Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.
zondag 30 juni 2019
Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen
Velayat 94 Military exercise
February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.
Photo:
Erfan Kouchari, Tasnim
News Agency (Wikimedia
Commons)
In
het
artikel
‘Wordt
Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband
van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden
we dat de EU haast moet maken met
zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het
wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom
Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap:
het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen
veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland.
Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier
en hier.
Aansluitend legden
we enkele academici de vraag voor: “Hoe
beoordeelt u de
draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de
relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich
daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig,
centraal aangestuurd Europees leger dan
niet
een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de
Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude
Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de
NAVO. In een opiniestuk
zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de
Amerikaanse sancties tegen Iran.”
Heeft
de EU zich vastgeklonken aan de VS?
Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.
Tom
Sauer (UvA) is
niet blij met de verwijzing naar de NAVO in
het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte
daarvan is echter
beperkt: EU-acties
moeten enkel sporen met de
NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de
Amerikaanse en Europese belangen steeds
verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve
verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op
termijn kan de
NAVO voor Europa overbodig worden,
als de VS er tevoren al
niet is uitgestapt.
Voor Sauer heeft Laughland
wel een punt: het
Europese mechanisme
om de Amerikaanse sancties tegen Iran te
omzeilen zal niet helpen. Dat toont
nogmaals de zwakte van Europa op het
wereldtoneel, en
de noodzaak voor Europa om
zich te
distantiëren van dit
Amerikaanse beleid.
Eerder
bespraken
we dit issue met David
Criekemans
(UvA), die
meent dat de
NAVO-verwijzing
in art. 42 niet meer is
dan
een toegevoegd
regeltje.
De
EU-veiligheidsgarantie
is
veel
sterker dan die van de NAVO. Voor
Criekemans, zelfverklaard
koele minnaar van de NAVO,
is
daarmee
de
alliantie
eigenlijk overbodig, maar
een uitstap
zal
niet voor
morgen zijn.
Het
ontbreekt
aan een
Europese strategische cultuur en
aan militair-logistieke
zaken. Bovendien
wil niet
elke lidstaat mee.
Geostrategisch
blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington
Op
grond van deze
verklaringen van de academici kunnen we
concluderen dat
de
NAVO-verwijzing
in art. 42 misschien niet
cruciaal is maar
toch zal kunnen
worden ingeroepen.
Geostrategisch
blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in
het bondgenootschap de zaken initieert en het
laatste woord heeft. De
verdeeldheid tussen de lidstaten en
de vrees om Washington op de tenen te trappen kan
hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese
legers, maar niet tot een
zelfstandig,
centraal aangestuurd Europees leger.
In
een
opgemerkt
opiniestuk
komt
Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt
is
niet optimistisch
over de toekomst
van de EU. Het
VK vertrekt
en de VS
is
openlijk
vijandig. Herhaalde pogingen om in
internationale vraagstukken een
Europese stem te
laten horen, of
te
komen tot een
gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben
gefaald.
Neem
nu “het
gebrek aan ruggengraat
in
de Europese
reactie
op de
Amerikaanse
dreiging om secundaire sancties op te leggen op
handel
met Iran”, aldus
Walt,
die
ook wijst op interne Europese problemen als de
anti-EU
populisten en
de onmacht van Brussel om eigenzinnige
nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse
regeringspartij ‘Recht
en Rechtvaardigheid’ tot
de orde te roepen.
Waar
Stephen
Walt
geen
blad voor de mond neemt schetst
David
Criekemans een
ingetogener
beeld. Dat
beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders
dan “een grote olieproducent”
is de VS vandaag
energiezelfvoorzienend
en
heeft dus eigenlijk
niets
meer
te zoeken in het Midden-Oosten. Iran
kon tot regionale
grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en
Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran
wordt omsingeld door Amerikaanse
bases en tot de tanden bewapende buurlanden.
Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu
hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat
het land
geen
enkele (militaire)
bedreiging
vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.
De
Amerikaanse
blokkade van
Iran is een oorlogsdaad
De
Amerikaanse
blokkade van
Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich
daar niet bij neer. Het heeft geen
boodschap aan
Europees handengewring. Volgens
de Britse professor Paul Rogers moet de
beschadiging
van olietankers druk
zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten.
Tel
daarbij de paramilitaire aanvallen op
Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal
reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire
deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust
maar aankondigt hoe
een asymmetrische
oorlog
er
kan
uitzien,
aldus
Rogers.
Iran
onderhandelt
niet over
de Amerikaanse belegering,
maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de
Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het
kan
een
serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan
ontkennen maar aanleiding zullen
zijn
voor internationale verzekeraars
elke
dekking
van olietransport in
het gebied op
te schorten.
Iran
kan eenvoudig
enkele
olietankers tot zinken brengen
om de Straat van Hormuz af te sluiten.
Volgens
Goldman Sachs kan
dat de olieprijs opdrijven naar
$1000 per vat, desastreus
voor
de wereldeconomie.
Slaapwandelen
we naar
een soennitisch-sjiitische confrontatie?
Criekemans
vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie
slaapwandelen
en
dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen.
Maar
sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen
in het Midden-Oosten. Volgens
de
Amerikaanse
professor
Juan Cole is het
de
geopolitieke context die
conflicten
een
sektarisch tintje geeft, niet andersom.
Slaapwandelen
naar een
oorlog VS-Iran is
wél
te bestrijden: na
China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan
en EU-lidstaten
Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat
tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran
hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan
loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS
zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te
leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand
lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en
vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee
mondiale proporties krijgen.
Ruggengraat loont.
zaterdag 22 juni 2019
Iran and friends use bombs and missiles to give a taste of war to come
GULF OF OMAN (May
22, 2019). F/A-18F Super Hornet making an arrested landing on the
flight deck
of the Nimitz-class aircraft carrier USS Abraham Lincoln
(CVN 72). Photo: United States Navy.
by Paul
Rogers
Power vacuums in
the Pentagon as a pattern of attacks across the Middle East look
suspiciously like a demonstration of Iranian ‘irregular’ power.
The evolution of the
US-Iran confrontation gets more complex by the day, a matter of smoke
and mirrors with multiple accusations and uncertainties, and domestic
politics constantly driving international actions.
For Trump, the
current complication is that his Acting Secretary of Defense, Patrick
Shanahan, has suddenly withdrawn
his application for the permanent job because of family issues
dating back some years. Not only does this leave a leadership vacuum
at the top of the Pentagon but Trump’s intended replacement for
Shanahan, army secretary Mark Esper, leaves a gap in the army job
only a month after the air force secretary, Heather Wilson, herself
stepped down.
In spite of this
uncertainty, the military rhetoric coming out of Washington is
growing tougher. Much is being made of the air
force and navy firepower being moved towards the Gulf just as the
White House insists that Iran has been responsible for the recent
attacks on tankers in the Gulf of Oman.
Iran is not the only
country that the US is berating. One of the most senior US military
commanders, Paul Selva – an air force general and vice-chair of the
Joint Chiefs of Staff – this week reminded
other states which import oil and gas via the Strait of Hormuz
that keeping the sea lanes open is not just a US responsibility. If a
war comes, other countries will be expected to play a substantial
role. Selva pointed out that the Gulf is far less important to the US
than it was during the ‘tanker war’ of the 1980s, with fracking
and other new technologies tapping more fossil fuels at home.
Interestingly the
one country that could contribute almost overnight – the UK (as
explained here a couple of weeks ago) – is in the middle of
internal political upheavals. The rivals to replace Theresa May at
Number 10 are vying with each other to be the most macho and
pro-Trump. This is hardly likely to aid rational policy development,
as both remaining candidates claim to want to make Britain great
again.
Trump’s own
rhetoric has been toned down but his problem with Iran remains and is
made worse by that country’s own behaviour. It may be difficult to
accept that almost everything that Iran is currently doing speaks of
a canny assessment of Trump and a coordinated approach, but it is a
possibility that does deserves examining.
Iran’s show of
strength?
Earlier this week
Iran announced that it would step up low-level uranium enrichment.
This is the process that produces fuel for nuclear power stations;
weapons-grade uranium must be enriched much further. [JR1] The
nuclear deal that Iran signed in 2015 with China, France, Germany,
Russia, the UK and the US – the US withdrew from the agreement last
year – limits the amount of uranium it can enrich. Iran said that
it would exceed that limit on 27 June. Meanwhile, consider the
military and paramilitary happenings of the past couple of weeks.
All the tanker
attacks have been low-level, typically using small limpet mines
placed above the water line: enough to have an obvious effect but
unlikely to cause serious casualties or sink ships. The attacks have
all been outside the Persian Gulf, off the coast of the Arabian Sea
and in the vicinity of Fujairah. This is the terminus for a pipeline
that bypasses the Strait of Hormuz, with its Iranian coastline, to
bring oil overland from Abu Dhabi.
Another pipeline
that avoids the strait runs across Saudi Arabia from its eastern
oilfields to a terminal on its Red Sea coast: the Saudis report that
this was recently
hit by an armed drone believed fired by the Houthi rebels in
Yemen, allied to Iran.
In other
developments this week, three
Katyusha rockets were fired at Camp Taji, an Iraqi army base
north of Baghdad where US trainers work. The Balad air base, also
north of Baghdad, was
hit by mortar fire in a separate attack.
Thus, tankers are
attacked outside the Strait of Hormuz showing that bypassing the
strait through Fujairah is still vulnerable to disruption, and an
alternative pipeline route across Saudi Arabia is also attacked. Add
to this the paramilitary attacks in Iraq on two bases used by US
trainers of the Iraqi army, along with Iran threatening to respond to
Trump’s abandonment of the nuclear deal, and you get a picture of a
country not willing to buckle and also ready to send reminders of how
an ‘irregular’ war could be waged.
This could all be
coincidence, but it really is stretching things a bit when you put it
together. Moreover, the risk of paramilitary attacks is certainly
taken seriously by the Pentagon: witness the decision to send 2,500
extra troops to the region to help protect US bases and facilities.
Also being taken
seriously is the shooting
down of a US navy drone in what Tehran claims was Iranian
airspace. The drone in question, a Northrop Grumman MQ-4C Triton, is
one of the largest and most expensive uncrewed aircraft in the world,
the size of a strike aircraft and costs $182 million apiece. It has a
range of over 9,000 miles, can fly for 30 hours and reach an altitude
of 60,000 feet. If it was flying anything like that high there will
be questions asked in the Pentagon and the White House over how the
Iranians could have managed to destroy it.
On the US side,
Trump’s unpredictability and bombast, coupled with personnel
upheavals in the Pentagon, do not make for sound judgement.
Yesterday’s approval and then aborting of attacks on Iran in
retaliation for the drone strike could have been a warning, or
indecision, or both.
However, there are
signs of Washington drawing back. One key indicator is that the US
Special Representative for Iran, Brian
Hook, travels to Paris early next week to meet senior French,
German and British officials. Hook is an experienced White House
advisor going back two decades. If the Europeans put serious pressure
on the Trump administration to reduce tension, that might just have
an effect. The bigger issue, though, is that it may be Iran rather
than the US setting the agenda.
Paul
Rogers is professor in the department
of peace studies at
Bradford University, northern England. He is openDemocracy's
international-security
editor, and has been writing a weekly column on global security since
28 September 2001; he also writes a monthly briefing for the Oxford
Research Group.
His books include Why
We’re Losing the War on Terror
(Polity,
2007), and Losing
Control: Global Security in the 21st Century
(Pluto
Press, 3rd edition, 2010). He is on twitter at: @ProfPRogers
Labels:
Article in English,
China,
Duitsland,
Frankrijk,
Groot-Brittannië,
Irak,
Iran,
Jemen,
Rusland,
Saudi Arabië,
UAE,
VS
dinsdag 28 mei 2019
US Army tweet provokes outpouring of antiwar sentiment
Cityscape
of Qayyarah town on fire.The Mosul District, Northern Iraq, Western
Asia. 09 November, 2016
by George Marlowe
“It’s
been hell for the world”
The United States
Army did not get the response it intended when it asked in a tweet
last week, “How has serving impacted you?” Instead of paeans to
the military, the horrific reality of war on a world scale broke
through the annual celebration of American militarism over the
Memorial Day weekend.
By Monday night,
there were over 11,000 comments in response to the US Army’s
question. The official lies and platitudes employed by the ruling
elite and the media to exalt war were shattered by stories detailing
the living hell that has been imposed on millions of lives.
So massive was the
outpouring of sentiment on social media that the
response was covered by the mainstream news Monday night, a
singular rarity on a day usually devoted to mindless jingoism. The
incident even made headlines around the world, an expression of the
vast global impact of US militarism.
Veteran suicides,
depression, violence, recurring nightmares, post-traumatic stress
disorder, drug abuse, addiction, alcoholism, rape and sexual assault
by commanding officers, inadequate health care, generational trauma,
exposure to chemical agents, war crimes. These were just some of the
nightmarish tales that emerged.
Heartbreaking
stories of veteran suicides were all too common. Shane Burley’s
story was repeated in various forms by numerous people. “My best
friend from high school was denied his mental health treatment and
forced to return to a third tour in Iraq, despite having such deep
trauma that he could barely function,” Shane wrote. “He took a
handful of sleeping pills and shot himself in the head two weeks
before deploying.”
Sean described what
he called “the ‘Combat Cocktail’: PTSD, severe depression,
anxiety. Isolation. Suicide attempts. Never ending rage. It cost me
my relationship with my eldest son and my grandson. It cost some of
my men so much more. How did serving impact me? Ask my family.”
Lies used to
manufacture public consent for war were also opposed. “Don’t
fabricate enemies and shove innocent Americans into wars that kill
innocent civilians,” wrote one person. “You’ve gained nothing
from all the wars combined. It’s been hell for the world.”
For all the
nauseating glorification of the military by the media and the
political establishment, those that serve in the military as cannon
fodder are generally economic conscripts looking for a way out of
poverty and the chance for a college degree. The reality is that they
end up maimed, broken and scarred, with generations of families and
friends affected by the trauma.
More than 5,500
veterans killed themselves last year, and active-duty military
suicides were at an all-time high in 2018. More than 321 of those in
active duty in the military killed themselves in 2018, with 138 in
the US Army alone.
A 2018 study by the
Council on Foreign Relations found that recruits from families with
annual incomes less than $38,400 a year made up 19 percent of
soldiers. Over 60 percent of recruits come from families with annual
incomes less than $61,403, and over 80 percent come from families who
make less than $80,912. The study did not show the levels at which
the top 5 percent or the top 1 percent participated in the wars, but
they no doubt constitute a tiny minority.
Numerous commenters
on the US Army Twitter thread referred to the statements of
Major-General Smedley Butler, who famously confessed in 1933, “War
is just a racket. Only a small inside group knows what it is about.
It is conducted for the benefit of the very few at the expense of the
masses.”
There is deep
opposition to war in the working class in the United States and
internationally. As with every other political issue, however, the
real interests of the vast majority of the population are excluded
from official political life.
In the run-up to the
2003 invasion of Iraq, this sentiment found expression in mass
demonstrations of millions of people throughout the world. Opposition
to the Iraq war was channeled behind the Democratic Party,
culminating in the election of Barack Obama in 2008. Extending the
Bush administration’s “war on terror” in Iraq and Afghanistan,
Obama attacked more than seven countries, including Libya and Syria,
and killed thousands of innocent civilians through drone warfare.
The Trump
administration now plans to dispatch 1,500 new troops to the Middle
East and has threatened to “end” Iran. His administration also
announced the doctrine of “great power” conflict, preparing even
bigger military conflagrations against Russia and China that hurtle
the world towards a third world war.
In 2017, the
Department of Veterans Affairs under the Trump administration
proposed to close more than 1,100 facilities in an effort to
privatize health care. While only $220 billion was allotted to
Veterans Affairs for the 2020 budget, more than $718 billion was
requested by the Pentagon, a five percent increase over the previous
year. If the trend continues, more than $7 trillion will be spent on
war over the next decade.
With the support of
the Democratic Party, moreover, the Trump administration is
intensifying its campaign against WikiLeaks founder Julian Assange
for exposing the crimes of American imperialism.
The Democrats have
waged their opposition to Trump largely on the demand that the
administration adopt a more aggressive position against Russia and
expand the war in Syria and the Middle East. The Democrats have
sought to position themselves as the party of the military and the
intelligence agencies, hailing as heroes such arch warmongers as the
late Republican Senator John McCain.
And the
organizations of the complacent and privileged upper-middle class
that surround the Democratic Party have become the most adamant
supporters of American imperialism.
The sentiments
expressed in the response to the US Army tweet must and will find
organized form. The mass opposition to war must be connected to the
growing struggles of workers, in the United States and
internationally, against inequality and exploitation. The growing
support for socialism must be connected to a conscious political
movement of the international working class against capitalism and
imperialism.
This
article first appeared on World
Socialist Web Site (WSWS)
on
28 May 2019, and was republished with permission.
Labels:
Afghanistan,
Article in English,
China,
Irak,
Iran,
Libië,
Rusland,
Syrië,
VS
vrijdag 10 mei 2019
Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?
Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)
In een recent artikel dat ook op De Wereld Morgen verscheen stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.
Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.
In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.
Verdeeldheid over buitenlands beleid
Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.
Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.
Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.
Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.
Gebrek aan militaire capaciteiten
Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.
Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.
NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.
Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?
De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem “wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.
Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.
Intussen staat de wereld niet stil
De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.
Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.
Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.
Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.
Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?
De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.
Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.
Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?
Dit
artikel verscheen eerder op De
Wereld Morgen
Abonneren op:
Posts (Atom)




