donderdag 9 februari 2012

Open brief aan mevrouw Peetoom, voorzitter CDA,

over de blinde Nederlandse steun voor het lang niet zo heilige land Israel.
       
A Palestinian boy and Israeli soldier in front of the Israeli West Bank Barrier.
Picture taken by
Justin McIntosh, August 2004.
Wikimedia Commons

Geachte mevrouw Peetoom,

Proficiat met “Agenda 2025,”
[1] de nieuwe politieke koers van de Nederlandse Christendemocraten, waaruit ik onder andere leer dat in de visie van het CDA Nederland moet bijdragen aan internationaal recht en vrede, en uw partij het motto “van vrijblijvend naar betrokken” gaat hanteren. Met deze open brief nodig ik u uit om dit principe hard te maken in het Nederlandse buitenlands beleid, specifiek in het Israel-Palestina conflict en rond de houding van Israel in het Midden-Oosten. Nederland is het enige land in Europa dat Israel door dik en dun steunt. Sterker nog, “Nederland wil verder investeren in de band met de staat Israël,” zo staat in het regeerakkoord. Na zijn recente bezoek aan Nederland vertrok de Israëlische premier Netanyahu dan ook met de toezegging van uw partijgenoot Maxime Verhagen dat er dit jaar een Nederlandse economische missie naar Israel vertrekt. Israel biedt het Nederlandse bedrijfsleven tal van kansen, met name op het gebied van energie, water en voedsel, zo klonk het uit zijn ministerie. Het is schrijnend om vast te stellen dat dit nu juist sectoren zijn waarin Israel via zijn nederzettingenbeleid de Palestijnen de nek omdraait.

Al tientallen jaren zijn nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever en Oost-Jeruzalem een van de belangrijkste Israëlische wapenfeiten. Per mei 2010 spreken we volgens een recent rapport
[2] van de mensenrechtenorganisatie B’Tselem over meer dan een half miljoen Israëlische kolonisten in ruim 200 nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever, die 42,8% van dat bezet gebied beslaan. Het nederzettingenbeleid komt neer op sluipende annexatie van Palestijns gebied. De bouw is strijdig met het internationaal (humanitair) recht en leidt voortdurend tot schendingen van de mensenrechten van de Palestijnen, waaronder het recht op eigendom, op gelijkheid, op een adequate levensstandaard, op vrijheid van beweging, en op zelfbeschikking. Bovendien leggen de facts on the ground, de omvangrijke wijzigingen in de ruimtelijke ordening op de Westelijke Jordaanoever, een bom onder elke onderhandeling tussen Israëli’s en Palestijnen.

Mevrouw Peetoom, uw partij kan alsnog voorwaarden stellen aan de door uw partijgenoot toegezegde missie. Zoals uw “Agenda 2025” zegt: “De grote maatschappelijke vraagstukken vragen om een sterk en moedig leiderschap binnen een andere bestuurscultuur.” Uw partij kan bovendien tal van andere initiatieven nemen om de rechten van de Palestijnen te ondersteunen. “Agenda 2025” zegt: “Een herkenbare politieke partij heeft het vermogen zich kwaad te maken, verontwaardigd te zijn over maatschappelijke misstanden.” Het Israel-Palestina conflict is een onderwerp dat toch bij uitstek valt onder die definitie. “Agenda 2025” wijst op het bestaan van “intergouvernementele organisaties”, maar ook u weet dat Israel - dat als land kon ontstaan dankzij zo’n “intergouvernementele organisatie” - elke voor haar negatieve (bindende) resolutie van de Veiligheidsraad naast zich neerlegt, nog afgezien van de talloze resoluties die door bondgenoot de Verenigde Staten door een veto worden getroffen.

Mevrouw Peetoom, vanuit “het radicale midden” kan uw partij aandringen op een drastische beleidsombuiging van de regering van een land dat voortdurend voor Israel op de bres staat. Hoezeer Nederland in de ban is van Israel komt wel heel sterk naar voren in het interview
op 19 januari van Mariëlle Tweebeeke op Nieuwsuur met premier Netanyahu. Toen die ijskoud beweerde dat de Joodse nederzettingen op de Westelijke Jordaanoever maar 1½ % van dat gebied vertegenwoordigen was mevrouw Tweebeeke niet in staat met “hebben de Palestijnen dan vrijheid van handelen op 98½ % van de Westoever?” te repliceren. Mevrouw Tweebeeke slikte ook probleemloos Netanhayu’s opmerking dat de Palestijnen met hun eis van een bouwstop voorwaarden vooraf stellen voor vredesonderhandelingen. Zij had natuurlijk de vraag moeten stellen: “Maar uw regering stelt toch evenzeer eisen vooraf door te eisen door te mogen gaan met de onder internationaal recht illegale bouw van nederzettingen in bezet gebied?”

Datzelfde Israel dreigt ook - in strijd met het internationaal recht - op korte termijn Iran aan te vallen, wat rampzalige gevolgen zal hebben voor de bevolking van Iran en het Midden-Oosten, en uiteindelijk ook voor de gehele wereld. Israel probeert zo’n aanval te billijken vanuit de valse voorstelling dat Iran kernwapens zou ontwikkelen. Stelt u zich eens voor: Israel, dat geen ondertekenaar is van het nucleair non-proliferatieverdrag en illegaal beschikt over een voorraad van honderden kernwapens, verklaart dat het gerechtigd is het kernprogramma te vernietigen van Iran, een land dat het verdrag heeft ondertekend, volhoudt dat het programma bestemd is voor vreedzame doeleinden en daarom gerechtvaardigd onder het internationaal recht. Voor alle duidelijkheid, het Internationaal Atoomagentschap heeft geen enkel bewijs gevonden voor een militaire component van het Iraanse kernprogramma. Een casus belli wegens Iraanse kernwapens is even ongeloofwaardig als de Iraakse massavernietigingswapens of de kruistocht tegen Al Qaeda die de VS en zijn bondgenoten aanvoerden om Irak en Afghanistan aan te vallen, of het voorwendsel “burgers te beschermen” rond de koloniale oorlog om regimewissel in Libië.
[3]

Mevrouw Peetoom, met de oorlogsdreiging probeert Israël zijn militaire dominantie in het Midden-Oosten te vrijwaren en de VS om een monopolie op de olievoorraden in de wereld uit te bouwen. Dat monopolie moet de economische en geopolitieke positie van haar belangrijkste rivalen verzwakken. China staat daarbij centraal en lijkt steeds meer het doelwit van toekomstige militaire agressie te worden. De berichtgeving in de (internationale) media probeert in alle toonaarden de publieke opinie voor te bereiden op een oorlog met Iran die honderdduizenden levens kan kosten in een land van 74 miljoen mensen. Iran zal zo’n aanval zeker vergelden met aanvallen op Israel en Amerikaanse doelen in binnen- en buitenland. Bovendien kan het conflict uitwaaieren naar Syrië, Libanon, Egypte en de Golfstaten, en mogelijk Rusland en China. Een horrorscenario.

Mevrouw Peetoom, veel mensen denken dat het Westen moet kiezen tussen Iran kernwapens laten ontwikkelen of het land aanvallen voor het beschikt over atoombommen. Maar er is een derde optie: een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten. Onderzoek leert dat
64% van de Israëlische Joden daar voorstander van is, zelfs als de Israëlische kernwapens dan moeten verdwijnen. Zo’n kernwapenvrije zone kan Iran moeilijk weigeren. Tijdens de Non-Proliferation Treaty (NPT) toetsingsconferentie van mei 2010 nam Egypte al een initiatief in die richting. [4] Intussen heeft de VS schoorvoetend het groene licht gegeven voor een NPT-conferentie over dit onderwerp, die later dit jaar in Finland wordt georganiseerd. Ook Nederland had aangegeven zo’n conferentie te willen beleggen, maar VN secretaris-generaal Ban Ki-moon lijkt zich te hebben laten leiden door de goede staat van dienst van Finland als bemiddelaar en vredestichter, en koos voor Finland [5] in plaats van Nederland, dat in de wereld toch als vurig pleitbezorger van Israel bekend staat en dus niet onpartijdig.

Mevrouw Peetoom, mag ik u uitnodigen beide zaken hoog op de politieke agenda te plaatsen: het lot van de Palestijnen, en steun voor een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten?

Paul Lookman
Geopolitiek in perspectief

[1] “Het CDA Strategisch Beraad 2012 presenteert: Kiezen en Verbinden; politieke visie vanuit het radicale midden
[2] B’Tselem: “By Hook and by Crook” - July 2010
[3] Barry Grey: “The New York Times and the drive to war against Iran
[4] Geopolitiek in perspectief: “De hypocrisie van het enige land dat ooit kernwapens heeft gebruikt
[5] HELSINGIN SANOMAT: “Finland designated to host international conference in 2012 on nuclear weapons-free Middle East

zondag 5 februari 2012

League of Arab States Observer Mission to Syria

Report of the Head of the League of Arab States Observer Mission to Syria for the period from 24 December 2011 to 18 January 2012
 
Chapter X: Evaluation

70. The purpose of the Protocol is to protect Syrian citizens through the commitment of the Syrian Government to stop acts of violence, release detainees and withdraw all military presence from cities and residential neighbourhoods. This phase must lead to dialogue among the Syrian sides and the launching of a parallel political process. Otherwise, the duration of this Mission will be extended without achieving the desired results on the ground.

71. The Mission determined that there is an armed entity that is not mentioned in the protocol. This
development on the ground can undoubtedly be attributed to the excessive use of force by Syrian Government forces in response to protests that occurred before the deployment of the Mission demanding the fall of the regime. In some zones, this armed entity reacted by attacking Syrian security forces and citizens, causing the Government to respond with further violence. In the end, innocent citizens pay the price for those actions with
life and limb.


72. The Mission noted that the opposition had welcomed it and its members since their deployment to
Syria. The citizens were reassured by the Mission’s presence and came forward to present their demands, although the opposition had previously been afraid to do so publicly owing to their fear of being arrested once again, as they had been prior to the Mission’s arrival in Syria. However, this was not case in the period that
followed the last Ministerial Committee statement, although the situation is gradually improving.

73. The Mission noted that the Government strived to help it succeed in its task and remove any barriers
that might stand in its way. The Government also facilitated meetings with all parties. No restrictions were placed on the movement of the Mission and its ability to interview Syrian citizens, both those who opposed the
Government and those loyal to it.

74. In some cities, the Mission sensed the extreme tension, oppression and injustice from which the Syrian
people are suffering. However, the citizens believe the crisis should be resolved peacefully through Arab mediation alone, without international intervention. Doing so would allow them to live in peace and complete the reform process and bring about the change they desire. The Mission was informed by the opposition, particularly in Dar‘a, Homs, Hama and Idlib, that some of its members had taken up arms in response to the suffering of the Syrian people as a result of the regime’s oppression and tyranny; corruption, which affects all
sectors of society; the use of torture by the security agencies; and human rights violations.

75. Recently, there have been incidents that could widen the gap and increase bitterness between the
parties. These incidents can have grave consequences and lead to the loss of life and property. Such incidents include the bombing of buildings, trains carrying fuel, vehicles carrying diesel oil and explosions targeting the police, members of the media and fuel pipelines. Some of those attacks have been carried out by the Free
Syrian Army and some by other armed opposition groups.

76. The Mission has adhered scrupulously to its mandate, as set out in the Protocol. It has observed daily realities on the ground with complete neutrality and independence, thereby ensuring transparency and integrity in its monitoring of the situation, despite the difficulties the Mission encountered and the inappropriate actions of some individuals.

77. Under the Protocol, the Mission’s mandate is one month. This does not allow adequate time for
administrative preparations, let alone for the Mission to carry out its task. To date, the Mission has actually operated for 23 days. This amount of time is definitely not sufficient, particularly in view of the number of items the Mission must investigate. The Mission needs to remain on the ground for a longer period of time, which would allow it to experience citizens’ daily living conditions and monitor all events. It should be noted
that similar previous operations lasted for several months or, in some cases, several years.

78. Arab and foreign audiences of certain media organizations have questioned the Mission’s credibility
because those organizations use the media to distort the facts. It will be difficult to overcome this problem unless there is political and media support for the Mission and its mandate. It is only natural that some negative incidents should occur as it conducts its activities because such incidents occur as a matter of course in similar
missions.

79. The Mission arrived in Syria after the imposition of sanctions aimed at compelling to implement what
was agreed to in the Protocol. Despite that, the Mission was welcomed by the opposition, loyalists and the Government. Nonetheless, questions remains as to how the Mission should fulfil its mandate. It should be noted that the mandate established for the Mission in the Protocol was changed in response to developments on the ground and the reactions thereto. Some of those were violent reactions by entities that were not mentioned in the Protocol. All of these developments necessitated an expansion of and a change in the Mission’s mandate. The most important point in this regard is the commitment of all sides to cease all acts of violence, thereby
allowing the Mission to complete its tasks and, ultimately, lay the groundwork for the political process.

80. Should there be agreement to extend its mandate, then the Mission must be provided with
communications equipment, means of transportation and all the equipment it requires to carry out its mandate
on the ground.

81. On the other hand, ending the Mission’s work after such a short period will reverse any progress, even if partial, that has thus far been made. This could perhaps lead to chaos on the ground because all the parties involved in the crisis thus remain unprepared for the political process required to resolve the Syrian crisis.

82. Since its establishment, attitudes towards the Mission have been characterized by insincerity or, more broadly speaking, a lack of seriousness. Before it began carrying out its mandate and even before its members had arrived, the Mission was the target of a vicious campaign directed against the League of Arab States and the Head of the Mission, a campaign that increased in intensity after the observers’ deployment. The Mission still lack the political and media support it needs in order to fulfil its mandate. Should its mandate be extended, the goals set out in the Protocol will not be achieved unless such support is provided and the Mission receives the backing it needs to ensure the success of the Arab solution.

(signed) Muhammad Ahmad Mustafa Al-Dabi
Head of the Mission


This report, censored by the Arab League, was obtained and made public by Inner City Press; it is reproduced here for non-profit educational purposes. See, also, Sharmine Narwani, "Foolishly Ignoring the Arab League Report on Syria" (Mideast Shuffle, 3 February 2012).

See also (quote from) “Exposed: The Arab agenda in Syria” by Pepe Escobar, Feb 4, 2012 in left column on Geopolitiek in perspectief.