maandag 5 december 2011

Israëlisch publiek steunt kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten

    
Eternal Flame Peace park Hiroshima, Japan. The flame will be put out when the earth will be free from nuclear weapons.

64% van de Israëlische Joden is voor de instelling van een kernwapenvrije zone in het Midden-Oosten. Dat blijkt uit een recent opinieonderzoek [1] dat werd uitgevoerd door het Program on International Policy Attitudes (PIPA), [2] en gepubliceerd op de website van World Public Opinion.org. [3] De onderzoekers wezen er in de questionnaire [4] uitdrukkelijk op dat in zo’n kernwapenvrije zone Israël zowel als Iran zouden moeten afzien van kernwapens.

De druk om tot zo’n kernwapenvrije zone te komen is toegenomen, omdat die een antwoord kan geven op de kans dat Iran kernwapens ontwikkelt, wat tot een wapenwedloop in de regio zou leiden. Volgend jaar organiseert de VN een conferentie waar de mogelijkheid om het Midden-Oosten tot een kernwapenvrije zone uit te roepen aan de orde moet komen. Maar de Israëlische regering blijft zich tegen dit idee verzetten.

De Israëlische bevolking denkt daar kennelijk anders over. Minder dan de helft (43%) steunt een aanval op de Iraanse nucleaire installaties. En de respondenten tonen een realistische kijk op de zaken: 90% zegt dat Iran die uiteindelijk wel zal verwerven.

Israëlische Joden spraken zich niet alleen uit voor de lange termijn doelstelling om kernwapens uit de regio te bannen, maar ook om als tussenstap de eigen nucleaire installaties net als die van Iran transparant te maken. 60% was voorstander van internationale inspecties van “alle installaties waar nucleaire onderdelen kunnen worden geproduceerd of onderhouden” in alle landen in de regio, incl. Israël en Iran.

Volgens PIPA-directeur Steven Kull kunnen onderhandelingen rond het Iraanse nucleaire programma een uiterst positieve wending krijgen mochten Israël en Iran bereid zijn samen te werken in een ontwikkeling om van het Midden-Oosten een kernwapenvrije te maken.

Gegeven het belang van deze problematiek wordt het (Engelstalige) PIPA artikel hieronder integraal weergegeven.

* * *

Israeli Public Supports Middle East Nuclear Free Zone
December 1, 2011

A new poll of Israeli Jews finds that 64% favor establishing a nuclear free zone in the Middle East, even when it was spelled out that this would mean that Israel as well as Iran would give up the option of having nuclear weapons.

Pressure has grown for such a nuclear free zone in response to the potential for Iran acquiring a nuclear weapon, possibly leading to a regional arms race. Next year the United Nations will sponsor a conference devoted to trying to get the possibility of a Middle East Nuclear Free Zone back into play, but the Israeli government continues to resist the idea.

The logic of the Israeli Jewish public is clear. Less than half (43%) say they support an attack on Iran's nuclear facilities. Recently, even leading voices within Israel's defense community have said that such a strike would merely slow, but not stop Iran and that Israeli cities would be vulnerable to retaliation.

At the same time the Israeli public is far from sanguine about Iran's potential for acquiring nuclear weapons. An overwhelming 90% say that it is likely that Iran will eventually acquire nuclear weapons.

Asked which would be better--for both Israel and Iran to have nuclear weapons, or for neither to have nuclear weapons--a robust 65% say that it would be better for neither to have them. Only 19% say it would be better for both to have them.

The poll of 510 Israeli Jews is a joint project of the Program on International Policy Attitudes and the Anwar Sadat Chair at the University of Maryland, and was fielded by the Dahaf Institute in Israel. Interviews were conducted by telephone November 10-16. The margin of error is +/-4.3%.

The results were released in conjunction with the start of the Saban Forum on US-Israeli Relations at the Brookings Institution.

Highly significant to negotiations with Iran, Israeli Jews not only expressed support for the long term goal of eliminating nuclear weapons from the region but also for an interim step of making their nuclear facilities transparent together with Iran.

Asked about having all countries in the region, including Israel as well as Iran, "agree to have a system of full international inspections of all facilities where nuclear components could be built or maintained," 60% favored it.


"If Israel and Iran were to indicate a readiness to join a process toward turning the Middle East nuclear free zone this would be a major game changer in negotiations on Iran's nuclear program," comments Steven Kull director of PIPA.

"I find the findings surprising given the long held assumption that the Israeli public is not prepared to even discuss the nuclear issue given their deep seated sense of insecurity," adds Shibley Telhami, Anwar Sadat Professor for Peace and Development.

[1] http://www.worldpublicopinion.org/pipa/articles/brmiddleeastnafricara/695.php?nid=&id=&pnt=695&lb

maandag 28 november 2011

CIA, MI6 en Mossad operatie “regimewissel Syrië”: om Iran te bedwingen



photo courtesy Stratfor Free Intelligence (from Report “Syria, Iran and the Balance of Power in the Middle East”)

De terugtrekking van de Amerikaanse troepen uit Irak, die eind dit jaar voltooid zou moeten zijn, dreigt een belangrijke verschuiving van het machtsevenwicht in het Midden-Oosten teweeg te brengen. Iran lijkt zich tot een dominante regionale mogendheid te ontwikkelen. Tot afgrijzen van de VS heeft Iran veel invloed in Irak verworven. Voor de Iraakse politici ligt het machtige Iran om de hoek en de Amerikaanse sterke arm steeds verder weg. Men laat het beter uit zijn hoofd om zich tegen Iran te verzetten, zo is de redenering. Na de arrestatie van Iraakse Soennitische leiders beseffen de Sjiietische politici - die lang niet allemaal pro-Iran zijn - dat zij zich maar beter plooien naar premier Nouri al-Maliki. De Koerden in Irak blijven rekenen op de VS vanwege de Amerikaanse investeringen in Koerdische olie. Maar zoals de bovenstaande kaart laat zien is dat voor de VS niet zo evident. De Koerdische oliebronnen liggen in de streek van Kirkuk, in het noordoosten van Irak, op een boogscheut van Iran. [1]

Turkije vreest voor aantasting van zijn regionale machtsbasis. Het land steunde het cynische ultimatum aan Syrië van de Arabische Liga, dat geen enkel democratisch land onder zijn leden telt. Maar Syrië legde dat ultimatum naast zich neer. Intussen duurt de door het buitenland aangewakkerde onrust in Syrië voort. De gewapende oppositiegroepen krijgen steun van het Syrische Bevrijdingsleger, een groep overlopers die vanuit Turkije en Libanon opereren. Met vereende krachten tracht men een burgeroorlog [2] te ontketenen. Een term echter die de realiteit geweld aandoet. De Syrische samenleving is een toonbeeld van tolerantie, waar Moslims en Christenen in harmonie samenleven. [3] De Syrische Lente lijkt een kopie van de protestbewegingin Libië die leidde tot een NAVO invasie en regimewissel. De media luisteren enkel naar de Syrische oppositiegroepen en laten het optreden van 17.000 gewapende strijders onder de demonstranten onvermeld. Burgers vallen ten prooi aan doodseskaders en sluipschutters. Blind terrorisme met de handtekening van de CIA, MI6 en Mossad en gefinancierd door Saudi Arabië en de Golfemiraten. [4] [5] [6] Dankzij de steun van Iran en de Iraakse premier Al-Maliki blijft Assad overeind.

Als Assad overleeft kan Iran in een strategisch belangrijk gebied bogen op een invloedssfeer die zich uitstrekt van West-Afghanistan tot de Middellandse Zee. Iran beschikt over een omvangrijk leger en kan rekenen op steun van militante bondgenoten. Zo'n Iraans machtsblok is vooral bedreigend voor Saudi Arabië. Iran wil die dreiging nog opvoeren, zodat het tot de tanden bewapende Saudi Arabië tot de conclusie komt dat een verzoenende houding meer oplevert dan verzet. De VS, Israel, Saudi Arabië en Turkije gaan tot het uiterste om de ontwikkelingen te dwarsbomen. Dat is wat wij vandaag in Syrië zien gebeuren. De toegenomen strijd valt niet toevallig samen met de beschuldiging dat Iran de Saudische ambassadeur in de VS wilde vermoorden, verhalen over subversieve acties van de Iraanse geheime dienst in Bahrein, het gepolitiseerde IAEA-rapport [7] met de absurde bewering dat Iran een nucleair ontstekingsmechanisme zou willen testen in een grote tank, [8] [9] en de explosie op een Iraanse raketbasis. De voortdurend herhaalde oorlogsretoriek moet de druk op Iran maximaal opvoeren, maar is niets meer dan een rookgordijn.

Intussen bieden de Republikeinse presidentskandidaten tegen elkaar op om het Iraanse “probleem” op te lossen. Het TV-debat van 12 november [10] werd door de moderator geopend met de tendentieuze opmerking dat het IAEA-rapport spreekt over “nieuwe, geloofwaardige bewijzen dat Iran kernwapens ontwikkelt”. Op de vraag hoe de kandidaten Iran een halt zouden toeroepen antwoordde Herman Cain dat hij steun zou verlenen aan groeperingen die proberen de regering omver te werpen. Newt Gingrich zei dat hij in samenwerking met de Israëlische regering de geheime operaties in Iran om het Iraanse kernwapenprogramma te blokkeren maximaal zou opvoeren. En Mitt Romney noemde de huidige toestand rond het Iraanse nucleaire programma Obama’s “grootste tekortkoming op het gebied van buitenlands beleid” en voegde daar nog aan toe dat “als we Barack Obama herverkiezen, Iran in de kortste tijd een kernwapen heeft.” Allemaal uitspraken die bijdragen aan het valse beeld dat Iran een bedreiging vormt voor de VS.

Iran is vanzelfsprekend opgewassen tegen de psychologische druk. Zo pakte het recent rücksichtslos 12 CIA-agenten op die in samenwerking met de Israëlische geheime dienst Mossad aanslagen zouden beramen op Iran’s militair apparaat en nucleaire programma. [11] [12] Dat gebeurde nadat de door Iran gesteunde Libanese politieke beweging Hezbollah in juni een aantal CIA-infiltranten had ontmaskerd. Of Iran nu wel of niet met kernwapens bezig is, het moet nog een lange weg afleggen voor het beschikt over operationele bommen. De Iraanse dreiging is niet nucleair, maar geopolitiek. Als Iran vandaag zijn volledige nucleaire programma opgeeft verandert er niets. Iran krijgt het in de regio voor het zeggen, terwijl de VS, Israel, Turkije en Saudi Arabië het tij proberen te keren. Nog meer druk op Iran, en een nieuw regime in Syrië op Westerse leest, dat zijn de maatregelen die een dam moeten opwerpen tegen de Iraanse invloed in Irak. Maar Assad’s positie lijkt onaantastbaar. Daar waar gewapend optreden niet voor de hand ligt, lijkt steun aan de Soennitische oppositie de aangewezen weg. De uitkomst blijft twijfelachtig: de Syrische geheime dienst heeft volop greep op de oppositie.

Recent werden in een hoorzitting voor een Senate Subcommittee enkele interessante Future Policy Options voor het Iran-beleid voorgesteld. [13] Sancties helpen niet en zijn ook negatief voor de VS, bondgenoten en de wereldeconomie. China, dat intensieve economische banden met Iran heeft, kan onder druk worden gezet. Maar de diplomatie mag nooit van tafel. Dertig jaar overleg heeft tastbare resultaten opgeleverd. Maatregelen die Washington verbieden om met Iran te onderhandelen zijn onbezonnen en contraproductief. De voortdurende oproepen tot geweld verzwakken de oppositie en versterken het regime. De terughoudendheid van de regering-Obama bij het aantreden van de oppositiebeweging in juni 2009 was de juiste aanpak. En het is ronduit bespottelijk dat men de laatste tijd enkel praat met de in diskrediet geraakte terroristische organisatie Mujahideen-e Khalq en haar pleitbezorgers. Een serieuze regering laat zich voorlichten door instanties die het reilen en zeilen in Iran kennen, aldus Iran-expert Suzanne Maloney.

Ook macro-economische gegevens tonen aan dat de sancties Iran niet deren. Nazicht van de Iraanse groeicijfers sinds 2005 [14] leert dat die beduidend beter zijn dan die van de VS. In deze periode kende Iran een jaarlijkse economische groei van tussen de 5% en 2,5%, met een positieve uitschieter van 10,8% in 2007 en negatieve van 0,6% in 2008. In dezelfde periode groeide de Amerikaanse economie slechts met 1,5% tot 3%, met een positieve uitschieter van 3,1% in 2005 en negatieve van -3,5% in 2009. De verschillen in groei van het BBP per hoofd van de bevolking zijn nog spectaculairder: die van Iran bewegen zich in de periode 2006-2010 tussen de 16,3% en 10,7%, met een positieve uitschieter van 37,1% in 2007 en negatieve van 1,0% in 2009. In de VS groeide het BBP per capita jaarlijks tussen de 0,9 en 5,0%, met een negatieve uitschieter van -3,3% in 2009.

De VS heeft recent de sancties tegen Iran nog verder aangescherpt, een wapen dat niet alleen niet blijkt te werken, maar ook contraproductief is. Het is de kwadratuur van de cirkel. Als Washington Iran een halt wil toeroepen moet het kiezen. Het kan leren leven met de ontwikkelingen. Het kan proberen een akkoord te sluiten met Iran, al is dat misschien geen sinecure. Of het kan kiezen voor de gewapende strijd. De laatste optie veronderstelt dat de VS klaar is voor Iraanse tegenaanvallen, vooral in de Straat van Hormuz. Voor Washington zijn dit allemaal omstreden keuzes. De val van Assad heeft bij de Amerikaanse beleidsmakers dus de hoogste prioriteit. Een hachelijke onderneming. De slotakte van het Irak-drama is nog gecompliceerder dan verwacht.

[3] Webster Tarpley op RT: “CIA, MI6 and Mossad: Together against Syria
[7] Seymour Hersh: “Iran and the IAEA
[14] International Monetary Fund: “World Economic Outlook Database

woensdag 23 november 2011

Israel's Old Road is Rapidly Fading as Times Change in Middle East

by John Taylor
    
 (Official White House Photo by Pete Souza)

While the Jewish state remains the strongest military power in the Middle East, it is increasingly isolated in a region undergoing dramatic political change. Israel needs to adopt a policy of engagement and dialogue with its neighbors in order to safeguard its position in the region.

In a recent speech to the US Congress, Israel’s Prime Minister, Benjamin Netanyahu, rejected Barack Obama’s latest peace initiative, as he insisted that Israel could not return to its pre-1967 borders on the West Bank or give up sovereignty over Jerusalem. The impression of a confident, yet defiant, Israeli Prime Minster has been reinforced by Israel’s relative political stability, its robust economic growth and the Jewish state’s continued importance to America as its only dependable partner in the region. Nevertheless, recent events in the Middle East point to the Jewish state’s growing isolation and limited ability to influence events as they unfold.

The demand for more democracy in the Arab world has also strengthened the desire among the Palestinians for an independent state. For the first time in many years, the Palestinians have succeeded in creating a united front, as the two largest factions - Fatah and Hamas - have overcome their bitter rivalry to form a unity government, and are now seeking recognition for an independent state at the United Nations - a move, which Israel is desperately trying to prevent.

Outside Israel’s borders, the fall of former Egyptian President, Hosni Mubarak, has also had serious implications for the Jewish state. While the ruling elite in Egypt had reconciled itself to the existence of Israel, the population, at large, remained considerably more hostile. Now the new Egyptian administration has reopened the border crossing between Egypt and the Gaza Strip and facilitated the reconciliation process between the Palestinian Authority and Hamas. In effect, Israel’s efforts to defeat Hamas through a blockade of the Gaza strip and a brief war in 2009 have been nullified by political revolution in Egypt. The recent attacks in southern Israel and the closure of the Israeli embassy in Cairo have served to merely heighten the existing tensions between the two countries.

The Jewish state’s inability to influence events which impact its security has been further highlighted by Iran’s nuclear program. Despite the imposition of economic sanctions and the threat of force by both the US and Israel, Iran has refused to give up its efforts to develop nuclear power. The Israeli government has also been unable to dissuade Russia from providing Iran with nuclear expertise. Moreover, the presence of Hezbollah in Lebanon, which is supported by Iran, continues to pose a threat to the Jewish state.

In a further sign of Israel’s diplomatic weakness, relations with Turkey – one of the few states in the region with which the Jewish state has previously enjoyed close ties - have markedly deteriorated during the last few years. A series of diplomatic incidents and Israel’s seizure of a Turkish aid flotilla bound for the Gaza Strip in 2010 has caused a serious rift between the two countries, and despite international efforts to isolate Iran, Turkey has been keen to increase trade with Tehran, much to Israel’s chagrin.

While Israel’s relations with Western governments remain good, its standing in Western public opinion has fallen dramatically. In this regard, criticism of Israel is now appearing from an unexpected source, as an increasing number of Jewish organizations and academics/intellectuals are voicing their opposition to the policies pursued by the Israeli government. In unprecedented scenes, Netanyahu’s speeches before AIPAC and the US Congress this past May were disrupted by Jewish hecklers protesting against Israel’s continued occupation of the West Bank and siege of the Gaza Strip.

What can Israel do to address these issues? A radical new approach is needed which will enable Israel to regain the diplomatic initiative in the Middle East and improve its image in the West. The Jewish state needs to offer substantial concessions to the Palestinians. This involves not only relinquishing control over the West Bank and East Jerusalem, but also recognizing Palestinian claims to areas that were inhabited by the Palestinians before 1948. This might not mean a return of all the Palestinian refugees to their former homes in Israel, but would involve an equitable sharing of resources between Israelis and Palestinians over all of Israel and Palestine. Such a shift in policy could, in turn, open the way for an improvement in relations with Egypt and Turkey and repair Israel’s tarnished image in the West. The Jewish state also needs to extend its cooperation with the Arab states in the Gulf region, which feel equally threatened by the Islamic republic, rather than simply restating the threat of a pre-emptive strike against Iran’s nuclear facilities. This involves considerable political risks, but at least provides an alternative to the current situation where Israel faces growing international isolation over its policies towards the Palestinians and is locked into permanent conflict with its neighbors.

John Taylor (B.A. Modern European Studies from University College of London, M.A. War Studies from King’s College London) is an expert in Security and International Relations based in London.

This article first appeared on Atlantic-Community.org October 13, 2011.

woensdag 16 november 2011

Hoe Amerika zich in zijn Iran-beleid in een hoek heeft gemanoeuvreerd

   

“Iran gaat voortdurend verder dan waartoe het verplicht is om het Internationale Atoomagentschap (IAEA) te overtuigen van zijn vreedzame bedoelingen.” Dat zegt Ali Asghar Soltanieh, Iran’s ambassadeur bij het Internationale Atoomagentschap (IAEA), in de bovenstaande videoclip. [1] “Het [IAEA-] rapport is niet professioneel en niet evenwichtig. Het heeft politieke motieven en is [tot stand gekomen] onder politieke druk van de VS en enkele andere Westerse landen. Wij hebben de afgelopen acht jaar nauw samengewerkt met de IAEA; we hebben in Iran meer dan 4.000 aangekondigde en ruim honderd onaangekondigde inspecties gehad. De resultaten zijn door het agentschap gepubliceerd. Men heeft geen enkel bewijs gevonden dat er ook maar een gram uranium richting militaire toepassingen is gegaan,” aldus Soltanieh. Over de bezorgdheid dat een Iraans nucleair programma een militaire toepassing kan krijgen zei Soltanieh dat er in de wereld 400 kernreactoren zijn en dat splijtstof zowel voor vreedzame als militaire doeleinden kan worden gebruikt, wat niet betekent dat elk land met een reactor ook kernwapens ontwikkelt.

Op RT is ook een interview te zien met de Israëlische vredesactivist en voormalig Knesset-lid Uri Avnery. [2] Ook die is van mening dat een militair conflict tussen Israel en Iran niet direct in het verschiet ligt, de opgeklopte verhalen in de media ten spijt. Amerika geeft daar geen toestemming voor. Israel kan een militair optreden van enige omvang alleen maar uitvoeren met Amerikaanse logistieke steun. Iran zal een Israëlische aanval dus opvatten als een Amerikaanse aanval en dienovereenkomstig beantwoorden. Maar de geruchtenmolen helpt ook om de internationale sancties tegen Iran nog aan te scherpen, en om de aandacht voor de Israëlische binnenlandse sociale spanningen af te leiden. De beleidsmakers weten dat sancties niet helpen tegen een land dat zijn zinnen heeft gezet op de ontwikkeling van kernwapens als afschrikking tegen agressie, maar sancties zijn wel een goede dekmantel om niets te doen, aldus Avneri, die de dreiging plaatst in de context van de neoconservatieve plannen van de regering-Bush II.

Daar waar Avneri een aanval op Iran niet ziet gebeuren, was Noam Chomski [3] daar begin dit jaar heel wat genuanceerder over. Amerika ziet een grondoorlog met Iran niet zitten, maar is wel in staat om Iran te bombarderen, bv. met de op Diego Garcia gestationeerde bunker-busters. [4] De vraag is of het hier gaat om psychologische oorlogsvoering, of dat Amerika zich daadwerkelijk voorbereidt op een aanval. Als één van de weinige analisten wijst Chomsky erop dat Amerika zich met zijn optreden in een hoek manoeuvreert waar maar weinig opties overblijven. Men moet niet onderschatten hoezeer de propaganda over de Iraanse dreiging de publieke opinie heeft gemanipuleerd. Terwijl drie jaar geleden de overgrote meerderheid van de Amerikanen nog tegen militair optreden tegen Iran was, ondersteunt vandaag bijna tweederde een aanval mocht de diplomatie falen. [5] Die diplomatie is overigens gericht op het stopzetten van alle nucleaire activiteiten in Iran, zoals we die in heel wat landen aantreffen, niet enkel op het ontwikkelen van kernwapens.

Gevraagd naar de strategische logica van het optreden van de Amerikaanse machthebbers zegt Chomsky dat die lijkt op de logica van 1962, toen Kennedy niet bereid was raketten in Turkije uit te ruilen tegen raketten in Cuba. Geen enkele strategische logica, gewoon krankzinnig. Maar zo werken de planners wanneer zij zich in een hoek hebben gemanoeuvreerd. Een uiterst zorgelijke situatie, aldus Chomsky. Is die Iraanse dreiging nu werkelijk zo vreselijk? Op die vraag bestaat een gezaghebbend antwoord in de vorm van de jaarlijkse National Security Estimate (NIE). [6] Welnu, de twee meest recente NIE’s over de nucleaire vorderingen van Iran zeggen dat er geen afdoend bewijs is dat Iran sinds 2003 pogingen om een kernbom te ontwikkelen heeft ondernomen. [7] De VS en zijn bondgenoten, waaronder Israel, hebben geen harde bewijzen voor een geheim kernwapenprogramma in Iran kunnen vinden, jarenlange geheime operaties in Iran, satellietbeelden, en de inzet van een groot aantal Iraanse spionnen ten spijt.

De dreiging die van Iran uitgaat is niet van militaire aard. Iran besteedt betrekkelijk weinig aan defensie, zelfs gemeten naar regionale normen. De Iraanse strategische doctrine is erop gericht een inval lang genoeg af te houden om een conflict via diplomatie tot oplossing te brengen. Iran heeft maar geringe mogelijkheden om militaire macht uit te oefenen op het buitenland, een eventueel kernwapen past enkel in die afschrikkingstrategie. Iran is wel bedreigend voor de VS vanwege “de Iraanse initiatieven om de regio te destabiliseren.” In het jargon van de internationale politiek betekent destabiliseren: “een optreden dat tegen de Amerikaanse orders ingaat.” Dat Iran aan invloed wint in Afghanistan en Irak is destabiliserend, maar een Amerikaanse invasie in die landen is stabiliserend. Scheuringen binnen belangrijke sectoren in Iran geven ruimte voor democratische ontwikkelingen. Maar de democratiseringsbeweging in Iran is niet gediend met de internationale sancties. Die laten het regime toe zijn bevolking te mobiliseren.

Voor Iran is het nucleaire programma gericht op het verrijken van uranium in eigen beheer. [8] Geen enkele politieke groepering in Iran is te porren om zich daar tegen te verzetten. En toch probeert de VS met economische sancties, internationale isolering en militaire dreiging het regime tot andere gedachten te brengen, tegen de andere P5+1 landen (Rusland, China, Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië) in. Pogingen die tot mislukking zijn gedoemd. De maatregelen versterken slechts de positie van het regime. De Iraanse bevolking weet intussen heel goed dat een aanval op de nucleaire installaties het nucleaire programma slechts kan vertragen. Zo’n aanval leidt ook regelrecht tot de terugtrekking van Iran uit het Non-proliferatieverdrag [9] en een versnelde ontwikkeling van kernwapens. Voor de enige haalbare optie wordt het kort dag: de VS aanvaardt uraniumverrijking in Iran, dat in ruil garanties geeft dat het geen kernwapens zal ontwikkelen. Voor een dergelijke win-win deal moet dringend het vertrouwen tussen partijen worden hersteld. Het betaamt het enige land dat ooit kernwapens heeft gebruikt [10] om daartoe het initiatief te nemen.

Maar de VS moet dan wel willen onderhandelen. En daar schort het aan, [11] sterker nog, als het aan het Congres ligt wordt elk diplomatiek overleg met Iran wettelijk verhinderd. Dat staat in de Iran Threat Reduction Act of 2011, [12] een wetsvoorstel dat met grote meerderheid in het House Foreign Relations Committee werd aangenomen. Nooit eerder heeft het Amerikaanse Congres het recht van de Executive Branch [13] om te overleggen met buitenlandse overheidsvertegenwoordigers beperkt, zelfs niet in oorlogstijd. De wet lijkt te zijn ontworpen om de VS richting militair conflict met Iran te duwen. Gelukkig spreken diplomaten en CIA medewerkers zich uit tegen deze aanzet tot oorlog. Zo zegt de CIA-veteraan en professor aan de Georgetown University Paul Pillar [14] :“Deze wet illustreert opnieuw de tendens om diplomatie als beloning te zien, in plaats van wat die moet zijn: een instrument dat onze belangen moet dienen.” Tenzij het publiek in opstand komt zal deze wet worden aangenomen en het risico op een rampzalige oorlog vergroten. God bless the United States of America!

[1] RT 10 november: “IAEA has not found a gram of military uranium in Iran - Iran's envoy to IAEA
[2] interview met Paula Slier 14 november: “No responsible leader of Iran would dare not to have the bomb
[3] interview met de Iraans-Amerikaanse professor Hamid Dabashi: Chomsky over Iran en de geopolitieke situatie” deel 2
[4] Geopolitiek in perspectief: “Is de VS op weg naar een oorlog met Iran?
[5] zie bv. Jeffrey M. Jones: “Americans Continue to Rate Iran as Greatest U.S. Enemy,” “In U.S., 6 in 10 View Iran as Critical Threat to U.S. Interests”, en het telefonisch onderzoek van Opinion Dynamics van 2 maart 2010 in opdracht van Fox News
[6] Wikipedia: “National Security Estimate
[7] Seymour M. Hersh: “Iran and the Bomb
[8] Kayhan Barzegar: “The US is wrong about Iran. Cutting a deal is the only win-win solution
[9] Wikipedia: “Non-proliferatieverdrag
[10] Geopolitiek in perspectief: “De hypocrisie van het enige land dat ooit kernwapens heeft gebruikt
[11] Stephen Zunes: “Iran Threat Reduction Act Actually Enhances Threat of War
[12] Govtrack.us:H.R. 1905: Iran Threat Reduction Act of 2011
[13] voornamelijk het Witte Huis en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, zie Wikipedia: “Executive (government)
[14] Paul Pillar: “Ostracism Madness

woensdag 9 november 2011

Het Israëlische wapengekletter tegen Iran: een nieuw vals alarm?

 

Het fameuze rapport van het IAEA, [1] het atoomagentschap van de VN, is dus uit. “Iran heeft gewerkt aan een kernwapen. Ook zijn er in het geheim proeven uitgevoerd die erop wijzen dat Iran bezig is een kernwapen te ontwikkelen,” zo meldt de NOS in de bovenstaande videoclip, [2] die op de NOS-site de titel “IAEA: Iran bezig met ontwikkeling kernwapen” meekrijgt. In een ander bericht [3] koppelt de NOS het IAEA nieuws aan de waarschuwing van de Israëlische president Peres voor een aanval op Iran, maar besluit wel met de mededeling dat “Iran zelf altijd [heeft] beweerd dat het atoomprogramma alleen is bedoeld voor het opwekken van energie.”

Een kritische blik op het IAEA rapport [4] leert echter dat het Agentschap de afwezigheid van niet-aangegeven nucleair materiaal niet kan bevestigen en evenmin of alle nucleair materiaal in Iran dient voor vreedzame doeleinden (§52). Het Agentschap maakt zich zorgen over een mogelijke militaire dimensie aan het Iraanse nucleair programma en heeft aanwijzingen dat “Iran has carried out activities relevant to the development of a nuclear explosive device(§53). Het IAEA heeft dus slechts vermoedens dat Iran aan een kernwapen werkt. De NOS-verslaggeving is dus tendentieus.

Hoe moeten we de berichtgeving van de afgelopen dagen dan wel duiden? Een terugblik op de geschiedenis leert dat wij al tenminste 18 jaar met de regelmaat van de klok worden gewaarschuwd voor een ophanden zijnde Israëlische aanval op Iran, die in de Amerikaanse media dan steevast als “preëmptief” [5] wordt bestempeld. De Iraanse analist Cyrus Safdari geeft op Iran Affairs een mooi overzicht [6] van de reeks “waarschuwingen” en koppelt daar de herhaalde beweringen aan vast dat Iran op het punt staat om kernbommen aan zijn wapenarsenaal toe te voegen. Maar het stramien is steeds: Israël luidt de alarmbel, om vervolgens zonder veel kabaal de strijdlust terug te brengen tot de “normale” vijandigheid. De laatste Israëlische oproep volgt op het bizarre verhaal [7] over een complot om de Saudische ambassadeur in de VS te vermoorden, en op berichten [8] over een Israëlische test met nieuwe lange-afstandsraketten en oefeningen met luchtaanvallen op grote afstand. Het hoort allemaal bij het wapengekletter.

Moeten wij de laatste Israëlische oproep om Iran te bombarderen serieus nemen? Het antwoord is dat dit het zoveelste vals alarm is. Een politiek geïnspireerd alarm weliswaar. De Israëlische dreigementen maken deel uit van een tactiek om de VS en Europa aan te zetten de sancties tegen Iran te verscherpen en om te verhinderen dat het Westen een compromis met Teheran sluit over het nucleaire programma. Een tactiek die steeds werkt. Washington gebruikt de dreigementen om de internationale gemeenschap onder druk te zetten om voor de lieve vrede nieuwe sancties uit te vaardigen. De Israëlische tactiek is gericht op een keuze tussen sancties of oorlog, niet tussen een confrontatie of diplomatie. Om met het wapengekletter geloofwaardig te blijven worden steeds weer nieuwe kunstjes opgevoerd. Dit maal ging het over het intense debat binnen het Israëlische kabinet tussen voor- en tegenstanders van een aanval op Iran. Geruchten die bewust werden gelekt en de wereld als een bizarre reality show op de televisie werden voorgeschoteld. Maar hoe dan ook: Israël wint. De sancties verzwakken Iran, Israël blijft de dominante macht in het Midden-Oosten. En er is een bonus: de kansen op een “spontane” regime change in Iran nemen toe.

Als men de ergerlijke spin voor zoete koek aanneemt kan men het IAEA rapport nog zien als waarschuwing dat Iran op het punt staat toe te treden tot de club van kernwapenmogendheden. Men moet echter bedenken dat de IAEA geen neutrale organisatie is, maar een politiek instituut. Het meest intensief geïnspecteerde nucleair programma van het laatste decennium is dat van Iran. [9] Sinds januari 2003 zijn 28 (58%) van de 48 IAEA-inspectierapporten aan Iran gewijd, zes aan Syrië, vijf aan Libië, drie aan Noord-Korea, drie aan Zuid-Korea, en één aan Egypte. In deze periode wijdde de IAEA dus slechts drie (7%) van zijn rapporten aan VS-bondgenoten. Dat zegt heel wat over de politisering van de IAEA onder druk van de VS en de NAVO, een fenomeen dat nog verergerd is met het aantreden 1 december 2009 van de Japanner Yukiya Amano als directeur-generaal, toen de “irritant onafhankelijke” Mohamed ElBaradei [10] er niet in slaagde een derde termijn te verwerven.

Men moet de berichtgeving zien in de context van een nieuwe “Koude Oorlog” [11] tussen Iran aan de ene kant, en de VS en zijn bondgenoten in de Perzische Golf - zoals Saudi Arabië - aan de andere. Terwijl de VS zijn troepen uit Irak terugtrekt en volksopstanden het Midden-Oosten overspoelen is het doorkruisen van kansen op een onderhandelde oplossing voor het Iraanse nucleaire programma wel het laatste waar Washington op zit te wachten. Maar dan moet Washington wel ingaan op de herhaalde Iraanse oproepen om de onderhandelingen over het nucleaire programma te hervatten. Het feit dat het niet op die oproepen ingaat duidt erop dat men een Iraans kernwapenprogramma niet als eerste prioriteit ziet. Hebben de analisten [12] [13] die dit wapengekletter plaatsen in de context van het ruimere conflict tussen het Westen en de rest van de wereld dan toch gelijk? Die menen dat het Westen het monopolie op de technologie voor de productie van kernbrandstof - de enige energiebron voor de nabije toekomst - onder de dekmantel van de strijd tegen “proliferatie” aan zich wil houden.

Hoe het ook zij, men mag het Israëlische wapengekletter toch niet geheel naast zich neerleggen. [14] De holle dreigementen in het verleden strandden steeds op het Pentagon. Misschien ziet de Israëlische premier Benjamin Netanyahu nieuwe kansen in de herverkiezingskoorts waarin de Amerikaanse president verkeert. Daar waar de Republikeinen de president voortdurend verwijten Israël onvoldoende te steunen kan die zich geen nieuwe confrontatie met Netanyahu veroorloven. Bovendien zijn sancties en militair optreden in de Israëlische visie geen of-of opties, maar complementair. Enkel een combinatie geeft Israël het gevoel dat het machtsevenwicht in de regio stevig in zijn voordeel is verankerd. Nu Washington nog maar weinig mogelijkheden resten om Iran extra te straffen en de geloofwaardigheid van Israël na de vele loze dreigementen een nieuw dieptepunt heeft bereikt luidt de vraag hoe lang men deze gevaarlijke evenwichtsoefening langs de afgrond kan blijven spelen.

[9] Edward S. Herman en David Peterson: “The Iran Threat in the Age of Real-Axis-of-Evil Expansion
[11] Richard Javad Heydarian: “Iran Plot: A Pretext for War"
[12] Cyrus Safdari: “Iran nuclear conflict: The true context

zondag 6 november 2011

Het strategische kernwapenbeleid van de VS in de periode 1945-2004

     

Vijfentwintig jaar geleden, op 11 en 12 oktober 1986, vond een ontmoeting plaats in Reykjavik (IJsland) tussen de Amerikaanse president Ronald Reagan en Sovjetleider Mikhail Gorbachev. Hun baanbrekende gesprekken gingen over de afschaffing van kernwapens, die in een eerste fase voorzagen in een nul-optie voor ballistische raketten. Door wantrouwen en tegengestelde doelstellingen slaagden de onderhandelaars er niet in om de kernwapenwedloop te beëindigen. Dat Ronald Reagan in Reykjavik akkoord wilde gaan met de vernietiging van kernwapens is een leemte in een voor het overige uiterst informatieve en professionele documentaire over de geschiedenis van het Amerikaanse kernwapenbeleid. Deze werd geproduceerd door Sandia National Laboratories onder de Freedom of Information Act en 11 oktober 2011 voor het eerst gepubliceerd door het Amerikaanse National Security Archive.

"U.S. Strategic Nuclear Policy" is een uit vier delen bestaande, bijna vier uur lange videodocumentaire. Dit werk zag het levenslicht in 2005 en werd geregisseerd door Sandia stafmedewerker Dan Curry, die het script scheef en de interviews voor zijn rekening nam. De documentaire is een belangrijke informatiebron voor historici, sociale wetenschappers, studenten en andere belangstellenden. Het verhaal begint bij de Tweede Wereldoorlog en de atoombommen op Japan, ontleedt het Amerikaanse kernwapenbeleid met speciale aandacht voor de geschiedenis van de nucleaire afschrikking tijdens de Koude Oorlog en vervolgens tot de nasleep van 9/11.

Curry sprak met mensen op hoog niveau uit de jaren van de Koude Oorlog, met recent in functie zijnde topmedewerkers op defensie, en met adviseurs en wetenschappelijke specialisten, waaronder enkele sceptische en dissidente stemmen (zie de betreffende lijst). De interviews leveren een breed scala aan inzichten op, waaronder die van de voormalige ministers van defensie Robert McNamara en James Schlesinger, medewerkers van de regering-Eisenhower Robert Bowie en Andrew Goodpaster, de vroegere veiligheidsadviseur Brent Scowcroft en de laatste opperbevelhebber van het Strategic Air Command generaal Lee Butler. Voorts komen universitaire onderzoeksmedewerkers aan het woord, waaronder de Stanford professoren Lynn Eden, Scott Sagan en David Holloway, professor Janne Nolan van de University of Pittsburgh, professor Paul Boyer van de University of Wisconsin en wijlen Randall Forsberg, een vredesactivist/wetenschapper verbonden aan het City College of New York.

Hoewel ingewijden bekend zullen zijn met de materie blijft de vorm waarin het onderwerp wordt gebracht - interviews en film - fascinerend om naar te kijken. De beelden van kernoorlogplanning en het aanduiden van doelen, van oorlogsplannen tijdens het begin van de Koude Oorlog tot de uitwerking van het eerste SIOP zijn uiterst pakkend. Naast het gebruik van filmbeelden van kernproeven, topoverleg, enz., maken de producers prachtig gebruik van beelden van overheidsdocumenten die dateren uit elke fase van de kernwapengeschiedenis van de VS, van de Koude Oorlog tot de jaren 1990. De kijker ziet zelfs de titelpagina’s van documenten die geclassificeerd blijven, zoals de SIOP van de jaren 1980, zij het dat de tekst soms onleesbaar is gemaakt.

Aan het begin van de film legt Sandia-directeur Thomas Hunter uit dat één van de bedoelingen van de documentaire is om een discussie aan te moedigen over twee onderwerpen: 1) welke rol moeten kernwapens spelen, en 2) hoe ziet de toekomstige vraag naar kernwapens er uit. Een bevestigende benadering die past binnen Sandia's doelstelling om de betrouwbaarheid, veiligheid en beschutting van het Amerikaanse kernwapenarsenaal te waarborgen. De documentaire haalt niet de onderste steen boven, mogelijk om opschudding onder kijkers uit overheids- en legerkringen te voorkomen, hoewel daar uiteenlopend wordt gedacht over het nut van kernwapens. Toch slagen de vier video’s erin een geloofwaardig beeld te schetsen over een complex onderwerp.

Geopolitiek in perspectief geeft - met toestemming van National Security Archive - de video’s weer op aparte pages (US Nukes ...), zie de lijn onder de brede bruine titelbalk. Ter inleiding laten we hieronder de voor kernwapens relevante stellingen volgen uit de derde versie, gepubliceerd in 2008 in het boek “De Koude Oorlog. Een nieuwe geschiedenis,” van de veertig stellingen over de Koude Oorlog van de Belgische historicus Yvan Vanden Berghe, emeritus gewoon hoogleraar internationale politiek aan de Universiteit Antwerpen. De eerste versie verscheen in De Nieuwe Maand, april 1989, jg. 32, nr. 4, pp. 27-30, een tweede versie werd gepubliceerd in 2002 in het boek “De Koude Oorlog.”

Stelling 9. Het was niet nodig om twee atoombommen in Japan tot ontploffing te brengen om de Japanners tot overgave te dwingen. Ze wilden reeds in juni 1945, mits het behoud van de keizer, capituleren. Niet geheel ten onrechte zagen de Sovjets in de atoombommen ook een voor hen bestemde intimidatiepoging.

Stelling 10. Bij het einde van de Tweede Wereldoorlog waren de Verenigde Staten, die over het kernmonopolie beschikten, de economische maar ook de militaire reus van de wereld geworden. De Sovjetunie had zevenentwintig miljoen mensenlevens en 40% van haar economisch potentieel verloren en snakte daarom naar een adempauze.

Stelling 14. De Sovjetunie is nooit van plan geweest West-Europa aan te vallen en te veroveren. De westerse leiders hebben dit altijd geweten. De defensiemiddelen en het NAVO-pact werden niet opgebouwd tegen sovjetintenties maar tegen de sovjetmiddelen. Na de dood van Stalin geloofden - tenzij voor korte tijd - ook de sovjetleiders niet meer in een westerse aanval. De wapenwedloop was dan ook een zichzelf voedend en uit de hand gelopen strategospel.

Stelling 24. De vele vernuftige strategische theorieën die sinds het ontstaan van de kernwapens zijn ontwikkeld, kunnen in essentie allemaal worden herleid tot het nastreven van de “wederzijds verzekerde vernietiging” (MAD).

Stelling 25. Indien we de these aanhouden dat een Derde Wereldoorlog niet is uitgebroken dankzij de “wederzijdse verzekerde vernietiging” dan had het volstaan dat elke partij slechts vijftig atoomduikboten bezat met twintig meerkoppige atomaire langeafstandsraketten aan boord. Alle andere atoomwapens waren dan overbodig.

Stelling 26. De grote Oost-West-oorlog is niet vermeden dankzij de bedreiging van de “wederzijds verzekerde vernietiging”, maar gewoon omdat geen van beide partijen een dergelijke oorlog wou.

Stelling 31. De “plaatsing” door Chroesjtsjov van korte- en middellangeafstandsraketten in 1962 in Cuba was een mislukte poging om de lat gelijk te leggen. De Verenigde Staten hadden een overwicht aan langeafstandsraketten en hadden middellangeafstandsraketten opgesteld in West-Europa. Chroesjtsjov liep een smadelijke nederlaag op en moest de militaire suprematie van de Verenigde Staten erkennen.

Stelling 40. De Koude Oorlog kan ook worden gezien als een variant van de eeuwenoude strijd tussen de orthodoxie en de andere christelijke godsdiensten. Omwille van het groot mentaliteitsverschil tussen het Amerikaans calvinisme en de Russische orthodoxie zijn er in de toekomst nog spanningen te verwachten. Angst voor de gemeenschappelijke potentiële vijand China kan beide partijen dichter bij elkaar brengen.