woensdag 11 april 2018

Hoe Beringen lak heeft aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening




De Vlaamse provincie Limburg positioneert zich als een groengebied met een belangrijk toeristisch potentieel. Planologisch kenmerkt de provincie zich door kleine steden met weinig kwalitatieve functies. De gefragmenteerde bebouwing heeft geleid tot verkwisting van de open ruimte, grote kosten voor infrastructuur en toenemende automobiliteit. Het openbaar vervoer is inefficiënt. Het gevolg van dit ontoereikend planologisch beleid is versnippering en verschraling van de open ruimte, precies de troef van Limburg.

Beleidsmatig wil de provincie het stedelijk draagvlak verhogen door functies uit te bouwen in - of aansluitend bij - de steden, en de kernen versterken door in te zetten op geconcentreerde woonvormen in de onmiddellijke nabijheid van de kernen. De provincie geeft de gemeenten de duidelijke boodschap: geen verdere versnippering, zuinig ruimtegebruik en vrijwaring van de resterende open ruimte in de provincie.

Beringen is de op twee na grootste stad van Limburg. Bij de gemeentefusies van 1977 ging de stad samen met Paal, Koersel en Beverlo. De Société anonyme Charbonnages de Beeringen van 1907 is verleden tijd, maar in ‘de Cité’ is het mijnverleden nog volop zichtbaar. De diverse kernen van Beringen hebben een zekere uitrustingsgraad en een omvangrijk woningenbestand. De stad werd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) daarom geselecteerd als kleinstedelijk gebied, met als opdracht dat gebied af te bakenen, nieuwe ontwikkelingen maximaal op te vangen binnen de kernen en het buitengebied zoveel mogelijk te vrijwaren.

Vertrekkend van het RSV en het provinciaal structuurplan stellen gemeenten een ruimtelijk structuurplan op dat de gewenste ruimtelijke ordening weergeeft. Het is een leidraad, geen juridisch bindende verordening. Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is dat wél. Een RUP is een juridisch document met voorschriften voor inrichting en beheer van een gebied, en dus een toetsingskader voor stedenbouwkundige aanvragen. Beringen kent wel een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS), maar heeft dat niet vertaald in een RUP. De Stad toetst stedenbouwkundige aanvragen nog aan het gewestplan, een verouderd planningsinstrument, en aan verkavelingsvoorschriften.

Beringen kan bogen op een grote woonreserve, waarmee de stad de komende vele decennia de bevolkingsgroei kan opvangen. De 53 woonuitbreidingsgebieden (368,65 ha totaal) zijn goed voor 4.213-7.023 woningen1. In het GRS zegt stad Beringen dat zij bestaande bebouwde gebieden wil verdichten en open gebieden vrijwaren. Bouwgrond in de kernen van het buitengebied komt dus in aanmerking voor inbreiding, maar men moet daarbij wel rekening houden met de draagkracht van de omgeving en met een kwalitatieve inrichting van het openbaar domein.

Zonder bindend RUP komt in Beringen bij stedenbouwkundige aanvragen willekeur om de hoek kijken. In de conceptuele fase worden plannen aan de balie voorgesproken. Hoewel finaal de beslissingsbevoegdheid bij het schepencollege ligt volgt dat in de overgrote meerderheid van de gevallen het advies van de stedenbouwkundige ambtenaar. Zo’n aanvraag is in de vergadering dus meestal niet meer dan een hamerstuk.

Tegen die achtergrond geeft een recente casus in Beringen te denken. Het ging om een aanvraag voor opsplitsing van een bouwgrond in een verkaveling in buitengebied, 2km van de kern van één van de dorpen van Beringen. Een schepencollege dat vergunning verleent ondanks bezwaarschrift van de directe gebuur moet zijn besluit afdoende en zorgvuldig motiveren. Daar leek het in de vergunning niet op. Misschien tegen de verwachting in ging de gebuur in beroep bij de Deputatie in Hasselt. Dat leverde samengevat het volgende oordeel van de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar op:


Het voorstel integreert zich niet in de omgeving. Het voorziet in feite een ‘gesloten' bebouwing. Dat is ruimtelijk vreemd en onaanvaardbaar. Het gevraagde is qua schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid vreemd in zijn omgeving en niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening. De vergunning kan niet worden verleend.

In casu trok aanvrager onmiddellijk na kennisname van dit oordeel zijn aanvraag in. Blijkbaar wilde hij een negatief besluit van de Deputatie niet afwachten, om het schepencollege van stad Beringen en het ambtelijk apparaat gezichtsverlies te besparen.

Het staat vast dat de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar zich in haar oordeel heeft gebaseerd op de Beringse structuurnota en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Met de vergunning lapte de stad dus ijskoud zowel de eigen structuurnota als de VCRO aan haar laars.

Beringen heeft de mond vol van dorpskernversterking. De stad verdient lof voor een verdichtingsproject als ‘Academiepark’ dat voorziet in invulling van een open plek in het centrum van Koersel, maar blaam voor het vergunnen van opsplitsing van residentiële bouwgronden voor open bebouwing in het buitengebied.

Mogelijk kan Beringen inspiratie vinden in de woningtypetoets Gent. Dat is geen verordenend instrument, maar een objectief beoordelingskader waarmee de burger online kan bepalen welk woningtype waar kan toegelaten worden. “Daarmee wordt speculatie met bouwgrond tegengegaan”, aldus de brochure “De juiste woning op de juiste plaats” van november 2015, die online beschikbaar is.

Opsplitsing van bouwgrond in open gebied is strijdig met kernversterking, motor van een duurzame economie. Het duwt de grondprijzen omhoog. Het zet een ontwikkeling in gang die nefast is voor de broodnodige kernversterking, essentieel onderdeel van het zo vurig beleden planologisch beleid van Beringen. De ambtelijke top en het schepencollege2 hebben wat uit te leggen.

1 bron: Structuurplan Beringen GR2 - 2007, § 6.3.6. - Reservegebieden voor woningbouw
2 navraag bij de schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening leverde geen nieuwe gezichtspunten op; de schepen toonde wel interesse in de woningtypetoets Gent

zaterdag 24 maart 2018

Bolton’s appointment: Another warning of new US wars



By Peter Symonds

The appointment of the notorious warmonger John Bolton as Trump’s national security adviser on Thursday is a clear sign that the White House is being put on a war footing. Bolton is well known for his advocacy of illegal wars of aggression, in particular against North Korea and Iran, his contempt for the UN and international law, and his belligerent stance towards US rivals such as China and Russia.

North Korea is immediately within Trump’s crosshairs. The president indicated earlier this month that he would meet with North Korean leader Kim Jong-un in May. However, the installation of Bolton in place of H.R. McMaster and the hawkish Mike Pompeo as US secretary of state in place of Rex Tillerson two weeks ago demonstrates that the purpose of any meeting will not be to negotiate, but to deliver a US ultimatum or stage a provocation.

Bolton is an open advocate of pre-emptive military attacks on North Korea on the pretext of ending the so-called military threat posed by its nuclear arsenal. Just last month, he seized on Pompeo’s remark that North Korea was “a handful of months” from having a nuclear missile capable of reaching the US, to set out a sham legal case in the Wall Street Journal for attacking North Korea. “We should not wait until the last minute,” he emphasised.

In another Wall Street Journal comment last August, Bolton scathingly dismissed any prospect of a deal with North Korea and declared that “some sort of strike is likely unavoidable unless China agrees to regime change in Pyongyang.” While well aware of the huge casualties that such a war would bring to South Korea and Japan, he nevertheless insisted that the US had no option but to carry out pre-emptive strikes on North Korea and set out several strategies up to and including a full-scale air war and invasion.

Bolton is a bitter critic of the 2015 nuclear deal with Iran done under the Obama administration that placed severe limitations on that country’s nuclear programs, and is thus in tune with Trump’s threat to withdraw from the agreement in May if it is not drastically changed. In a bellicose comment in 2015 in the New York Times entitled “To stop Iran’s bomb, bomb Iran,” he advocated US military strikes combined with a concerted effort for regime change in Tehran.

Likewise Bolton is a strident advocate of a confrontational approach to China, pushing for far stronger action to challenge Chinese maritime claims in the South China and East China Seas. His views on Taiwan are in line with the Trump administration’s questioning of the “One China policy” and steps towards forging closer ties with Taiwan—moves that would gravely undermine relations between the US and China and greatly heighten the danger of conflict.

Writing in the Wall Street Journal in 2016, Bolton called on the US to play the “Taiwan card” by upgrading official ties with the island that China regards as an integral part of its territory. “For a new US president willing to act boldly, there are opportunities to halt and then reverse China’s seemingly inexorable march toward hegemony in East Asia,” he wrote.

The appointment of Bolton has provoked alarm in sections of the American political establishment and media. Democratic Senator Bob Menendez declared that while Trump might view Bolton as a sympathetic sycophant, “I would remind him that Mr Bolton has a reckless approach to advancing the safety and security of Americans—far outside any political party.”

Richard Painter, a former White House lawyer under President George Bush, described Bolton as “by far the most dangerous man” of that administration. “Hiring him as the president’s top national security adviser is an invitation to war, perhaps nuclear war. This must be stopped at all costs,” he told the Guardian.

In its editorial yesterday “Yes, John Bolton really is that dangerous,” the New York Times warned: “There are few people more likely than Mr Bolton is to lead the country into war … Coupled with his nomination of the hard-line CIA director, Mike Pompeo, as secretary of state, Mr Trump is indulging his worst nationalist instincts. Mr Bolton, in particular, believes the United States can do what it wants without regard to international law, treaties or the political commitments of previous administrations.”

While it is certainly true that Bolton is an infamous advocate of criminal wars, such criticisms and warnings ring completely hollow. There is no anti-war faction of the American ruling class as the past quarter century of US invasions and interventions demonstrates. Rather the bitter political infighting and crisis in Washington revolves around how best to use US military might to shore up its position in the geopolitical order and which rival or rivals to attack first.

Significantly, the New York Times editorial cites Bolton’s attitude to Russia as his one saving grace. “Mr Bolton’s position on Russia,” it declares, “that NATO must have a strong response to the Kremlin-linked poisoning of a former Russian spy in Britain is somewhat better than Mr Trump’s.” This remark reflects the right-wing campaign waged by the newspaper in league with the Democrats and sections of the military-intelligence apparatus to remove Trump over his alleged collusion with Russian officials during the 2016 presidential election campaign. This is nothing less than a push for confrontation and war with Russia.

Bolton, in fact, has a militarist response to any challenge posed to US imperialist interests—China and Russia alike. In a series of tweets over the past month, he has called for the US to strengthen its allies in Central and Eastern Europe against alleged Russian cyber war; a strategic response to new Russian nuclear missiles to show “we will not let Russia push the US and its allies around;” and “a long term strategy to deal with countries like Russia and China with longstanding rulers.”

Bolton’s appointment as Trump’s national security adviser does not require congressional confirmation. The only way to block his installation would be through a broad campaign which the Democrats and other critics are not about to initiate as it would mean alerting the public about the danger of war and risk triggering an anti-war movement that would rapidly go beyond their control.

Bolton was one of the gang of war criminals in the Bush administration that invented and promoted the lies about Iraq’s non-existent weapons of mass destruction that were used as the pretext for the brutal US-led invasion and occupation. Neither Bolton nor anyone else was prosecuted under the Obama administration, which intensified the drive to war against Russia and China. As a result, Trump is able to install Bolton as his administration prepares for even more disastrous wars.

This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 24 March 2018, and was republished with permission.

zaterdag 17 maart 2018

Het Rusland van Putin volgens NBC-ankervrouw Megyn Kelly




Begin maart interviewde de Amerikaanse journaliste Megyn Kelly de Russische president Vladimir Putin. Dat gebeurde op een moment waarop de spanning tussen het Westen en Rusland tot ongekende hoogte was gestegen, en in de aanloop naar presidentsverkiezingen in Rusland. Van het bovenstaande volledige interview werden in Amerika enkel streng geselecteerde delen uitgezonden. Naar onderdelen waarin Putin in niet mis te verstane taal de Westerse kritiek ontzenuwt en Kelly “het onderspit delft” moet men echt zoeken in de social media.

Op de website van de persdienst van de Russische president treft men een transcriptie aan van het volledige interview. Uit dat lijvige Engelstalige document maakten we een samenvatting in het Nederlands van de belangrijkste onderwerpen, waarbij we vragen en antwoorden vervlechten en per onderwerp weergeven, niet noodzakelijk in de oorspronkelijke volgorde, en enkele informatieve links toevoegen. We interpreteren niet, we blijven zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst.

***

Nieuwe Russische wapensystemen

Dat Rusland een nieuwe koude oorlogsverklaring heeft afgegeven is propaganda. De Russische wapensystemen zijn het antwoord op het Amerikaanse raketafweersysteem en de eenzijdige Amerikaanse opzegging van het ABM-verdrag in 2002. We hielden de Amerikanen voor: “Stel je voor hoe de wereld erop vooruit gaat als we militair de handen ineen slaan.” Maar de Amerikanen verwierpen al onze voorstellen. Ze zeiden dat het ons vrij stond onze wapensystemen op te waarderen om het evenwicht te herstellen en dat ze onze nieuwe systemen niet als vijandig zouden beschouwen.

Dat de Amerikaanse opzegging van het ABM-verdrag een reactie was op 9/11 is onzin. Het raketafweersysteem beschermt tegen raketten waar terroristen niet over beschikken. In de strijd tegen terroristen moeten de grote mogendheden samenwerken, niet elkaar bedreigen. Rusland kan het Amerikaanse raketafweersysteem enkel zien als een bedreiging. Eerst was dat systeem zogenaamd een antwoord op de dreiging van Iran, maar uiteindelijk gaven de Amerikanen toe dat het raketafweersysteem natuurlijk de Russische nucleaire afweer doorkruist.

De Amerikanen hebben een raketafweersysteem opgesteld in Alaska, op een boogscheut van de Russische grens. Een systeem in Roemenië is al operationeel, die in Polen is dat bijna. Amerikaanse oorlogsschepen uitgerust met raketafweer zijn vlak bij de Russische kust gestationeerd, zowel in het zuiden als het noorden. De systemen waarover Rusland vandaag beschikt zijn ontwikkeld om de Amerikaanse raketafweer nutteloos te maken. Ze zijn getest en werken perfect. Sommige systemen zijn in serieproductie en al opgesteld, aan andere moet nog gewerkt worden.

Sinds 2002 heeft Rusland op het vlak van moderne bewapening niet zitten slapen. Het had aangekondigd dat het antwoord op de Amerikaanse raketafweer niet iets gelijkaardigs zou zijn. Dat zou te kostbaar zijn. En of een Russisch me-too systeem zou werken was nog maar de vraag. Om het strategische evenwicht te vrijwaren zodat de VS niet de Russische nucleaire afschrikking tot nul kon herleiden hadden de Russen aanvalssystemen aangekondigd die de Amerikaanse raketafweer zou kunnen doorbreken. De Amerikanen zeiden zulke systemen niet als bedreiging van de VS te beschouwen.

Rusland stelt zijn nucleaire afschrikking in werking als het wordt aangevallen met kernwapens of met conventionele wapens. Beide hebben voor Rusland existentiële gevolgen. Het staat open voor hernieuwe onderhandelingen over Start-3.

Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen

De Amerikaanse speciale aanklager Robert Mueller heeft 13 Russen en drie Russische firma’s in staat van beschuldiging gesteld voor inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. De firma IRA, een zekere Yevgeny Prigozhin en nog andere figuren zouden cyberoorlog-activiteiten ontplooien vanuit een kantoor aan de Savushkinastraat 55 in St. Petersburg. Maar als die dat al op hun geweten hebben, dan doen die dat niet in opdracht van de Russische overheid.

De relatie tussen de VS en Rusland is problematisch. Dat geeft Russische burgers te denken. Sommigen zijn misschien in aktie geschoten. Op het niveau van de regering of de president is er geen inmenging geweest. Rusland heeft daar geen behoefte aan. Dat deze figuren Russen zijn zegt niets, men kan ook in opdracht van een Amerikaanse firma of presidentskandidaat hebben gehandeld. De Amerikanen moeten hun grieven niet via de media uiten, maar bij Rusland aankloppen met specifieke gegevens, bewijzen. Op die basis wil Rusland best het gesprek aangaan.

Het is niet aan Rusland om onderzoek te doen naar iets dat niet strafbaar is. Als er mensen zijn die Russische wetten hebben overtreden zullen we hen vervolgen. Russen vallen onder de Russische wet, niet onder de Amerikaanse. En van uitlevering kan al helemaal geen sprake zijn. Net als de VS levert Rusland geen burgers uit. Rusland is bereid een overeenkomst te sluiten over wederzijdse uitlevering. Maar dat ziet de VS niet zitten. De VS zegt ijskoud dat het zich mag mengen in Russische binnenlandse aangelegenheden. “Anders dan jullie brengen wij democratie, dus wij hebben het recht daartoe”, zo zeggen ze glashard. In de diplomatie is dat geen beschaafde gang van zaken.

Cyberwapens

Rusland wil niet enkel afspraken met de VS over kernwapens, het wil ook een akkoord over hoe beide grootmachten zich gedragen in cyberspace. Met Obama in het Witte Huis legden de Russen een voorstel op tafel. Daar werd eerst negatief op gereageerd, en ten langen leste leek men te willen praten, maar daar kwam niets van. Rusland blijft bereid om te praten.

De VS mengt zich voortdurend in Russische verkiezingen. De Russen doen dat niet want dat geeft anderen het recht om dat ook te doen. Bovendien heeft Amerika veel machtiger middelen om dat te doen. Rusland heeft geen mondiale media als CNN. Voor Rusland blijft het bij Russia Today (RT). En die moest zich in de VS dan ook nog eens registreren als buitenlandse agent wat het kanaal serieus in zijn werk belemmert. De VS heeft de beschikking over nog veel meer media met mondiale reikwijdte, ook online. Het internet is in Amerikaanse handen. Rusland wil praten, maar de VS weigert.

De zittende Amerikaanse president heeft de verkiezingen gewonnen dankzij binnenlandse verkiezingsbeloften, niet door inmenging van buitenaf.

Sancties tegen Rusland

Volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten vormt Rusland de grootste bedreiging ter wereld voor de Amerikaanse veiligheid, groter dan ISIS. Rusland krijgt de sancties dus niet opgeheven. De relatie tussen Rusland en de VS staat op een absoluut dieptepunt. De sancties zijn geen strafmiddel voor de vermeende Russische inmenging, maar een middel om Rusland klem te zetten, om het Russische herstel te dwarsbomen. Dat is een dwaze aanpak. De relaties lijden eronder, maar ook de belangen van Amerikaanse firma’s. Rusland biedt investeringskansen die nu door ondernemingen uit andere landen worden benut.

Onlangs zei president Trump dat indien Rusland in de VS chaos wilde zaaien zij daarin was geslaagd. Maar die chaos is niet veroorzaakt door Russische inmenging, maar door weeffouten in het Amerikaanse politieke systeem, interne strijd en verdeeldheid. Rusland mengt zich niet in binnenlandse aangelegenheden van andere landen, maar kan niet verhinderen dat Russische burgers hun mening naar voren brengen, inclusief op internet. We treden op tegen inbreuken tegen de Russische wet en internationale overeenkomsten voor zover de VS die met ons wil afsluiten.

Een inbreuk door Russische burgers kan natuurlijk maar worden onderzocht en zo nodig vervolgd als het slachtoffer een officiële aanklacht indient, onderbouwd met feitenmateriaal.

Syrië

De aanvallen met chemische wapens in Syrië zijn fake news. Syrië heeft zijn chemische wapens lang geleden vernietigd. De plannen van de militanten om chemische aanvallen door het Syrische leger te simuleren zijn bekend. Deze pogingen zijn van de laatste tijd en bedoeld om steun te verwerven voor de strijd tegen Assad. Dat er slachtoffers vallen is te wijten aan het optreden van criminelen en extremisten. De terroristen willen dat Assad de schuld krijgt.

Het VN-onderzoek naar de aanvallen met sarin is niet serieus verlopen. Rusland is absoluut niet tegen een objectief onderzoek. Dat is net zo’n leugen als het door de CIA aangeleverde flesje met een witte substantie dat moest bewijzen dat Irak massavernietigingswapens had. De Amerikaanse buitenlandminister verontschuldigde zich later, maar de schade was aangericht, Irak lag in puin. Dit is net zo’n stukje fake news. Wij dringen al lang aan op zo’n objectief onderzoek, en dat geldt ook voor de aanvallen met chloorgas die Assad en onrechtstreeks Rusland worden aangewreven.

Dat de relaties tussen de VS en Rusland zo zijn verslechterd moet toch echt Washington worden verweten. Rusland heeft niet zichzelf tot tegenstander van de VS uitgeroepen. Dat heeft de VS gedaan, het Congres heeft Rusland als tegenstander aangeduid. De VS had daar geen enkele aanleiding toe. Het omgekeerde is eerder waar. De VS investeerde miljarden dollars in de coup in Oekraïne. De VS moedigt gewapend conflict in talloze landen aan. En plaatst raketsystemen aan de Russische grens. Duistere krachten in de VS verhinderen dat de Amerikaanse president diplomatiek overleg met Rusland voert.

Rusland wil eender wanneer over alles praten, of het nu gaat over raketsystemen, cyberspace of de strijd tegen terrorisme. Blijkbaar is de VS daar niet klaar voor. Maar vroeg of laat zal de politieke elite in de VS wel door de publieke opinie gedwongen worden om met Rusland te overleggen. Rusland wacht af.

Rusland socio-economisch en de erfenis van Putin

Rusland is erin geslaagd zijn economie radicaal te hervormen. Sinds 2000 is de economie bijna verdubbeld. Het aantal mensen beneden de armoedegrens is gehalveerd, maar blijft hoog. Het land werkt eraan de inkomensverschillen te verkleinen. Dat gaat met vallen en opstaan. Aan het begin van de eeuw kromp de bevolking jaarlijks met bijna een miljoen mensen. Die trend is doorbroken. Het land kent weer een natuurlijke bevolkingsaanwas. De zuigelingensterfte is laag, de moedersterfte zowat tot nul herleid. De levensverwachting groeit exponentieel.

De inflatie is van 30% teruggedrongen naar 2,2%. Rusland beschikt over groeiende goud- en deviezenreserves en kent macro-economische stabiliteit. Het werkt aan de lage productiviteit, trekt investeringen aan en probeert de structuur van de economie te verbeteren. Het land focust ook op zaken als technologie, artificiële intelligentie, digitalisering, biologie, geneeskunde en genomenonderzoek.

Over zijn erfenis zegt de president dat hij die ziet in het creëren van een krachtige herstelimpuls voor Rusland. Hij hoopt het land over te dragen als een veerkrachtige, evenwichtige democratie die profijt trekt uit de modernste technologieën. Een land dat blijft werken aan zijn politieke systeem en de rechterlijke macht en dankzij dit alles als federatie en volk in eenheid en zelfvertrouwen de toekomst tegemoet kan zien.

maandag 1 januari 2018

De wereld in 2018 in geopolitiek perspectief


Fulani family from Mali
photo: Ferdinand Reus from Arnhem, Holland, 12 June, 2008 (Wikimedia Commons)


Een kruis over de TPP en Parijs akkoorden. Het akkoord met Iran op de wip en NAFTA in vraag. De erkenning van Jeruzalem. Het THAAD-schild in Zuid-Korea. Brexit. Mosul valt. De Rohingya crisis. Kroonprins Mohammad bin Salman in Saoedi Arabië. Xi Jinping die zijn macht versterkt en de klimaatproblematiek omarmt. Het aantreden van de D66-achtige president Macron in Frankrijk. De Catalonië-crisis in Spanje. Het demoniseren van Rusland. Ultra-rechts in Oostenrijk. Het probleem met Polen. De aanhoudende vluchtelingencrisis. Noord-Korea dat de wereld trotseert. En de wereldwijde groeiversnelling. Ziedaar de belangrijkste mondiale ontwikkelingen in 2017.

Wat staat de wereld geopolitiek en geo-economisch te wachten in 2018? Dit artikel analyseert en borduurt voort op de belangrijkste issues die de Belgische politicoloog David Criekemans, de Russische buitenlandminister Sergey Lavrov, de Nederlandse journalist en politicoloog Ko Colijn en NRC-columniste Louise Fresco in hun toekomstverwachtingen aan de orde stellen. Tenslotte zetten we het geheel in een eigen geopolitiek perspectief.

David Criekemans

“Een wereld in competitie zonder echt leiderschap”, zo vat Criekemans zijn toekomstbeeld samen. Macron mag dan in verschillende thema’s het voortouw nemen, de Frans-Duitse motor moet nog heropstarten. Migratie uit het Midden-Oosten en Afrika blijft de EU verdelen.

Of brexit er uiteindelijk komt valt af te wachten. Het gigantische kostenplaatje en negatief toekomstperspectief van de uitstap wordt de Britten steeds duidelijker. De ontstellend lichtzinnige Britse regering heeft de bevolking in de aanloop naar het referendum een rad voor de ogen gedraaid. Vanuit de Labour-oppositie gaan steeds meer stemmen op om het uittredingsakkoord van de conservatieve minderheidsregering te onderwerpen aan een tweede referendum.

Het America First van Trump zaait twijfel over de duurzaamheid van het Westers model dat steunt op vrije markten, democratie en liberalisme. Autoritaire regimes dreigen de spelregels te herschrijven. In het kader van het one belt, one road project dat China moet verbinden met Europa investeert de opkomende grootmacht in een hogesnelheidslijn tussen Boedapest en Belgrado en een goederenlijn tussen Piraeus en Boedapest. Zo koopt China via geo-economische investeringen goodwill en bouwt zijn informele macht uit. Asian values kunnen de Westerse mensenrechten infiltreren, maar de vraag is of die vandaag nog wel zo ‘universeel’ zijn.

Steeds vaker zullen externe mogendheden geo-economische of zelfs geostrategische activiteiten in de Europese voortuin ontwikkelen. De daarmee gepaard gaande twijfel over het Amerikaanse veiligheidsengagement leidt tot het inzicht dat Europa zijn veiligheidsproblemen zelf zal moeten aanpakken. De Amerikaanse geostrategische belangen in Eurazië lopen immers lang niet altijd meer parallel met de Europese. Het besef groeit dat Europa de bakens zal moeten verzetten.

De wereld beleeft een nieuwe wapenwedloop. De VS beseft dat het economisch wordt ingehaald door China en rekent op zijn militaire superioriteit om zijn leidende positie in de wereld te handhaven. Washington zet Zuid-Korea onder druk om meer en gesofisticeerder wapentuig aan te kopen. Dat moet niet enkel dienen als afschrikking tegen Noord-Korea, maar past ook binnen de rivaliteit met China. Als reactie op de dreiging van Noord-Korea en machtsprojectie van China herbewapent Japan. Om het evenwicht te bewaren moeten Peking en Moskou wel reageren en hun militaire afschrikking verder opvoeren.

Tenslotte de problemen in het Midden-Oosten. Die zijn in de visie van Criekelmans in belangrijke mate te herleiden tot de rivaliteit tussen Saoedi-Arabië en Iran. Een gasproducent als Iran heeft de toekomst. Vandaar dat Riyad denkt met gigantische investeringen in bewapening Iran te kunnen blokkeren. De VS steunt de Saoedi’s, Europa wil eerder samenwerken met Teheran. Een stabiel Midden-Oosten is nog niet in zicht.

Sergey Lavrov

De Russische buitenlandminister bekreunt zich vooral over de huidige wereldorde. Het concept van een multipolaire wereld werd geïntroduceerd door Russisch buitenlandminister Yevgeny Primakov (1996-1998), die ook het initiatief nam tot het Rusland-India-China (RIC) collectief dat na de toetreding van Brazilië en Zuid-Afrika uitgroeide tot de BRICS. De trend naar een polycentrische wereldorde kreeg een vervolg met de oprichting van de G20, waarmee het Westen het economisch belang, financiële macht en politieke invloed van de nieuwe groeipolen erkende.

Tegenover het door de VS geïnitieerde Trans-Pacific Project (TPP) dat zich beperkte tot 12 leden (China en Rusland werden geweerd) maar waar Trump zich vlak na zijn aantreden uit terugtrok stelt Rusland een samenwerkingsverband voor tussen de Euraziatische Economische Unie, de Shanghai-samenwerkingsorganisatie en ASEAN. Ook de Europese Unie is uitgenodigd om toe te treden. Samenwerken in zo’n pan-continentaal groot-Euraziatisch project en niemand uitsluiten, zo ziet Rusland de wereldorde zich ontwikkelen.

De Russisch-Amerikaanse relatie blijft een punt van zorg. Dat RT wordt geviseerd door de VS, maar ook door Frankrijk, staat haaks op journalistieke principes en de vrijheid van meningsuiting. Rusland gelooft niet in een lik-op-stukbeleid beleid. Het land gelooft in reciprociteit en diplomatie. Het deelt geen straffen uit, maar toont de wereld hoe achterhaald en dom bij voorbeeld de houding van Oekraïne is dat alle Russische media verbiedt. In plaats van de duimschroeven aan te draaien stuurt Rusland aan op ontspanning en internationaal overleg.

Komt er oorlog op het Koreaans schiereiland? Alle expert waarschuwen voor de catastrofale gevolgen. De kans is niet onbestaande: een menselijke of technische fout kan de vlam in de plan doen slaan. Maar rond een poging tot dialoog moet de VS Rusland niet opnieuw voor schut zetten: zeggen dat er tot voorjaar 2018 onderhandeld kan worden want geen oefeningen gepland, en dan zowel in oktober en november ijskoud aanvalsoefeningen uitvoeren. Pyongyang gaf forfait op de oktober-oefeningen, maar voerde na de november-oefeningen zijn intercontinentale raketproef uit.

Dialoog blijft de enige begaanbare weg. De maximaal opgevoerde sancties werken niet. Een totale blokkade rond Noord-Korea wordt overwogen maar dat is in het internationaal recht een oorlogsdaad die een militair antwoord rechtvaardigt. Rusland en China zullen zo’n blokkade dus verwerpen.

Ook in Syrië speelt de VS dubbel spel. Men zegt al-Nusra te bestrijden maar doet dat mondjesmaat. Als het er op aankomt neemt men dit Al Qaida filiaal in bescherming en organiseert men hun repatriëring uit de oorlogszone. Tegelijk blijft de VS militair aanwezig in West-Syrie, naar verluidt met 10 militaire basissen. Blijkbaar wil de VS nog altijd Assad van de macht verdrijven en wordt al-Nusra daarvoor ingezet. Terwijl Rusland zijn nek uitsteekt voor vredesonderhandelingen doet de VS er alles aan om die te dwarsbomen. Met zijn dubbel spel zet de VS ook Staffan de Mistura, speciaal VN-gezant voor Syrië, die het vredesproces in Genève coördineert, voor schut. Zo komt ook dat proces niet tot een goed einde.

Ko Colijn

Het komt tot een confrontatie tussen de VS en Iran. Trump wil af van de nucleaire deal. Dat wordt moeilijk nu Iran zich daar stipt aan houdt. Een initiatief van Trump brengt hem in conflict met de EU, China en Rusland. De EU schuift naar rechts, maar Merkel brengt een SPD-CDU coalitie op de been die links georiënteerde concepten in de EU overeind wil houden. Dat zorgt voor aanhoudende malaise in de EU. Trump denkt dat bilaterale akkoorden America First in de kaart spelen. Zijn besluit om Amerikaanse bedrijven exclusieve belastingvoordelen te geven brengt hem in conflict met de EU en de WTO.

Eind maart 2019 verlaat het VK de EU. De Britten denken nog altijd tijdig een Brexitakkoord te kunnen sluiten. Dat lukt niet. De Britten blijven hardnekkig aansturen op een pijnloze deal. Dat die er niet inzit zullen ze te laat ervaren. Brexit kost het VK nu al £300 miljoen per week. De Britten denken daar compensatie voor te kunnen onderhandelen, maar komen van een koude kermis thuis. De deal zal wel stranden op de onmogelijke Noord-Ierland - Ierland-kwestie. Van de gevolgen van een mislukking wordt het VK noch de EU beter.

Trump komt in 2018 in aanvaring met Rusland over nucleaire bewapening, oude verdragen die niet worden nageleefd, een aanwakkerende wapenwedloop aan de rand van Europa. Intussen nemen de wederzijdse spionage en cyberaanvallen op infrastructuur toe. De nieuwe Amerikaanse Veiligheidsstrategie bestempelt Rusland en China als ‘global competitors’ en ‘revionisten’. De Koude Oorlog keert terug.

Louise Fresco

Er is geen groter geopolitiek probleem dan de Afrikaanse bevolkingsgroei (1,2 miljard nu, 4 miljard in 2100). Het werelddeel heeft dringend nood aan grootschalige investeringen in modernisering en industrialisering. Locale voedselproductie, banen en inkomen per hoofd: daar moet drastisch aan worden gewerkt. Gebeurt dat niet, dan gaan de sluizen voor migratie volledig open. Zo’n braindrain is voor Afrika desastreus en stelt Europa voor een onmogelijke opgave.

Vandaag loopt China als investeerder in Afrika voorop. Dat past binnen het Chinese one belt, one road, het nieuwe Zijderoute-project, dat China moet ontsluiten. Afrikaanse leiders nemen ook zelf initiatieven om Chinese investeringen aan te trekken en steunen China in internationale fora, mede uit ongenoegen over een te moralistische Europese houding. Angola, Ghana, Senegal, Marokko, Ivoorkust en Ethiopië zijn de Afrikaanse groeipolen. Europa lijkt hier de boot te gaan missen.

De issues in geopolitiek perspectief

Eerst en vooral het Israel-Palestina conflict. Het feit dat dit issue niet aan bod kwam is opmerkelijk en verontrustend. De Amerikaanse erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israel is de doodsteek voor het vredesproces. Bij Moslims in het Midden-Oosten en daarbuiten zet die erkenning veel kwaad bloed, wat zich niet enkel keert tegen de VS, maar tegen het Westen in het algemeen. Dat heeft de stichting van de Joodse staat immers mogelijk gemaakt en niets gedaan aan de daarmee gepaard gaande onderdrukking van de Palestijnen.

Het Amerikaanse initiatief doet niets aan het probleem van de Palestijnen, zowel op de bezette Westelijke Jordaanoever en in de hermetisch afgesloten Gazastrook, als in Israel zelf. Die zijn verstoken van de meest elementaire rechten. Hier rust een grote verantwoordelijkheid voor de Europese Unie. Die kan zich niet langer verschuilen achter het argument dat de oplossing ligt in onderhandelingen tussen (ongelijke) partijen. Het internationaal recht moet niet wijken voor het recht van de sterkste. Europa moet Israel de wacht aanzeggen. Ondubbelzinnig, en met één stem. Weet Europa zich in 2018 te onttrekken aan de Israellobby?

Dan de EU. Het VK zal uiteindelijk wel eieren voor zijn geld kiezen en voortaan een deuntje lager moeten zingen in de EU. Migratie mag dan het issue zijn dat Europa verdeelt, maar dat is helemaal niet nodig. De EU moet een uniform immigratiebeleid formuleren, komaf maken met de verplichte herverdeling, de opvang begroten en de kosten verdelen over de lidstaten. Wie geen of te weinig migranten opneemt moet lidstaten die dat wel doen subsidiëren. De EU moet resoluut af van rechtstreekse of onrechtstreekse steun aan militaire interventies in derde landen die aan de basis liggen van de vluchtelingenstroom, eerlijker handelsovereenkomsten sluiten, exportsubsidies op landbouwproducten afschaffen, en investeren in derde landen, zie de analyse van Louise Fresco.

Voor wat de wereldorde en ons huidig model betreft, niets is onveranderlijk. Europa moet de bakens verzetten. In plaats van zich tegen de verandering te verzetten moet het kiezen voor ‘if you can’t beat them, join them’. Door met de stroom mee te gaan kan de verandering mee bestuurd en beïnvloed worden, en kunnen de scherpste kantjes van de Asian values worden afgevijld. Dat levert ook ongekende economische opportuniteiten op: een Chinese markt met meer dan een miljard consumenten gaat voor het eerst volledig open voor Europese goederen en diensten.

Nu Europa niet langer blindelings kan rekenen op de NAVO moet het if you can’t beat them, join themprincipe ook gelden voor de Europese veiligheidsproblematiek. Rusland is een tijdje waarnemer geweest bij de NAVO, tot de organisatie de belofte aan Gorbatsjov dat de NAVO zich niet naar het oosten zou uitbreiden met voeten trad. Europa moet zich losmaken van de VS, de Amerikaanse bases en Amerikaanse kernwapens moeten weg uit Europa. Europa moet denken aan een Europese verdragsorganisatie en de blik naar het oosten verleggen. Waarom zou Rusland niet tot die verdragsorganisatie kunnen toetreden? Waarom niet tot de Europese Unie?

In het Midden-Oosten moet Europa kiezen voor respect voor het zelfbeschikkingsrecht van landen, maar wel de mensenrechten verdedigen. Wapenleveringen gaan liefst naar democratieën en moeten in ieder geval aan nauwe uniforme criteria worden onderworpen. Geen land wordt buitengesloten, het overlegmodel staat bovenaan. En Europa moet het voortouw nemen om de internationale overlegorganisaties te reorganiseren en aan te passen aan de hedendaagse machtsverhoudingen. Landen als Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk die als permanent lid van de Veiligheidsraad het lot van menig groter land kunnen bepalen zullen een toontje lager moeten zingen.

Wordt 2018 meer van hetzelfde, of breekt in dossiers het gezonde verstand door?