woensdag 30 juni 2010

Het Amerikaanse Midden-Oosten beleid op de korrel

Eind december 2008, bij de start van de Israëlische aanval op Gaza, publiceerde The Washington Post een open brief aan de juist verkozen president Obama van Jean-François Angevin-Romey, een uitgetreden hoge Amerikaanse militair. De brief werd verwijderd van de website van The Washington Post, maar tijdig opgepikt door Newsvine, onderdeel van het Amerikaanse nieuwsnetwerk MSNBC. Hieronder een gecondenseerde versie.

Al jaren zie ik hoe de Amerikaanse Midden-Oosten politiek afbreuk doet aan onze veiligheid en ons imago. Ik gaf u mijn stem omdat ik in u de eerste Amerikaanse president zag die het stramien kan doorbreken, die onze koers in het Israëlisch-Palestijns conflict kan verleggen. Die onze macht gebruikt om vorm te geven aan een rechtvaardige en blijvende oplossing. De geschiedenis leert dat zo’n oplossing een multi-etnische staat is met gelijke rechten en kansen voor allen. Gegeven de geschiedenis van de staat Israel kan die zo’n bestuur nooit voorzien. Onze steun aan Israel brengt risico’s met zich mee voor veiligheid en imago van de VS en, hoe ironisch, voor de Joodse wereldgemeenschap.

Het bezielen van mensen is een essentieel onderdeel van de taken van een leider. Geen enkele Amerikaanse politieke leider heeft echter de moed gehad zijn kiezers te zeggen waar het op staat: de VS steunt een land dat door etnische zuivering is ontstaan. Een land dat door militaire agressie onwettig zijn grondgebied uitbreidde en zich staande houdt met staatsterrorisme tegen miljoenen mensen onder militaire bezetting. Dat deze mensen onwettig aanhoudt, opsluit, martelt en van zijn elementaire rechten berooft.

Om het te maken in de politiek moet men zowat alle kritiek op Israel inslikken. Dat deze het etiket “antisemitisme” krijgt is even terecht als anti-Nazi “anti-Duits” te noemen of anti-apartheid “anti-blank”. Waarom krijgt Israel een voorkeursbehandeling? Ik adviseer u komaf te maken met de hypocrisie in het Amerikaanse politieke jargon, te beginnen met het misbruik van de term “terrorisme”. Daar moet ook staatsterrorisme onder worden verstaan. Dat richt immers de meeste ellende aan, van de terreurbombardementen in de Tweede Wereldoorlog tot die in Vietnam, en nu ook in Irak, Afghanistan, en vandaag Gaza. Wij en onze Westerse bondgenoten lijken enkel oog te hebben voor het staatsterrorisme in “ontwikkelingslanden”. Waarom verhinderen wij dat van oorlogsmisdaden beschuldigde Amerikanen voor de internationale gerechtshoven worden gebracht die nota bene met onze steun zijn gesticht?

Dat wij Hamas aanmerken als terreurorganisatie is hypocriet. Welke vergelijking wij ook maken, van het Franse Verzet en het Getto van Warschau tot de ANC, Hamas is een verzetsbeweging, terwijl het met de bezetter collaborerende Fatah een treffende gelijkenis vertoont met het Franse Vichy-regime uit de Tweede Wereldoorlog. De weinig doeltreffende beschietingen van Hamas op burgerdoelen zijn het gevolg van een gebrek aan middelen om het tegen de bezetter op te nemen. Terwijl wij volop militaire steun verlenen aan het Israëlische leger blijft het Palestijns Verzet van elke steun verstoken.

De internationale gemeenschap moet dringend ingrijpen in het Israel-Palestina conflict. De ontwikkelingen in Gaza vergen een door de VS gesteunde resolutie die oproept tot de inzet van vredestroepen, gemandateerd om van Israel en Palestina een multi-etnische staat te smeden met hulp van een economisch en sociaal hulppakket type Marshallplan. Alleen al de waterbronnen in de regio vergen een gezamenlijk beheer. Onze inlichtingendiensten weten al lang dat de annexatie van de rivier de Litani in Libanon het echte motief was voor de Israëlische invallen in dat land. Zonder internationale interventie kan een onderhandelde oplossing alleen maar tot stand komen via herstel van het militair evenwicht. Dat zet Israel aan om serieus te onderhandelen. Gebrek aan militair evenwicht verlengt het gewapend conflict en leidt tot wanhoopstactieken als zelfmoordaanslagen. Het Palestijns Verzet moet worden bevoorraad met draagbare antitankwapens en luchtdoelraketten zoals de VS die leverde aan de Afghaanse Mujaheddin tegen de Sovjet bezetter. Door vandaag het Palestijns Verzet elke steun te onthouden schrijven de Arabische staten een hoofdstuk in hun geschiedenis dat zij wel eens bitter zouden kunnen betreuren.

De in Frankrijk geboren Jean-François Angevin-Romey emigreerde naar Amerika nadat zijn familie onder het etiket “terrorist” was uitgeroeid in het verzet tegen de Nazi bezetting. Hij begon zijn loopbaan in Vietnam. Kolonel Romey was buitenlandspecialist bij de Special Forces van het Amerikaanse leger, waar hij zich bezighield met asymmetrische oorlogsvoering. Hij is medestichter van Corporate Operational Strategies, een firma die zich bezighoudt met de beveiliging van internationale organisaties, treedt op als gastdocent, schrijft en neemt deel aan debatten over politiek-militaire en geopolitieke onderwerpen. Hij was onderzoeker in het Ruanda Tribunaal en nam deel aan vredesmissies in Afrika. In dienst van de VN hield hij zich bezig met de beveiliging van buitenlandse vestigingen van IMF en World Bank, speciaal die in Afghanistan, waar hij in 2006 de beveiliging opzette van het USAID programma in de zuidelijke regio’s.

Op 22 juli 2009 nam Romey deel aan een interessant debat op France24. La Libre Belgique citeert daaruit de volgende uitspraken: “Het Westen heeft geen enkel recht om in Irak te blijven. Het Iraakse verzet heeft evenveel recht tegenover een bezettingsmacht als het Franse verzet in 40-45. Het is maar normaal dat Iran het Iraakse verzet steunt, zoals de geallieerden destijds het Franse verzet steunden. De VS, die door het uitschakelen van Mossadegh een staatsgreep in Iran uitlokte, moet dat land om vergiffenis vragen voor alle ellende die daaruit voortvloeide. De burgeroorlog die op het vertrek van de VS uit Irak en Afghanistan volgt moet aan de locale bevolking worden overgelaten, zoals dat in 1945 in Frankrijk en bij het vertrek van de Fransen uit Algerije gebeurde. De problemen met de Moslimwereld kunnen maar worden opgelost door het aanknopen van normale betrekkingen met Rusland en Iran, twee staten in de regio waar men niet omheen kan. De twee staten die verantwoordelijk zijn voor het grootste aantal doden sinds het eind van de Tweede Wereldoorlog zijn de VS en het regime in Tel Aviv”.

Dat de visie van Jean-François Angevin-Romey op het Israel-Palestina conflict vandaag nog 100% actueel is blijkt wel uit het artikel "Israel: the writing on the wall" van Gilbert Achcar, hoogleraar aan de universiteit van Londen. De belangrijkste passage daarin luidt: "Over the last decades Israel has managed to antagonize a formidable range of forces that were not part of its enemy spectrum until then. It has already lost quite a few teeth in attempting to subdue Lebanon, where it faced the firm resistance spirit of Hezbollah combatants resorting to their ‘asymmetric’ advantage as guerrilla fighters in defending their land against a conventional army. The increasing levels of hatred sown in the whole Middle East by western invasions, as well as by Israeli violence, are fostering the rise of an ‘apocalyptic terrorism’ that contemplates resorting to weapons of mass destruction as another ‘asymmetric’ means of offsetting the overwhelming military superiority of its enemies. Last but certainly not least, Israel is now facing the prospect, in the short or medium term, of a nuclear-armed Iran - a development that would bring the region dangerously close to a nuclear holocaust if Israel keeps threatening to launch military strikes".

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen