Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.
Posts tonen met het label Turkije. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Turkije. Alle posts tonen
zondag 30 juni 2019
Hoe Europa in het Iran-dossier zijn ruggengraat kan tonen
Velayat 94 Military exercise
February 2016 in the Strait of Hormuz and northern Indian Ocean.
Photo:
Erfan Kouchari, Tasnim
News Agency (Wikimedia
Commons)
In
het
artikel
‘Wordt
Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband
van de VS lopen?’ van 20 mei 2019 stelden
we dat de EU haast moet maken met
zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk wil het op het
wereldtoneel de boot niet missen. En in ‘Waarom
Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken’ was de boodschap:
het wordt tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt en een eigen
veiligheidsorganisatie sticht waarin ook plaats is voor Rusland.
Beide artikelen verschenen ook op ‘De Wereld Morgen’, zie hier
en hier.
Aansluitend legden
we enkele academici de vraag voor: “Hoe
beoordeelt u de
draagwijdte van de paragrafen in het Verdrag van Lissabon over de
relatie van de Unie met de NAVO, o.a. in art. 42? Heeft de Unie zich
daarmee niet vastgeklonken aan Uncle Sam? Is een zelfstandig,
centraal aangestuurd Europees leger dan
niet
een onmogelijkheid? Voor de Britse historicus John Laughland is de
Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude
Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de
NAVO. In een opiniestuk
zegt Laughland dat Europa in feite niets kan inbrengen tegen de
Amerikaanse sancties tegen Iran.”
Heeft
de EU zich vastgeklonken aan de VS?
Jonathan Holslag (VUB) vreest dat Laughland het grotendeels bij het rechte eind heeft, en vreest nog meer dat Europa niet meer cohesie zal vertonen. Het grootste euvel is dat Europa niet meer zelfstandig kan nadenken over haar belangen, aldus Holslag. Voor Hendrik Vos (UG) moet men het belang van art. 42 niet overschatten. Als de politieke wil er is om een onafhankelijke koers te varen, dan gebeurt dat. Momenteel is de EU daarover echter verdeeld. Maar PESCO [dat als doel heeft een gezamenlijk defensievermogen te ontwikkelen en deze beschikbaar te stellen voor militaire operaties van de EU] is voor Vos wel een signaal dat er beweging komt in de richting van meer onafhankelijkheid.
Tom
Sauer (UvA) is
niet blij met de verwijzing naar de NAVO in
het Verdrag van Lissabon. De draagwijdte
daarvan is echter
beperkt: EU-acties
moeten enkel sporen met de
NAVO-verplichtingen. Wel lopen vandaag de
Amerikaanse en Europese belangen steeds
verder uit elkaar. De toekomst van de NAVO is daardoor allesbehalve
verzekerd. Europese defensie-integratie zal zich verderzetten. Op
termijn kan de
NAVO voor Europa overbodig worden,
als de VS er tevoren al
niet is uitgestapt.
Voor Sauer heeft Laughland
wel een punt: het
Europese mechanisme
om de Amerikaanse sancties tegen Iran te
omzeilen zal niet helpen. Dat toont
nogmaals de zwakte van Europa op het
wereldtoneel, en
de noodzaak voor Europa om
zich te
distantiëren van dit
Amerikaanse beleid.
Eerder
bespraken
we dit issue met David
Criekemans
(UvA), die
meent dat de
NAVO-verwijzing
in art. 42 niet meer is
dan
een toegevoegd
regeltje.
De
EU-veiligheidsgarantie
is
veel
sterker dan die van de NAVO. Voor
Criekemans, zelfverklaard
koele minnaar van de NAVO,
is
daarmee
de
alliantie
eigenlijk overbodig, maar
een uitstap
zal
niet voor
morgen zijn.
Het
ontbreekt
aan een
Europese strategische cultuur en
aan militair-logistieke
zaken. Bovendien
wil niet
elke lidstaat mee.
Geostrategisch
blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington
Op
grond van deze
verklaringen van de academici kunnen we
concluderen dat
de
NAVO-verwijzing
in art. 42 misschien niet
cruciaal is maar
toch zal kunnen
worden ingeroepen.
Geostrategisch
blijft de EU gebonden aan de NAVO en daarmee aan Washington dat in
het bondgenootschap de zaken initieert en het
laatste woord heeft. De
verdeeldheid tussen de lidstaten en
de vrees om Washington op de tenen te trappen kan
hooguit leiden tot een versterkte samenwerking tussen de Europese
legers, maar niet tot een
zelfstandig,
centraal aangestuurd Europees leger.
In
een
opgemerkt
opiniestuk
komt
Harvard-politicoloog Stephen Walt tot dezelfde conclusies. Walt
is
niet optimistisch
over de toekomst
van de EU. Het
VK vertrekt
en de VS
is
openlijk
vijandig. Herhaalde pogingen om in
internationale vraagstukken een
Europese stem te
laten horen, of
te
komen tot een
gemeenschappelijke Europese defensiemacht, hebben
gefaald.
Neem
nu “het
gebrek aan ruggengraat
in
de Europese
reactie
op de
Amerikaanse
dreiging om secundaire sancties op te leggen op
handel
met Iran”, aldus
Walt,
die
ook wijst op interne Europese problemen als de
anti-EU
populisten en
de onmacht van Brussel om eigenzinnige
nationalisten als Viktor Orban van Hongarije of de Poolse
regeringspartij ‘Recht
en Rechtvaardigheid’ tot
de orde te roepen.
Waar
Stephen
Walt
geen
blad voor de mond neemt schetst
David
Criekemans een
ingetogener
beeld. Dat
beeld vergt toch wel enkele kanttekeningen. Anders
dan “een grote olieproducent”
is de VS vandaag
energiezelfvoorzienend
en
heeft dus eigenlijk
niets
meer
te zoeken in het Midden-Oosten. Iran
kon tot regionale
grootmacht uitgroeien door de Amerikaanse oorlogen in Irak en
Afghanistan. Het Iraanse rakettenprogramma is puur defensief. Iran
wordt omsingeld door Amerikaanse
bases en tot de tanden bewapende buurlanden.
Het land defensieve wapens ontzeggen is dus misdadig. En of Iran nu
hervormingsgezind of ultraconservatief wordt bestuurd, feit is dat
het land
geen
enkele (militaire)
bedreiging
vormt voor de VS, noch voor zijn buurlanden.
De
Amerikaanse
blokkade van
Iran is een oorlogsdaad
De
Amerikaanse
blokkade van
Iran is in het internationaal recht een oorlogsdaad. Iran legt zich
daar niet bij neer. Het heeft geen
boodschap aan
Europees handengewring. Volgens
de Britse professor Paul Rogers moet de
beschadiging
van olietankers druk
zetten op de Iraanse klanten om hun olie-importen te hervatten.
Tel
daarbij de paramilitaire aanvallen op
Amerikaanse trainingskampen in Irak, de Iraanse dreiging dat het zal
reageren op de Amerikaanse uitstap uit de nucleaire
deal, en je krijgt een beeld van een land dat niet berust
maar aankondigt hoe
een asymmetrische
oorlog
er
kan
uitzien,
aldus
Rogers.
Iran
onderhandelt
niet over
de Amerikaanse belegering,
maar zal die breken, onder het motto: “Als Iran geen olie door de
Perzische Golf kan uitvoeren, zal geen enkel land dat kunnen”. Het
kan
een
serie incidenten in de Golf laten gebeuren die het gemakkelijk kan
ontkennen maar aanleiding zullen
zijn
voor internationale verzekeraars
elke
dekking
van olietransport in
het gebied op
te schorten.
Iran
kan eenvoudig
enkele
olietankers tot zinken brengen
om de Straat van Hormuz af te sluiten.
Volgens
Goldman Sachs kan
dat de olieprijs opdrijven naar
$1000 per vat, desastreus
voor
de wereldeconomie.
Slaapwandelen
we naar
een soennitisch-sjiitische confrontatie?
Criekemans
vreest dat we naar een soennitisch-sjiitische confrontatie
slaapwandelen
en
dat de internationale gemeenschap daar niets aan kan veranderen.
Maar
sektarisme is niet de belangrijkste oorzaak van de problemen
in het Midden-Oosten. Volgens
de
Amerikaanse
professor
Juan Cole is het
de
geopolitieke context die
conflicten
een
sektarisch tintje geeft, niet andersom.
Slaapwandelen
naar een
oorlog VS-Iran is
wél
te bestrijden: na
China moeten Iran’s belangrijkste klanten India, Turkije, Japan
en EU-lidstaten
Italië, Spanje, Frankrijk en Griekenland ruggengraat
tonen, de Amerikaanse dreiging negeren, hun olie-importen uit Iran
hervatten en de VS laten zien hoe het zonder gezichtverlies kan
loskomen uit de hoek waarin het zichzelf heeft gemanoeuvreerd. De VS
zal het wel uit zijn hoofd laten al deze afnemers sancties op te
leggen. Het alternatief is de gevolgen ondergaan van een uit de hand
lopend militair conflict dat niet enkel het Midden-Oosten in vuur en
vlam zet, maar China en Rusland in de strijd kan betrekken en daarmee
mondiale proporties krijgen.
Ruggengraat loont.
vrijdag 10 mei 2019
Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?
Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)
In een recent artikel dat ook op De Wereld Morgen verscheen stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.
Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.
In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.
Verdeeldheid over buitenlands beleid
Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.
Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.
Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.
Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.
Gebrek aan militaire capaciteiten
Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.
Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.
NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.
Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?
De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem “wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.
Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.
Intussen staat de wereld niet stil
De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.
Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.
Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.
Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.
Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?
De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.
Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.
Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?
Dit
artikel verscheen eerder op De
Wereld Morgen
zondag 4 november 2018
Kanttekeningen bij de toestand in de wereld volgens David Criekemans
Relatives of the Palestinian Jabir Abu Mustafa, 40, who was killed at the Israel–Gaza border during protests, mourn during his funeral in Khan Yunis on May 12, 2018.
Photo: Ibraheem Abu Mustafa / Reuters
De nood aan een Europees buitenlands beleid en defensie. De oorlog in Syrië. Het optreden van Rusland in het Midden-Oosten. Turkije dat de banden aanhaalt met Rusland en China. De rivaliteit tussen het olierijke Saoedi-Arabië en aardgaslanden Iran en Qatar. Het mondialiserende terrorisme. De verslechterende relatie tussen Rusland en het belang van een Europese Ostpolitik. De race tussen China en de VS. Van een VS ‘leading from behind’ naar Amerikaans isolationisme. Vlaams en Belgisch buitenlands beleid, een nieuwe kans voor de Benelux en toekomstscenario’s voor Europa.
Dat zijn de kernthema’s die aan de orde komen in het boek ‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ van David Criekemans (Universiteit Antwerpen). Onder de titel “Dreigt Europa een geopolitiek schiereiland te worden?” publiceerde de auteur een voorbeschouwing in Clingendael Spectator. In zijn boek herpubliceert hij per thema zijn opiniestukken uit de jaren 2011-2018, telkens voorafgegaan door een inleiding en afgesloten door een conclusie met blik op de toekomst.
Zij die de kwaliteitsmedia volgen kennen de auteur als iemand die zijn kijk op het wereldgebeuren helder en goed onderbouwd naar voren brengt. Diezelfde kwaliteit vindt men terug in zijn boek. Interessant zijn de kanttekeningen bij het opkomend populisme en de onderontwikkelde sociale dimensie van de Europese integratie. De NAVO krijgt een veeg uit de pan met “grabbelton voor ad-hoc coalitions of the willing” en de VS met “de Amerikaanse hegemoon trapt wild om zich heen”.
Het onderwerp ‘Hoe de relatie tussen Rusland en Europa heropstarten’ (p. 176 e.v.) verdient bijzondere aandacht. President Trump mag dan voorstander zijn van een reset van de relaties met Rusland, hij krijgt daar van het Congres geen ruimte voor. Europa kan hier het voortouw nemen. Partijen moet niet met getrokken messen tegenover elkaar staan, aldus de auteur. Criekemans waarschuwt voor blijvende verschillen, maar vooral op essentiële issues waar de belangen parallel lopen, met name energie-, economische en ecologische veiligheid. Vertrouwenwekkende maatregelen en culturele diplomatie kunnen partijen op één lijn krijgen, aldus de auteur.
De opmerkingen van Criekemans over onze geïnternationaliseerde samenleving dicht bij huis zijn raak. Gemeenschappen moeten elkaar ontmoeten. Isoleren leidt tot radicalisering. Anders dan het geitenwollensokkengehalte dat de auteur vreest bij deze uitspraken is zijn pleidooi reëel. Waar sommigen het karikatuur hanteren dat de grenzen wagenwijd openstaan is de werkelijkheid dat ook hier regels gelden voor migratie en asiel. Wie aan die regels voldoet moet de kans krijgen om via onderwijs, werk, huisvesting en inburgering vlot te integreren.
Op sommige punten zijn ook kanttekeningen te maken. De periode die het boek bespreekt begint halverwege Obama-1. Al vroeg in zijn presidentschap was Obama’s boodschap in zijn Cairo-toespraak: “De Palestijnse bevolking moet dagelijks vernederingen ondergaan. Hun situatie is ontoelaatbaar”. In Arabische landen groeit de woede over het onrecht dat hun Palestijnse broeders en zusters moeten ondergaan. Die houding treft men ook aan bij de moslimbevolking elders in de wereld. Dat dit gegeven een effect heeft op het jihadisme hoeft geen betoog. Criekemans verzuimt dit vraagstuk in zijn paragrafen over het Midden-Oosten te vermelden.
In §I.14 stelt Criekemans de verwijdering tussen de VS en Europa aan de orde en suggereert een Europese defensie. Wat hij verzuimt te vermelden is dat Europa zich in het Verdrag van Lissabon heeft vastgeklonken aan de NAVO en daarmee aan de VS. De Unie is juridisch helemaal niet in staat een eigen defensie te ontwikkelen. De essentiële paragrafen luiden:
“Het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid is een integrerend deel van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid...”
“Het beleid van de Unie … laat het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten onverlet, eerbiedigt de uit het Noord-Atlantisch Verdrag voortvloeiende verplichtingen van bepaalde lidstaten die van oordeel zijn dat hun gemeenschappelijke defensie gestalte krijgt in de Noord-Atlantische Verdragsorganisatie, en is verenigbaar met het in dat kader vastgestelde gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”.
In een opgemerkt opiniestuk zegt de Britse historicus John Laughland zelfs dat Europa helemaal niet in staat is zich te verweren tegen Amerikaanse sancties tegen Iran en als Unie internationaal voor gek staat. Hoe wil de EU dan een uniforme eigen buitenlandse politiek voeren? Om dat mogelijk te maken moet het verdrag van Lissabon op de schop. Gegeven de opstelling van sommige Oost-Europese EU-leden is elke heronderhandeling gedoemd te mislukken. Voor Laughland is de Europese integratie een door de VS gesteund project tegen de Koude Oorlog, ideologisch en institutioneel onlosmakelijk verbonden met de NAVO.
Wie pleit voor een Europees leger moet net als Tom Sauer het voortbestaan van de NAVO na de val van de muur en de ontmanteling van het Warschaupact aan de orde stellen. En wie het Belgisch buitenlands beleid aan de orde stelt moet vragen stellen over de kernwapens in Kleine Brogel, de Belgische weigering om het VN-kernwapenverbod te tekenen, en de Belgische beslissing om als lid van een verdedigingsorganisatie een aanvalswapen als de F-35 aan te schaffen, dat dan ook nog eens kernbommen kan afgooien.
En wie spreekt over een EU met een eigen buitenlands beleid en leger spreekt over een kern-Europa van slechts enkele leden. Op grond van een recent artikel in het centrale orgaan van de Duitse SPD over de lopende grootscheepse NAVO-oefening “Trident Juncture” is de conclusie gerechtvaardigd dat Duitsland nog niet klaar is voor een Europees “gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid”.
‘Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie’ is een lezenswaardig boek voor hen die behoefte hebben aan duiding over de huidige uiterst verwarrende internationale politiek zoals die via de media op ons afkomt. De lezer beseffe zich wel dat het boek geen volledig beeld geeft van de toestand in de wereld van vandaag en hij/zij dus best zelf ook nog elders verduidelijking zoekt.
Geopolitieke kanttekeningen 2011-2018, en daarna. Een wereld in volle geopolitieke transitie, door David Criekemans, uitgegeven bij de Gompel&Svacina, 305 blzn. ISBN: 978-94-6371-076-3.
David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg (Nederland) en geopolitiek aan het Geneva Institute of Geopolitical Studies.
Labels:
België,
China,
Duitsland,
EU,
Europa,
Israel,
Israel-Palestina conflict,
NAVO,
Qatar,
Rusland,
Saudi Arabië,
Syrië,
Turkije,
VS,
VS-Israel relatie
Abonneren op:
Posts (Atom)