zondag 30 juni 2019

Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen


Velayat 94 Military exercise February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.
Photo: Erfan Kouchari, Tasnim News Agency (Wikimedia Commons)

 
In het artikelWordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden we dat de EU haast moet maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap: het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland. Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier en hier.

Aansluitend legden we enkele academici de vraag voor: “Hoe beoordeelt u de draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger dan niet een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO. In een opiniestuk zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de Amerikaanse sancties tegen Iran.”

Heeft de EU zich vastgeklonken aan de VS?

J
onathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.

Tom Sauer (UvA) is niet blij met de verwijzing naar de NAVO in het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte daarvan is echter beperkt: EU-acties moeten enkel sporen met de NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de Amerikaanse en Europese belangen steeds verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op termijn kan de NAVO voor Europa overbodig worden, als de VS er tevoren al niet is uitgestapt. Voor Sauer heeft Laughland wel een punt: het Europese mechanisme om de Amerikaanse sancties tegen Iran te omzeilen zal niet helpen. Dat toont nogmaals de zwakte van Europa op het wereldtoneel, en de noodzaak voor Europa om zich te distantiëren van dit Amerikaanse beleid.

Eerder bespraken we dit issue met David Criekemans (UvA), die meent dat de NAVO-verwijzing in art. 42 niet meer is dan een toegevoegd regeltje. De EU-veiligheidsgarantie is veel sterker dan die van de NAVO. Voor Criekemans, zelfverklaard koele minnaar van de NAVO, is daarmee de alliantie eigenlijk overbodig, maar een uitstap zal niet voor morgen zijn. Het ontbreekt aan een Europese strategische cultuur en aan militair-logistieke zaken. Bovendien wil niet elke lidstaat mee.

Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington

Op grond van deze verklaringen van de academici kunnen we concluderen dat de NAVO-verwijzing in art. 42 misschien niet cruciaal is maar toch zal kunnen worden ingeroepen. Geostrategisch blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in het bondgenootschap de zaken initieert en het laatste woord heeft. De verdeeldheid tussen de lidstaten en de vrees om Washington op de tenen te trappen kan hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese legers, maar niet tot een zelfstandig, centraal aangestuurd Europees leger.

In een opgemerkt opiniestuk komt Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt is niet optimistisch over de toekomst van de EU. Het VK vertrekt en de VS is openlijk vijandig. Herhaalde pogingen om in internationale vraagstukken een ​​ Europese stem te laten horen, of te komen tot een gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben gefaald. Neem nu “het gebrek aan ruggengraat in de Europese reactie op de Amerikaanse dreiging om secundaire sancties op te leggen op handel met Iran”, aldus Walt, die ook wijst op interne Europese problemen als de anti-EU populisten en de onmacht van Brussel om eigenzinnige nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse regeringspartij ‘Recht en Rechtvaardigheid’ tot de orde te roepen.

Waar Stephen Walt geen blad voor de mond neemt schetst David Criekemans een ingetogener beeld. Dat beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders dan “een grote olieproducent” is de VS vandaag energiezelfvoorzienend en heeft dus eigenlijk niets meer te zoeken in het Midden-Oosten. Iran kon tot regionale grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran wordt omsingeld door Amerikaanse bases en tot de tanden bewapende buurlanden. Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat het land geen enkele (militaire) bedreiging vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.

De Amerikaanse blokkade van Iran is een oorlogsdaad

De Amerikaanse blokkade van Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich daar niet bij neer. Het heeft geen boodschap aan Europees handengewring. Volgens de Britse professor Paul Rogers moet de beschadiging van olietankers druk zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten. Tel daarbij de paramilitaire aanvallen op Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust maar aankondigt hoe een asymmetrische oorlog er kan uitzien, aldus Rogers.

Iran onderhandelt niet over de Amerikaanse belegering, maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het kan een serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan ontkennen maar aanleiding zullen zijn voor internationale verzekeraars elke dekking van olietransport in het gebied op te schorten. Iran kan eenvoudig enkele olietankers tot zinken brengen om de Straat van Hormuz af te sluiten. Volgens Goldman Sachs kan dat de olieprijs opdrijven naar $1000 per vat, desastreus voor de wereldeconomie.

Slaapwandelen we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie?

Criekemans vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie slaapwandelen en dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen. Maar sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen in het Midden-Oosten. Volgens de Amerikaanse professor Juan Cole is het de geopolitieke context die conflicten een sektarisch tintje geeft, niet andersom.

Slaapwandelen naar een oorlog VS-Iran is wél te bestrijden: na China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan en EU-lidstaten Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee mondiale proporties krijgen.

Ruggengraat loont.

zaterdag 22 juni 2019

Iran and friends use bombs and missiles to give a taste of war to come


GULF OF OMAN (May 22, 2019). F/A-18F Super Hornet making an arrested landing on the flight deck
of the Nimitz-class aircraft carrier USS Abraham Lincoln (CVN 72). Photo: United States Navy.


Power vacuums in the Pentagon as a pattern of attacks across the Middle East look suspiciously like a demonstration of Iranian ‘irregular’ power.

The evolution of the US-Iran confrontation gets more complex by the day, a matter of smoke and mirrors with multiple accusations and uncertainties, and domestic politics constantly driving international actions.

For Trump, the current complication is that his Acting Secretary of Defense, Patrick Shanahan, has suddenly withdrawn his application for the permanent job because of family issues dating back some years. Not only does this leave a leadership vacuum at the top of the Pentagon but Trump’s intended replacement for Shanahan, army secretary Mark Esper, leaves a gap in the army job only a month after the air force secretary, Heather Wilson, herself stepped down.

In spite of this uncertainty, the military rhetoric coming out of Washington is growing tougher. Much is being made of the air force and navy firepower being moved towards the Gulf just as the White House insists that Iran has been responsible for the recent attacks on tankers in the Gulf of Oman.

Iran is not the only country that the US is berating. One of the most senior US military commanders, Paul Selva – an air force general and vice-chair of the Joint Chiefs of Staff – this week reminded other states which import oil and gas via the Strait of Hormuz that keeping the sea lanes open is not just a US responsibility. If a war comes, other countries will be expected to play a substantial role. Selva pointed out that the Gulf is far less important to the US than it was during the ‘tanker war’ of the 1980s, with fracking and other new technologies tapping more fossil fuels at home.

Interestingly the one country that could contribute almost overnight – the UK (as explained here a couple of weeks ago) – is in the middle of internal political upheavals. The rivals to replace Theresa May at Number 10 are vying with each other to be the most macho and pro-Trump. This is hardly likely to aid rational policy development, as both remaining candidates claim to want to make Britain great again.

Trump’s own rhetoric has been toned down but his problem with Iran remains and is made worse by that country’s own behaviour. It may be difficult to accept that almost everything that Iran is currently doing speaks of a canny assessment of Trump and a coordinated approach, but it is a possibility that does deserves examining.

Iran’s show of strength?

Earlier this week Iran announced that it would step up low-level uranium enrichment. This is the process that produces fuel for nuclear power stations; weapons-grade uranium must be enriched much further. [JR1] The nuclear deal that Iran signed in 2015 with China, France, Germany, Russia, the UK and the US – the US withdrew from the agreement last year – limits the amount of uranium it can enrich. Iran said that it would exceed that limit on 27 June. Meanwhile, consider the military and paramilitary happenings of the past couple of weeks.

All the tanker attacks have been low-level, typically using small limpet mines placed above the water line: enough to have an obvious effect but unlikely to cause serious casualties or sink ships. The attacks have all been outside the Persian Gulf, off the coast of the Arabian Sea and in the vicinity of Fujairah. This is the terminus for a pipeline that bypasses the Strait of Hormuz, with its Iranian coastline, to bring oil overland from Abu Dhabi.

Another pipeline that avoids the strait runs across Saudi Arabia from its eastern oilfields to a terminal on its Red Sea coast: the Saudis report that this was recently hit by an armed drone believed fired by the Houthi rebels in Yemen, allied to Iran.

In other developments this week, three Katyusha rockets were fired at Camp Taji, an Iraqi army base north of Baghdad where US trainers work. The Balad air base, also north of Baghdad, was hit by mortar fire in a separate attack.

Thus, tankers are attacked outside the Strait of Hormuz showing that bypassing the strait through Fujairah is still vulnerable to disruption, and an alternative pipeline route across Saudi Arabia is also attacked. Add to this the paramilitary attacks in Iraq on two bases used by US trainers of the Iraqi army, along with Iran threatening to respond to Trump’s abandonment of the nuclear deal, and you get a picture of a country not willing to buckle and also ready to send reminders of how an ‘irregular’ war could be waged.

This could all be coincidence, but it really is stretching things a bit when you put it together. Moreover, the risk of paramilitary attacks is certainly taken seriously by the Pentagon: witness the decision to send 2,500 extra troops to the region to help protect US bases and facilities.

Also being taken seriously is the shooting down of a US navy drone in what Tehran claims was Iranian airspace. The drone in question, a Northrop Grumman MQ-4C Triton, is one of the largest and most expensive uncrewed aircraft in the world, the size of a strike aircraft and costs $182 million apiece. It has a range of over 9,000 miles, can fly for 30 hours and reach an altitude of 60,000 feet. If it was flying anything like that high there will be questions asked in the Pentagon and the White House over how the Iranians could have managed to destroy it.

On the US side, Trump’s unpredictability and bombast, coupled with personnel upheavals in the Pentagon, do not make for sound judgement. Yesterday’s approval and then aborting of attacks on Iran in retaliation for the drone strike could have been a warning, or indecision, or both.

However, there are signs of Washington drawing back. One key indicator is that the US Special Representative for Iran, Brian Hook, travels to Paris early next week to meet senior French, German and British officials. Hook is an experienced White House advisor going back two decades. If the Europeans put serious pressure on the Trump administration to reduce tension, that might just have an effect. The bigger issue, though, is that it may be Iran rather than the US setting the agenda.

Paul Rogers is professor in the department of peace studies at Bradford University, northern England. He is openDemocracy's international-security editor, and has been writing a weekly column on global security since 28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford Research Group. His books include Why We’re Losing the War on Terror (Polity, 2007), and Losing Control: Global Security in the 21st Century (Pluto Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers

This article first appeared on openDemocracy 21 June 2019

dinsdag 28 mei 2019

US Army tweet provokes outpouring of antiwar sentiment



Cityscape of Qayyarah town on fire.The Mosul District, Northern Iraq, Western Asia. 09 November, 2016
Photo: Mstyslav Chernov (Wikimedia Commons)

by George Marlowe

It’s been hell for the world”

The United States Army did not get the response it intended when it asked in a tweet last week, “How has serving impacted you?” Instead of paeans to the military, the horrific reality of war on a world scale broke through the annual celebration of American militarism over the Memorial Day weekend.

By Monday night, there were over 11,000 comments in response to the US Army’s question. The official lies and platitudes employed by the ruling elite and the media to exalt war were shattered by stories detailing the living hell that has been imposed on millions of lives.

So massive was the outpouring of sentiment on social media that the response was covered by the mainstream news Monday night, a singular rarity on a day usually devoted to mindless jingoism. The incident even made headlines around the world, an expression of the vast global impact of US militarism.

Veteran suicides, depression, violence, recurring nightmares, post-traumatic stress disorder, drug abuse, addiction, alcoholism, rape and sexual assault by commanding officers, inadequate health care, generational trauma, exposure to chemical agents, war crimes. These were just some of the nightmarish tales that emerged.

Heartbreaking stories of veteran suicides were all too common. Shane Burley’s story was repeated in various forms by numerous people. “My best friend from high school was denied his mental health treatment and forced to return to a third tour in Iraq, despite having such deep trauma that he could barely function,” Shane wrote. “He took a handful of sleeping pills and shot himself in the head two weeks before deploying.”

Sean described what he called “the ‘Combat Cocktail’: PTSD, severe depression, anxiety. Isolation. Suicide attempts. Never ending rage. It cost me my relationship with my eldest son and my grandson. It cost some of my men so much more. How did serving impact me? Ask my family.”

Lies used to manufacture public consent for war were also opposed. “Don’t fabricate enemies and shove innocent Americans into wars that kill innocent civilians,” wrote one person. “You’ve gained nothing from all the wars combined. It’s been hell for the world.”

For all the nauseating glorification of the military by the media and the political establishment, those that serve in the military as cannon fodder are generally economic conscripts looking for a way out of poverty and the chance for a college degree. The reality is that they end up maimed, broken and scarred, with generations of families and friends affected by the trauma.

More than 5,500 veterans killed themselves last year, and active-duty military suicides were at an all-time high in 2018. More than 321 of those in active duty in the military killed themselves in 2018, with 138 in the US Army alone.

A 2018 study by the Council on Foreign Relations found that recruits from families with annual incomes less than $38,400 a year made up 19 percent of soldiers. Over 60 percent of recruits come from families with annual incomes less than $61,403, and over 80 percent come from families who make less than $80,912. The study did not show the levels at which the top 5 percent or the top 1 percent participated in the wars, but they no doubt constitute a tiny minority.

Numerous commenters on the US Army Twitter thread referred to the statements of Major-General Smedley Butler, who famously confessed in 1933, “War is just a racket. Only a small inside group knows what it is about. It is conducted for the benefit of the very few at the expense of the masses.”

There is deep opposition to war in the working class in the United States and internationally. As with every other political issue, however, the real interests of the vast majority of the population are excluded from official political life.

In the run-up to the 2003 invasion of Iraq, this sentiment found expression in mass demonstrations of millions of people throughout the world. Opposition to the Iraq war was channeled behind the Democratic Party, culminating in the election of Barack Obama in 2008. Extending the Bush administration’s “war on terror” in Iraq and Afghanistan, Obama attacked more than seven countries, including Libya and Syria, and killed thousands of innocent civilians through drone warfare.

The Trump administration now plans to dispatch 1,500 new troops to the Middle East and has threatened to “end” Iran. His administration also announced the doctrine of “great power” conflict, preparing even bigger military conflagrations against Russia and China that hurtle the world towards a third world war.

In 2017, the Department of Veterans Affairs under the Trump administration proposed to close more than 1,100 facilities in an effort to privatize health care. While only $220 billion was allotted to Veterans Affairs for the 2020 budget, more than $718 billion was requested by the Pentagon, a five percent increase over the previous year. If the trend continues, more than $7 trillion will be spent on war over the next decade.

With the support of the Democratic Party, moreover, the Trump administration is intensifying its campaign against WikiLeaks founder Julian Assange for exposing the crimes of American imperialism.

The Democrats have waged their opposition to Trump largely on the demand that the administration adopt a more aggressive position against Russia and expand the war in Syria and the Middle East. The Democrats have sought to position themselves as the party of the military and the intelligence agencies, hailing as heroes such arch warmongers as the late Republican Senator John McCain.

And the organizations of the complacent and privileged upper-middle class that surround the Democratic Party have become the most adamant supporters of American imperialism.

The sentiments expressed in the response to the US Army tweet must and will find organized form. The mass opposition to war must be connected to the growing struggles of workers, in the United States and internationally, against inequality and exploitation. The growing support for socialism must be connected to a conscious political movement of the international working class against capitalism and imperialism.

This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 28 May 2019, and was republished with permission.

vrijdag 10 mei 2019

Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?


Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)


In een recent artikel dat ook op De Wereld Morgen verscheen stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.

Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.

In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.

Verdeeldheid over buitenlands beleid

Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.

Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.

Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.

Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.

Gebrek aan militaire capaciteiten

Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.

Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.

NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.

Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?

De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.

Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.

Intussen staat de wereld niet stil

De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.

Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.

Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.

Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.

Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?

De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.

Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.

Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?

Dit artikel verscheen eerder op De Wereld Morgen