel denkende leiders, maar dat kan van wereldmacht Amerika niet worden gezegd. Het wordt spannend.


dinsdag 17 januari 2017

Het mislukte presidentschap van Barack Obama

Barack Obama takes one last look in the mirror, backstage before going out to take oath of office, Jan. 20, 2009.
(Official White House photo by Pete Souza)


Howard Zinn zag in 2010, een jaar na Obama’s aantreden, geen enkel hoogtepunt en voorzag een middelmatig en daarmee gevaarlijk presidentschap. Het oordeel van Eric Zuesse aan het eind van de rit is niet mis: Obama is een mislukte president.

Bij zijn aantreden in 2009 werd Barack Obama wel heel uitbundig verwelkomd. Zijn campagne draaide om hoop. Gerechtigheid, onkreukbaarheid, gelijkheid, vrede, geluk en voorspoed, zaken waarop je kon rekenen met zo’n intelligente, goed opgeleide, achtenswaardige man. Zijn eerste wapenfeiten maakten indruk: Obamacare, de afrekening met Osama bin Laden, opkuis van de federale bureaucratie. Maar na de recente stormachtige politieke ontwikkelingen in de VS moeten we de realiteit onder ogen zien. Hoop en verandering zijn geweken voor frustratie en zorg. Obamacare staat op losse schroeven, en de talloze executive orders en ondertekende wetgeving lijken gedoemd om te worden herroepen.

De befaamde Amerikaanse historicus Howard Zinn had op 17 november 2008 al zijn bedenkingen bij de toen nog president-elect. Die moest voor Zinn direct na zijn aantreden zijn dan nog maximale politieke kapitaal investeren in fundamenteel nieuw beleid: troepen terug uit Irak en Afghanistan, geen aanvalsoorlogen meer, afstand van de Bush-doctrine en de Carter-doctrine, en komaf met de overzeese militaire basissen. Uitroeping van Amerika als vredelievende mogendheid die niet langer doelwit is van terrorisme en zelf ook geen terrorisme uitoefent. Inkrimping van het militaire apparaat en het defensiebudget tot het minimum en jobcreatie voor jonge mensen in plaats van hen voor het leger te recruteren.

Ruim een jaar later evalueerde Zinn het eerste jaar van de regering-Obama: “Ik zie geen enkel hoogtepunt in zijn optreden en beleid. Ik denk dat de mensen verblind zijn door zijn retoriek. Obama wordt een middelmatige president, en in onze tijd betekent dat een gevaarlijke president.” Die evaluatie dateert van een week voor zijn overlijden, zodat Zinn vandaag geen eindoordeel kan geven over het presidentschap van Barack Obama. Dat deed de eveneens Amerikaanse historicus Eric Zuesse recent wel. En diens oordeel is niet mis: Obama is een mislukte president.

Op het vlak van jobcreatie: 94% van alle nieuwe jobs zijn gedwongen parttime. De armoede steeg in 94% van de kiesdistricten. Honderdduizenden doden en miljoenen ontheemden door bombardementen in opdracht van Obama of diens bondgenoten. De verwoesting van Irak en Afghanistan door George W. Bush kreeg een vervolg met de vernietiging van Libië door Obama en Sarkozy, en van Syrië door Obama, Saud, Thani en Erdogan. Tienduizenden jihadisten werden bewapend en naar Syrië gestuurd om de regering-Assad omver te werpen. Volop steun aan de barbaarse junta in Honduras waar het moordcijfer met 50% steeg en daarmee tot het hoogste ter wereld.

Per saldo heeft de regering Obama veel meer ellende aangericht buiten de VS dan in eigen land, aldus Zuesse. Dat heeft Hillary Clinton niet veel stemmen gekost, Amerikaanse kiezers weten weinig over wat er zich in het buitenland afspeelt. Trump legde in zijn campagne wel de nadruk op de ‘illegale immigranten’, maar zweeg over het feit dat die mensen de hel die de VS in hun land had aangericht wel moesten ontvluchten, niet enkel in Honduras, maar ook in Guatemala en El Salvador. Coups en door de VS getrainde doodseskaders, dat was steevast de aanpak. Om maar niet te spreken over de vluchtelingenstroom uit het Midden-Oosten waar Europa mee moet afrekenen.

Obama is niet mislukt omdat hij te weinig conservatief of ‘Christelijk’ was, maar omdat hij te weinig progressief was en in veel opzichten veel conservatiever dan zijn dubbelhartige verkiezingsretoriek beloofde. Een uitzonderlijk getalenteerd leugenaar, die daarmee ook fenomenaal succes had. Obama werd dan gedwarsboomd door het Congres, maar zijn falen komt toch op zijn conto. Kwalijke zaken als de mislukte TTP, TTIP en TISA handelsverdragen, de moord op Gaddafi en de coup in 2014 in Oekraïne stonden prominent op zijn agenda. Een conservatieve, reactionaire agenda, die meer rekening hield met de belangen van de honderden CEO’s van multinationals dan van de Amerikaanse bevolking die de president geacht wordt te dienen.

De regering-Obama scoorde een absoluut dieptepunt op het vlak van vervolging van witte-boorden-criminaliteit. Frauderende bankiers werden niet vervolgd. Landen als Oekraïne en Rusland worden afgeschilderd als corrupt, maar de corruptie in eigen land wordt onder de mat geveegd. De Amerikanen hebben het vandaag dan beter dan aan het eind van de regering-Bush, maar niet dan voor de crisis van 2007/2008. De economische opleving onder Obama was de zwakste sinds de 2e Wereldoorlog. De schuld van de Amerikaanse federale overheid verdubbelde. Hoewel na een economische crisis de economische ongelijkheid normaal afneemt bleef die onder Obama onveranderd hoog. Tot daar het harde oordeel van Zuesse.

Maar ook anderen zien Obama als de grote verliezer, zeker op het wereldtoneel. De impasse in Oekraïne, de steun aan jihadistisch terrorisme met de afslachting van meer dan een half miljoen mensen in Syrië en Irak tot gevolg, de electorale steun aan Hillary Clinton die mede aan de basis lag van het succes van de als clown afgeschilderde Donald Trump, het verlies aan geloofwaardigheid door de mislukte poging om het hacken van Amerikaanse servers in de schoenen van Rusland te schuiven, de kwaadaardige poging om Iran met blijvende sancties te verzwakken ondanks het bereikte diplomatieke akkoord, de steun aan Saoedi-Arabië in de bloedige oorlog tegen het Jemenitische volk, het gebrek aan ruggengraat in het Israel-Palestina conflict, de infrastructurele, sociale, politieke en rassencrisis in het binnenland.

En nu doet dus Donald Trump zijn intrede in het Witte Huis. Diens overwinning wordt door de Amerikaanse mainstream media toegeschreven aan Russische hackers die zich in opdracht van Poetin zouden hebben gemengd in de Amerikaanse democratie, een beschuldiging die Rusland als “belachelijk” van de hand heeft gewezen, net als Trump. Zo ver is het dus gekomen onder Obama. Men weigert de realiteit van het politieke en sociale binnenlandse verval onder ogen te zien en wijst met het beschuldigende vingertje naar een buitenlandse mogendheid. Maar die boodschap komt niet over. Het sentiment onder de burgers wijst op afkeer van de politieke elite in Washington en de media die worden gezien als onderdeel van een corrupt systeem.

Het is dezelfde afkeer die we ook elders in het Westen tegenkomen. Mensen zijn de elitaire overheden beu die falend soberheidsbeleid voeren, een nieuwe Koude Oorlog tegen Rusland ontketenen, de NAVO op basis van valse Russofobie opblazen tot ongekende proporties en slaafs het Amerikaanse imperialisme volgen.

De wereld die Obama achterlaat kenmerkt zich door Westers beleid, internationale instellingen en klassieke media in verval. Hoe meer de schuld bij “tegenstanders” als Rusland, China, Iran en Noord-Korea wordt gelegd, hoe meer de mensen in opstand komen tegen hun leiders. En dat is geen goed vooruitzicht.


zaterdag 10 december 2016

German defence minister on the offensive in the Middle East

Defence Minister Ursula von der Leyen with her Saudi Arabian counterpart, Mohammad bin Salman Al Saud, in Riyadh.
Photo: DPA.


By Johannes Stern

German Defence Minister Ursula Von der Leyen (Christian Democratic Union, CDU) is currently on tour in the Middle East. The central goal of the trip is the strengthening of Germany’s political, economic and military influence in this resource-rich and geo-strategically critical region.

Von der Leyen’s first stop was the Kingdom of Saudi Arabia, where she was met Wednesday evening at the King Salman Air Base in Riyadh by Saudi deputy defence minister General Mohammed bin Abdullah Al-Ayesh, German ambassador Dieter Walter Haller and defence attaché Colonel Thomas Schneider.

On Thursday, the defence minister visited the headquarters of the so-called Islamic Military Counter-Terrorism Coalition and asserted in an official press release that Saudi Arabia was a country which “decisively combats terrorism and is aware it has a special role in combatting Muslim-Arabic terrorism in the Islamic world.”

This is patently absurd. Hardly anything could more clearly expose the German government’s empty phrases about human rights and propaganda about the “war on terror” than the close military and political collaboration between the Western powers and Saudi Arabia.

The reactionary and Islamist character of the Saudi regime is so obvious that even the German media could not avoid raising some issues. According to the Frankfurter Allgemeine Zeitung, there were “throughout last year … more than 150 executions. There are also frequent public floggings, [and] the rights of women and minorities are massively curtailed.”

About the impact of Saudi Arabia’s bombing campaign in Yemen, the Süddeutsche Zeitung noted: “The bombardments have destroyed the infrastructure of the Arab world’s poorest country and repeatedly kill civilians. According to investigations by human rights activists, one in three attacks strike civilian targets.” According to the UN, “the more than 10,000 victims of the war include more than 4,000 civilians––many die from bombs from the air which frequently strike hospitals.”

And, according to public broadcaster ARD, “Saudi Arabia is … a strict Islamic governed monarchy, in which––much like the Islamic State (IS)––political opponents are beheaded and women stoned if they end a marriage.”

In Syria, Saudi Arabia is among the chief sponsors of Islamist militias with close ties to al-Qaeda and which are officially designated as terrorist organisations by the German government. The Ahrar al-Sham militia, backed financially and politically by Saudi Arabia, is a “foreign terrorist organisation,” according to the German attorney general, and “one of the largest and most influential Salafist-Jihadi organisations in the Syrian uprising movement.” It pursues the goal of “toppling the regime of Syrian ruler [Bashar al-] Assad and establish a theocratic state based entirely on Sharia law.”

None of this has prevented the German government and defence minister from intensifying military cooperation with Saudi Arabia. According to reports, Von der Leyen pledged to train Saudi soldiers in Germany. The training of “several young officers and contractors with the Saudi Arabian military” will begin in Germany in the coming year, the German ambassador announced Thursday.

In addition, further arms exports to the Gulf monarchy are planned. Recently the Federal Security Council, meeting in secret, approved the shipment of 41,644 shells to Saudi Arabia, even though Germany’s official export guidelines prohibit the supplying of arms to states “engaged in armed conflicts.” According to government sources, weapons exports totaling more than €484 million [$US 511 million] were approved to Saudi Arabia in the first half of the year, including helicopters and components for fighter jets.

With its massive rearmament of the Saudi monarchy, Berlin is pursuing two main goals. First, Riyadh is to be placed in a better position to violently suppress social unrest on the Arabian Peninsula. In early 2011, a few weeks after the revolutionary upsurges in Tunisia and Egypt, Saudi troops and tanks intervened in Bahrain with brutal violence to suppress mass protests taking place there. In addition, the German government views the heavily armed Arab monarchies as important allies in the imposition of German imperialist interests in the region.

After her stay in Riyadh, Von der Leyen travelled directly to Bahrain. She participated in the Manama dialogue, the most important security conference in the Middle East. Several heads of state and government, ministers, military personnel and representatives from security agencies attended the event organised by the influential International Institute for Strategic Studies (IISS) think tank to discuss the wars and conflicts in the region.

Von der Leyen’s last destination is Jordan, where she will symbolically hand over 24 “Marder”–type armoured vehicles.

Von der Leyen spoke in Bahrain in 2015, announcing greater German engagement in the Middle East. At the time, the Frankfurter Allgemeine Zeitung enthused in an opinion piece, “Germany is no longer indifferent. Germany has managed to expand its foreign policy weight. At the Manama Dialogue, Defence Minister Von der Leyen can point out that the Federal Republic is no longer holding back.”

The “fundamental German interest” in the region was already summarised in a strategy paper by the CDU-aligned Konrad Adenauer Foundation in 2001, “It is directed primarily towards a stabilisation of those states and societies to prevent dangers to its own security and that of its European partner states, to secure a seamless supply of raw materials and to create export opportunities for German business.”

The study, entitled “Germany and the Middle East: standpoint and recommendations for action,” emphasised the importance of the “export markets in the region’s core states (Egypt, Turkey, Iran), but above all the wealthy Gulf states” for German exports. Here it was necessary to “make a contribution to securing sales markets, obtain the broadest possible access to these markets and compete with the US, the Eastern European countries and also the East Asian industrial countries.”

This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 10 December 2016, and was republished with permission.