vrijdag 11 juni 2010

Komt Israel met het incident op zee ongestraft weg?

De gewelddadige aanval van Israel op het hulpkonvooi naar Gaza op 31 mei is wereldwijd vrijwel unaniem veroordeeld. Men kan nu eenmaal moeilijk zeeroverij in internationale wateren verdedigen, zeker als daar doden en gewonden bij vallen. Het disproportionele geweld dat bewust werd uitgeoefend leidt wereldwijd terecht tot verontwaardiging. En tot de vraag: ”moet Israel een prijs betalen voor deze bloedige overval?” Ondanks alle internationale verontwaardiging en ondanks de gehavende relaties met Turkije en de Arabische wereld is het antwoord op deze vraag volgens Alain Gresh op Le Monde Diplomatique naar alle waarschijnlijkheid: “nee”.

De Veiligheidsraad kwam niet verder dan een Verklaring van de Voorzitter waarin wordt aangedrongen op een “onafhankelijk en onpartijdig” onderzoek, maar het woord “internationaal” zorgvuldig mijdt. De VS deed er alles aan om de tekst zoveel mogelijk af te zwakken. En Catherine Ashton, de Hoge Vertegenwoordiger voor het Buitenlandse Beleid van de EU, eiste in een schriftelijke verklaring wel “een onpartijdig onderzoek”, maar voor de TV voegde zij daar onmiddellijk aan toe “door Israel”. En zo kan Israel dat onderzoek dus zelf uitvoeren, wat natuurlijk tot niets leidt. De verklaring van de Veiligheidsraad roept wel op tot opheffing van de blokkade van Gaza, maar dat betekent slechts een herhaling van de drie jaar geleden unaniem aangenomen Resoluties van de Veiligheidsraad die nooit werden uitgevoerd. Een maat voor niets dus.

Het is hartverscheurend te zien hoe Israel door zowel de VS als de EU in koor wordt beloond voor zijn onverzoenlijkheid. Toen het onlangs lid mocht worden van de OESO vierde de Israelische premier die mijlpaal met een triomfantelijk bezoek aan Parijs. Heeft de toelating tot de OESO voor hem gefungeerd als het groene licht voor de aanval van 31 mei? Eind 2008 werd de relatie tussen de EU en Israel opgewaar-deerd tot een status die alleen grote mogendheden toekomt. En twee weken later schond Israel de wapenstilstandsovereenkomst met Hamas en viel het Gaza binnen. Ook hier kan men zich de vraag stellen of het EU besluit niet als het groene licht fungeerde.

Hoe het ook zij, de Israelische aanval op het hulpkonvooi blijft niet zonder gevolgen. Wereldwijd groeit het beeld van Israel als een land dat zich buiten de wet stelt. Israel verliest in Turkije zijn machtigste bondgenoot in de moslimwereld. En de gematigde Arabische landen voelen zich in hun vredesstrategie door Israel geschoffeerd. Het feit dat Egypte onmiddellijk de Rafah grensovergang opende luidde voor die landen de alarmbel. Maar of ze daar verdere conclusies aan verbinden valt te betwijfelen. Veel zal afhangen van de reactie van de bevolking.

Sommige internationale media houden het bij een Israelische “blunder” en het verslechterend imago van het land. Het Nederlandse NRC Handelsblad, dat in zijn beginselverklaring fier meldt dat het aan kwaliteits-journalistiek doet en het “achterhalen en duiden van de waarheid” en het ”[bijdragen] aan de onafhankelijke controle van de macht” als haar taken ziet, is hier een schrijnend voorbeeld van. Maar hoe verachtelijk de aanval op het hulpkonvooi ook was, al te gemakkelijk wordt vergeten dat de blokkade van Gaza de echte oorlogsmisdaad is. Het staat vast dat Israel slechts mondjesmaat goederen naar Gaza doorlaat. In april passeerden nog geen 3.000 vrachtwagens de grens, terwijl dat er, voor de machtsovername door Hamas juni 2007, gemiddeld 12.000 per maand waren. Gaza ontvangt dus maar 25% van wat het nodig heeft. Wijlen premier Yitzhak Rabin heeft ooit gezegd dat hij ervan droomde Gaza te zien wegzinken in de Middellandse Zee. Welnu, internationale veroordeling of niet, met Gaza gaat het volgens Alain Gresh die kant op.

Phyllis Bennis denkt daar anders over. Die roept op tot aanhoudende druk om de door de VS gesteunde Israelische blokkade van Gaza te doorbreken. Volgens Bennis zal de bloedige aanval op het hulpkonvooi de geschiedenis in gaan als het omslagpunt in wat VN mensenrechtenrapporteur Richard Falk “Israels strijd om legitimiteit” noemt. Een strijd die Israel nu toch wel heeft verloren, aldus Bennis, die aandringt op een internationaal onderzoek, stopzetting van de gigantische Amerikaanse militaire steun aan Israel en vervolging van de Israelische militaire en politieke leiders. Zolang regeringen en de VN in gebreke blijven moet de wereldwijde burgermaatschappij tussenkomen met acties gericht op boycot, terugtrekking van investeringen en sancties, om Israel aan te zetten een eind te maken aan de bezetting en zijn apartheidsbeleid. Het tijdelijk verzachten van de blokkade volstaat niet, nu de zaak in beweging is moeten we doordrukken. Voldoende druk vanuit het middenveld kan regeringen aanzetten tot akte. “Zo winnen we de strijd om legitimiteit, die Israel met zijn bezettings- en apartheidsbeleid al aan het verliezen is”, aldus een strijdbare Bennis.

En ook Britse kwaliteitskrant The Independent vindt dat Israel gehoor moet geven aan de wereldopinie en de blokkade moet opgeven. Paul Woodward tenslotte wijst in War in Context op het hysterische geloof in Israel dat het voortbestaan van de Joodse staat voort-durend in gevaar is, wat elke onderhandelde regeling van het conflict blokkeert. Woodward meent dat het de hoogste tijd is dat de Joodse Israeli’s zich de vraag stellen hoe men in deze wereld waardig kan leven als men niet in staat is boven deze angst uit te stijgen. Nooit vergeten en nooit vergeven, ooit een instinctieve leuze gericht op zelfbehoud, is verworden tot een verlammende zelfbeperking. Genezen van - en komaf maken met - het trauma van de Holocaust, dat is toch een nuttige en noodzakelijke opdracht van de Joden aan zichzelf. Kan men dat niet opbrengen, dan wordt de afstand tussen Israel en de rest van de wereld alleen maar groter, waarbij elk gevoel van menselijkheid in dat diepe gat verdwijnt, aldus Woodward.

woensdag 9 juni 2010

Violence between Kuchi-Taliban and Hazara a new cause for concern

(article by guest author Timor Sharan)

The violence in Afghanistan has taken a new dangerous dimension with Taliban using nomad Pashtun-Kuchi as part of their plain to aggravate ethnic tensions between the former and the Hazara community. This issue needs urgent attention from the Afghan government and the international community, lets open conflict between the two groups develop.

In the last weeks, the Afghan media has highlighted intense violence in the centre of the country, where thousands of Hazara villagers have been forced out of their homes. This year, with the help of Taliban and neighbouring Pashtun-districts the Kuchi have forcefully evacuated, according to some estimates, up to 300 Hazara villages, subsequently burning and looting their homes, agriculture lands and administrative buildings. This continuous aggression since 2006 is well reflected in the 2009 United Nations Environment Programme report, which highlighted the "significant loss of [Hazara] life and property. The worst violence has been since 2007 when Kuchi took over administrative offices and hoisted Taliban flags."

The Kuchi-Hazara dispute is around competing rights to use the pastures and watering sites. Its origins is in an edict issued by Amir Abdul Rahman in 1894, which gifted lands throughout Hazarajat (Central highlands) to those Kuchi clans that had assisted him in defeating the rebellious Hazara. In 1927 those land grants were cancelled by King Amanullah who ordered their reissue as use rights confined to high altitude pastures. Hazara were to have secure control of settlements adjacent to grazing lands. However, according to Pashtun custom a community pasture extends only as far as a man' shout extends when he is standing at the last house in the village. This remains the land law today as most recently amended (July 2008).

The Afghan government and international community's unwillingness to resolve this issue has alienated both Hazara and Kuchi communities. Many minorities feel that the government is siding with the Pashtun-Kuchis. This week, the Hazara community in response launched one of the biggest demonstrations across the world - from Kabul to London to Istanbul- and demanded the immediate settlement of this issue. Meanwhile, all 30 Hazara and 10 Kuchi MPs walked out of parliament in protest last week.

As the UNDP 2009 report concluded, the armed conflict has reached a level where it can easily evolve into inter-ethnic conflict that can engage further Taliban and possibly support from a neighbouring country on the side of the Hazara. This should serve as a warning to the international community, which has for so long overlooked the significance of such ethnic tensions. This violence can further fragment the Afghan society, which can bring the country to the brink of civil war like in Iraq. Moreover, this can provide opportunities for local warlords and strongmen to exploit this opportunity to further aggravate the dispute. During the last Hazara protests in Kabul and London, the demonstrators demanded the immediate resignation of the two main Hazara leaders: Khalili, the second vice-president, and Mohaqeq, the leader of Hazara MPs in parliament. These events have coerced these leaders into hard-line positions to show their supporters they are fighting for the rights of their people.

Poorer Hazara and Kuchi who genuinely depend upon pasture access to survive are placed at risk by decisions being made by these power-holders who do not have majority's interests at heart. It is clear that this issue needs urgent and immediate attention. Otherwise, the dispute can become an open conflict between Afghanistan's two main ethnic groups, which can easily bring in outside actors, such as the Taliban or even neighbouring countries.

There is a need for a long term establishment of a community-based approach and pasture-by-pasture resolution process and an immediate resettlement of Pashtun-Kuchis according to Article 14 of the Afghan Constitution.

Timor Sharan is a British-Afghan, holding an MPhil in Development Studies and a BA in International Relations and Politics from British universities. In 2008, he returned to Afghanistan to work for the Afghanistan Research and Evaluation Unit (AREU) on the Mutual Accountability and Aid Effectiveness project and then joined EUREKA Research to co-supervise the UNODC’s 2009 Afghanistan Food Insecurity and Poppy Cultivation Assessment report. The author is currently pursuing a PhD at the University of Exeter (UK) focusing on post-conflict intervention and state-building in Afghanistan.

dinsdag 8 juni 2010

The Israeli Attack on Humanitarian Aid Ships: An EU Perspective

(article by guest author Mustafa Kutlay)

It was reported on Monday, May 31, that the Israeli forces stormed one of the six ships carrying humanitarian aid to Gaza. This operation is a clear breach of international law. The EU should show her unequivocal resistance to the violation of international law by condemning Israel.

Monday, May 31, Israeli forces stormed one of six ships carrying humanitarian aid to Gaza, klling 10 people and wounding many. Since the Israeli officials work hard to avoid any news release, the exact figures are not known by the world media.

The professional Israeli armed forces attacked civilians, who had no guns, no rockets, not even knives. This is a clear breach of the human rights and international law, say many experts. Yet, having taken the past events into consideration, it is not a new thing for Israel.

As everybody followed from the media, on the 8th day of the air and sea strikes in January 2009, Israel sent 20,000 soldiers and hundreds of tanks to ‘annihilate' Hamas. In fact, Israel used collective punishment strategy under the disguise of the Ben Gurionism Doctrine. That is why, it bombed the refugee camps and UN Schools, the places in which too many children and women shelter. As a result many innocent civilians died, many of them wounded. Moreover, the rudimentary infrastructure in the region collapsed.

As a result, the latest attack by Israel military forces was not a surprise for anybody. What should be the real surprise for the world, I think, are the attitudes of international community, especially the EU. The EU in the previous attacks in 2009 showed a reluctance stance and fragmented reaction. Even some officials condemned Hamas unilaterally and straightforwardly rejected Israel's responsibility in killing the civilians. For example, the term presidency of the EU at that time, Czech Republic has tacitly approved the actions of the Israeli soldiers by saying that Israel's actions are "defensive, not offensive. Then, Angela Merkel accused Hamas as the sole responsible of the existing tragedy.

These statements were quite destructive for the credibility and reputation of the EU, because the EC legislation is based on two basic pillars which are proportionality and subsidiarity. While taking any kind of legal action, EU takes these concepts into consideration at first hand. However, regarding the Gaza tragedy, it was the proportionality principle that the Israeli tanks tramped over.

Reactions from the EU

One more time, we have witnessed that the Israeli forces violated the proportionality principle by killing 10 unarmed civilians carrying humanitarian aid, according to latest reports. This time, the attitude of the international community, especially the EU, should be unequivocal. The international community should position itself against Israel's extreme use of military power and should condemn the violation of international human rights. According to recent statements, Catherine Ashton officially condemned Israel on behalf of the EU and extended her sympathies to the families of the dead and wounded and is demanding a full inquiry into the circumstances of how this event happened. German Foreign Minister Guido Westerwelle, French Foreign Minister Bernard Kouchner, and Spain, which holds the rotating EU presidency, also condemned the Israel attacks unequivocally.

This time the EU should continue on the line of the first statements made by the abovementioned leaders. This time the EU should show her unequivocal resistance to the violation of international law by condemning Israel's illegal and unethical military operation.

Mustafa Kutlay is a researcher at the International Strategic Research Organization (USAK) of Ankara, Turkey. A non-partisan, non-profit and non-governmental research organisation established in 2004, USAK is Turkey's foremost source of independent and balanced information on international relations and security issues affecting Turkey and its region.

zaterdag 5 juni 2010

Halve of misleidende informatie over Israel

Zoals in het artikel “Wereldwijde veroordeling van het optreden van Israel” van 1 juni 2010 gemeld sloot NRC (op zijn website) zich - tot het moment van publiceren van dat artikel - niet aan bij de wereldwijde veroordeling. Het kwam niet verder dan het artikel “Irrationele enteractie”. Waarin de krant stelt dat er “eigenlijk geen enkel land ter wereld [is] dat de Israëlische actie niet heeft veroordeeld”, zonder zelf ook een veroordeling uit te spreken. En het woordje “eigenlijk” is er toch te veel aan. Een land dat de actie niet heeft veroordeeld is immers … Nederland! Zie de verklaring van demissionair buitenlandminister Verhagen. Ook de opmerking “... Amerika heeft in de Veiligheidsraad een resolutie gesteund waarin een echt onafhankelijk onderzoek wordt geëist” roept vraagtekens op. Amerika laat zo’n onderzoek immers over aan Israel. De verdachte die zijn eigen (eventuele) misdaden mag onderzoeken. Dat NRC zo’n opmerking plaatst zonder enige kanttekening geeft te denken. En ook tot vandaag krijgt NRC geen veroordeling over de lippen. Al waar het nog mee afkomt is de publicatie van de verklaring de VN Veiligheidsraad over “de Israëlische aanval op het pro-Palestijnse hulpkonvooi voor Gaza”. Opnieuw zonder een standpunt van de krant. Waar kwaliteitskranten Trouw, Volkskrant, De Morgen en De Standaard in redactionele artikelen onmiddellijk de Israëlische actie veroordelen volstaat NRC met achtergrondinformatie en een lauw commentaarstuk waarin het spreekt over “fouten” van Israel en betreurenswaardige imagoschade voor het land.

Wel publiceert NRC 1 juni 2010 het artikel “De ratio verzwolgen” van columniste Elsbeth Etty, dat stevige kritiek uit op het optreden van Israel. Blind geweld en bloedvergieten door Israëlische commando’s op volle zee, zo luidt het. De regering Netanyahu reageert met grof en ontoelaatbaar geweld op een zelf gecreëerde uitdaging: verlies van eer en prestige, en daarmee een gevoelige symbolische politieke nederlaag als de actievoerders erin zouden slagen de blokkade te breken. Indien het waar is dat de opvarenden alleen passief verzet boden is dit een internationale misdaad, die de toekomst van Israel zelf raakt, aldus Etty. Tot daar straffe taal, maar daarna komen de “mitsen en maren”. Want de columniste komt niet verder dan “Netanyahu en de zijnen heeft de inwoners van Gaza hulp ontzegd”. Welnu, in Gaza zit men niet op "hulp" van de gijzelnemer te wachten, maar op open grenzen om de wederopbouw aan te pakken. Etty krijgt geen veroordeling over haar lippen voor de onwettige blokkade, de bloedige oorlog begin 2009 en de boycot van het Goldstone-rapport. Vertwijfeld vraagt de NRC columniste zich af of Israel zich dat allemaal kan veroorloven zonder zijn eigen bestaansgrond in het geding te brengen. Zij verdedigt het recht van Israel op “veiligheid en zelfverdediging” en stelt dat het land zich mag en moet verdedigen tegen terroristen. Wie die "terroristen" dan wel zijn vermeldt zij niet.

Ook elders gaan media met een grote boog om de echte problematiek heen. Dat bracht de Amerikaanse emeritus professor Jerome Slater ertoe om de “onverantwoordelijkheid van de New York Times (NYT) publiekelijk aan de kaak te stellen". Slater verwijst naar een redactioneel artikel in de NYT waarin de krant Hamas omschrijft als “een organisatie die uit is op de vernietiging van Israel”. Voor de professor op het eerste gezicht een onschuldige passage, tenzij je toevallig de werkelijkheid kent. En, zo doceert de professor, die werkelijkheid is dat de Israëlische economische wurggreep extra werd aangeschroefd na de machtsovername van Hamas juni 2007, maar al begon in februari 2006, als antwoord op de overwinning van Hamas na vrije verkiezingen. Bovendien nam Hamas een aantal geheime en openlijke initiatieven gericht op de regering Bush en op Israel, waarbij het duidelijk maakte een politieke oplossing te willen voor het conflict Israel-Palestina. Die initiatieven werden niet alleen genegeerd of smalend afgedaan als “trucjes”, uit vertrouwelijke documenten weten we nu dat de regering Bush na deze verkiezingen een interne Palestijnse coup tegen Hamas aanmoedigde (David Rose, “The Gaza Bombshell,” Vanity Fair, april 2008). Een zaak die verborgen bleef voor de Amerikaanse bevolking, maar zonder enige twijfel niet voor Hamas. Mogelijk is de volledige machtsovername precies het antwoord op dat coup plan.

De NYT verzwijgt dus het overvloedig bewijsmateriaal waaruit blijkt dat Hamas stap voor stap afstand heeft genomen van zijn Handvest - waarin het inderdaad zegt de vernietiging van Israel na te streven - en is opgeschoven naar een pragmatischer, de facto aanvaarding van een twee-staten oplossing gebaseerd op het Israel van voor de 1967 oorlog. Daarmee volgt Hamas in feite precies de door de PLO van Yasir Arafat uitgestippelde weg, die geleidelijk afstand nam van zijn oorspronkelijk radicalisme en onverzoenlijkheid, en opschoof naar aanvaarding van een twee-staten oplossing, maar pas nadat Israel bereid was te onderhandelen, officieel afstand deed van de in zijn Handvest opgenomen oproep tot de vernietiging van Israel.

Slater vat de houding van de NYT als volgt samen: de krant is ofwel bezig met ernstige en opzettelijke misleiding, ofwel onvergeeflijk onwetend over de werkelijke gang van zaken. En dat is absoluut niets nieuws voor de NYT, dat in zijn berichtgeving en commentaar-stukken over het Israel-Palestina conflict regelmatig misdaden tegen waarheidsgetrouwe journalistiek pleegt. Gaat NRC ook die kant op?

woensdag 2 juni 2010

VS medeplichtig aan Israëlisch optreden tegen vredesactivisten

Op de website van het Canadese onafhankelijke research- en media-instituut Global Research geeft Paul Craig Roberts maandagavond, 1 juni, commentaar op de Israëlische aanval op ongewapende schepen met hulpgoederen voor Gaza. Pure zeeroverij in internationale wateren, waarbij 20 mensen werden gedood, 50 gewond, de overige opvarenden ijskoud gekidnapt en opgesloten. Al wat we van president Obama te horen kregen is dat hij “nog niet beschikt over alle feiten rond de tragische gebeurtenissen van deze morgen". Daarmee maakt Obama zijn land opnieuw medeplichtig aan Israëlische oorlogsmisdaden. Nadat het Congres het Goldstone rapport naar de prullenbak had verwezen legt Obama het nieuwste barbaarse optreden naast zich neer met het voorwendsel dat hij niet precies weet wat er is gebeurd, aldus Roberts.

Geen mens gelooft dat Israel in internationale wateren schepen kan aanvallen zonder overleg met beschermheer Amerika. Zeker als Israëlische burgers, een Nobelprijswinnaar, verkozen politici en leden van mensenrechtenorganisaties aan boord zijn. Op weg naar Gaza met medicijnen en bouwmaterialen, naar mensen die sinds januari 2009 op de puinhopen leven, zonder medicijnen, zonder uitzicht op wederopbouw. Zonder beschermheer Amerika kan Israel, een synthetisch land, gewoon niet bestaan. Met zijn voorgewende onwetendheid bevestigt Obama zijn medeplichtigheid. Zo bedekt de Amerikaanse regering opnieuw Israëlisch bloedvergieten met de mantel der liefde. Israel kan mensen met een gevoel voor morele waarden tot vijand verklaren en elke Amerikaanse president, Eisenhower en Carter uitgezonderd, gaat daar in mee. Door 12 uur stilzwijgen gaf Obama Israel de gelegenheid zijn propagandamachine in werking te zetten. Waarna er zoals gebruikelijk een belachelijk verhaal uit de bus kwam: "de activisten ontfutselden de commando’s - getrainde, tot de tanden gewapende militairen - hun vuurwapens en beschoten daarmee de aanvallers. Het antwoord van de commando’s was dus gerechtvaardigde zelfverdediging".

Amerikaanse evangelicals zullen zo’n verhaal wel slikken. Die geloven dat het Gods wil is om Israel te beschermen. En conservatieven bewonderen Israel voor zijn "assertieve doortastendheid". Was onze regering maar zo flink in Afghanistan en Irak, zo denken zij. Israel moordt en legt de schuld bij de slachtoffers. Dat spreekt conservatieve Amerikanen aan, die willen dat de VS hetzelfde doet. De gemiddelde Amerikaan zal het Israëlische verhaaltje wel geloven: de Israëlische soldaten werden onthaald op een dodelijk spervuur toen zij een wapenlevering aan terroristen in Gaza wilden onderscheppen. Een verklaring waarmee ze rustig kunnen doorslapen. Dat de Turkse premier Erdogan heeft verklaard dat de hulpschepen voor vertrek grondig op wapens waren gecontroleerd krijgt geen Amerikaan te horen.

Als NAVO bondgenoot is Turkije essentieel in het streven van Amerika naar wereldhegemonie. Nu het land vaststelt dat de staat Israel bestaat uit “het kwaad” moet het de moraliteit van Amerika als de verdediger van Israel in vraag stellen. Zo zou een volgend Turks hulpkonvooi onder militair escorte varen. Voelt de CIA zich daarom genoodzaakt Erdogan op te ruimen, of organiseert het een militaire coup? Turkse regeringsbronnen wijzen de verklaring van Israel als zouden zich Al-Qaida leden op de schepen hebben bevonden van de hand. Er waren immers Israëlische burgers en politici aan boord. Israel doet zelfs geen poging om zijn onwettig optreden te ontkennen. Het bevestigt ijskoud dat de aanval plaatsvond in internationale wateren, “waar wij het recht hebben ons te verdedigen”. Tenslotte stelt Roberts dat de media het publiek in Amerika en zijn Europese vazallen de Israëlische propaganda wel door de strot zullen duwen.

Intussen is in een Veiligheidsraadresolutie aangedrongen op een onafhankelijk onderzoek. Maar ook hier blijft Obama in gebreke, Washington heeft in de Veiligheidsraad geen enkel initiatief afgedwongen voor zo’n onderzoek. Dat de Veiligheidsraadresolutie onder zware Amerikaanse druk is afgezwakt wordt omstandig toegelicht door Phyllis Bennis op The Huffington Post. Maar Nederlands demissionair buitenlandminister Verhagen laat weten dat hij het met de afgezwakte resolutie "volledig" eens is. Voor Verhagen moet het onderzoek "in eerste instantie uitgevoerd worden door Israël. Indien gewenst kan het ook worden verricht door de landen onder wiens vlag de schepen van het konvooi voeren. Of er een rol is voor de VN of andere internationale instanties is pas daarna aan de orde.” Maakt dat Nederland niet even medeplichtig aan het gebeurde als Amerika? Moet het Israëlische leger, dat onmiddellijk alle beeld- en geluidsregistratieapparatuur in beslag nam, zijn eigen wandaden onderzoeken?

dinsdag 1 juni 2010

Wereldwijde veroordeling van het optreden van Israel

De militaire aanval van Israel op de vredesactivisten gisteren wordt in de media wereldwijd becommentarieerd. De overgrote meerderheid spreekt een ondubbelzinnige veroordeling van Israel uit. Een roepende in de woestijn is de Jeruzalem Post, die het standpunt van de Israëlische regering ventileert: niet het Israëlische leger is schuldig aan het bloedbad, het is de actie van de vredesactivisten. Het blad verbaast zich over de veroordeling van Israel door de internationale gemeenschap en schrijft die toe aan “anti-Israel haat”. Het schrijft het uitsturen van het konvooi “deels” toe aan de Turkse regering en “betreurt” dat de terugtrekking van de Turkse ambassadeur 61 jaar diplomatieke relaties in gevaar brengt. Het verwijt Turkije “boosaardige vijandschap” jegens Israel sinds de operatie Operation Cast Lead tegen Gaza begin 2009. Het waarschuwt Joden in Turkije in huis te blijven en Israeli’s om niet naar Turkije te reizen. En het stelt dat president Mahmoud Abbas met “slachting” als beschrijving van het gebeurde “nieuwe twijfel creëert rond de kwetsbare hervatting van vredesonderhandelingen met de Palestijnen”.

Het Turkse blad Hurriyet spreekt andere taal. Dat komt tot de conclusie dat de aanval de slotakte is van Israëls Simson complex. Onvergeeflijk, onnodig, en “van een politieke dwaasheid die het verstand doet stilstaan en de wereld ontzet”. Het stelt dat “met weinige ogenblikken van geweld elke hoop op verzoening over de recente geschillen tussen beide landen ver in de toekomst [is] begraven. En daarmee is het veranderende plaatje over de Joodse staat wel rond. Was het verhaal ooit dat van de strijd van een verwoest volk dat op de as van de Holocaust een nieuw thuis zoekt, de acties van maandag verankeren in het internationaal geheugen het beeld van een arrogant, rancuneus land dat blind elk onbevangen initiatief dat zijn macht in vraag stelt vertrapt. De krant stelt het feit dat het konvooi hulpgoederen een provocatie was niet in vraag. En al evenmin dat er enkele messen en zelfs vuurwapens op de hulpschepen aanwezig waren. Maar, aldus Hurriyet, dat alles valt in het niet tegen het gebeurde. Geen enkele ernstige waarnemer kan aanvoeren dat Israel geen betere alternatieven had. Maar de schietgrage Likud-regering reageerde met de maar al te bekende reflex van maximaal, brutaal geweld. Dit maal heeft Simson de tempel doen instorten. Een tragedie voor hen die het leven verloren, en een tragedie voor de Palestijnen in Israel. Maar bovenal een tragedie voor het Israëlische volk, die ook slachtoffer wordt van een ijdele en dwaze regering.

Aljazeera ziet in de Israëlische aanval een doorbraak van het internationale stilzwijgen over de belegering van Gaza. Het meent dat het Israëlische gebruik van geweld zich tegen Israel keert. De aanval is niet alleen onwettig, maar ook een aanfluiting van internationale rechtsnormen. Waar het Goldstone rapport stelde dat de afzetting van de Gazastrook mogelijk een “oorlogsmisdaad” was, maakt het verdedigen van zo’n onmenselijk beleg door een aanval op een internationale groep burgers het voor Israëls bondgenoten alleen maar moeilijker om Israëls acties te steunen. President Obama zal wel opgelucht zijn geweest dat hij gisteren niet schouder aan schouder heeft moeten staan met Israëls premier Netanyahu. En Europeanen zijn niet minder in verlegenheid gebracht. Een paar dagen geleden maakten die Israel nog lid van de OECD. Maar zal dat leiden tot het opheffen van de blokkade op Gaza, of krijgen we meer van de holle uitingen van verontwaardiging en lamme veroordelingen, zo vraagt het TV station zich af. Het wijst erop dat het optreden van een “internationale gemeenschap” van burgers, gericht op het doorbreken van de blokkade alleen maar van de grond kwam door een nalatige officiële “internationale gemeenschap” om meer te doen dan het opstellen van VN resoluties en het uitspreken van veroordelingen. Daarmee is Israëls ergste nachtmerrie werkelijkheid geworden. De civiele “internationale gemeenschap” organiseert zich net als indertijd tegen het Apartheidsregime in Zuid Afrika.

De Financial Times meent dat Israel "met deze schaamteloze piraterij een slag heeft toegebracht aan de wettigheid van zijn eigen strijd om bestaansrecht". Met het ombrengen van activisten verwordt de manier waarop Israel zijn veiligheid verdedigt tot rechteloosheid. Hoe schandalig dit gedrag ook was, het echte schandaal is de onwettige blokkade van Gaza, aldus de krant. Daarmee beweert Israel Hamas te verzwakken. Maar de onwettige collectieve bestraffing die de blokkade met zich meebrengt versterkt alleen maar de steun voor Hamas. Deze beweging mag zich dan bezighouden met terrorisme en af en toe raketten afvuren op Israel, het is wel democratisch verkozen, het heeft zich aangesloten bij het vredesvoorstel van de Arabische Liga van 2002. Of dat bluf is heeft Israel verzuimd vast te stellen. En dat is de kern van de zaak: Israel zegt bereid te zijn om te onderhandelen over vrede maar dat er geen partner is om mee te onderhandelen. De aanval op de blokkadebrekers legt de toenemende Israëlische minachting van het international recht bloot, de intolerantie voor dissidentie, en de bewuste sabotage van elke poging van de Palestijnen om tot de onderhandelingstafel te geraken.

Der Spiegel meent dat Israel met zijn overdreven antwoord “in de val is gelopen”. Voor een land dat verkondigt trouw te zijn aan de rechtstaat was deze reactie verre van “passend”, aldus het blad. Het spreekt over een onevenredig gebruik van militaire macht en schrijft de “eerste verantwoordelijkheid” toe aan Israel. “De militairen traden impulsief op, overreageerden en toonden geen deernis voor de slachtoffers”, aldus de krant, die zich afvraagt wat Israel in Gaza te verbergen heeft met zo’n hardhandig militair optreden. In een leading article zegt de Independent dat Israel weer bij af is: het was juist aan het herstellen van de schade aan zijn internationale reputatie, aangericht door zijn dodelijk hardhandige invasie van Gaza begin 2009, nu is het weer terug waar het in die donkere dagen was. De krant wijst op het maar al te bekende patroon: als het zich bedreigt voelt slaat Israel met zware militaire middelen toe, naar alle waarschijnlijkheid in dit geval buitenproportioneel. Het konvooi was misschien een provocatie en het plan de blokkade te breken roekeloos, het is catastrofaal en schandalig dat het niet de eerste keer is dat zoiets gebeurt.

Voor Trouw heeft Israel een cruciale grens overschreden. En de Volkskrant wijst op de hoge politieke prijs voor het onderscheppen van het konvooi en meent dat de Israëlische afgrendelingspolitiek van Gaza in dubbel opzicht een mislukking is. NRC geeft geen opiniestuk maar houdt het bij het achtergrondverhaal "Irrationele enteractie", waarin het vooral de imagoschade benadrukt. De Morgen meent dat “Dit bruut en onverantwoord geweld proberen goed te praten door meteen ‘sympathieën voor Al Qaida’ boven te halen, in dezelfde retorische verdedigingslijn [ligt] als die waarbij men iedere kritiek op de Israëlische politiek tegenover de Palestijnen afdoet als antisemitisme. Het slaat nergens op.” De Standaard hoopt dat “wat gisteren op de Middellandse Zee is gebeurd, een uitweg [biedt]. Misschien kunnen de Palestijnen hun hoop richten op de internationale storm van reacties.” De Guardian tenslotte stelt dat Israel zijn ware gelaat heeft getoond en het blad eist sancties.

donderdag 27 mei 2010

Kan een “coalitie van onwilligen” sancties tegen Iran blokkeren en diplomatie activeren?

Zoals in het artikel "De hypocrisie van het enige land dat ooit kernwapens heeft gebruikt” van 7 mei gemeld vindt deze maand in de VN de Non-Proliferation Treaty (NPT) toetsingsconferentie plaats. Volgens Paul Woodward op War in Context wordt algemeen aanvaard dat sancties tegen Iran niet helpen. Cynici kijken anders aan tegen de doelstellingen van de regering Obama. Met tussentijdse verkiezingen in het verschiet zou men zich eerder bekommeren om de Zionistische geldschieters van de Democratische Partij. In het vooruitzicht van een existentiële bedreiging van Israel tekenen die hun cheques pas als hun partij daar wat aan doet. Waarmee Obama slaaf blijft van de Israel lobby. Ondertussen bereidt Israel zich voor op een nucleair Iran. Haaretz brengt verslag uit van een simulatie waarin Israel geen toestemming krijgt om Iran aan te vallen en sancties het nucleair programma niet tegenhouden. Zo’n situatie leidt tot een confrontatie tussen Israel en Hezbollah. Met een nucleair Iran op de achtergrond zouden Hezbollah en Hamas meer armslag krijgen om Israel te provoceren.

Na de spreekbeurt van de Iraanse president Ahmadinejad tijdens de NPT toetsingsconferentie waarmee hij punten scoorde heeft Iran een nieuw diplomatiek succes geboekt. Het sloot een akkoord met Turkije en Brazilië dat voorziet in de verrijking van de helft van zijn laag verrijkt uranium in Turkije. Phyllis Bennis, staflid van het Institute for Policy Studies, meldt op Common Dreams.org dat dit akkoord dicht komt bij wat de VS enkele maanden geleden van Iran eiste. En toch reageerde Washington negatief. Het veroordeelde het initiatief als “slechts woorden”, eiste nieuwe concessies van Iran en liet aanvoelen dat enkel een volledige afstand van het kernprogramma volstaat. Volgens Bennis maakt de Amerikaanse houding duidelijk dat het de VS niet gaat om een Iraanse kernwapendreiging, maar om de macht. Anderen hebben de regie overgenomen, Washington staat buiten spel en is razend. In de wandelgangen doen verhalen de ronde dat de VS als vanouds afkomt met dreigementen tegen de kersverse diplomatieke machten. Brazilië heeft een intensieve lobby gevoerd voor een permanente zetel in de Veiligheidsraad en Turkije probeert al lang lid te worden van de Europese Unie. Vergeet het maar, lijken de VS diplomaten te laten verstaan.

Nieuwe VN sancties zullen Iran’s verrijkingsactiviteiten niet tot staan brengen. Deze zijn nog altijd wettig onder de NPT en onderhevig aan VN inspectie. Sancties treffen vooral de bevolking. Daarentegen wordt in het kader van het Braziliaans-Turks initiatief veel van het Iraans verrijkt uranium naar het buitenland overgebracht. Daarmee neemt het internationaal toezicht op het kernenergieprogramma toe, wat - mits de VS zich terughoudend opstelt - kan leiden tot een aanzienlijke vermindering van Iran’s verrijkingsactiviteiten. Als dat echt het doel is van het Amerikaanse optreden tegen Iran zou Washington toch tevreden moeten zijn. In werkelijkheid wordt vanuit het Congres en het Witte Huis met kracht geprobeerd om het Braziliaans-Turks initiatief te ondermijnen, zelfs nu dat (of wellicht juist omdat) dat zou kunnen leiden tot oplossing van de huidige crisis.

Nieuwe sancties kunnen de tripartiete overeenkomst laten ontsporen. Maar dat kan worden voorkomen door vernieuwde onafhankelijkheid binnen de Veiligheidsraad. De druk van Washington mag dan hebben opgeleverd dat Rusland en China geen veto zullen uitspreken tegen nieuwe sancties, maar zekerheid dat deze landen voor zullen stemmen is er niet. Als de huidige Veiligheidsraadsleden Brazilië en Turkije enkele van hun bondgenoten kunnen overtuigen niet te wijken voor de Amerikaanse druk kunnen onthoudingen van Rusland en China (en eventueel Frankrijk?) een nieuwe “coalitie van onwilligen” opleveren die sancties kan tegenhouden.

Zo zouden president Lula and premier Erdogan een land als Japan - dat meer dan welk land ook gemotiveerd is voor een kernwapenvrije wereld - ervan kunnen overtuigen om tegen nutteloze sancties te stemmen en om ruim baan te geven aan nieuwe diplomatieke initiatieven. En ook andere leden (Libanon, Mexico, Oostenrijk, Gabon, Bosnië, Nigeria) zouden ervan kunnen worden overtuigd dat nieuwe sancties Iran's verrijkingsactiviteiten niet tot stilstand kunnen brengen en het nieuwe initiatief dat daar wel toe in staat is juist ondermijnt. Rond de jaar-wisseling 2002-2003 bleef de Veiligheidsraad ongevoelig voor Amerikaans-Britse druk om steun te verlenen aan de Irak oorlog van Bush. Duitsland, Frankrijk en Rusland gaven leiding aan de oppositie en ook de “Onbesliste Zes” (Guinee, Kameroen, Angola, Pakistan, Chili en Mexico) verzetten zich. Zo kon de wereld op 15 februari 2003 in 665 steden over de hele wereld demonstreren tegen oorlog. Washington en Londen haalden bakzeil en lieten hun campagne voor VN steun varen. Al eerder dus heeft de Veiligheidsraad vastberaden getracht een VS oorlog tegen te houden. De Raad zou dat weer kunnen doen, zodat de sancties die de VS tracht door te drukken niet een prima diplomatieke oplossing voor een zeer gevaarlijke crisis kunnen doorkruisen.

zondag 23 mei 2010

Israel schopt het tot OESO lid

De 31 leden van de OESO (Organisation for Economic Co-operation and Development) hebben recent drie landen uitgenodigd om lid te worden. Dat blijkt uit een persbericht van de OESO. Israel behoort tot de gelukkigen. De drie toekomstige leden worden 27 mei verwelkomd tijdens een speciale plechtigheid tijdens de jaarvergadering van de OESO ministerraad, die wordt voorgezeten door de Italiaanse premier Silvio Berlusconi. Het besluit werd unaniem genomen en toont aan dat de leden de toetredings-voorwaarden niet erg serieus nemen. Naast grootmacht VS en belangrijke landen als Japan, Canada, Australië, Turkije en Zwitserland zijn 19 van de huidige EU landen lid van de OESO, waaronder Nederland en België.

In 1980 deed Israel een eerste poging om het OESO-lidmaatschap te verwerven. Die aanvraag werd verworpen om economische en politieke redenen. Maar daarmee bleef de deur niet dicht. Israel heeft een associatieakkoord met de EU. In 2008 besloten de Europese buitenlandministers om dat akkoord op te waarderen. Het Europees Parlement vond echter dat normale relaties met Israel vereisen dat het land de mensenrechten en het internationaal recht respecteert, zodat de stemming werd uitgesteld. Toch slaagde Israel er november 2009 in een nieuw landbouw-akkoord met de EU te sluiten. “Een belangrijke stap vooruit in de integratie van de markten van de EU en die van Israel", zo luidde het. Nu Israel OESO-lid wordt wint het opnieuw aan internationale geloofwaardigheid. Een land wordt immers niet zo maar lid. De organisatie heeft in 2007 expliciet de toetredingsprocedure gepubliceerd. In §2 van de preambule vindt men de verwijzing dat de organisatie onder alle omstandigheden haar traditie van "high standards for membership” moet handhaven. §A9 vermeldt sociaal beleid als één van de lidmaatschapsverplichtingen en §B17 zaken als democratie, de rechtstaat en mensenrechten.

In de publieke opinie is de afgelopen jaren de onkritische pro-Israel-houding veranderd in kritische opvattingen. Maar dat is kennelijk niet doorgedrongen tot de overheden. Israel kan gewoon doorgaan met zijn kolonisatie-politiek die haaks staat op het internationaal recht. Het Goldstone-rapport lijkt in de doofpot, Israel mag de mensenrechten blijven schenden. Allemaal zaken die vloeken tegen de politieke lijn van de EU. De Europese Raad vond immers dat de “opwaardering gebaseerd moet zijn op gemeenschappelijke waarden van partijen, met name op democratie, eerbiediging van mensenrechten, de rechtsstaat en de fundamentele vrijheden, goed bestuur en het internationaal humanitair recht.” En dat Israel 1,5 miljoen Palestijnen in een economische wurggreep houdt strookt toch ook niet met het concept “open markteconomie” dat de OESO aanhangt.

In een persbericht stellen Palestijnse organisaties: “Door Israel te aanvaarden geven de OESO-landen blijk van regelrechte mede-plichtigheid aan de Israëlische oorlogsmisdaden en vernietigen ze de fundamenten van het internationaal recht. Israel belonen betekent de straffeloosheid verankeren en elke realistische hoop op het bereiken van een rechtvaardige vrede in de regio de grond inboren. De OESO-lidstaten zijn er zich terdege van bewust dat Israel niet voldoet aan de criteria. Toch hebben ze besloten om Israel te aanvaarden, het te verheffen boven al deze objectieve criteria en te belonen voor zijn strijd om tot de OESO toe te treden. Maar tegelijkertijd zwijgt men over het internationaal recht, wat het hele toetredingsproces herleidt tot een farce.”

Moeten de Palestijnen tot de conclusie komen dat het Westen de Israëlische oorlogsmisdaden en mensenrechtenschendingen tolereert? Dat het een beleid van straffeloosheid voert waardoor Israel ongestoord kan doorgaan met het kolonisatieproces van bezet Palestijns gebied, de legitieme rechten van de Palestijnse bevolking aan zijn laars lappen en deze inwoners van Israel als tweederangs burgers blijven behandelen? Dat Israel al tientallen jaren tal van VN- en Veiligheidsraad resoluties naast zich neer kan leggen, waar andere landen onder bedreiging van sancties worden gedwongen deze uit te voeren?

woensdag 12 mei 2010

Is er een verband tussen de Balfour Declaratie en 9/11?

In de drie artikelen “Het conflict Israël-Palestina” van de hand van Egbert Talens, op “Geopolitiek in perspectief” gepubliceerd op 1/4/2010, kwam de Balfour Declaratie reeds aan de orde. De Britse historicus Dr. Robert John publiceerde na 9/11 het artikel The Balfour Declaration. A history of perfidy and betrayal in the Mideast gives insight into the motivations behind the Sept. 11 terrorist attacks. In dat artikel legt de auteur een opmerkelijk verband tussen de Balfour Declaration en de terroristische aanslagen op 11 september 2001 in de Verenigde Staten. John, die o.a. ook het boek The Palestine Diary: British, American and United Nations Intervention 1914-1948 schreef, stierf 4 juni 2007 op 86-jarige leeftijd. Hieronder volgt een sterk ingekorte samenvatting van zijn artikel, dat begint met de uitspraken van de Amerikaanse presidenten Bush en Clinton: “Wij zijn een doelwit omdat we opkomen voor democratie, vrijheid en mensenrechten in de wereld". Klinkklare onzin, aldus de Amerikaanse bisschop Robert Bowman, die protestmarsen organiseerde tegen de Israëlische aanvallen op Bethlehem en andere Palestijnse steden.

Van het einde van de 1e Wereldoorlog tot de 2e Wereldoorlog hadden Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië het in de Arabische gebieden voor het zeggen. Volgens John bestaat er een document voor de kerngroep bij de Vredesconferentie van Parijs (VS, Groot-Brittannië, Frankrijk en Italië) dat bevestigt dat de Arabieren in 1915 onafhankelijkheid was toegezegd, inclusief Palestina. Dat document is lang geheim gehouden omdat de Britse regering in 1917 met de Balfour Declaratie een nationaal tehuis in Palestina voor Joden had toegezegd, ten koste van de Palestijnen. Het VS Congres heeft de Britse Balfour Declaratie in een eigen resolutie bevestigd. De interventie heeft miljoenen mensen ellende gebracht, velen de dood ingejaagd, en het wereldgebeuren danig beïnvloed.

Lloyd George, die sinds december 1916 de Britse regering leidde, was de advocaat van de Zionisten geweest. Toen hij nog minister van munitie was had hij Chaim Weizmann, de toekomstige president van Israel, ervan overtuigd dat “hij positief stond ten opzichte van de vestiging van een Joodse staat in Palestina”. Eenmaal premier koos George als minister van buitenlandse zaken voor Arthur Balfour, die al bekend stond voor zijn Zionistische sympathieën. Na de 1e Wereldoorlog schreef premier George in zijn memoires over de Vredesconferentie, waar de Zionisten sterk vertegenwoordigd waren, dat er concurrentie was met Duitsland over Joodse steun:

“Het feit dat Duitsland onderhandelt met Turkije over een alternatief plan dat de Zionisten kan bekoren is het beste bewijs van het nut van de Balfour Declaratie als militair initiatief. Aangespoord door de Duitsers zegde de Turkse minister Talaat in vage termen wetgeving toe waarmee alle gerechtvaardigde wensen van de Joden in Palestina volledig in vervulling zouden kunnen gaan. Nog een heel overtuigende reden voor het overnemen door de geallieerden van de politiek van de Declaratie is gelegen in de staat Rusland zelf. Russische Joden waren namens de Centrale Machten in het geheim heel actief; zij waren de belangrijkste pleitbezorgers geworden van de Duitse pacifistische propaganda in Rusland. Tegen 1917 hadden zij veel ondernomen tegen het algemene verval van de Russische samenleving, dat later te boek stond als de Revolutie. Men geloofde dat als Groot-Brittannië zich nu maar voorstander verklaarde van hetgeen de Zionisten in Palestina nastreefden, de Russische Joden wel gewonnen zouden worden voor de Entente. Men geloofde ook dat zo’n verklaring een belangrijke invloed zou hebben op het wereld Jodendom buiten Rusland, en Joodse financiële belangen zou winnen voor de Entente. In Amerika zou de steun van de Joden in dit opzicht van bijzonder belang zijn wanneer de geallieerden hun goud en waardepapieren bijna hadden opgebruikt die beschikbaar waren voor Amerikaanse aankopen. Dat waren de belangrijkste overwegingen op grond waarvan de Britse regering zich in 1917 genoopt zag een overeenkomst te sluiten met het Jodendom”.
De historicus Sir Arnold Toynbee, afgevaardigde bij de Vredesconferentie van Parijs (1919), schreef in zijn voorwoord bij het boek The Palestine Diary van Robert John dat er Palestijnse vluchtelingen zijn omdat "de immigratie van Joden de Palestijnse Arabieren werd opgelegd door de Britse militaire macht. De tragedie in Palestina is niet enkel plaatselijk, het is een tragedie voor de wereld omdat het een onrecht is dat de wereldvrede bedreigt. Nu Groot-Brittannië tot haar schande niet meer in staat is het onrecht dat zij heeft aangericht ongedaan te maken wordt de Britse schuld daarom nog niet kleiner”. William Yale, speciaal VS gezant in het Midden Oosten tijdens de 1e Wereldoorlog vertelde dat hij in 1919 in opdracht van Woodrow Wilson o.a. had gesproken met generaal Allenby en Chaim Weizmann. Op de vraag wat men zou doen als de Britten de Balfour Declaratie - die voorzag in een nationaal tehuis voor de Joden in Palestina - niet zou uitvoeren sloeg Weizmann op tafel en zei: “Dan verpletteren we het Britse Rijk, zoals we het Russische Rijk hebben verpletterd”.

President Wilson was geen haar beter dan de Britse imperialisten, hoezeer hij ook zelfbeschikking van volkeren als Amerikaanse waarde promootte. Medio 1919 werd een commissie naar het gebied gestuurd voor opinieonderzoek. Die rapporteerde dat men vertrouwen had in de Amerikaanse, Britse en Franse vredesverklaringen. Maar men stond vijandig tegenover de Franse controle over Syrië. De negatieve houding ten opzichte van het Zionistisch programma beperkte zich niet tot Palestina, maar bestond overal in het gebied. In de woorden van Oorlogsminister Lindley Garrison: “Wilson was een man van grote idealen maar zonder principes”. Het rapport werd pas uitgebracht nadat het Congres de Balfour Declaratie had bevestigd en de Volkenbond het mandaat voor Palestina aan de Britten had verleend. In het gebied waar de wens tot zelfbeschikking uitdrukkelijk was vastgesteld verzweeg Wilson aldus deze informatie.

Waarom heeft de Amerikaanse overheid het volk te schande gemaakt door de belofte aan de "Christians and all other non-Jewish communities in Palestine" niet na te komen? In de oorlogen die hier het gevolg van waren werden miljoenen buren van de Palestijnen in Egypte, Irak, Libanon, Syrië en zelfs Saudi Arabië betrokken. Kan men de terechte boosheid en zelfs haat ontkennen van afstammelingen die de waarheid te horen krijgen? Kenden de mannen die de vliegtuigen bestuurden op 11 september 2001 de waarheid?

Het Europese en Amerikaanse publiek is onbekend met deze materie, zodat het zich niet schuldig voelt voor de gigantische misdaden die het gevolg waren van het verraad van hun leiders. Van het Duitse volk werd erkenning, boete en vergelding geëist voor de zonden van sommige van hun vaders “tot de derde en vierde generatie”. Moet van Britten, Amerikanen en Joden dan niet evenzeer erkenning, boete en vergelding gevraagd worden voor de dood, verdrijving en verbanning van miljoenen Palestijnen? Begin 20e eeuw geloofde men in het Midden Oosten het woord van een Engelsman en men wist dat Amerika zich neutraal opstelde. Een eeuw later geloven miljoenen mensen in de regio die de feiten kennen dat de VS hun vijand is, zelfs de Grote Satan, en dat Groot-Brittannië gewoon aan de leiband van de VS loopt.

The Economist van 15 oktober 2001, die is gewijd aan 9/11 en gedagtekend: “De dag dat een Brits mandaat van kracht werd in Palestina, over de hoofden van halsstarrig Arabisch verzet”, citeert de volgende boodschap uit Jeruzalem aan de Times van 1922: “De Arabieren kondigden een dag van rouw af voor de hele stad en de winkels werden gesloten uit protest tegen de officiële afkondiging van het Mandaat, maar er werd geen enkele Jood gemolesteerd”. Die dag was 11 september ...

vrijdag 7 mei 2010

De hypocrisie van het enige land dat ooit kernwapens heeft gebruikt

In de VN wordt sinds afgelopen maandag de Non-Proliferation Treaty (NPT) toetsingsconferentie gehouden. De Iraanse president Ahmadinejad sprak daar op uitnodiging van VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon, die eerder vanaf hetzelfde podium kritiek had geuit op Teheran voor het niet naleven van zijn verplichtingen onder de NPT en daaruit voortvloeiende VN resoluties. Tevoren had VS buitenlandminister Hillary Clinton gewaarschuwd dat Iran “het enige land in de zaal [was] dat volgens het atoomagentschap IAEA toezicht op zijn nucleaire installaties weigert". Het weglopen uit de zaal tijdens de speech van de Iraanse leider versterkt volgens Tony Karon op Rootless Cosmopolitan de positie van de VS tijdens de conferentie niet. De handelwijze van de VS en andere landen w.o. Nederland kon Ahmadinejad wel eens onbedoeld in de kaart spelen. Bovendien was er geen enkele aanleiding om de zaal te verlaten. De speech van de Iraanse leider, die heel goed weet dat hij zich soms in eigen voet schiet, was kritisch maar relatief gematigd. Zijn verwijzing naar het optreden van “het Zionistische regime in Israel” heeft toch niets met antisemitisme te maken.

Ahmadinejad richtte zich tot de grote groep landen die positie kiezen ergens tussen de VS en Iran in, die Iraanse kernwapens afwijzen. Deze landen willen dat Iran zich onderwerpt aan de NPT, maar zijn niet overtuigd van de Iraanse kernwapen ambities en dringen dus aan op dialoog in plaats van verdere sancties. Deze geluiden komen van permanent Veiligheidsraadlid China en de niet-permanente leden Turkije en Brazilië. En juist in de Veiligheidsraad zoekt de VS steun voor nieuwe sancties. Ahmadinejad leidde zijn gehoor handig weg van de nucleaire bedoelingen van Iran. Met “men moet niet trots zijn op het bezit van nucleaire wapens” leverde hij impliciet kritiek op landen die ze wel hebben. En maakte brandhout van het standpunt van de VS dat het de mogelijkheid openhoudt om als eerste Iran en Noord-Korea met kernwapens aan te vallen. Tegelijk benadrukte de Iraanse leider dat het verdrag Iran weliswaar verbiedt kernwapens te ontwikkelen, maar niet de huidige kernmachten toestaat om de hunne de behouden.

Wat de NPT van 1970 in essentie beoogt is dat niet-nucleaire staten afzien van kernwapens en landen die ze al hebben geloofwaardige stappen zetten om ze te ontmantelen. Terwijl Westerse diplomaten zich bekreunden over het gebrek aan medewerking van Iran aan inspecties vroeg Ahmadinejad aandacht voor het feit dat bestaande kernmachten verzuimen betekenisvolle stappen te zetten om te ontwapenen. In de ogen van 3e landen zijn dat gelijkwaardige NPT overtredingen. En al even voorspelbaar maar daarom niet minder problematisch voor de kernmachten schaarde Ahmadinejad zich achter Egypte dat - met steun van andere gematigde Arabische landen - de instelling van een kernwapenvrije zone in het Midden Oosten had geëist. Daarbij nam hij speciaal de VS op de korrel, dat stilzwijgend akkoord gaat met de “nucleaire dubbelzinnigheid” van Israel. Vermoed wordt dat Israel beschikt over zo’n 200 kernkoppen. Het heeft de NPT niet ondertekend en neemt dus niet deel aan de conferentie.

De VS schildert de Iraanse atoomdreiging af als een bedreiging waar alle gematigde landen in het Midden Oosten zich unaniem tegen verzetten. Maar Egypte stelt ondubbelzinnig dat men Iran niet ter verantwoording kan roepen en tegelijk een oogje dichtknijpen voor Israel. Egypte stelt voor een regionale NPT-conferentie te beleggen waar Israel en Iran aan deelnemen om tot een kernwapenvrij Midden Oosten te komen. Het eist dat de VS zo’n initiatief steunt en druk uitoefent op beide landen om mee te werken aan transparantie en ontwapening. De regering Obama heeft al schoorvoetend toegegeven dat Israel de NPT moet ondertekenen, maar heeft hier nooit op aangedrongen. De reactie van de VS was: “De beste kans die we hebben om een zone vrij van massavernietigingswapens in het Midden Oosten te bereiken is een duurzaam en rechtvaardig vredesakkoord in het Midden Oosten”. Maar zo’n opstelling kan worden opgevat als een stilzwijgende instemming met Israëls kernarsenaal, wat in de discussie in het voordeel van Iran werkt. De conferentie duurt tot eind mei en zal naar verwachting geen doorbraak opleveren. De krachtmeting van dag 1 tussen de VS en Iran is alvast geëindigd zonder winnaar en alleen dat al is groot nieuws.

Terloops vermeldde Ahmadinejad in zijn speech dat de VS het enige land is dat kernwapens heeft gebruikt. De Belgische historicus Yvan Vanden Berghe toonde aan dat de kernbommen op Japan helemaal niet nodig waren. Japan was omsingeld, zijn luchtmacht en vloot uitgeschakeld. Het door Truman zelf ingestelde onderzoekspanel kwam juli 1946 tot de conclusie: “… dat Japan zeker voor 31 december 1945 en naar alle waarschijnlijkheid voor 1 november 1945 zich zou hebben overgegeven, zelfs indien de bommen niet waren gedropt, zelfs zonder Russische deelname aan de oorlog en zelfs indien er geen invasie was gepland of overwogen.” Vast staat dat de leider van het Manhattanproject de kernbommen kost wat kost in theatre wilde inzetten om de kolossale investeringen in het project te rechtvaardigen en de voortzetting ervan te verzekeren. Een hallucinante beslissing, die honderdduizenden burgers onnodig de dood injoeg, volgens het internationaal recht een regelrechte oorlogsmisdaad van grootmacht VS. Het land dat $1,2 biljoen aan "defensie" uitgeeft, 8% van zijn BNP, meer dan de militaire uitgaven van de rest van de wereld bij elkaar (zie "God bless America" hieronder).

woensdag 5 mei 2010

De Balfour Declaratie van 1917, een analyse

(auteur: Egbert Talens)

De Balfour Declaratie van 1917 (hierna: BD), had een overeenkomstige resolutie van het VS Congres van 30 juni 1922 tot gevolg en maakte, na de teruggave van het Britse Volkenbond-mandaat aan de VN in 1947, de stichting in 1948 van de staat Israel mogelijk. Zo ontstond het conflict Israel-Palestina. Hoe lieten machtshebbers zich destijds beïnvloeden door de politieke zionisten? Mag de wereld, nu dit conflict maar blijft voortsudderen, geen vraagtekens zetten bij de uitgangspunten en doelstellingen van de politieke zionisten voor een Joodse staat? Bijna honderd jaar na deze BD is de situatie in de regio Palestina nog steeds chaotisch. Wie kan onverschillig blijven voor de ´leef´-omstandigheden van "bestaande niet-joodse gemeenschappen" in en nabij die regio?

De BD is waarschijnlijk het merkwaardigste document ooit door een regering opgesteld. Zij kreeg gestalte in een brief van de regering van de Britse koning George V aan bankier en Hogerhuis lid Lord Rothschild, en luidt: 'His Majesty's Government view with favour the establishment in Palestine of a national home for the Jewish people, and will use their best endeavours to facilitate the achievement of this object, it being clearly understood that nothing shall be done which may prejudice the civil and religious rights of existing non-Jewish communities in Palestine, or the rights and political status enjoyed by Jews in any other country". In de literatuur blijft het meestal bij de eerste strofe van de BD. Voor mijn analyse verdeel ik de BD in clausule 1 (geel), 2 (grijs) en 3 (groen). Het concept werd grotendeels opgesteld door de politieke zionisten zélf.

De meeste discussie over clausule 1 ontstond over het begrip 'nationaal tehuis'. Bewust werd het begrip 'staat' vermeden. Als het aan de zionistische opstellers had gelegen, zou over bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina met geen woord zijn gerept, nóch over de status van Joden in enig ander land (dan Palestina). In clausule 2 gaat een wereld aan volksverlakkerij schuil. Zo wordt gesuggereerd dat "non-Jewish communities in Palestine" een minderheid vormen. Rond 1917 echter maken Joden minder dan 10% van de bevolking uit. De woorden "civil and religious rights" duiden erop dat (de) niet-joodse gemeenschappen geen aanspraak kunnen maken op politieke rechten. Het ontbrekende woordje "de" voor "existing non-Jewish communities", dat in een oorsprónkelijke tekst wél voorkwam, maakt de weg vrij voor juridische haarkloverijen. Clausule 3, met de politieke status als kernthema, moest erbij omdat leidende Britse Joden in hun maag zaten met de BD. Men koos dus voor "the rights" van Joden in enig ander land, en niet van "civil and religious rights", zoals in clausule 2 aan "non-Jewish communities in Palestine" worden toegekend.

Hoe bekijken anderen de BD? De Britse historica Elizabeth Monroe schreef : "Measured by British interests alone, the Balfour Declaration was one of the greatest mistakes in our imperial history!" En in The Journal of Historical Review, Winter 1985-6 (Vol. 6, No. 4) schreef analist en historicus Dr. Robert John: "This is the game that Israel plays today, obtaining its military supplies, its high technology, and its billions of dollars from the pay packets of American workers, using the rivalry of the USSR and the USA. We should not allow ourselves to be made pawns in the games of others." De Britse historica Doreen Ingrams speurde naar de drijfveer van de Britten achter de BD, met haar boek Palestine Papers, 1917-1922. Seeds of Conflict als resultaat. Zij snuffelde in regeringsstukken en dacht dat documenten in de nalatenschap van de belangrijkste spelers Arthur James Balfour, Sir Mark Sykes, Chaim Weizmann, Nahum Sokolow en Lord Edmund de Rothschild voor nog meer duidelijkheid konden zorgen…

Robert John komt met een nieuwe naam op de proppen: James A. Malcolm. In hetzelfde jaar dat in Turkije de slachting onder de Armeniërs plaats vindt (1916) wijst deze in Groot-Brittannië wonende Armeniër de Britten erop dat het wereldwijd verwerven van Joodse ondersteuning voor de Britse oorlogsinspanningen niet de beste werkwijze is. Sir Mark Sykes, een familielid van Malcolm, brengt het contact met Britse kabinetsleden tot stand. Malcolm maakt duidelijk dat zij contact moeten zoeken met de politieke zionisten, niet met de Joodse bankiers. Als Palestina aan de zionisten wordt beloofd zullen dezen de bankiers wel over de streep trekken. De geldstroom gaat dan niet alleen richting Groot-Brittannië, ook zullen de Joodse bankiers vanuit Duitsland naar de VS trekken, waar zij de Amerikanen zullen bewerken om zich aan te sluiten bij de Britten.

De geschiedenis geeft Malcolm gelijk. De grote verliezer is Duitsland. Met het vertrek van Joodse bankiers gaat de positie van de overige Joden in Duitsland en elders in Europa er vreselijk op achteruit, wat uiteindelijk leidt tot de afgrijselijke Holocaust. Als men zich afvraagt wat de Nazi's tot deze misdaad tegen de menselijkheid heeft aangezet ligt hier een, mogelijk dé verklaring. In haar opmerkelijk artikel “Het Palestina-vraagstuk in zijn ware gedaante” spreekt L.M.C. van der Hoeven-Leonhard (Libertas, Amsterdam) over verwikkelingen die bijna woordelijk bij het hierboven geschetste Malcolm verhaal overeenkomen.

Een (Balfour) Declaratie formuleren is één; deze implementeren in politieke doelstellingen in het Midden-Oosten is twee. Nog tijdens de oorlog probeerden Groot-Brittannië en Frankrijk hun belangen in die regio veilig te stellen. In die context paste de BD slecht. Britse beloften aan de Arabieren voor hun steun bij het bestrijden van de Ottomaanse autoriteiten botsten immers met toezeggingen aan de politieke zionisten. In het Sykes-Picot verdrag, de Frans-Britse overeenkomst over verdeling van gebieden na de val van het Ottomaanse Rijk, was sprake van de lijn Damascus-Hama. Gebied ten westen hiervan, het huidige Libanon waar Frankrijk belangen had, zou buiten de Arabische prijzen vallen. Na de vrede van Versailles (1919) die voor Duitsland zeer vernederende voorwaarden inhield, moesten de beloften aan de Arabieren worden nagekomen. Zelfstandigheid was het sleutelwoord en het een na het andere Arabische land verscheen op de nieuw getekende kaarten. Kaarsrechte grenzen geven de arbitraire werkwijze aan. Maar de kernvraag is: hoe werd in de Palestijnse regio een mouw gepast aan de botsende belangen van Arabische en politiek-zionistische kant?

Het was aan de Britten, aan wie een Volkenbond-Mandaat voor Palestina was toegewezen, om de Arabieren te apaiseren waar het de aderlating ´Palestina´ betreft. Dat die krachttoer te hoog gegrepen was weten wij inmiddels, maar in de periode 1922-1947 werd praktisch geen middel geschuwd om de onverzoenlijke standpunten te slechten. Hoe uitgekookt de Britten ook te werk gingen, de Arabieren bij monde van Hussein, de sharif van Mekka, en diens zoon prins Faisal, slikten de lijn Damascus-Hama niet als indicatie dat daarmee het door de politieke zionisten begeerde gebied Palestina was bedoeld. Daarmee was het paaien van de Arabieren tot mislukken gedoemd. Want Palestina werd door de laatsten als islamitisch gebied (dar al-islam) beschouwd, waarbinnen wel andersgelovigen kunnen wonen - joden en christenen - maar zonder dat aan hen politieke zelfstandigheid kan worden verleend of toegestaan. Het gevolg was dat de verdeling van Palestina door de VN (1947) niet kon worden aanvaard, en dus draaide het op gevechtshandelingen uit, toen David Ben-Gurion c.s. op 14 mei 1948 unilateraal de onafhankelijke staat Israël uitriep.

Bij dit alles betaalden vooral leden van dé niet-joodse Palestijnse gemeenschappen het gelag. Het blaming the victim werd door de Britten in optima forma ten uitvoer gebracht, en toen zij op 15 mei 1948 vertrokken, geraakte de status van het gebied dat door de VN als Arabische Staat was aanbevolen, in een vacuüm, terwijl de politieke zionisten erin slaagden in de Joodse Staat de zaken naar hun hand te zetten, met de staat Israël als voorlopig resultaat! En net als hun Britse leermeesters, wisten ook deze politieke zionisten, nu getooid met de fraaie benaming Israeli Defense Forces (IDF) het blaming the victim tot in uiterste perfectie uit te voeren.

De Nederlandse publicist Egbert Talens is auteur van het boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.

Dit artikel verscheen eerst onder de titel “The Balfour Declaration revisited”. Het werd 9 mei 2011 omgedoopt naar “De Balfour Declaratie van 1917, een analyse” nadat op dezelfde datum een Engelstalige versie verscheen.

maandag 26 april 2010

Hoe de Afghanistan oorlog kan aflopen

The New York Review of Books publiceert het artikel How to end the war in Afghanistan van de hand van David Miliband, minister van Buitenlandse Zaken van het Verenigd Koninkrijk. Dat begint plomp-verloren met de stelling: “Het Verenigd Koninkrijk, noch de VS, waren de aanstichters van de oorlog in Afghanistan. In de jaren 90 verleende de toenmalige Talibanregering onderdak en steun aan Al Qaida”. Miliband impliceert daarmee dat Afghanistan na 9/11 weigerde Bin Laden aan de VS uit te leveren.

In een interview met Stephen Sackur in HARDtalk op BBC World News op 3/11/2009 schetst de Amerikaanse mediacriticus en politiek activist Noam Chomsky een ander beeld. Die noemde  de invasie in Afghanistan de immoreelste daad in de moderne geschiedenis. De aanleiding was de eis van president George W. Bush om Bin Laden onmiddellijk uit te leveren. In het diplomatieke verkeer tussen beschaafde landen kan uitlevering van misdadigers worden gevraagd, mits bewijzen. Toen de Afghaanse overheid reageerde dat men het uitleveringsverzoek in overweging wilde nemen maar eerst bewijzen wilde, begon de VS de oorlog dan maar zonder bewijzen, "om Bin Laden op te pakken”. In 2002, na de inval in Afghanistan, zei Chomsky in HARDtalk tegen Tim Sebastian, de voorganger van Stephen Sackur, dat de VS door zijn houding duidelijk maakt dat het het internationaal recht niet wenst na te leven. “Wij [Amerikanen] onderwerpen ons [internationaal] aan geen enkele autoriteit”, zo voegde hij daar aan toe.

Na 8 jaar militaire aanwezigheid in Afghanistan en nu Al Qaida is verdreven naar Pakistan moet ik niet meer uitleggen waarom de oorlog uitbrak, zo stelt Miliband droogjes. De vraag is hoe die kan worden beëindigd en hoe datgene dat werd bereikt in stand kan blijven. Miliband meent dat de relatie tussen de Taliban en Al Qaida eigenlijk vooral regionaal en tactisch van aard is, “hoewel Al Qaida nog altijd vanuit andere landen zoals Yemen dodelijke aanvallen kan plannen en uitvoeren over de gehele wereld”. Hij wijst op de bereikte resultaten en bevestigt dat de Britten zich de komende jaren zullen blijven inzetten om "de doelstellingen" te realiseren. Die omschrijft hij met de woorden: “Een Afghanistan dat niet opnieuw mag worden gebruikt als uitvalsbasis voor internationaal terrorisme”. De minister komt dan tot de kern van zijn betoog: hoe beëindigen we de oorlog? Het antwoord is verrassend eenvoudig: bekeer “gematigde” Taliban militanten tot burgers, zorg dat ze werk en een inkomen krijgen en bescherm ze tegen wraak van voormalige medestanders. En laat iedereen toe tot het bestuur die zijn banden met Al Qaida verbreekt, de wapens neerlegt en de Afghaanse grondwet aanvaardt.

Voor wat de toekomstige geopolitieke plaats van Afghanistan betreft meent Miliband dat buurlanden, noch de internationale gemeenschap, mogen toestaan dat het land opnieuw wordt gedomineerd of strategisch gebruikt. Tegelijk moet het komaf maken met misdaad, drugs, terrorisme en vluchtelingen, allemaal zaken die het nationale niveau overstijgen. Er is vooral een rol weggelegd voor Pakistan, dat de opbouw van het Afghaanse leger met argusogen bekijkt. Want Afghanistan heeft ook banden met Pakistan’s aartsvijand India. Daarom moeten ook India, Rusland, Turkije en China hun steentje bijdragen, aldus Miliband.

De Amerikaan Tom Hayden, voormalig senator voor California, bekijkt in The Nation van 7/4/2010 de situatie door de bril van de binnenlandse politiek van de VS. Hij wijst op de wetgevende initiatieven van parlementariërs Russ Feingold en Jim McGovern, die aansturen op een “flexibel tijdschema” voor de terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Afghanistan. Voor hem doet dit eerste gecoördineerde initiatief rond de oorlog in Afghanistan denken aan de House-Senate voorstellen die indertijd leidden tot een meerderheidsstandpunt over de Vietnamoorlog. Onder congresleden groeit de onrust over de gesneuvelde Amerikaanse militairen en de gigantische financiële overheidsinvesteringen in een corrupte en dwarse regering Karzai. Hij gunt het Witte Huis nog wat tijd voor de inzet van extra troepen. “Misschien is dat niet de juiste strategie, maar het komt de meeste van de parlementariërs politiek het beste uit”, aldus een cynische Hayden.

Een datum voor terugtrekking kan de Taliban aansporen aan het vredesproces deel te nemen. Achter de schermen wordt nagedacht over pasjes waarmee Talibanleiders voor politiek overleg naar Kabul kunnen, of naar het buitenland. Ook voormalig UN-gezant Kai Eide gelooft in onderhandelen met de Taliban, maar het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken en het Pentagon zijn nog altijd tegen onderhandelingen en pasjes. De Afghanistan-specialist Gilles Dorronsoro, verbonden aan de Carnegie Endowment for International Peace, zegt dat de vorming van een eenheidsregering met de Taliban de enige manier is om de problematiek in Afghanistan tot een goed einde te brengen.

Ondertussen wordt in kringen van het Congres in het kader van de begrotingsonderhandelingen een exit strategie ontworpen die voorziet in verkiezingen voor een nieuwe regering waarin de Taliban een plaats krijgen, vervanging van de ISAF troepen door vredessoldaten uit Moslimlanden en beëindiging van de inzet van onbemande vliegtuigen in Pakistan. McGovern kijkt vooral naar het kostenplaatje. Hij zet de middelen die nu naar de Amerikaanse oorlogen gaan af tegen de uitblijvende Amerikaanse investeringen in onderhoud van wegen, in ziekenhuisfaciliteiten en in werkgelegenheid. Welke visie het haalt, die van de Brit David Miliband of de Amerikaan Tom Hayden, valt af te wachten. Maar één ding staat vast: de aanwezigheid van "coalitietroepen" in Afghanistan heeft zijn langste tijd gehad.