woensdag 11 april 2018

Hoe Beringen lak heeft aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening




De Vlaamse provincie Limburg positioneert zich als een groengebied met een belangrijk toeristisch potentieel. Planologisch kenmerkt de provincie zich door kleine steden met weinig kwalitatieve functies. De gefragmenteerde bebouwing heeft geleid tot verkwisting van de open ruimte, grote kosten voor infrastructuur en toenemende automobiliteit. Het openbaar vervoer is inefficiënt. Het gevolg van dit ontoereikend planologisch beleid is versnippering en verschraling van de open ruimte, precies de troef van Limburg.

Beleidsmatig wil de provincie het stedelijk draagvlak verhogen door functies uit te bouwen in - of aansluitend bij - de steden, en de kernen versterken door in te zetten op geconcentreerde woonvormen in de onmiddellijke nabijheid van de kernen. De provincie geeft de gemeenten de duidelijke boodschap: geen verdere versnippering, zuinig ruimtegebruik en vrijwaring van de resterende open ruimte in de provincie.

Beringen is de op twee na grootste stad van Limburg. Bij de gemeentefusies van 1977 ging de stad samen met Paal, Koersel en Beverlo. De Société anonyme Charbonnages de Beeringen van 1907 is verleden tijd, maar in ‘de Cité’ is het mijnverleden nog volop zichtbaar. De diverse kernen van Beringen hebben een zekere uitrustingsgraad en een omvangrijk woningenbestand. De stad werd in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen (RSV) daarom geselecteerd als kleinstedelijk gebied, met als opdracht dat gebied af te bakenen, nieuwe ontwikkelingen maximaal op te vangen binnen de kernen en het buitengebied zoveel mogelijk te vrijwaren.

Vertrekkend van het RSV en het provinciaal structuurplan stellen gemeenten een ruimtelijk structuurplan op dat de gewenste ruimtelijke ordening weergeeft. Het is een leidraad, geen juridisch bindende verordening. Een ruimtelijk uitvoeringsplan (RUP) is dat wél. Een RUP is een juridisch document met voorschriften voor inrichting en beheer van een gebied, en dus een toetsingskader voor stedenbouwkundige aanvragen. Beringen kent wel een gemeentelijk ruimtelijk structuurplan (GRS), maar heeft dat niet vertaald in een RUP. De Stad toetst stedenbouwkundige aanvragen nog aan het gewestplan, een verouderd planningsinstrument, en aan verkavelingsvoorschriften.

Beringen kan bogen op een grote woonreserve, waarmee de stad de komende vele decennia de bevolkingsgroei kan opvangen. De 53 woonuitbreidingsgebieden (368,65 ha totaal) zijn goed voor 4.213-7.023 woningen1. In het GRS zegt stad Beringen dat zij bestaande bebouwde gebieden wil verdichten en open gebieden vrijwaren. Bouwgrond in de kernen van het buitengebied komt dus in aanmerking voor inbreiding, maar men moet daarbij wel rekening houden met de draagkracht van de omgeving en met een kwalitatieve inrichting van het openbaar domein.

Zonder bindend RUP komt in Beringen bij stedenbouwkundige aanvragen willekeur om de hoek kijken. In de conceptuele fase worden plannen aan de balie voorgesproken. Hoewel finaal de beslissingsbevoegdheid bij het schepencollege ligt volgt dat in de overgrote meerderheid van de gevallen het advies van de stedenbouwkundige ambtenaar. Zo’n aanvraag is in de vergadering dus meestal niet meer dan een hamerstuk.

Tegen die achtergrond geeft een recente casus in Beringen te denken. Het ging om een aanvraag voor opsplitsing van een bouwgrond in een verkaveling in buitengebied, 2km van de kern van één van de dorpen van Beringen. Een schepencollege dat vergunning verleent ondanks bezwaarschrift van de directe gebuur moet zijn besluit afdoende en zorgvuldig motiveren. Daar leek het in de vergunning niet op. Misschien tegen de verwachting in ging de gebuur in beroep bij de Deputatie in Hasselt. Dat leverde samengevat het volgende oordeel van de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar op:


Het voorstel integreert zich niet in de omgeving. Het voorziet in feite een ‘gesloten' bebouwing. Dat is ruimtelijk vreemd en onaanvaardbaar. Het gevraagde is qua schaal, ruimtegebruik en bouwdichtheid vreemd in zijn omgeving en niet in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening. De vergunning kan niet worden verleend.

In casu trok aanvrager onmiddellijk na kennisname van dit oordeel zijn aanvraag in. Blijkbaar wilde hij een negatief besluit van de Deputatie niet afwachten, om het schepencollege van stad Beringen en het ambtelijk apparaat gezichtsverlies te besparen.

Het staat vast dat de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar zich in haar oordeel heeft gebaseerd op de Beringse structuurnota en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Met de vergunning lapte de stad dus ijskoud zowel de eigen structuurnota als de VCRO aan haar laars.

Beringen heeft de mond vol van dorpskernversterking. De stad verdient lof voor een verdichtingsproject als ‘Academiepark’ dat voorziet in invulling van een open plek in het centrum van Koersel, maar blaam voor het vergunnen van opsplitsing van residentiële bouwgronden voor open bebouwing in het buitengebied.

Mogelijk kan Beringen inspiratie vinden in de woningtypetoets Gent. Dat is geen verordenend instrument, maar een objectief beoordelingskader waarmee de burger online kan bepalen welk woningtype waar kan toegelaten worden. “Daarmee wordt speculatie met bouwgrond tegengegaan”, aldus de brochure “De juiste woning op de juiste plaats” van november 2015, die online beschikbaar is.

Opsplitsing van bouwgrond in open gebied is strijdig met kernversterking, motor van een duurzame economie. Het duwt de grondprijzen omhoog. Het zet een ontwikkeling in gang die nefast is voor de broodnodige kernversterking, essentieel onderdeel van het zo vurig beleden planologisch beleid van Beringen. De ambtelijke top en het schepencollege2 hebben wat uit te leggen.

1 bron: Structuurplan Beringen GR2 - 2007, § 6.3.6. - Reservegebieden voor woningbouw
2 navraag bij de schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening leverde geen nieuwe gezichtspunten op; de schepen toonde wel interesse in de woningtypetoets Gent

Geen opmerkingen:

Een reactie posten