zaterdag 26 april 2014

35 jaar sancties tegen Iran op valse gronden: een droeve kroniek


US sanctions hit 6 million lives in Iran (photo: Ismail Salami, Press TV)

Na de val van de Sovjet-Unie ontstond een unipolaire wereld: iedereen moest naar de pijpen van de VS dansen. Toen Iran een eigen koers bleef varen werd het land gedemoniseerd. Harde sancties moesten de dwarsligger in het gareel brengen. Het AngloZionistische verhaal over een Iraans kernwapenprogramma blijkt op flagrante leugens te berusten. De sancties zijn onwettig, crimineel en onmenselijk. De wereld moet de schuldigen ter verantwoording roepen.

In een omstandig artikel in American Diplomacy brengt gewezen landmachtkolonel Benjamin Landis de Amerikaanse vervolgingswaanzin in kaart. De VS stond na de Tweede Wereldoorlog op het toppunt van zijn macht, maar slaagde er mede onder invloed van het mccarthyisme niet in de wereld naar een betere toekomst te leiden. De communistenvrees kreeg de overhand op het naoorlogse optimisme. Naarmate de Koude Oorlog vorderde steeg de paranoia en bereikte zijn hoogtepunt met de Cubacrisis. Als reactie op de plaatsing van Amerikaanse kernwapens in Turkije hadden de Russen hetzelfde gedaan in Cuba. Een dreigende kernoorlog kon worden afgewend: beide partijen trokken hun kernwapens terug. Maar de paranoia nam toe: de Sovjet-Unie wilde de wereld onderwerpen aan het communisme, zo kreeg de bevolking ingeprent. 

In zo’n sfeer kon Washington wegkomen met de omverwerping van de regeringen in Iran (1953), Chili (1973) en El Salvador (1980), en met het Iran-contra schandaal (begin 80-er jaren). De opgeklopte vervolgingswaanzin leidde tot isolationisme en militarisme als middel om conflicten met het buitenland te beslechten. Zo aanvaardde de Amerikaanse bevolking gedwee het agressieve optreden van hun overheid: de (mislukte) Cuba-invasie (1963), de Vietnam-oorlog (1956-1975, met 58.000 Amerikaanse en 2,5 miljoen Vietnamese slechtoffers), de bezetting van de Dominicaanse Republiek (1965), de invasie van Grenada (1983) en Panama (1989). Het Pentagon kreeg de overhand op het Ministerie van Buitenlandse Zaken, diplomatie werd ondergeschikt aan militaire overwegingen.

Iran is voor Amerika hooguit bedreigend als rivaal van Israel

Met de implosie van de Sovjet-Unie in 1991 verdween het spook van het wereldcommunisme, maar de wereldvreemde vervolgingswaanzin bleef. Voor het militair-industrieel complex werden China, Noord-Korea en Iran de nieuwe vijanden. De wereld viel voor de propaganda, hoewel China zich historisch eerder defensief dan agressief opstelt en sinds Deng Xiaopeng een quasi-kapitalistische koers volgt, en op het Koreaans schiereiland niet Noord-Korea maar de VS de agressor is. Amerika wordt op geen enkele manier bedreigd, en toch draait de propagandamachine op volle toeren, vandaag specifiek rond Oekraïne, maar eerder rond Syrië (“Assad moet weg”) en Iran, dat voor Amerika hooguit bedreigend is als regionale rivaal van Israel en als zodanig de etnische zuivering van Palestina en de sluipende annexatie van Palestijns gebied in de weg staat.

Terwijl men de eenzijdige Amerikaanse beeldvorming rond Oekraïne moet verwerpen en het optreden van Washington in dat dossier omschrijven als roekeloos omdat Washington regelrecht kernmogendheid Rusland confronteert, is de jaren aanslepende AngloZionistische heisa rond de niet-bestaande Iraanse kernwapens het toppunt van politieke spin en bovendien ronduit crimineel. De alom gerespecteerde Amerikaanse onderzoeksjournalist Gareth Porter zet in zijn recente boek Manufactured Crisis: the Untold Story of the Iran Nuclear Scare uiteen dat het Amerikaanse verhaal over een Iraans kernwapenprogramma berust op flagrante leugens. Washington en Tel Aviv bleven dit verhaal aan de wereld verkopen, terwijl men heel goed wist dat het volstrekt gefingeerd was. De crisis werd gecreëerd, men zocht de confrontatie, aldus Porter.

Dat Washington Irak heeft aangezet om oorlog te voeren tegen Iran (1980-1988) is ronduit misdadig

Washington deelde met Israel in het bedrog, hoewel daar geen enkel Amerikaans belang mee gediend was. Het spande ijskoud samen met Israel in de verspreiding van vals bewijsmateriaal. Terwijl het Iran vals beschuldigde kernwapens te ontwikkelen lapte het zelf zijn verplichtingen onder het niet-verspreidingsverdrag aan zijn laars en bracht het zichzelf gevaarlijk dicht bij een onnodige oorlog. Het spelletje toneel over een Iraanse dreiging begon met Ronald Reagan, die na de val van de Shah een verbod uitvaardigde op het Iraanse atoomenergieprogramma. Na de gijzelingsaffaire van 1980 kan men zich Reagan’s behoefte om Iran hiermee te straffen misschien nog voorstellen, maar het feit dat Washington Irak op slinkse wijze heeft aangezet om oorlog te voeren tegen Iran (1980-1988; 1,6 miljoen doden) en Irak daarbij militair, logistiek en financieel volop steunde, is ronduit misdadig.

Onder Bill Clinton, onderhorig aan de Israel Lobby, werd Iran, in navolging van Israel, aangeduid als “de grootste bedreiging van de wereldvrede”. Porter laat zien dat Israel nooit van plan is geweest om Iran aan te vallen, maar wel hoopte dat Uncle Sam dat zou doen. Het voortdurend schermen met de Iraanse dreiging heeft buitenlandse kritiek op kwalijk Israëlisch handelen, zoals de kolonisatie van Palestijns gebied, goed kunnen afleiden. Het verbale geweld leidde uiteindelijk tot de algemeen aanvaarde perceptie van de dreigende “Iraanse atoombom”, een verhaal dat ook onder Bush Jr. en Obama werd uitgedragen.

De druk werd opgevoerd: valse documenten, moord op kernwetenschappers, sabotage van computers

Toen de Amerikaanse en Israëlische geheime diensten geen enkel bewijs konden aandragen voor een Iraans kernwapenprogramma werd moedwillig ontlastende informatie achtergehouden, valse belastende documenten verspreid, Iraanse kernwetenschappers vermoord en Iraanse computers gesaboteerd. De druk op Iran had ook gevolgen voor de wereldgemeenschap: de steeds zwaardere sancties hebben hun effect op de wereldeconomie niet gemist, maar vooral grote schade berokkend aan de Iraanse economie, waarbij de meest kwetsbare bevolkingsgroepen de grootste slachtoffers werden.

Achtereenvolgende Amerikaanse presidenten hebben de eigen bevolking en de wereld misleid omdat zij daar politiek voordeel mee konden doen. Leiders die samenspannen met een vreemde mogendheid en onder valse voorwendselen het land aan de rand van een oorlog brengen plegen verraad. Dat zij daar straffeloos mee wegkomen roept vragen op over de Amerikaanse samenleving: heeft het de grondwet overboord gegooid? De moorden op wetenschappers, de sabotage van computers en de steeds zwaardere sancties zijn regelrechte oorlogsmisdaden, en ook daar staat blijkbaar geen straf op. Volgens een studie van de Amerikaanse politicologen Gilens en Page zijn het overwegend economische belangengroepen die de dienst uitmaken. De VS is geen democratie maar een oligarchie en daarmee volstrekt corrupt.

De sancties tegen Iran zijn onwettig, crimineel en onmenselijk

De door dit Amerikaanse regime opgelegde sancties tegen Iran zijn onwettig, crimineel en onmenselijk. De eigen geheime dienst bevestigt dat het Iraanse kernprogramma vreedzaam is. De sancties treffen vooral Iraanse burgers. Die hebben het niet alleen economisch zwaar te verduren, maar blijven ook verstoken van levensreddende medicijnen. Hoewel die theoretisch niet onder de sancties vallen schrikken farmabedrijven terug van de complexe regels en zware boetes voor overtreding. Iran is teruggevallen op parallelle importen uit China en India, maar geraakt niet aan gepatenteerde medicijnen tegen ziektes als hemofilie, kanker of multiple sclerose. Daarmee komen de op valse voorwendselen opgelegde sancties neer op een doodvonnis voor de betrokkenen.

Iran zucht al bijna 35 jaar onder sancties. Met het aantreden van president Rohani kwamen de onderhandelingen met de P5+1 in een stroomversnelling. November 2013 werd een tussentijds akkoord gesloten en uiterlijk januari 2015 moet er een definitief akkoord zijn. Maar het ziet er niet goed uit. Het IAEA dat het Iraanse kernprogramma opvolgt en strikt neutraal zou moeten zijn heeft blijkbaar een eigen agenda. Bovendien legt Washington plotsklaps een nieuwe Israëlische eis op tafel: de Iraanse ballistische raketten moeten op de agenda. De regering-Obama weet heel goed dat zo’n eis een Iraanse rode lijn overschrijdt. Nu ook Moskou heeft verklaard dat een totaaloplossing “enkel het vertrouwen in een puur vreedzaam doel van het Iraanse kernprogramma moet herstellen” is de vraag of de eis van tafel gaat, of de Israel-Lobby erin slaagt de onderhandelingen te torpederen.

De onthullingen roepen indringende vragen op. Zijn wij niet allemaal medeplichtig als wij blijven zwijgen?

Gewezen Brits ambassadeur bij de IAEA Peter Jenkins vatte het nuchter samen: “het gedoe over een Iraanse nucleaire dreiging is prematuur en bijgevolg zijn de sancties van de VS en zijn bondgenoten onredelijk en ongerechtvaardigd.” Maar men moet ernstig betwijfelen of naast P2 (Rusland) ook P4 (Groot-Brittannië) bij de P5+1-onderhandelingen eens flink met de vuist op tafel zal slaan. Net als het Israel-Palestina vredesproces heeft Israel blijkbaar belang bij handhaving van de sancties tegen Iran.

De onthullingen van Gareth Porter roepen indringende vragen op. Waarom is zijn boek geen voorpaginanieuws in de Westerse media? Hoe moeten wij het publieke stilzwijgen uitleggen? Welke gewetensvolle Westerse parlementariër stelt de leugens eens indringend aan de orde? Waarom wordt er geen stevige kritiek geuit op de Israëlische machtshebbers die zich schuldig maken aan deze ergerlijke verdraaiing van de waarheid? Waarom blijven wij de Israëlische premier met zijden handschoenen aanpakken? Zijn wij niet allemaal medeplichtig aan dit onrecht als wij blijven zwijgen?