Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Nederland. Alle posts tonen
donderdag 8 augustus 2019
De vastgelopen Europese integratie
Deel 2: de weg uit de impasse.
Europa ten tijde van Karel de Grote in 814 (foto: Szajci, Wikimedia Commons)
Van
verticale Europese integratie is maar
weinig
sprake geweest. Zonder
Britse bijdrage krijgen
de
Europese
financiële
transfers het
moeilijk.
De
EU kan
de voortvarend
aangetrokken
lidstaten nog moeilijk
in
het gareel krijgen. Duitsland,
Frankrijk
en
de
Benelux zouden de
transfers kunnen stopzetten om
een betere Unie te ontwikkelen op
het gebied van het vroegere
Karolingische Rijk.
Een
nieuwe economische
crisis
stelt de Unie voor de
harde keus: integratie of uiteenvallen.
Het
Juridisch
Woordenboek
zegt
over
Europese integratie:
“eenmaking van Europa door politieke, economische en militaire
integratie”. Precies
daar wringt het Europese schoentje. In
de praktijk heeft Europese
integratie betekend:
het uitbreiden van de
EU
met nieuwe leden, te
vergelijken met ondernemingen
die
geen autonome groei meer
kennen
en
hun
slagkracht op de wereldmarkt vergroten door overnames. Wat
we
de
afgelopen tientallen jaren van
het Europese project hebben gezien
is
hooguit horizontale integratie. Van verticale integratie, het
laten toenemen van beleidsdomeinen die de
lidstaten
aan de Unie toevertrouwen, is
maar weinig sprake geweest.
Vandaag
zijn enkel
douane,
buitenlandse
handel,
monetair beleid en
mededinging
volledig
Europese bevoegdheden. Belangrijke beleidsdomeinen als financiën,
begroting, belastingen, sociale zekerheid, economie, landbouw,
visserij, energie, milieu, vervoer, justitie, buitenlandse
betrekkingen, defensie, en asiel- en migratiebeleid vallen
daarbuiten. Daar komt het gebrek aan uniformiteit onder de lidstaten
nog bij. Sommigen
hebben
een
opt-out, anderen
zijn maar
deels
aan
de Europese regelgeving gebonden. Van
een Europese
minister van financiën die in de eurozone het begrotings- en fiscale
beleid bepaalt zoals
de Franse
president Macron nastreeft
lijkt
niet
veel in huis te
komen.
Economisch
zwakke lidstaten hebben de Europese integratie in de weg gestaan
De
kernlidstaten deden hun voordeel bij de gemeenschappelijke
markt door de toegang tot nieuwe
opkomende markten in de periferie. Omgekeerd heeft
de komst van economisch zwakkere lidstaten - die zoals Spanje en
Griekenland zelfs tot de eurozone konden toetreden - de verdere
Europese integratie in de weg gestaan. Dankzij de open grenzen tussen
arme en rijke landen kwam de economische
migratie op gang, een fenomeen dat bijdroeg aan de anti-EU
stemming en specifiek de Brexitbeweging. Tegelijk moest de elite
toezien hoe de EU zich ontwikkelde tot een lappendeken van landen in
zeer verschillende ontwikkelingsstadia die de EU opsplitste in
permanente donoren en permanente ontvangers van Europees geld.
West-Europese
staten krijgen het steeds moeilijker met het vooruitzicht om tot in
het oneindige lidstaten te moeten subsidiëren die als blijk van dank
economische migranten op hun dak sturen. Eurosceptische partijen
blijven dan in de minderheid, traditionele partijen nemen al delen
van hun gedachtegoed over, zoals een rem op de migrantenstroom en
inperking van het Europees fonds voor aanpassing aan de
globalisering. Nu Brexit een einde maakt aan de Britse bijdrage aan
het EU-budget kunnen de gevolgen voor de Europese vrijgevigheid niet
uitblijven.
De
aanspraak op herstelbetalingen wijst op wanhoop bij sommige lidstaten
Zo’n
ontwikkeling zet niet enkel druk op pro-Europese sentimenten, maar
stimuleert ook landen als Griekenland en Polen hun aanspraak op
herstelbetalingen
van Duitsland in de verf te zetten. Dit wijst op een gevoel van
wanhoop en twijfel bij sommige landen over het EU-lidmaatschap. Zo
ontstaat een beweging om de EU-kern te versterken, zelfs als dat ten
koste gaat van de banden met de armere EU-landen.
De
ontstaansgeschiedenis
van de VS kan model staan voor economische en politieke
integratie. In Amerika kon die maar succesvol worden afgerond dankzij
een stappenplan: eerst verticaal integreren, dan horizontaal. De
Amerikaanse grondwet bond slechts de oorspronkelijke 13 staten die
hun soevereiniteit overdroegen aan de federale overheid. Staten die
zich wilden aansluiten moesten de grondwet onderschrijven.
Verticale
integratie gaat voor op horizontale integratie
In
het geval van de EU werden eerst zoveel mogelijk lidstaten bij elkaar
geharkt en pas daarna kwamen de zwakke pogingen om iedereen in het
gareel te krijgen. Dat is een wel heel moeilijk oefening. De EU kampt
met een lage verticale integratie en een groot aantal leden van
totaal verschillende bevolkingsomvang en economische ontwikkeling, om
maar te zwijgen over het Toren van Babel effect van verschillende
talen en culturen die allemaal mogen mee-eten uit de Europese ruif.
Voortgaande
Europese integratie vergt de overdracht van nationale soevereiniteit
aan Europese instellingen die niet enkel individuele rechten moeten
garanderen, maar
tegelijk
het overwicht van bestaande EU-lidstaten consolideren. Vandaag
kan geen Europese leider of groep leiders zoiets tot stand brengen.
Zo’n boppeslach
lukt enkel met een kleine groep lidstaten die onderling al een zekere
mate van verticale integratie hebben bereikt.
Kernlanden
als Duitsland en Frankrijk, mogelijk aangevuld met de Benelux, zouden
als groep kunnen stoppen met de financiële transfers aan de minder
ontwikkelde lidstaten, om een betere Unie te ontwikkelen. Het
idee van een Europa
met twee snelheden wint
aan populariteit.
De kern zou kunnen bestaan uit landen
gelegen in het gebied dat meer dan duizend jaar geleden het
Karolingische
Rijk uitmaakte. Net als in de VS in de 19e
eeuw moeten lidstaten buiten de kern hun lidmaatschap in de kern
verdienen door zich volledig neer te leggen bij de politieke
instellingen van de kern.
Een
nieuwe Grote Depressie kan de oude machtshonger oproepen
Vandaag
ligt noch de implosie van de EU noch verdere integratie in een al of
niet afgeslankte vorm voor de
hand. Zoals steeds ploetert het Europese project dapper voort met
vaak geïmproviseerd beleid. Maar een crisis in de vorm en opvang van
de Grote Depressie van de jaren 1930 kan niet worden bestreden met
halve maatregelen. Zo’n crisis stelt de Unie voor een harde keus:
integratie, desnoods in afgeslankte vorm, of uiteenvallen in losse
staten met het risico van gewapend
conflict, onderling of met de grootmachten.
Europese
leiders zullen zich wel herinneren hoe hun land als koloniale
mogendheid heerste over een groot deel van de wereld. Staan zij ooit
voor de keuze tussen integratie of uiteenvallen, dan kan de oude
machtshonger de doorslag geven, met alle
ellende van dien.
De vastgelopen Europese integratie
Deel
1: integratie is geopolitiek van levensbelang.
The second edition of the Huawei Story, November 29, 2017.
Photo: Huawei Gallery
Photo: Huawei Gallery
De
grootste dreiging voor de EU komt uit de VS. Trump’s
druk op Europese bondgenoten wordt in Washington breed
gedragen. Europa moet zijn trans-Atlantische reflex
overwinnen en focussen op een Euraziatisch
bondgenootschap. De Europese kwetsbaarheid voor Amerikaanse
digitale kolonisatie wordt duidelijk. Het debat
rond Russische dreiging staat integratie in de weg.
In
zijn artikel
‘Be
Afraid of the World, Be Very Afraid’
somt
de Amerikaanse professor internationale betrekkingen Stephen Walt
vijf mondiale problemen op die steeds verder ontaarden en misschien
nooit opgelost raken. In
Bad
Thing #3, The
End of the European Union,
toont
hij zich
niet
optimistisch over het Europese project. Dat
de
pogingen tot
een
uniform buitenlands beleid en een Europees leger tot niets hebben
geleid blijkt volgens Walt ook uit de ruggengraatloze Europese
reactie op de Amerikaanse indirecte sancties.
Inclusief de druk op de open grenzen lijkt de beoogde “steeds
verder geïntegreerde Unie” terug te glijden naar de oude
gemeenschappelijke markt, aldus Walt.
In
twee delen gaan wij in op de
problematiek die Walt
aansnijdt.
Vandaag belichten we de
geopolitieke
aspecten
van de Europese integratie. In
deel 2 kijken we naar het begrip “integratie”, stellen we
vast
dat de Europese integratie is vastgelopen en lichten we
de
meest voor de hand liggende uitweg voor de EU toe: Europa
met
twee snelheden.
De
kolossale
uitdagingen
waar de
Unie voor staat vergen uitzonderlijk leiderschap.
De
nieuwe Europese bestuursploeg zal zich moeten bewijzen, maar
vooral de
staatshoofden
en regeringsleiders
die
zich in
het besluitvormingsproces van de Europese Raad maar
al te graag achter
‘Brussel’
verschuilen.
De
grootste bedreiging voor de EU komt uit de Verenigde Staten
De
EU mag dan een economische reus zijn, het is maar
de
vraag of de Unie kan uitgroeien tot een geopolitieke
wereldspeler in
een multipolaire wereld of satelliet blijft van de
VS.
Lidstaten als Duitsland en Frankrijk mogen
op
het wereldtoneel hun
zegje doen,
maar
individueel
kunnen
zij
het
niet opnemen tegen grootmachten als de VS, China of zelfs Rusland.
Europese landen kijken terug op hun koloniale verleden dat hen tot
grote
mogendheid maakte,
maar vandaag kunnen
zij zo’n
status
enkel herwinnen
door het slechten van economische en politieke grenzen in Europa.
Afgezien
van de tegenstrijdigheden eigen aan het Europese economische en
politieke weefsel, komt de
grootste bedreiging voor de Unie uit onverwachte hoek: de
Verenigde Staten. Misschien heeft enkel een Europese leider als
Charles de Gaulle het Europese project gezien als bedreiging voor de
VS. Maar algemeen wordt de VS gezien als een genereuze hegemoon die
bijdroeg aan de naoorlogse Europese wederopbouw en integratie. Dat
Washington
Europa ooit
zou kunnen zien als tegenstrever,
ja zelfs rivaal, kwam bij niemand op.
Vier
decennia mondialisering en neoliberaal beleid hebben
de
Amerikaanse
middenklasse
ondergraven. Overheidsbeleid als laagdrempelig consumentenkrediet
moest de welvaartsdroom in stand houden, maar leidde tot economische
zeepbellen ongezien sinds de crisis van 1929. Om de welvaart van de
Amerikaanse burgers te vrijwaren meende de regering-Trump dat de
beste aanpak was om economische concurrenten te gronde te richten.
Olie- en aardgasexporteur Rusland moest eraan geloven. De economische
oorlog tegen China volgde. Zelfs traditionele bondgenoten als Europa,
Japan en Korea werden stevig aangepakt.
De
harde Amerikaanse aanpak van Europa wordt gedragen door het Congres
Vandaag
staat Europa voor de vraag of het klaar is voor een confrontatie met
de VS. Heffingen op Europese producten, de sancties op handel met
Iran, de druk op het Duitse gasleidingsproject Nord Stream 2 en de
aanschaf van Huawei-systemen, het protest tegen een Europese defensie
en buitenlands beleid, en de pressie om Amerikaans wapentuig aan te
schaffen, het zijn allemaal Amerikaanse initiatieven die Europese
leiders toeschrijven aan Trumps grillige persoonlijkheid. Maar die
maatregelen worden wel gedragen
door het Congres, en geïnitieerd en uitgevoerd door een batterij
bureaucraten
afkomstig uit de regering-Obama.
Het
succes van Europese integratie valt en staat met de opstelling van
Duitsland. De
steeds hardere Amerikaanse aanpak van zijn bondgenoten helpt om
over de
psychologische drempel te
stappen om
daar tegen in te gaan. Zelfs
Merkel komt schoorvoetend tot de conclusie dat de VS niet langer kan
worden vertrouwd, Europa zijn eigen weg moet inslaan en niet moet
denken dat het na Trump wel weer beter gaat. Geen Amerikaanse
president kan op tegen de lobby van het Amerikaanse
militair-industrieel
complex. Europa moet naar de pijpen van Washington blijven
dansen, Amerika moet zijn kansen in het conflict met China en Rusland
optimaliseren.
Focus
eerder op
Euraziatisch dan
trans-Atlantisch bondgenootschap
Voor
Europa betekent dat om
eerder
te focussen op een Euraziatisch bondgenootschap dan op een
trans-Atlantisch.
De eerste tekenen wijzen erop dat Europese landen weerstaan aan de
Amerikaanse druk. Het besef groeit dat Europa kwetsbaar is voor
Amerikaanse digitale
kolonisatie.
Huawei komt dus niet op de zwarte lijst, Europa stelt zich open voor
niet-Amerikaanse technologie. Duitsland zet zijn Nord Stream 2
project met Franse steun door.
De
VS mag dan hameren op de Russische dreiging, Europa telt maar weinig
politici die echt
in
zo’n dreiging
geloven. De
Zweedse, Poolse en Baltische politici die toch nog spreken over een
nakende Russische invasie trekken misschien deze kaart om Amerikaanse
steun tegen Duitsland te krijgen in hun Europese machtsspelletjes.
Het Europese debat rond
de houding ten opzichte van Rusland is één van de vele
tegenstellingen binnen de Unie die een verdere integratie in de weg
staan.
Het
dilemma waar de EU voor staat is te kiezen tussen dwang om de
weerspannige lidstaten in het gareel te krijgen, of voor het concept
van een EU van twee snelheden dat de dwarsliggers links laat liggen.
woensdag 16 januari 2019
Van 2018 naar 2019: de belangrijkste geopolitieke trends (3)
Bij de overgang van
2018 naar 2019 past een overzicht van de belangrijkste geopolitieke
trends in de wereld. In een reeks van vijf artikelen die we in kort
tijdsbestek onder deze headline publiceren geven we per issue een
beknopt overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen, inclusief hoe
we die dit jaar zien ontwikkelen. Vandaag het derde deel:
Deel
3 – Rusland laat zich niet intimideren
President Putin with world leaders at the Victory Day Commemoration in Moscow, May 9, 2015.
Photo: President's Secretariat
Hoe Rusland internationale problemen aanpakt
Men
kan de betrokkenheid van Rusland in Syrië niet duiden
als een militaire interventie Amerikaanse
stijl.
Rusland is in Syrië op uitdrukkelijke uitnodiging van de legitieme
regering van soeverein Syrië. In
een interview op 31 oktober 2016 op
de Russische
televisie
maakte president
Poetin
het doel van de tussenkomst duidelijk:
“stabiliseren van de legitieme Syrische overheid en de voorwaarden
scheppen voor een politiek compromis”. Geen
inval dus
met
overdadig geweld, maar de
inzet
van een
bescheiden troepenmacht waarmee
de
Russen de druk op het Noordelijk front wisten
te
verlichten zodat de Syrische troepen een tegenoffensief konden
inzetten. De Syrische bevolking bepaalt hoe hun overheid er uit ziet, niet het buitenland.
Vergelijk
dat met de Amerikaanse Global
War on Terror
sinds 2001. Het
“geallieerde” geweld van “vreemdelingen in de regio” lokte
enkel meer gewapend verzet uit. De
machthebbers in Washington kunnen
dat maar niet inzien.
Blijven
de resultaten uit, dan voeren ze hun
gewelddadig optreden op, laten
conflicten
escaleren of
“bevriezen”.
In een land als Afghanistan is de VS al langer bezig dan destijds de
Sovjets. Moet
men daaruit niet concluderen
dat de Amerikaanse leiders nog incompetenter zijn dan de
gerontocraten
destijds
in
de stagnerende Sovjet-Unie?
Maar
ook onze dappere Lage Landen zetten stug door. Zo
werkt
een
Belgisch multisensordetachement van het Bataljon
Jagers te Paard
rond
de internationale luchthaven van Mazar-e-Sharif (Noord-Afghanistan).
Andere Belgen
zitten
in Kaboel.
En als we VRT-nieuws
mogen geloven wil Defensie de Belgische aanwezigheid nog opvoeren. En
Nederland verstevigt
met 145 militairen de
Afghaanse politie en het leger. Allemaal
ter ondersteuning van een corrupt en verdeeld regime dat het
land maar niet op orde krijgt.
Het
Nederlandse
weekblad Elsevier wijst
op de noodzaak van een
politieke oplossing, maar
begrijpt niet dat de
“twintig- tot veertigduizend” man
sterke Taliban weigert
te praten terwijl ze
onder vuur liggen van 150.000 Amerikaanse en tienduizenden
“geallieerde” militairen. Het blad ziet in een
achterhaalde uitspraak van Zbigniew
Brzezinski het beste pleidooi voor aanwezigheid van “de
internationale gemeenschap” in Afghanistan. Meer van hetzelfde dus,
terwijl NRC meent dat missies naar welk buitenland dan ook niet
meer verantwoord zijn.
Fake News
Grote spelers in de
massamedia, maar ook Ngo's en mensenrechtenorganisaties, worden door
menig lezer/kijker gezien als instrument van de elite. Kritische
geesten halen hun informatie bij alternatieve nieuwswebsites en
YouTube. Vandaag kost het niet veel om een blog of YouTubekanaal op
te zetten. Zo’n alternatief medium dat open staat voor miljoenen
kijkers kan heel effectief zijn om de boodschap van de massamedia
door te prikken. Vandaar dat steeds meer van die alternatieve media
worden afgeschilderd als fake news of Russische propaganda. De
Westerse elite verliest zijn greep op wat het publiek wordt
voorgeschoteld. Wat zij niet onder controle kunnen krijgen wordt dus
gedemoniseerd.
De “dreiging”
van Rusland
In
zijn
state
of the union
verklaarde
president
Poetin dat
de
militaire afschrikking
van
de VS voorbijgestreefd
is. Die
is gebaseerd op een overwicht in luchtstrijdkrachten,
langeafstandsraketten, vliegdekschepen, antiraketsystemen en meer dan
800 militaire basissen over de hele wereld. Syrië
is de Russische 'ultieme
proeftuin' geworden voor hypermoderne
luchtafweerinstallaties
en systemen voor elektronische
oorlogsvoering.
Russische
gevechtsvliegtuigen zijn sterke rivalen.
Amerikaanse piloten boven Syrië kiezen blijkbaar het hazenpas als
ze Russische Su-35S
gevechtsvliegtuigen in het vizier krijgen. Met
het hypersonische Kinzhal
raketsysteem dat
immuun is voor afweer kan
de hele Amerikaanse vloot uit
het water worden geschoten. De
nieuwe Russische wapensystemen kunnen geen
Amerikaanse aanval voorkomen, maar vertegenwoordigen
wel geduchte
vergeldingsmogelijkheden.
Vandaag
kan Rusland elk
Amerikaans doelwit waar ook ter wereld uitschakelen.
De
Amerikaanse
planners zitten met de handen in het haar. De supermogendheid heeft
een achterstand van tenminste tien jaar op de bewapening van een land
met een tien maal kleiner defensiebudget. De
rampzalige
torpedobootjager
Zumwalt,
het
peperdure
F-35
stealth
gevechtsvliegtuig waar ook
België voor heeft gekozen,
de USS
Gerald Ford, het grootste en meest geavanceerde Amerikaanse
vliegdekschip ooit, met
een prijskaartje van €11
miljard, het
zijn allemaal stuitende voorbeelden van de verspilling van
belastinggeld in achterhaalde wapensystemen.
...
...
dinsdag 12 juni 2018
F-35: Amerikaans exportsucces, of $1 biljoen verslindende mislukking?
U.S.
Air Force F-35A Lightning II Joint Strike Fighters from the 58th
Fighter Squadron, 33rd Fighter Wing, Eglin AFB, Fla. perform an
aerial refueling mission with a KC-135 Stratotanker from the 336th
Air Refueling Squadron from March ARB, Calif., May 14th, 2013 off the
coast of Northwest Florida.
Volgens het Amerikaanse zakenblad Forbes wordt de verkoop van de F-35 één van Amerika's grootste exportsuccessen. Naast de “partnerlanden” die participeren in de ontwikkeling hebben ook Israel, Japan en Zuid-Korea het toestel besteld. België, Finland, Duitsland, Singapore, Spanje, Zwitserland en de UAE zullen binnenkort volgen. Het toestel is gewoon een must voor elk land dat in coalitie met de VS wil opereren. Geen enkel ander toestel is zo onkwetsbaar, veelzijdig, economisch en zo naadloos passend bij de Amerikaanse luchtmacht, zo juicht Forbes.
In
ons land ontaardde het F-35-debat in een moddergevecht. De essentie
kwam echter niet aan bod: passen gevechtsvliegtuigen wel in een
modern defensiebeleid? Tegen welke vijand moeten we die inzetten? Hoe
verhouden zich de aantallen operationele gevechtsvliegtuigen in Oost
en West? Moet Europa niet veel meer inzetten op drones,
cyberdefensie, en andere verdedigingswapens, om maar niet te spreken
van diplomatie en een stop op het sponsoren van terreurgroepen? En
als het al gevechtsvliegtuigen moeten zijn, waarom moeten die
aanvalstaken zoals het afgooien van kernwapens kunnen uitvoeren?
Blijkbaar
hoort buurland Nederland tot de “partnerlanden” die al vroeg in
het F-35
project stapten. De
immer kostenbewuste
Nederlanders schroomden niet om druk
uit
te oefenen om het “goede voorbeeld” te volgen.
Intussen
wijzen de
specificaties waaraan het nieuwe gevechtsvliegtuig
moet voldoen in
het
Belgian
Defence Air Combat Capability Program regelrecht
richting
F-35.
De
Nederlandse luchtmachtgeneraal Alexander Schnitger vergeleek
ooit de veelzijdigheid van de F-35 met die van een Zwitsers zakmes.
Maar
volgens Lex
van Gunsteren, emeritus-hoogleraar
van
de Nederlandse Technische Universiteit Delft (TUD),
is
dat bezijden de werkelijkheid.
In
Quality
in Design and Execution of Engineering Practice,
een boek
dat hij samen met Jonathan
Barzilai en
Ruud
Binnekamp schreef,
wijst Van Gunsteren (p. 29-32) op de veelzijdigheidsvalkuil, het
gevaar van te grote veelzijdigheid binnen één productconcept. De
auteur geeft als voorbeeld de F-35. Omwille van het belang voor het
lopende F-35 debat laten we hieronder een samenvatting van dat deel
volgen.
De
veelzijdigheidsvalkuil
Kwaliteit
is geschiktheid voor het doel. Maar voor welk doel? Soms is het doel
onduidelijk of dubbelzinnig geformuleerd omdat kopers tegenstrijdige
doelen in hun hoofd hebben. Deze lieden lopen in wat we de
veelzijdigheidsvalkuil kunnen noemen. Een adequaat technisch ontwerp
is dan onmogelijk. Het inbouwen van overbodige toeters en bellen
leidt tot enorme geldverspilling, zoals in het F-35 project.
Als
technisch ontwerp is het $1 biljoen verslindende F-35-project een
totale mislukking. Het ontwerp verliest de meest essentiële
ontwerpbeperking uit het oog: gewicht. Het gewicht van een vliegtuig
moet worden gedragen door de lift van zijn vleugels.
De
JSF moet (1) ondersteuning aan grondtroepen kunnen geven, (2)
luchtgevechten voeren, en (3) langeafstandsbombardementen uitvoeren.
De eerste twee missies vereisen een manoeuvreerbaarheid die de JSF
niet kan leveren vanwege de ongunstige lift/gewichtsverhouding. Met
die drie missies moet de F-35 vier groepen belanghebbenden kunnen
dienen:
(1)
de luchtmacht, die het zoekt in luchtgevechten en bombardementen,
(2)
de marine, die moet kunnen opstijgen en landen op een vliegdekschip,
(4)
lieden die werkzekerheid zoeken.
Zo’n
cocktail aan missies en belangengroepen leidt tot twaalf
verschillende opdrachten. De veelzijdigheidsvalkuil ten voeten uit:
een vliegtuig dat het 2008-RAND-rapport ‘zowat nutteloos’ noemt,
omdat het ‘niet kan wenden, niet kan klimmen, niet kan versnellen’.
Pierre Sprey, die mee instond voor het ontwerp van de A10 en F16, zei
in 2008 al: “De F35 is een flop. Hij is te zwaar en heeft te weinig
vermogen, een serieuze stap terug in de stuwkracht/gewichtsverhouding
voor een nieuwe jager.
De
A en B varianten hebben een vleugelbelasting van 108 lb per vierkante
voet en zijn daarmee minder wendbaar dan de uiterst kwetsbare F-105
die boven Noord-Vietnam werd afgemaakt. Het laadvermogen is slechts
twee 2000 lb bommen. Met meer bommen verliest de F-35 zijn
stealth-eigenschappen. Voor luchtsteun is de F-35 te snel om de
tactische doelen te zien waarop het schiet. Het toestel is te
kwetsbaar voor grondbrand. Het is niet in staat om lang te blijven
rondhangen bij grondtroepen.
Een
stealth vliegtuig is, afhankelijk van het type radar en de
detectiehoek, wel degelijk zichbaar op radar. De uiterst complexe
elektronica om luchtdoelen aan te vallen gaat uit van
ultra-langeafstandsradar ondersteund luchtgevecht, wat in de
werkelijkheid meestal niet opgaat.
Nog
volgens Sprey zal
uit kostenoverwegingen bezuinigd worden op trainingsvluchten
tot slechts 10 uur per piloot,
een derde van wat na de
Vietnam-oorlog werd beschouwd als het
absolute minimum om simulatortraining
aan te vullen. Oorlogservaring leert dat
de piloot veel belangrijker is dan het vliegtuig. Volgens
Sprey is een
goede piloot in een inferieur
vliegtuig veel waardevoller dan een fenomenaal
vliegtuig met een slechte piloot.
Waarom
gaat men door met de ontwikkeling van een peperduur maar ‘zowat
nutteloos’ vliegtuig dat twee van de drie missies waarvoor het
bedoeld is niet kan waarmaken? Ik zie drie redenen waarom de
besluitvormers doof lijken voor de waarschuwingen van doorgewinterde
ontwerpingenieurs:
1. Een vliegtuig dat alle denkbare missies van alle belanghebbenden kan vervullen is buitengewoon aantrekkelijk. Voor niet-technisch onderlegde mensen is het niet evident dat zoiets onhaalbaar is.
1. Een vliegtuig dat alle denkbare missies van alle belanghebbenden kan vervullen is buitengewoon aantrekkelijk. Voor niet-technisch onderlegde mensen is het niet evident dat zoiets onhaalbaar is.
2.
Het begrip ‘verdoken
kosten’ is moeilijk te aanvaarden, vooral voor mensen die het
project aanvankelijk hebben goedgekeurd. Een
project opgeven waarin
aanzienlijk is geïnvesteerd is o zo
moeilijk. Dat geldt in het bedrijfsleven,
en de politiek zal het op dat vlak wel niet
beter doen.
3.
Te veel mensen hebben een persoonlijk belang bij de voortzetting van
het project. Naar
verluidt heeft Lockheed Martin, die
het leeuwenaandeel van de productie voor
zijn rekening neemt, zo’n $150
miljoen uitgegeven aan lobbyen en $20 miljoen aan budget
(earmarks)
terugontvangen. Dat is veel geld om stemmen
en ondersteuning te kopen, naast de steun die het project
al geniet van degenen wier baan op het spel
staat.
Hoe
vermijdt men de veelzijdigheidsvalkuil? Door opdrachtgevers duidelijk
te maken dat wat men eist gewoon onmogelijk is. Men moet geen
compromissen sluiten tussen tegenstrijdige doelen, maar in het pakket
schrappen. Men moet de moed opbrengen om superieuren deze lastige
boodschap te brengen als onderdeel van de beroepsethiek, net als een
arts die een patiënt moet vertellen dat hij terminaal ziek is.
Het
Federaal
Parlement
staat op het punt groen licht te geven aan een €15 miljard
verslindend nutteloos
project.
De
argumentatie van professor Van Gunsteren moet
tevoren minstens
in de commissie
Defensie aan de orde komen.
Dat
levert misschien meer op dan de druppelsgewijze onthulling van echte
of nepmails door de oppositie. Het
is onbegrijpelijk dat de s.pa over de visie van professor Van
Gunsteren wel heeft gepubliceerd,
maar daar blijkbaar verder niets mee heeft gedaan.
Dat
NV-A en Open
VLD
gewonnen zijn voor de F-35 staat vast, bij
CD&V moest ex-defensieminister Pieter De Crem, die naar
verluidt
NAVO-ambities koestert, blijkbaar
recent nog een duit in het zakje doen. De oppositie moet dus zijn
pijlen
richten op de
CD&V.
Labels:
België,
Duitsland,
Israel,
Japan,
Koreaans schiereiland,
Nederland,
Spanje,
UAE,
VS,
Zwitserland
Abonneren op:
Posts (Atom)




