zondag 11 mei 2014

Obama’s buitenlands beleid: blijvend gedirigeerd door neocons?



President Barack Obama talks with National Security Advisor Susan E. Rice and senior advisors aboard Air Force One en route to Seoul, Republic of Korea, April 25, 2014. (Official White House Photo by Pete Souza)


Neoconservatieven sturen het Amerikaanse buitenlands beleid, Obama speelt de tweede viool. Na Kosovo, Irak, Afghanistan, Syrië en Libië dreigt Oekraïne het volgende slachtoffer te worden. Neemt Obama de handschoen op? Voorkomt hij een nieuwe Koude Oorlog?

Het is misschien geen verrassing, maar nu is het bewezen: Amerika[1] is geen democratie, maar een oligarchie. Economische elites en belangengroepen hebben het voor het zeggen, de gemiddelde Amerikaan heeft een verwaarloosbare invloed. Wat voor het binnenlands beleid geldt, gaat ook op voor de Amerikaanse buitenlandse politiek: zakenlui en andere elites nemen de beslissingen. Een handjevol Amerikanen bepaalt wat er in de wereld gebeurt. Deze groep wordt sinds de zeventiger jaren gedomineerd door de neoconservatieven die Ronald Reagan in het zadel hielpen, gruwden van detente, een wapenwedloop met de Sovjet-Unie in gang zetten en de tegenstander in de Koude Oorlog door economische uitputting op de knieën kregen.

The Grand Chessboard, het boek uit 1997 van Zbigniew Brzezinski, Obama’s gewezen adviseur op buitenlands beleid, vormde voor de neocons een belangrijke bron van inspiratie. In datzelfde jaar verenigden de neocons zich in Project for the New American Century, dat aanstuurt op wereldwijd militair en economisch Amerikaans leiderschap. Daarbij schakelt men ongegeneerd de NAVO in, een verdedigingsorganisatie waarin ook onze landen participeren, nota bene zonder noemenswaardige nationale democratische controle. Wie denkt dat mensen met zoveel bloed aan hun handen (Irak-Iran, Kosovo, Irak, Afghanistan, Syrië, Libië, …) een ander vak zouden gaan uitoefenen komt bedrogen uit. De neocons bleven ijveren voor Amerikaanse dominantie in de wereld en bleven plannen uitbroeden om regeringen die niet in het Amerikaanse gareel lopen uit het zadel te lichten.

Obama speelt niet de eerste viool

Na ruim 5 jaar als president van Amerika speelt Barack Obama nog altijd niet de eerste viool over het buitenlands beleid van het machtigste land ter wereld. Hij krijgt de overwegend Republikeins georiënteerde bureaucratie maar niet onder controle. Hij is te lief voor de door neocons gedomineerde media. Zijn beloofde Change komt maar niet van de grond. Dat mag de president in belangrijke mate worden aangerekend. Het was naïef om te proberen de oppositie te paaien met benoemingen als die van de Democratische havik Hillary Clinton op Buitenlandse zaken en Robert Gates, een Republikein van de harde lijn, op Defensie. En op sleutelposities op buitenlandse ambassades koos Obama vooral voor mensen van de harde lijn. Een recent voorbeeld is de manier waarop het neoconservatieve duo Nuland[2]-Pyatt[3] de omverwerping van een verkozen pro-Russische president in Oekraïne vierden.

De door Nuland en Pyatt aangestookte Oekraïne-crisis is het zoveelste conflict dat de neoconservatieven op hun palmares mogen schrijven. Een belangrijk motief was om de werkrelatie tussen Obama en Poetin te laten vertroebelen en zo een oplossing van de aanslepende problemen met Syrië en Iran te doorkruisen. De neoconservatieven waren nog altijd woedend op Obama toen de president zich vorig jaar in het Syrië-dossier had vastgereden, inging op de handreiking van Poetin, afzag van militair optreden, en dan ook nog eens aanstuurde op een onderhandelde oplossing voor het Iran-dossier in plaats van dat land plat te bombarderen. De neoconservatieven hadden al eerder hun oog laten vallen op Oekraïne dat zij als tussenstation zagen op weg naar de hoofdprijs: de omverwerping van de “eigenzinnige” Poetin.

De blauwdruk voor regime change in Oekraïne lag klaar

De neocons zagen in buurland Oekraïne een belangrijke Russische zwakte: corrupt, en economisch aan de grond. Via een serie projecten had de National Endowment for Democracy gezorgd voor een apparaat om het land te destabiliseren. Zoals uit het gelekte telefoontje tussen Nuland en Pyatt blijkt lag de blauwdruk voor een nieuw regime klaar en moest de EU zich afzijdig houden. Toen Yanukovych koos voor het betere Russische voorstel en Washington zijn investering van $5 miljard in rook zag opgaan drongen Nuland en de oorlogszuchtige senator John McCain aan de tot dan vreedzame protesten te infiltreren met neonazi milities. Scherpschutters, die later uit neonazikringen bleken te komen, openden het vuur, de betogingen liepen uit de hand, met een 80-tal dodelijke slachtoffers, waaronder 10 politiemensen, tot gevolg.

Dat Yanukovych op 21 februari een Europees plan aanvaardde om de macht te delen, vervroegde verkiezingen te organiseren en zijn ordediensten terug te trekken belette de neonazi milities niet om regeringsgebouwen gewapenderhand te bezetten en Yanukovych op de vlucht te laten slaan. Terwijl Yanukovych-aanhangers in elkaar werden geslagen stemde een rompparlement volstrekt ongrondwettelijk de afzetting van Yanukovych en installeerde een interim-regering die door de VS en de EU onmiddellijk als de legitieme regering van Oekraïne werd bestempeld. Voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog trad in een Europees land een regering aan met Nazi’s op sleutelposities. Een uiterst nieuwswaardig feit, dat de Westerse media echter net als tijdens de Irak-oorlog en andere crises, als belachelijk van de hand wezen. Yanukovych en Poetin waren de kwaden, het coup-regime de goeden.

Nefaste nevenaffecten

De omverwerping van Yanukovych heeft tal van neveneffecten. De spanningen rond de aansluiting van de Krim bij Rusland leidden tot sancties tegen Rusland. De relaties tussen Obama en Poetin zijn verzuurd, een oplossing voor Syrië en Iran staat op de tocht. Leidt een verdere escalatie tot onderbreking van de Russische gasleveringen, dan heeft dat nefaste gevolgen voor de Europese en Amerikaanse economie. In het Congres gaan stemmen op die aandringen op verhoging van de defensiebegroting, wat minder geld betekent voor binnenlands beleid of verkleining van het begrotingstekort. Zo kan Obama een kruis halen over zijn broodnodige investeringen in infrastructuur en gezondheidszorg. Voor de neoconservatieven moet alles wijken: Amerika moet domineren, weg met anti-Israel regeringen in het Midden-Oosten. Maar Poetin staat hun plannen in de weg. Zo lang niemand de neocons ter verantwoording roept gaat het spel dus door.

Intussen wordt Poetin door de Westerse media tot in het absurde gedemoniseerd. Is de Russische president een duivel? Mensen uit het Westen die hem kennen menen van niet. Voor Stephen Cohen is Poetin geen Hitler, gangster, neo-Sovjet imperialist of Amerika-hater, maar wel pro-Russisch. Volgens Sharon Tennison is Poetin betrouwbaar, inventief, een uitstekende analist en strateeg die zich niet van zijn stuk laat brengen. Met zijn prima performance werd Poetin niet voor niets door Forbes uitgeroepen tot de machtigste leider van 2013, daarbij Obama naar de tweede plaats verwijzend. Ook Scott Horton onderstreept het succes van Poetin, die duidelijk de basisregels van staatsmanschap begreep, specifiek in het stellen en bereiken van haalbare doelen. Op dat punt kon zijn Amerikaanse evenknie G.W. Bush niet aan hem tippen, aldus Horton. En volgens Katlijn Malfliet[4] heeft Poetin een eigen interpretatie van Russisch messianisme: alleen een goed omringd Rusland kan het Westen beschermen tegen het islam fundamentalisme.

Het buitenproportioneel geweld gaat voort

De OVSE-roadmap ten spijt probeert Kiev de opstand met buitenproportioneel geweld neer te slaan. Poetin heeft zijn leger van de grens teruggetrokken, de Russisch gezinde bevolking opgeroepen het voor 11 mei geplande referendum op te schorten, en blijft ook na het door Kiev aangerichte bloedbad in Odessa oproepen tot overleg. Het is nog maar de vraag of Washington daar het groene licht voor geeft. De propagandaoorlog in de media gaat onverminderd voort. En Amerikaanse extremisten blijven aandringen op een “oplossing” met de harde hand, zie het absurde optreden van John McCain in de Senaat.

Neutrale waarnemers menen dat “wie breekt, betaalt”. Ook onderzoeksjournalist Robert Parry vindt dat Obama de crisis in Oekraïne moet ontmijnen. Om te beginnen moet hij de eenzijdige boodschap van de Westerse media rechtzetten. Hij zal de fabel dat Rusland een expansieve politiek voert moeten loochenen. Hij zal moeten erkennen dat de Oekraïense samenleving zeer verdeeld is, gediend is met een federale staatsstructuur en in het geostrategische machtsspel best een neutrale positie inneemt tussen Oost en West. Dat Poetin niet uit is op de overname van een failliet land. En dat Poetin met de annexatie van de Krim geen keus had.

Neemt Obama de handschoen op?

Heeft Obama de moed om de handschoen tegen de neocons op te nemen en zichzelf te overtreffen? We durven het niet hopen. Washington Post redacteur Scott Wilson vond Obama destijds een eenzaat, een technocraat, een president zonder entourage, zonder “Vrienden van Barack club” die het opneemt voor een politicus die mensen tegen zich in het harnas jaagt met zijn koele persoonlijkheid en hang naar compromis. En ook Parry ziet het niet positief. Obama zou iets moeten doen in de geest van president Kennedy in 1963 in de Cubaanse rakettencrisis, aldus Parry. Alleen hij kan een nieuwe Koude Oorlog voorkomen. Alleen hij kan Kiev voorhouden dat de etnische Russen in het Oosten legitieme zorgen hebben, net als de pro-Europese bevolking in het Westen. Alleen hij kan verder bloedvergieten in Oekraïne voorkomen. Alleen hij kan de neocons tot de orde roepen.


[1] in onze landen zal het wel niet veel anders zijn
[2] Victoria Nuland, staatssecretaris van Buitenlandse Zaken voor Europese aangelegenheden, vrouw van de vooraanstaande neocon Robert Kagan
[3] Geoffrey Pyatt, Amerikaans ambassadeur in Oekraïne, die voordien Yukiya Amano, de chef van het Atoomagentschap IAEA, op de Amerikaanse en Israëlische ramkoers tegen Iran zette
[4] Katlijn Malfliet en Ria Laenen: “De Russische verkiezingen 2007-2008 gewikt en gewogen”, p.7; Leerstoel InBev-Baillet Latour Europese Unie-Rusland KUL-UCL

zaterdag 26 april 2014

35 jaar sancties tegen Iran op valse gronden: een droeve kroniek


US sanctions hit 6 million lives in Iran (photo: Ismail Salami, Press TV)

Na de val van de Sovjet-Unie ontstond een unipolaire wereld: iedereen moest naar de pijpen van de VS dansen. Toen Iran een eigen koers bleef varen werd het land gedemoniseerd. Harde sancties moesten de dwarsligger in het gareel brengen. Het AngloZionistische verhaal over een Iraans kernwapenprogramma blijkt op flagrante leugens te berusten. De sancties zijn onwettig, crimineel en onmenselijk. De wereld moet de schuldigen ter verantwoording roepen.

In een omstandig artikel in American Diplomacy brengt gewezen landmachtkolonel Benjamin Landis de Amerikaanse vervolgingswaanzin in kaart. De VS stond na de Tweede Wereldoorlog op het toppunt van zijn macht, maar slaagde er mede onder invloed van het mccarthyisme niet in de wereld naar een betere toekomst te leiden. De communistenvrees kreeg de overhand op het naoorlogse optimisme. Naarmate de Koude Oorlog vorderde steeg de paranoia en bereikte zijn hoogtepunt met de Cubacrisis. Als reactie op de plaatsing van Amerikaanse kernwapens in Turkije hadden de Russen hetzelfde gedaan in Cuba. Een dreigende kernoorlog kon worden afgewend: beide partijen trokken hun kernwapens terug. Maar de paranoia nam toe: de Sovjet-Unie wilde de wereld onderwerpen aan het communisme, zo kreeg de bevolking ingeprent. 

In zo’n sfeer kon Washington wegkomen met de omverwerping van de regeringen in Iran (1953), Chili (1973) en El Salvador (1980), en met het Iran-contra schandaal (begin 80-er jaren). De opgeklopte vervolgingswaanzin leidde tot isolationisme en militarisme als middel om conflicten met het buitenland te beslechten. Zo aanvaardde de Amerikaanse bevolking gedwee het agressieve optreden van hun overheid: de (mislukte) Cuba-invasie (1963), de Vietnam-oorlog (1956-1975, met 58.000 Amerikaanse en 2,5 miljoen Vietnamese slechtoffers), de bezetting van de Dominicaanse Republiek (1965), de invasie van Grenada (1983) en Panama (1989). Het Pentagon kreeg de overhand op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, diplomatie werd ondergeschikt aan militaire overwegingen.

Iran is voor Amerika hooguit bedreigend als rivaal van Israel

Met de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 verdween het spook van het wereldcommunisme, maar de wereldvreemde vervolgingswaanzin bleef. Voor het militair-industrieel complex werden China, Noord-Korea en Iran de nieuwe vijanden. De wereld viel voor de propaganda, hoewel China zich historisch eerder defensief dan agressief opstelt en sinds Deng Xiaopeng een quasi-kapitalistische koers volgt, en op het Koreaans schiereiland niet Noord-Korea maar de VS de agressor is. Amerika wordt op geen enkele manier bedreigd, en toch draait de propagandamachine op volle toeren, vandaag specifiek rond Oekraïne, maar eerder rond Syrië (“Assad moet weg”) en Iran, dat voor Amerika hooguit bedreigend is als regionale rivaal van Israel en als zodanig de etnische zuivering van Palestina en de sluipende annexatie van Palestijns gebied in de weg staat.

Terwijl men de eenzijdige Amerikaanse beeldvorming rond Oekraïne moet verwerpen en het optreden van Washington in dat dossier omschrijven als roekeloos omdat Washington regelrecht kernmogendheid Rusland confronteert, is de jaren aanslepende AngloZionistische heisa rond de niet-bestaande Iraanse kernwapens het toppunt van politieke spin en bovendien ronduit crimineel. De alom gerespecteerde Amerikaanse onderzoeksjournalist Gareth Porter zet in zijn recente boek Manufactured Crisis: the Untold Story of the Iran Nuclear Scare uiteen dat het Amerikaanse verhaal over een Iraans kernwapenprogramma berust op flagrante leugens. Washington en Tel Aviv bleven dit verhaal aan de wereld verkopen, terwijl men heel goed wist dat het volstrekt gefingeerd was. De crisis werd gecreëerd, men zocht de confrontatie, aldus Porter.

Dat Washington Irak heeft aangezet om oorlog te voeren tegen Iran (1980-1988) is ronduit misdadig

Washington deelde met Israel in het bedrog, hoewel daar geen enkel Amerikaans belang mee gediend was. Het spande ijskoud samen met Israel in de verspreiding van vals bewijsmateriaal. Terwijl het Iran vals beschuldigde kernwapens te ontwikkelen lapte het zelf zijn verplichtingen onder het niet-verspreidingsverdrag aan zijn laars en bracht het zichzelf gevaarlijk dicht bij een onnodige oorlog. Het spelletje toneel over een Iraanse dreiging begon met Ronald Reagan, die na de val van de Shah een verbod uitvaardigde op het Iraanse atoomenergieprogramma. Na de gijzelingsaffaire van 1980 kan men zich Reagan’s behoefte om Iran hiermee te straffen misschien nog voorstellen, maar het feit dat Washington Irak op slinkse wijze heeft aangezet om oorlog te voeren tegen Iran (1980-1988; 1,6 miljoen doden) en Irak daarbij militair, logistiek en financieel volop steunde, is ronduit misdadig.

Onder Bill Clinton, onderhorig aan de Israel Lobby, werd Iran, in navolging van Israel, aangeduid als “de grootste bedreiging van de wereldvrede”. Porter laat zien dat Israel nooit van plan is geweest om Iran aan te vallen, maar wel hoopte dat Uncle Sam dat zou doen. Het voortdurend schermen met de Iraanse dreiging heeft buitenlandse kritiek op kwalijk Israëlisch handelen, zoals de kolonisatie van Palestijns gebied, goed kunnen afleiden. Het verbale geweld leidde uiteindelijk tot de algemeen aanvaarde perceptie van de dreigende “Iraanse atoombom”, een verhaal dat ook onder Bush Jr. en Obama werd uitgedragen.

De druk werd opgevoerd: valse documenten, moord op kernwetenschappers, sabotage van computers

Toen de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten geen enkel bewijs konden aandragen voor een Iraans kernwapenprogramma werd moedwillig ontlastende informatie achtergehouden, valse belastende documenten verspreid, Iraanse kernwetenschappers vermoord en Iraanse computers gesaboteerd. De druk op Iran had ook gevolgen voor de wereldgemeenschap: de steeds zwaardere sancties hebben hun effect op de wereldeconomie niet gemist, maar vooral grote schade berokkend aan de Iraanse economie, waarbij de meest kwetsbare bevolkingsgroepen de grootste slachtoffers werden.

Achtereenvolgende Amerikaanse presidenten hebben de eigen bevolking en de wereld misleid omdat zij daar politiek voordeel mee konden doen. Leiders die samenspannen met een vreemde mogendheid en onder valse voorwendselen het land aan de rand van een oorlog brengen plegen verraad. Dat zij daar straffeloos mee wegkomen roept vragen op over de Amerikaanse samenleving: heeft het de grondwet overboord gegooid? De moorden op wetenschappers, de sabotage van computers en de steeds zwaardere sancties zijn regelrechte oorlogsmisdaden, en ook daar staat blijkbaar geen straf op. Volgens een studie van de Amerikaanse politicologen Gilens en Page zijn het overwegend economische belangengroepen die de dienst uitmaken. De VS is geen democratie maar een oligarchie en daarmee volstrekt corrupt.

De sancties tegen Iran zijn onwettig, crimineel en onmenselijk

De door dit Amerikaanse regime opgelegde sancties tegen Iran zijn onwettig, crimineel en onmenselijk. De eigen geheime dienst bevestigt dat het Iraanse kernprogramma vreedzaam is. De sancties treffen vooral Iraanse burgers. Die hebben het niet alleen economisch zwaar te verduren, maar blijven ook verstoken van levensreddende medicijnen. Hoewel die theoretisch niet onder de sancties vallen schrikken farmabedrijven terug van de complexe regels en zware boetes voor overtreding. Iran is teruggevallen op parallelle importen uit China en India, maar geraakt niet aan gepatenteerde medicijnen tegen ziektes als hemofilie, kanker of multiple sclerose. Daarmee komen de op valse voorwendselen opgelegde sancties neer op een doodvonnis voor de betrokkenen.

Iran zucht al bijna 35 jaar onder sancties. Met het aantreden van president Rohani kwamen de onderhandelingen met de P5+1 in een stroomversnelling. November 2013 werd een tussentijds akkoord gesloten en uiterlijk januari 2015 moet er een definitief akkoord zijn. Maar het ziet er niet goed uit. Het IAEA dat het Iraanse kernprogramma opvolgt en strikt neutraal zou moeten zijn heeft blijkbaar een eigen agenda. Bovendien legt Washington plotsklaps een nieuwe Israëlische eis op tafel: de Iraanse ballistische raketten moeten op de agenda. De regering-Obama weet heel goed dat zo’n eis een Iraanse rode lijn overschrijdt. Nu ook Moskou heeft verklaard dat een totaaloplossing “enkel het vertrouwen in een puur vreedzaam doel van het Iraanse kernprogramma moet herstellen” is de vraag of de eis van tafel gaat, of de Israel-Lobby erin slaagt de onderhandelingen te torpederen.

De onthullingen roepen indringende vragen op. Zijn wij niet allemaal medeplichtig als wij blijven zwijgen?

Gewezen Brits ambassadeur bij de IAEA Peter Jenkins vatte het nuchter samen: “het gedoe over een Iraanse nucleaire dreiging is prematuur en bijgevolg zijn de sancties van de VS en zijn bondgenoten onredelijk en ongerechtvaardigd.” Maar men moet ernstig betwijfelen of naast P2 (Rusland) ook P4 (Groot-Brittannië) bij de P5+1-onderhandelingen eens flink met de vuist op tafel zal slaan. Net als het Israel-Palestina vredesproces heeft Israel blijkbaar belang bij handhaving van de sancties tegen Iran.

De onthullingen van Gareth Porter roepen indringende vragen op. Waarom is zijn boek geen voorpaginanieuws in de Westerse media? Hoe moeten wij het publieke stilzwijgen uitleggen? Welke gewetensvolle Westerse parlementariër stelt de leugens eens indringend aan de orde? Waarom wordt er geen stevige kritiek geuit op de Israëlische machtshebbers die zich schuldig maken aan deze ergerlijke verdraaiing van de waarheid? Waarom blijven wij de Israëlische premier met zijden handschoenen aanpakken? Zijn wij niet allemaal medeplichtig aan dit onrecht als wij blijven zwijgen?