Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen

donderdag 8 augustus 2019

De vastgelopen Europese integratie


Deel 2: de weg uit de impasse.



Europa ten tijde van Karel de Grote in 814 (foto: Szajci, Wikimedia Commons)



Van verticale Europese integratie is maar weinig sprake geweest. Zonder Britse bijdrage krijgen de Europese financiële transfers het moeilijk. De EU kan de voortvarend aangetrokken lidstaten nog moeilijk in het gareel krijgen. Duitsland, Frankrijk en de Benelux zouden de transfers kunnen stopzetten om een betere Unie te ontwikkelen op het gebied van het vroegere Karolingische Rijk. Een nieuwe economische crisis stelt de Unie voor de harde keus: integratie of uiteenvallen.

Het Juridisch Woordenboek zegt over Europese integratie: “eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire integratie”. Precies daar wringt het Europese schoentje. In de praktijk heeft Europese integratie betekend: het uitbreiden van de EU met nieuwe leden, te vergelijken met ondernemingen die geen autonome groei meer kennen en hun slagkracht op de wereldmarkt vergroten door overnames. Wat we de afgelopen tientallen jaren van het Europese project hebben gezien is hooguit horizontale integratie. Van verticale integratie, het laten toenemen van beleidsdomeinen die de lidstaten aan de Unie toevertrouwen, is maar weinig sprake geweest.

Vandaag zijn enkel douane, buitenlandse handel, monetair beleid en mededinging volledig Europese bevoegdheden. Belangrijke beleidsdomeinen als financiën, begroting, belastingen, sociale zekerheid, economie, landbouw, visserij, energie, milieu, vervoer, justitie, buitenlandse betrekkingen, defensie, en asiel- en migratiebeleid vallen daarbuiten. Daar komt het gebrek aan uniformiteit onder de lidstaten nog bij. Sommigen hebben een opt-out, anderen zijn maar deels aan de Europese regelgeving gebonden. Van een Europese minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale beleid bepaalt zoals de Franse president Macron nastreeft lijkt niet veel in huis te komen.

Economisch zwakke lidstaten hebben de Europese integratie in de weg gestaan

De kernlidstaten deden hun voordeel bij de gemeenschappelijke markt door de toegang tot nieuwe opkomende markten in de periferie. Omgekeerd heeft de komst van economisch zwakkere lidstaten - die zoals Spanje en Griekenland zelfs tot de eurozone konden toetreden - de verdere Europese integratie in de weg gestaan. Dankzij de open grenzen tussen arme en rijke landen kwam de economische migratie op gang, een fenomeen dat bijdroeg aan de anti-EU stemming en specifiek de Brexitbeweging. Tegelijk moest de elite toezien hoe de EU zich ontwikkelde tot een lappendeken van landen in zeer verschillende ontwikkelingsstadia die de EU opsplitste in permanente donoren en permanente ontvangers van Europees geld.

West-Europese staten krijgen het steeds moeilijker met het vooruitzicht om tot in het oneindige lidstaten te moeten subsidiëren die als blijk van dank economische migranten op hun dak sturen. Eurosceptische partijen blijven dan in de minderheid, traditionele partijen nemen al delen van hun gedachtegoed over, zoals een rem op de migrantenstroom en inperking van het Europees fonds voor aanpassing aan de globalisering. Nu Brexit een einde maakt aan de Britse bijdrage aan het EU-budget kunnen de gevolgen voor de Europese vrijgevigheid niet uitblijven.

De aanspraak op herstelbetalingen wijst op wanhoop bij sommige lidstaten

Zo’n ontwikkeling zet niet enkel druk op pro-Europese sentimenten, maar stimuleert ook landen als Griekenland en Polen hun aanspraak op herstelbetalingen van Duitsland in de verf te zetten. Dit wijst op een gevoel van wanhoop en twijfel bij sommige landen over het EU-lidmaatschap. Zo ontstaat een beweging om de EU-kern te versterken, zelfs als dat ten koste gaat van de banden met de armere EU-landen.

De ontstaansgeschiedenis van de VS kan model staan voor economische en politieke integratie. In Amerika kon die maar succesvol worden afgerond dankzij een stappenplan: eerst verticaal integreren, dan horizontaal. De Amerikaanse grondwet bond slechts de oorspronkelijke 13 staten die hun soevereiniteit overdroegen aan de federale overheid. Staten die zich wilden aansluiten moesten de grondwet onderschrijven.

Verticale integratie gaat voor op horizontale integratie

In het geval van de EU werden eerst zoveel mogelijk lidstaten bij elkaar geharkt en pas daarna kwamen de zwakke pogingen om iedereen in het gareel te krijgen. Dat is een wel heel moeilijk oefening. De EU kampt met een lage verticale integratie en een groot aantal leden van totaal verschillende bevolkingsomvang en economische ontwikkeling, om maar te zwijgen over het Toren van Babel effect van verschillende talen en culturen die allemaal mogen mee-eten uit de Europese ruif.

Voortgaande Europese integratie vergt de overdracht van nationale soevereiniteit aan Europese instellingen die niet enkel individuele rechten moeten garanderen, maar tegelijk het overwicht van bestaande EU-lidstaten consolideren. Vandaag kan geen Europese leider of groep leiders zoiets tot stand brengen. Zo’n boppeslach lukt enkel met een kleine groep lidstaten die onderling al een zekere mate van verticale integratie hebben bereikt.

Kernlanden als Duitsland en Frankrijk, mogelijk aangevuld met de Benelux, zouden als groep kunnen stoppen met de financiële transfers aan de minder ontwikkelde lidstaten, om een betere Unie te ontwikkelen. Het idee van een Europa met twee snelheden wint aan populariteit. De kern zou kunnen bestaan uit landen gelegen in het gebied dat meer dan duizend jaar geleden het Karolingische Rijk uitmaakte. Net als in de VS in de 19e eeuw moeten lidstaten buiten de kern hun lidmaatschap in de kern verdienen door zich volledig neer te leggen bij de politieke instellingen van de kern.

Een nieuwe Grote Depressie kan de oude machtshonger oproepen

Vandaag ligt noch de implosie van de EU noch verdere integratie in een al of niet afgeslankte vorm voor de hand. Zoals steeds ploetert het Europese project dapper voort met vaak geïmproviseerd beleid. Maar een crisis in de vorm en opvang van de Grote Depressie van de jaren 1930 kan niet worden bestreden met halve maatregelen. Zo’n crisis stelt de Unie voor een harde keus: integratie, desnoods in afgeslankte vorm, of uiteenvallen in losse staten met het risico van gewapend conflict, onderling of met de grootmachten.

Europese leiders zullen zich wel herinneren hoe hun land als koloniale mogendheid heerste over een groot deel van de wereld. Staan zij ooit voor de keuze tussen integratie of uiteenvallen, dan kan de oude machtshonger de doorslag geven, met alle ellende van dien.

De vastgelopen Europese integratie


Deel 1: integratie is geopolitiek van levensbelang.

The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017.
Photo: Huawei Gallery
 

De grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex overwinnen en focussen op een Euraziatisch bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat rond Russische dreiging staat integratie in de weg.

In zijn artikel Be Afraid of the World, Be Very Afraid’ somt de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien nooit opgelost raken. In Bad Thing #3, The End of the European Union, toont hij zich niet optimistisch over het Europese project. Dat de pogingen tot een uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese reactie op de Amerikaanse indirecte sancties. Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude gemeenschappelijke markt, aldus Walt.

In twee delen gaan wij in op de problematiek die Walt aansnijdt. Vandaag belichten we de geopolitieke aspecten van de Europese integratie. In deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we vast dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we de meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa met twee snelheden.

De kolossale uitdagingen waar de Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap. De nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar vooral de staatshoofden en regeringsleiders die zich in het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar al te graag achter ‘Brussel’ verschuilen.

De grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten

De EU mag dan een economische reus zijn, het is maar de vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke wereldspeler in een multipolaire wereld of satelliet blijft van de VS. Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen op het wereldtoneel hun zegje doen, maar individueel kunnen zij het niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland. Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot grote mogendheid maakte, maar vandaag kunnen zij zo’n status enkel herwinnen door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.

Afgezien van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en politieke weefsel, komt de grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat Washington Europa ooit zou kunnen zien als tegenstrever, ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.

Vier decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben de Amerikaanse middenklasse ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten. Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa, Japan en Korea werden stevig aangepakt.

De harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres

Vandaag staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die maatregelen worden wel gedragen door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij bureaucraten afkomstig uit de regering-Obama.

Het succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van Duitsland. De steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om over de psychologische drempel te stappen om daar tegen in te gaan. Zelfs Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse militair-industrieel complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland optimaliseren.

Focus eerder op Euraziatisch dan trans-Atlantisch bondgenootschap

Voor Europa betekent dat om eerder te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een trans-Atlantisch. De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor Amerikaanse digitale kolonisatie. Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2 project met Franse steun door.

De VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig politici die echt in zo’n dreiging geloven. De Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes. Het Europese debat rond de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg staan.

Het dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.

woensdag 16 januari 2019

Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (3)



Bij de overgang van 2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het derde deel:

Deel 3 – Rusland laat zich niet intimideren

President Putin with world leaders at the Victory Day Commemoration in Moscow, May 9, 2015.


Hoe Rusland internationale problemen aanpakt

Men kan de betrokkenheid van Rusland in Syrië niet duiden als een militaire interventie Amerikaanse stijl. Rusland is in Syrië op uitdrukkelijke uitnodiging van de legitieme regering van soeverein Syrië. In een interview op 31 oktober 2016 op de Russische televisie maakte president Poetin het doel van de tussenkomst duidelijk: “stabiliseren van de legitieme Syrische overheid en de voorwaarden scheppen voor een politiek compromis”. Geen inval dus met overdadig geweld, maar de inzet van een bescheiden troepenmacht waarmee de Russen de druk op het Noordelijk front wisten te verlichten zodat de Syrische troepen een tegenoffensief konden inzetten. De Syrische bevolking bepaalt hoe hun overheid er uit ziet, niet het buitenland.

Vergelijk dat met de Amerikaanse Global War on Terror sinds 2001. Het “geallieerde” geweld van “vreemdelingen in de regio” lokte enkel meer gewapend verzet uit. De machthebbers in Washington kunnen dat maar niet inzien. Blijven de resultaten uit, dan voeren ze hun gewelddadig optreden op, laten conflicten escaleren of “bevriezen”. In een land als Afghanistan is de VS al langer bezig dan destijds de Sovjets. Moet men daaruit niet concluderen dat de Amerikaanse leiders nog incompetenter zijn dan de gerontocraten destijds in de stagnerende Sovjet-Unie?

Maar ook onze dappere Lage Landen zetten stug door. Zo werkt een Belgisch multisensordetachement van het Bataljon Jagers te Paard rond de internationale luchthaven van Mazar-e-Sharif (Noord-Afghanistan). Andere Belgen zitten in Kaboel. En als we VRT-nieuws mogen geloven wil Defensie de Belgische aanwezigheid nog opvoeren. En Nederland verstevigt met 145 militairen de Afghaanse politie en het leger. Allemaal ter ondersteuning van een corrupt en verdeeld regime dat het land maar niet op orde krijgt.

Het Nederlandse weekblad Elsevier wijst op de noodzaak van een politieke oplossing, maar begrijpt niet dat de “twintig- tot veertigduizend” man sterke Taliban weigert te praten terwijl ze onder vuur liggen van 150.000 Amerikaanse en tienduizenden “geallieerde” militairen. Het blad ziet in een achterhaalde uitspraak van Zbigniew Brzezinski het beste pleidooi voor aanwezigheid van “de internationale gemeenschap” in Afghanistan. Meer van hetzelfde dus, terwijl NRC meent dat missies naar welk buitenland dan ook niet meer verantwoord zijn.

Fake News

Grote spelers in de massamedia, maar ook Ngo's en mensenrechtenorganisaties, worden door menig lezer/kijker gezien als instrument van de elite. Kritische geesten halen hun informatie bij alternatieve nieuwswebsites en YouTube. Vandaag kost het niet veel om een blog of YouTubekanaal op te zetten. Zo’n alternatief medium dat open staat voor miljoenen kijkers kan heel effectief zijn om de boodschap van de massamedia door te prikken. Vandaar dat steeds meer van die alternatieve media worden afgeschilderd als fake news of Russische propaganda. De Westerse elite verliest zijn greep op wat het publiek wordt voorgeschoteld. Wat zij niet onder controle kunnen krijgen wordt dus gedemoniseerd.

De “dreiging” van Rusland

In zijn state of the union verklaarde president Poetin dat de militaire afschrikking van de VS voorbijgestreefd is. Die is gebaseerd op een overwicht in luchtstrijdkrachten, langeafstandsraketten, vliegdekschepen, antiraketsystemen en meer dan 800 militaire basissen over de hele wereld. Syrië is de Russische 'ultieme proeftuin' geworden voor hypermoderne luchtafweerinstallaties en systemen voor elektronische oorlogsvoering.

Russische gevechtsvliegtuigen zijn sterke rivalen. Amerikaanse piloten boven Syrië kiezen blijkbaar het hazenpas als ze Russische Su-35S gevechtsvliegtuigen in het vizier krijgen. Met het hypersonische Kinzhal raketsysteem dat immuun is voor afweer kan de hele Amerikaanse vloot uit het water worden geschoten. De nieuwe Russische wapensystemen kunnen geen Amerikaanse aanval voorkomen, maar vertegenwoordigen wel geduchte vergeldingsmogelijkheden. Vandaag kan Rusland elk Amerikaans doelwit waar ook ter wereld uitschakelen.

De Amerikaanse planners zitten met de handen in het haar. De supermogendheid heeft een achterstand van tenminste tien jaar op de bewapening van een land met een tien maal kleiner defensiebudget. De rampzalige torpedobootjager Zumwalt, het peperdure F-35 stealth gevechtsvliegtuig waar ook België voor heeft gekozen, de USS Gerald Ford, het grootste en meest geavanceerde Amerikaanse vliegdekschip ooit, met een prijskaartje van €11 miljard, het zijn allemaal stuitende voorbeelden van de verspilling van belastinggeld in achterhaalde wapensystemen.
...

dinsdag 12 juni 2018

F-35: Amerikaans exportsucces, of $1 biljoen verslindende mislukking?



U.S. Air Force F-35A Lightning II Joint Strike Fighters from the 58th Fighter Squadron, 33rd Fighter Wing, Eglin AFB, Fla. perform an aerial refueling mission with a KC-135 Stratotanker from the 336th Air Refueling Squadron from March ARB, Calif., May 14th, 2013 off the coast of Northwest Florida.

Volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes wordt de verkoop van de F-35 één  ​​van Amerika's grootste exportsuccessen. Naast de “partnerlanden” die participeren in de ontwikkeling hebben ook Israel, Japan en Zuid-Korea het toestel besteld. België, Finland, Duitsland, Singapore, Spanje, Zwitserland en de UAE zullen binnenkort volgen. Het toestel is gewoon een must voor elk land dat in coalitie met de VS wil opereren. Geen enkel ander toestel is zo onkwetsbaar, veelzijdig, economisch en zo naadloos passend bij de Amerikaanse luchtmacht, zo juicht Forbes.

In ons land ontaardde het F-35-debat in een moddergevecht. De essentie kwam echter niet aan bod: passen gevechtsvliegtuigen wel in een modern defensiebeleid? Tegen welke vijand moeten we die inzetten? Hoe verhouden zich de aantallen operationele gevechtsvliegtuigen in Oost en West? Moet Europa niet veel meer inzetten op drones, cyberdefensie, en andere verdedigingswapens, om maar niet te spreken van diplomatie en een stop op het sponsoren van terreurgroepen? En als het al gevechtsvliegtuigen moeten zijn, waarom moeten die aanvalstaken zoals het afgooien van kernwapens kunnen uitvoeren?

Blijkbaar hoort buurland Nederland tot de “partnerlanden” die al vroeg in het F-35 project stapten. De immer kostenbewuste Nederlanders schroomden niet om druk uit te oefenen om het “goede voorbeeld” te volgen. Intussen wijzen de specificaties waaraan het nieuwe gevechtsvliegtuig moet voldoen in het Belgian Defence Air Combat Capability Program regelrecht richting F-35. De Nederlandse luchtmachtgeneraal Alexander Schnitger vergeleek ooit de veelzijdigheid van de F-35 met die van een Zwitsers zakmes. Maar volgens Lex van Gunsteren, emeritus-hoogleraar van de Nederlandse Technische Universiteit Delft (TUD), is dat bezijden de werkelijkheid.

In Quality in Design and Execution of Engineering Practice, een boek dat hij samen met Jonathan Barzilai en Ruud Binnekamp schreef, wijst Van Gunsteren (p. 29-32) op de veelzijdigheidsvalkuil, het gevaar van te grote veelzijdigheid binnen één productconcept. De auteur geeft als voorbeeld de F-35. Omwille van het belang voor het lopende F-35 debat laten we hieronder een samenvatting van dat deel volgen.

De ​​ veelzijdigheidsvalkuil

Kwaliteit is geschiktheid voor het doel. Maar voor welk doel? Soms is het doel onduidelijk of dubbelzinnig geformuleerd omdat kopers tegenstrijdige doelen in hun hoofd hebben. Deze lieden lopen in wat we de veelzijdigheidsvalkuil kunnen noemen. Een adequaat technisch ontwerp is dan onmogelijk. Het inbouwen van overbodige toeters en bellen leidt tot enorme geldverspilling, zoals in het F-35 project.

Als technisch ontwerp is het $1 biljoen verslindende F-35-project een totale mislukking. Het ontwerp verliest de meest essentiële ontwerpbeperking uit het oog: gewicht. Het gewicht van een vliegtuig moet worden gedragen door de lift van zijn vleugels.

De JSF moet (1) ondersteuning aan grondtroepen kunnen geven, (2) luchtgevechten voeren, en (3) langeafstandsbombardementen uitvoeren. De eerste twee missies vereisen een manoeuvreerbaarheid die de JSF niet kan leveren vanwege de ongunstige lift/gewichtsverhouding. Met die drie missies moet de F-35 vier groepen belanghebbenden kunnen dienen:

(1) de luchtmacht, die het zoekt in luchtgevechten en bombardementen,

(2) de marine, die moet kunnen opstijgen en landen op een vliegdekschip,

(3) het Korps Mariniers, dat infanterie-ondersteuning vraagt, en

(4) lieden die werkzekerheid zoeken.

Zo’n cocktail aan missies en belangengroepen leidt tot twaalf verschillende opdrachten. De veelzijdigheidsvalkuil ten voeten uit: een vliegtuig dat het 2008-RAND-rapport ‘zowat nutteloos’ noemt, omdat het ‘niet kan wenden, niet kan klimmen, niet kan versnellen’. Pierre Sprey, die mee instond voor het ontwerp van de A10 en F16, zei in 2008 al: “De F35 is een flop. Hij is te zwaar en heeft te weinig vermogen, een serieuze stap terug in de stuwkracht/gewichtsverhouding voor een nieuwe jager.

De A en B varianten hebben een vleugelbelasting van 108 lb per vierkante voet en zijn daarmee minder wendbaar dan de uiterst kwetsbare F-105 die boven Noord-Vietnam werd afgemaakt. Het laadvermogen is slechts twee 2000 lb bommen. Met meer bommen verliest de F-35 zijn stealth-eigenschappen. Voor luchtsteun is de F-35 te snel om de tactische doelen te zien waarop het schiet. Het toestel is te kwetsbaar voor grondbrand. Het is niet in staat om lang te blijven rondhangen bij grondtroepen.

Een stealth vliegtuig is, afhankelijk van het type radar en de detectiehoek, wel degelijk zichbaar op radar. De uiterst complexe elektronica om luchtdoelen aan te vallen gaat uit van ultra-langeafstandsradar ondersteund luchtgevecht, wat in de werkelijkheid meestal niet opgaat.

Nog volgens Sprey zal uit kostenoverwegingen bezuinigd worden op trainingsvluchten tot slechts 10 uur per piloot, een derde van wat na de Vietnam-oorlog werd beschouwd als het absolute minimum om simulatortraining aan te vullen. Oorlogservaring leert dat de piloot veel belangrijker is dan het vliegtuig. Volgens Sprey is een goede piloot in een inferieur vliegtuig veel waardevoller dan een fenomenaal vliegtuig met een slechte piloot.

Waarom gaat men door met de ontwikkeling van een ​peperduur maar ‘zowat nutteloos’ vliegtuig dat twee van de drie missies waarvoor het bedoeld is niet kan waarmaken? Ik zie drie redenen waarom de besluitvormers doof lijken voor de waarschuwingen van doorgewinterde ontwerpingenieurs:

1. Een vliegtuig dat alle denkbare missies van alle belanghebbenden kan vervullen is buitengewoon aantrekkelijk. Voor niet-technisch onderlegde mensen is het niet evident dat zoiets onhaalbaar is.

2. Het begrip ‘verdoken kosten’ is moeilijk te aanvaarden, vooral voor mensen die het project aanvankelijk hebben goedgekeurd. Een project opgeven waarin aanzienlijk is geïnvesteerd is o zo moeilijk. Dat geldt in het bedrijfsleven, en de politiek zal het op dat vlak wel niet beter doen.

3. Te veel mensen hebben een persoonlijk belang bij de voortzetting van het project. Naar verluidt heeft Lockheed Martin, die het leeuwenaandeel van de productie voor zijn rekening neemt, zo’n $150 miljoen uitgegeven aan lobbyen en $20 miljoen aan budget (earmarks) terugontvangen. Dat is veel geld om stemmen en ondersteuning te kopen, naast de steun die het project al geniet van degenen wier baan op het spel staat.

Hoe vermijdt men de veelzijdigheidsvalkuil? Door opdrachtgevers duidelijk te maken dat wat men eist gewoon onmogelijk is. Men moet geen compromissen sluiten tussen tegenstrijdige doelen, maar in het pakket schrappen. Men moet de moed opbrengen om superieuren deze lastige boodschap te brengen als onderdeel van de beroepsethiek, net als een arts die een patiënt moet vertellen dat hij terminaal ziek is.

Het Federaal Parlement staat op het punt groen licht te geven aan een €15 miljard verslindend nutteloos project. De argumentatie van professor Van Gunsteren moet tevoren minstens in de commissie Defensie aan de orde komen. Dat levert misschien meer op dan de druppelsgewijze onthulling van echte of nepmails door de oppositie. Het is onbegrijpelijk dat de s.pa over de visie van professor Van Gunsteren wel heeft gepubliceerd, maar daar blijkbaar verder niets mee heeft gedaan.

Dat NV-A en Open VLD gewonnen zijn voor de F-35 staat vast, bij CD&V moest ex-defensieminister Pieter De Crem, die naar verluidt NAVO-ambities koestert, blijkbaar recent nog een duit in het zakje doen. De oppositie moet dus zijn pijlen richten op de CD&V.