maandag 4 juli 2016
Het Israël-Palestina conflict, ondergesneeuwd onder de grote wereldproblemen van vandaag?
De nog altijd aanslepende financiële crisis. De groeiende inkomensongelijkheid. De aanhoudende globalisering met zijn gevolgen voor de werkgelegenheid. De uitholling van de sociale zekerheid. Het democratisch deficit. De lippendienst aan de klimaatcrisis. De voortdurende rivaliteit tussen grote mogendheden. De continue oorlogen. De vluchtelingencrisis. En recent Brexit die de EU op zijn grondvesten doet schudden. Het zijn allemaal fenomenen die ons danig bezighouden, maar de aandacht afleiden voor een andere crisis: de 50 jaar aanslepende Israëlische bezetting van Palestina.
Alle verkiezingsbeloftes ten spijt heeft de Amerikaanse president Obama in bijna acht jaar tijd geen doorbraak kunnen afdwingen in het Israël-Palestina conflict. Tijdens zijn presidentschap is het aantal kolonisten op de Westelijke Jordaanoever met 25% toegenomen rot ruim een half miljoen, waarmee de kans op een leefbare staat voor de Palestijnen steeds verder verkleint. Bij zijn aantreden heeft Obama dan wel geëist dat er een eind moest komen aan de bezetting, hij heeft de politieke moed gemist om die eis hard te maken.
Nu Israël dus vaststelt dat het de Amerikaanse eisen straffeloos naast zich neer kan leggen heeft het er een gewoonte van gemaakt om Obama's rode lijnen te overtreden, en heeft de terechtwijzingen van Washington voor lief genomen. Na dit jarenlange tandenloze beleid geeft de VS toe geen enkel idee meer te hebben wat men nog aan het Israël-Palestina conflict kan doen. Blijkbaar is het Witte Huis ook niet bereid andere initiatieven een kans te geven, zoals een Franse resolutie in de Veiligheidsraad gericht op internationale diplomatie.
Intussen kijken we terug op de bloedige Israëlische aanvallen op Gaza van jaarwisseling 2008-2009 (Cast Lead; 1300 Palestijnse doden), november 2012 (Pillar of Defence, 160 doden), en zomer 2014 (Protective Edge; 2100 doden), telkens na uitgelokte Palestijnse raketaanvallen. De wurgende blokkade van Gaza gaat zijn tiende jaar in, een hele Palestijnse generatie groeit op in de grootste openluchtgevangenis ter wereld.
Volgens een onderzoek onder ruim 5600 Israëli's door het Pew Research Centre vindt bijna 80% van de Joodse Israëli's dat Joden in Israël recht hebben op een voorkeursbehandeling. Voor bijna de helft moeten de Palestijnen worden uitgewezen. Eén op de vijf is zelfs sterk voor wat neerkomt op etnische zuivering. Daarbij gaat het vooral om ultraorthodoxe Joden, Russisch sprekenden, en mensen met een middelbare of lagere opleiding. Ook blijken alle religieuze en etnische groepen alle hoop op een tweestatenoplossing te hebben verloren.
Een groeiend aantal topmensen uit geheime dienst of leger laat een ander geluid horen. Zo zei generaal-majoor Yair Golan bij een Holocaust herdenking: “De Holocaust moet ons aanzetten ons gedrag jegens anderen te heroverwegen. Het is ó zo gemakkelijk om je als een beest te gedragen, blijk te geven van moreel verderf en schijnheiligheid. Op een dag als vandaag is het gepast na te denken over ons vermogen om op te treden tegen intolerantie en geweld.” Blijkbaar doelde de generaal-majoor op het geval van sergeant Elor Azaria die een gewonde, ongewapende Palestijn doodschoot. Dat de sergeant doodslag ten laste werd gelegd zorgde voor veel tumult in Israël.
Hoezeer de VS een aanfluiting maakt van zijn “bemiddelingspogingen” in het Israël-Palestina conflict blijkt nog eens uit de uitzending van 13 mei 2016 van het programma Head to Head van de Arabische TV-zender Al Jazeera. De scherpe maar altijd correcte Britse journalist Mehdi Hasan, ondersteund door een panel bestaande uit de Palestijnse activiste Ghada Karmi, de Britse journaliste Rachel Shabi en de Britse Israël lobbyist Alan Johnson, legt in de Oxford Union de Amerikaanse diplomaat Martin Indyk op de rooster. Hierboven een video van de uitzending. Let op hoe Indyk op 7:45 met “Come on, Mehdi” in het nauw komt.
In 2009, tijdens Cast Lead, werd Indyk al eens op de rooster gelegd op Democracy Now. Indyk voelde zich “overvallen” door de Amerikaanse politicoloog Norman Finkelstein. Die verwijt Indyk voortdurend oorzaak en gevolg om te draaien, en weet perfect uit te leggen dat Hamas raketten afschoot nadat Israël het bestand had geschonden. Israël wilde zijn militaire slagkracht tonen. Hamas had laten weten een diplomatieke oplossing te willen op basis van de grenzen van juni 1967 en zich daarmee aan te sluiten bij de internationale consensus. De Israëlische aanval was er dus tevens op gericht om Hamas uit te schakelen en daarmee dit vredesoffensief, aldus Finkelstein.
Voor de befaamde Amerikaanse professor Noam Chomsky is het Israëlische optreden in de bezette Palestijnse gebieden erger dan apartheid. Zuid-Afrika had de zwarte bevolking nodig als werkvolk, de Israëli's zitten met de Palestijnen verlegen, zij moeten opkrassen of worden opgesloten. En het zijn geen Israëlische maar Amerikaanse gevechtsvliegtuigen met Israëlische piloten die weerloze doelwitten in Gaza aanvallen met Amerikaanse high-tech munitie, puur sadisme onder de dekmantel van compassie, aldus Chomsky.
In hun boek “On Palestine” zijn de Israëlische historicus Ilan Pappé en professor Chomsky het eens dat het vredesproces een schijnvertoning is geweest die Israël heeft uitgebuit om de kolonisatie van de Westelijke Jordaanoever voort te zetten. Maar over een oplossing verschillen zij van mening: Chomsky ziet die in het tweestatenmodel, Pappé in een situatie waarin iedereen, inclusief de Palestijnse vluchtelingen, gelijke rechten heeft. Pappé is voorstander van een boycot van Israël, Chomsky heeft daar bedenkingen bij en hoopt dat de alternatieve media een radicaal gewijzigde publieke opinie teweeg kunnen brengen.
Op een moment waarop in Israël de meest extreem rechtse regering aan de macht is en in Amerika de presidentskandidaten met elkaar wedijveren wie het meest achter Israël staat is een oplossing voor het conflict nog niet in zicht. Het meest kansrijk lijkt een bottom up beweging, waarin een gewijzigde publieke opinie de machthebbers in Washington aanzet Israël tot de orde te roepen.
vrijdag 27 mei 2016
Deepening national antagonisms dominate G7 summit
by Nick Beams
Two of the major issues at the centre of global politics and economics—US-led preparations for war against China and the deepening divisions among the major powers in the face of the ongoing stagnation of the world economy—dominated the first day of the G7 summit in Japan on Thursday.
The summit meeting, which concludes Friday, is expected to issue a statement on “maritime security” in the South China Sea, where China’s territorial claims are being challenged by the US and its regional allies.
Speaking to reporters at the conclusion of the first day, a Japanese official said Prime Minister Shinzo Abe led the push for the other major powers to align with the US over the conflicts in the South China Sea and the East China Sea. The leaders of the United Kingdom, Germany, France, Italy and Canada reportedly agreed that “it was necessary for the G7 to issue a strong signal.”
In an op-ed published in the Wall Street Journal on the eve of the summit, Abe asserted that “ensuring freedom of navigation”—the cynical pretext being used to justify US military incursions into Chinese-claimed waters and airspace—was both a “prerequisite for economic growth and a precondition for stability” but “regrettably not every nation recognises that.”
The stage is being set for a dramatic escalation of tensions in the wake of the G7 summit. China has already reacted strongly. A government statement declared that issues in the region had “nothing to do” with the G7 and that Beijing was “resolutely opposed” to “individual countries hyping up the South China Sea.”
Despite the moves by the G7 to issue an implicitly anti-Chinese statement, there are divisions among the major powers over policy toward Beijing, in particular from Britain. In the early months of 2015, the US sought to prevail on other major economies not to join the Chinese-backed Asia Infrastructure Investment Bank (AIIB). Washington’s plans were thwarted when Britain broke ranks and announced it would become a founding member of the AIIB—a move quickly followed by the other European powers. This prompted a sharp rebuke from the Obama administration over what it called Britain’s “constant accommodation” to China.
Britain decided to join the bank in the search for economic advantage, in opposition to advice from the country’s foreign policy establishment that it could jeopardise the country’s strategic relationship with the US.
The financial centre of the City of London is seeking to place itself at the centre of Chinese global financial activities. This week, the Chinese finance ministry announced it will issue Rm 3 billion ($458 million) of bonds in London’s offshore renminbi market. As the Financial Times noted, the British government has “aggressively courted” renminbi business as part of a “broad push to promote greater economic ties with China.”
Reports in the lead-up to the summit suggested that Prime Minister David Cameron would come under pressure from both the US and Japan over Britain’s stance as China’s “best partner in the West,” which cuts across their demands for an increased diplomatic and military push against Beijing.
The meeting also revealed deep divisions over measures to try to lift the world economy out of stagnation. In a bid to win support for more economic stimulus measures, especially in Europe, Abe presented a series of graphs comparing the present economic conditions to those which prevailed in 2008, which led to the collapse of Lehman Brothers and the global financial crisis.
Abe’s charts focused on falling commodity prices and significantly lower growth in emerging markets in order to highlight the dangers of a new crisis in financial markets. His arguments were brushed aside in the Western press as “implausible,” with reports suggesting he had brought them forward to justify moving away from a commitment to lift Japan’s consumption tax from 8 to 10 percent next year. Abe has previously said that he would only make such a move in response to a major earthquake or a Lehman-type failure in the international banking system.
A spokesman for the British government said Prime Minister Cameron did not share Abe’s views and had “made positive noises about the global economy.” Germany also opposed stimulus measures.
The trends to which Abe pointed, however, are becoming ever more apparent. The stagnation in Europe is continuing, with figures showing a 0.2 percent fall in prices in April, the second month of deflation in a row. In the US, profits are down for the third consecutive quarter, with a report by the Conference Board, a US think tank, showing that productivity growth in the US is set to fall for the first time in more than three decades.
Emerging markets and commodity-exporting countries are again under pressure. There are concerns that a rebound in their currencies and equity markets in March and April could have ended because of the possibility that the US Federal Reserve may lift interest rates again in June. The 0.25 percent rise in December is widely believed to have been a factor behind the turmoil in financial and commodity markets in the first two months of the year.
The intensified struggle among the major powers for markets and profits has led to deepening conflicts. In the lead-up to the summit, the US criticised statements by the Japanese government that it might intervene to lower the value of the yen, while the EU has warned that it could take action over what it alleges to be dumping of Chinese steel.
Foreshadowing possible protectionist measures, European Commission president Jean-Claude Juncker declared, “If somebody distorts the market, Europe cannot be defenceless.” A draft of the G7 communique, while not mentioning China, expressed concern over the excess supply of steel. Juncker said China’s overcapacity in steel amounted to double the EU’s annual steel production and had contributed to the loss of thousands of steel jobs since 2008.
The issue is being linked to China’s push to secure “market economy status” under the World Trade Organisation, which the US is reported to be working to ensure is denied. But this issue has also given rise to divisions, with a spokesman for the British government insisting that the issue of steel should not be mixed with the question of China’s status.
When the G7 was established more than 30 years ago, the ruling elites claimed that it would function as a stabilising mechanism and bring about co-ordinated action on the global economy. That has well and truly gone by the board, as each power pushes its own national and strategic interests.
Obama is seeking to use the summit to intensify pressure against China. Cameron is seeking G7 support for his opposition to a Brexit from the EU. Abe wants the backing of the G7 against China, while seeking to push his own nationalist credentials by telling Obama of his “anger” and the “profound resentment” in Japan over the killing of an Okinawan woman by a US military contractor.
It is by no means clear precisely how each of the major powers will eventually align. One thing, however, is certain: international relations increasingly resemble those of the 1930s, in which the Great Depression fuelled a global wave of nationalism and protectionism that led ultimately to the Second World War.
More than seventy years since the end of that war, the deepening global slump and increasing divisions among US allies are pushing Washington to take ever-more reckless measures. It is not only targeting China, against which it is staging a continued series of military provocations in the name of “freedom of navigation,” but also Russia, which boasts a nuclear arsenal nearly comparable to that of the United States.
These developments raise the profound danger of a global military conflict, potentially involving nuclear weapons, that threatens the very existence of humanity.
This
article first appeared on WorldSocialist Web Site (WSWS)
on 27 May 2016,
and was republished with permission.
dinsdag 3 mei 2016
The 9/11 cover-up continues
John Brennan, then
Assistant to the President for Homeland Security and
Counterterrorism, delivers one of several briefings
that President Barack Obama received on the attempted Times Square car bombing, in the Oval Office, May 3, 2010.
(Official White House Photo by Pete Souza)
that President Barack Obama received on the attempted Times Square car bombing, in the Oval Office, May 3, 2010.
(Official White House Photo by Pete Souza)
by Andre Damon
Brennan was referring to 28 pages of the joint congressional inquiry report on the attacks, completed in 2002. The section on Saudi involvement has been kept secret for 14 years, despite calls from some sections of the US political establishment for their release.
The statements of Brennan, who wields enormous power as the head of the Obama administration’s CIA and is personally implicated in countless crimes of the state, are intended to intimidate and threaten anyone who questions the official cover-up of the 9/11 attacks. The White House itself has also opposed legislation that would mandate the release of the documents.
Brennan sought to paint the section of the report on Saudi Arabia as “inaccurate,” declaring without substantiation that subsequent investigations found that there is “no evidence that indicated that the Saudi government as an institution, or Saudi officials individually, had provided financial support for the 9/11 attacks.”
While acknowledging that the documents “point to Saudi involvement,” he nevertheless claimed that the reports were “uncorroborated, un-vetted, and basically just a collation of this information that came out of FBI files.”
He added, “I think some people may seize upon” this information to conclude that Saudi Arabia was involved, “which I think would be very, very inaccurate.” At the same time, he argued that the documents were being kept hidden because of the “sensitive methods” and “investigative action” used in collecting them.
These self-contradictory statements reek of a cover-up, and are refuted by what is already publicly known about the extent of Saudi Arabia’s involvement.
The evidence of Saudi involvement includes the fact that 15 of the 19 hijackers were Saudi nationals and several of them received financing from Saudi officials. Moreover, Zacarias Moussaoui, the only person convicted of participation in the plot to hijack airplanes and fly them into the World Trade Center and other US targets, has testified in court that he worked as a courier between Osama bin Laden and the Saudi royal family, including Prince Salman, who is today the King of Saudi Arabia.
Moussaoui also asserted that high-level Saudi officials and members of the Saudi royal family, including Prince Bandar bin Sultan, the long-time Saudi ambassador to Washington, directly financed Al Qaeda.
Democratic Senator Robert Graham, co-chair of the Joint Congressional inquiry into the 9/11 terrorist attacks, said earlier this year that there is “a pervasive pattern of covering up the role of Saudi Arabia in 9/11, by all of the agencies of the federal government, which have access to information that might illuminate Saudi Arabia’s role in 9/11.”
At issue is not only the role of Saudi Arabia, but of sections of the US state. Brennan’s statements are clearly dictated by fears that exposure of Saudi Arabia’s relationship with the hijackers would shed light on the involvement US intelligence agencies themselves in the events of 9/11. After all, the CIA has had long-standing and close ties with its counterparts in Saudi Arabia. The 9/11 hijackers, despite being under surveillance, were able to freely travel in and out of the country and attend flight schools, despite repeated warnings from other countries and from individuals within US intelligence.
“We have a very strong relationship with Saudi Arabia,” including “intelligence,” Brennan said in his interview, adding, “I have very close relations with my Saudi counterparts.” In addition to being the largest customer of the US military-industrial complex, having purchased over $100 billion in weapons from the US, Saudi Arabia has been the nexus for every clandestine and criminal alliance between the United States and Islamist forces for nearly four decades.
Under the CIA’s Operation Cyclone, conducted between 1979 and 1989, the United States and Saudi Arabia provided $40 billion worth of financial aid and weapons to the mujahedeen “freedom fighters” waging war against Soviet forces in Afghanistan, an operation in which then-US ally Osama bin Laden played a key role. The proxy war in Afghanistan was pivotal in the later creation of Al Qaeda.
More recently, Saudi Arabia has been a key player, along with Turkey and Qatar, in funneling US money and weapons to Islamic fundamentalist groups in Syria beginning in 2011 as part of the civil war targeting Syrian President Bashar al-Assad.
The entire narrative of the “war on terror,” rests on the claim that the September 11 attacks were masterminded by a single man, Osama bin Laden, and the policy of the state—under first Bush and then Obama—has been guided by the overriding aim of preventing another attack.
The truth about what happened on September 11 cannot be told because it would expose as a lie the official account of an event that has been used as the catch-all pretext by the American ruling class at home and abroad. On the basis of the events of that day—and subsequent attacks that have followed a similar pattern—the US and other imperialist countries have waged a series of wars that have killed millions, while erecting the framework of a police state.
Fifteen years after the beginning of the war on terror, the American people still do not know the truth about what actually happened on 9/11. The tragic event, which directly cost the lives of nearly 3,000 people, remains shrouded in secrets and lies.
This
article first appeared on WorldSocialist Web Site (WSWS)
on
3 May 2016,
and was republished with permission.
woensdag 23 maart 2016
What motivates suicide terrorists
In the wake of yesterday's events in Brussels, most main stream media push for more “war on terror” and fail to address the question of what leads terrorists to kill. Two alternative media sources do give interesting comments and analysis: suicide attacks are not motivated by religion, but are a response to Western military intervention.
1. Marcus Papadopoulos interview on RT news channel
“This is what happens when you get into bed with extremists,” said Papadopoulos, publisher/editor of Politics First. For him, the roots of these terrorist attacks are Western foreign policy. “For the last 30 years or so America in particular, but also Britain and France have been working with Islamist terrorists to try and achieve geostrategic objectives. And this is what happens when you get into bed with repugnant dangerous extremist people – it comes back to haunt you,” he told RT.
2. Joshua Holland quoting political scientist Robert Pape
Following the Paris attacks of November last year, New York City-based writer and host of Politics and Reality Radio Joshua Holland wrote a piece in the 2 December 2015 issue of The Nation from which we quote the key paragraphs below:
Terrorist groups like ISIS and Al Qaeda are widely seen as being motivated by their radical theology. But according to Robert Pape, a political scientist at the University of Chicago and founder of the Chicago Project on Security and Terrorism, this view is too simplistic. Pape knows his subject; he and his colleagues have studied every suicide attack in the world since 1980, evaluating over 4,600 in all.
… Pape adds, there have been “many hundreds of secular suicide attackers,” which suggests that radical theology alone doesn’t explain terrorist attacks. From 1980 until about 2003, the “world leader” in suicide attacks was the Tamil Tigers, a secular Marxist group of Hindu nationalists in Sri Lanka.
According to Pape’s research, underlying the outward expressions of religious fervor, ISIS’s goals, like those of most terrorist groups, are distinctly earthly:
What 95 percent of all suicide attacks have in common, since 1980, is not religion, but a specific strategic motivation to respond to a military intervention, often specifically a military occupation, of territory that the terrorists view as their homeland or prize greatly. From Lebanon and the West Bank in the 80s and 90s, to Iraq and Afghanistan, and up through the Paris suicide attacks we’ve just experienced in the last days, military intervention—and specifically when the military intervention is occupying territory—that’s what prompts suicide terrorism more than anything else.
Pape says that it’s important to distinguish between ISIS’s long-term goals and its shorter-term strategies to achieve them:
It’s about the timing. How are you going to get the United States, France and other major powers to truly abandon and withdraw from the Persian Gulf when they have such a large interest in oil? A single attack isn’t going to do it. Bin Laden did 9/11 hoping that it would suck a large American ground army into Afghanistan, which would help recruit a large number of suicide attackers to punish America for intervening. We didn’t do that – we used very limited military force in Afghanistan. But what Bin Laden didn’t count on was that we would send a large ground army into Iraq to knock Saddam out. And that turned out to be the most potent recruiting ground for anti-American terrorists that ever was, more so than Bin Laden had ever hoped for in his wildest dreams.
So if your goal is to create military costs on these states and get them to withdraw, you’ve got to figure out a way to really up the ante. And the way that you really up the ante is to get them to overreact. You try to get them to send a large ground army in so that you can truly drive up the costs. That’s what ISIS is trying to sucker us into doing.
In Pape’s view, most of the conventional wisdom about what terrorists want to achieve is wrong, and that disconnect has limited the effectiveness of the West’s response to terrorism.
Labels:
Article in English,
België,
EU,
Frankrijk,
Groot-Brittannië,
Irak,
Islamic State,
Libië,
Rusland,
Syrië,
VS
zaterdag 19 maart 2016
De hypocriete Turkije-deal: de EU sluit zijn grenzen voor vluchtelingen
Women
and children among Syrian refugees striking at the platform of
Budapest Keleti railway station.Foto:
Mstyslav
Chernov, Wikimedia Commons.
Europa sluit zijn grenzen voor de miljoenen mensen die het strijdtoneel in het Midden-Oosten en Noord-Afrika ontvluchten. Dat is het resultaat van de top van gisteren in Brussel tussen de 28 EU-staatshoofden en de Turkse minister Ahmet Davutoglu. Vluchtelingen die na 20 maart aankomen op Griekse eilanden worden naar Turkije teruggestuurd na een scherts-asielprocedure aldaar. In ruil stuurt Turkije voor elke “illegale” vluchteling die het terugneemt een “legale” vluchteling naar de EU.
Het prijskaartje is niet mis. Naast de €3 miljard die de EU al had toegezegd betaalt de EU Turkije tegen 2018 nog eens €3 miljard. Turkije is ook visumvrij reizen naar de EU in het vooruitzicht gesteld. En er wordt een nieuw hoofdstuk geopend in de tientallen jaren aanslepende onderhandelingen over toetreding tot de EU.
Dat de deal conform het internationaal recht de bescherming van vluchtelingen beoogt is puur bedrog. De problemen in Turkije lijken steeds meer op een regelrechte burgeroorlog. Het Turkse regime onderdrukt politieke tegenstanders, en treedt burgerrechten met voeten. Turkije heeft de VN-vluchtelingenconventie niet volledig onderschreven. Voor de opvang van vluchtelingen is het geen “veilig land”. Daarmee wordt de asielprocedure in Griekenland vrijwel irrelevant: de vluchtelingen moeten immers eerst in Turkije asiel vragen.
Per saldo moet de EU alleen maar (“legale”) Syrische vluchtelingen opvangen indien (“illegale”) anderen bereid zijn hun leven te riskeren door in een gammel bootje de Egeïsche Zee over te steken. Vluchtelingen die toch nog heelhuids in Griekenland aankomen moeten achter aansluiten in de rij mensen die naar Turkije worden teruggestuurd. Daarmee wordt het voor hen vrijwel onmogelijk om legaal een bestaan in Europa op te bouwen. Wat er in het verschiet ligt werd al meteen duidelijk toen de Turkse schepen en helicopters van de kustwacht vrijdag 3000 vluchtelingen op weg naar het Griekse eiland Lesbos oppakten.
De Europese leiders waren in hun nopjes over de deal, maar toonden tegelijk een ergerlijke mate van onverschilligheid over het lot van de miljoenen die vluchten voor oorlog en armoede. “Zij die nu nog kiezen voor de gevaarlijke route naar de EU riskeren niet enkel hun leven, maar hebben ook geen enkele kans van slagen,” aldus de ijskoude boodschap aan de vluchtelingen van de Duitse bondskanselier Angela Merkel.
Het rechts-conservatieve karakter van de deal werd duidelijk in de verf gezet door de uiterst rechtse Hongaarse premier Victor Orban, die zijn land sinds vorig jaar met hekken heeft afgesloten: “de deal verplicht individuele EU-lidstaten niet om vluchtelingen op te nemen.” En de Turkse premier Davutoglu bestempelde het akkoord zowaar als “historisch.”
Dat het akkoord in feite elke verplichting tot het verlenen van asiel overboord zet wordt zelfs in de klassieke media bevestigd. In een bericht stelt de Associated Press dat de EU het verlenen van asiel aan vluchtelingen uitbesteedt aan Turkije. Waar aanvankelijk Turkije vluchtelingen nog moest behandelen conform het internationaal recht staat in het definitieve akkoord slechts dat Turkije zich moet houden aan “relevante” wettelijke normen.
Het akkoord is een regelrechte afwijzing van het fundamentele democratische recht op asiel. Dat recht werd ingevoerd in de nasleep van de Tweede Wereldoorlog en de gruwelijke Nazi-misdaden. Het VN-Vluchtelingenverdrag van 1951 garandeert vluchtelingen niet enkel het recht op bescherming tegen oorlog, discriminatie en vervolging, maar ook op toegang tot de arbeidsmarkt, onderwijs en welzijnszorg.
Met in Turkije zowat 3 miljoen Syriërs gestrand en de helft van de Syrische bevolking op de dool is de EU bereid er nog slechts 72.000 op te nemen. Dat herinnert aan de jaren 1930, toen het “democratische” Europa en Amerika slechts een symbolische aantal Joden die de Nazi-vervolging ontvluchtten wilde opnemen. De Griekse minister van Binnenlandse Zaken Panagiotis Kouroumblis vergeleek het Eidomeni-kamp aan de grens met Macedonië met een Nazi-concentratiekamp: “Een modern Dachau, het gevolg van de logica van gesloten grenzen.”
Het cynisme kent geen grenzen. De deal schort na 72.000 “legale” vluchtelingen het “één in, één uit" mechanisme op: er worden dan geen vluchtelingen uit Turkije meer toegelaten. Maar toen in 2008 het mondiale financiële systeem op instorten stond werden kosten noch moeite gespaard om de zwaar speculerende banken en investeerders te redden. Voor de miljoenen wanhopige vluchtelingen zijn blijkbaar maar mondjesmaat middelen beschikbaar.
Tegen die achtergrond moet men ook bedenken dat de vluchtelingencrisis maar kon ontstaan door imperialistisch Westers optreden waar ook onze landen aan hebben meegedaan. Denk aan de NAVO-bombardementen op Joegoslavië in 1999, de invasie van Afghanistan na 9/11, de oorlog tegen Irak in 2003, de NAVO-luchtoorlog tegen Libië, en de onophoudelijke pogingen om het Assad-regime in Damascus omver te werpen. Dat alles heeft hele samenlevingen vernietigd, honderdduizenden mensen de dood ingejaagd en miljoenen mensen op de vlucht gedreven.
Nu de EU zich afhankelijk maakt van Turkije om de vluchtelingen tegen te houden worden deze teruggestuurd naar het oorlogsgebied dat zij met de moed der wanhoop probeerden te ontvluchten. Turkije vecht een conflict uit met Koerdische separatisten in het zuidoosten. Het optreden van het Turkse leger daar heeft honderden slachtoffers gekost. De Islamitische regering treedt steeds harder op tegen journalisten en de media.
Naar buiten toe mogen de 28 EU-landen dan eensgezindheid voorwenden, de barsten blijven. De grenssluitingen dreigen de EU te verscheuren. En Merkel mag de deal dan aanprijzen als een “Europese oplossing” van de crisis, die uitspraak is eerder gericht op het belang van het Duitse bedrijfsleven om Schengen overeind te houden dan op een bekommernis voor de vluchtelingen.
Frankrijk had het moeilijk met de concessies aan Turkije. Voor de Franse president François Hollande moet Ankara tegemoetkomen aan álle 72 eisen alvorens sprake kan zijn van opheffing van de visumbeperkingen voor Turkse burgers. We zullen hem eraan houden.
Europese burgers zijn overwegend tegen afscherming van de EU-grenzen en patrouilles door NAVO-oorlogsschepen. De politieke elite heeft hier blijkbaar geen boodschap aan. Links staat volledig achter het akkoord. In Duitsland steunt Die Linke het beleid van Merkel. En in Griekenland heeft de Syriza-regering van Alexis Tsipras de handen ineen geslagen met Davutoglu bij het handhaven van Fort Europa.
Voor de Gentse politicoloog en Europa-specialist Hendrik Vos is officieel geen sprake van massa-terugsturing, maar zal het daar in de praktijk wel op neerkomen. “De Griekse hotspots wacht een enorme logistieke taak. Ik heb het gevoel dat dit allemaal heel hypocriet en pro forma is, precies omdat de uitkomst vast staat, namelijk iedereen zal teruggestuurd worden,” aldus Vos.
Dit stuk is geïnspireerd op het artikel “European Union and Turkey reach deal to seal borders and expel refugees” van Jordan Shilton.
Labels:
Afghanistan,
Arabieren,
België,
Duitsland,
EU,
Frankrijk,
Griekenland,
Internationale organisaties,
Irak,
Libië,
NAVO,
Syrië,
Turkije
woensdag 24 februari 2016
Mounting US pressure on China over South China Sea
U.S. Secretary of State John Kerry speaks with Chinese Foreign
Minister Wang Yi at the beginning of a bilateral meeting in Beijing,
China, on April 13, 2013. [State Department photo by Alison Anzalone/ Public Domain]
China, on April 13, 2013. [State Department photo by Alison Anzalone/ Public Domain]
By Peter Symonds
Chinese Foreign Minister Wang Yi, who is in Washington for three days of talks, met yesterday with US Secretary of State John Kerry amid sharpening tensions over the South China Sea and the Korean Peninsula. While playing up the need for dialogue and negotiation, their joint press conference only highlighted the extent of the differences that were undoubtedly expressed far more heatedly behind closed doors.
The stage was set for the visit through a series of articles in the American media implicitly accusing China of “militarising” the South China Sea and bullying its neighbours, thereby putting Foreign Minister Wang on the back foot. All the reports had the character of stories planted by the US military and foreign policy establishment, or sections of it.
Last week, Murdoch’s Fox News claimed, on the basis of satellite photographs obtained from a commercial Israeli-based provider, that the Chinese military had placed surface-to-air batteries on Woody Island in the Paracel Island group. China has occupied Woody Island for 60 years, uses it as its administrative centre in the South China Sea, and has previously based military hardware on it, including fighter aircraft.
The inflated accounts of the “missile threat” posed by China were followed by a report on Monday by the Centre for Strategic and International Studies (CSIS) that Beijing was installing what appeared to be a high-frequency radar system in the Spratly Islands that “would significantly bolster China’s ability to monitor surface and air traffic in the South China Sea.” The CSIS is the Washington think tank most closely involved in the US military build-up in the region as part of the Obama administration’s so-called pivot to Asia.
Yesterday, as the talks between Wang and Kerry were about to begin, Fox News featured another “exclusive.” It cited two unnamed US officials claiming that the Chinese military had deployed Shenyang J-11 and Xian JH-7 fighter jets to Woody Island. This “dramatic escalation,” the article breathlessly declared, came just minutes before Kerry was due to meet Wang. An earlier meeting with US Defence Secretary Ashton Carter at the Pentagon was apparently cancelled without explanation.
While diplomatically phrased, the exchange between Wang and Kerry on the South China Sea clearly pointed to the sharpening tensions. Asked about the Chinese radar systems, Kerry declared the US had always been “very clear” that it was opposed to unilateral steps in reclamation and militarisation in the South China Sea.
While nominally directed at all claimants, Kerry named China in particular as responsible for taking steps that were producing “an escalatory cycle.” Regrettably, he declared, missiles, fighter aircraft, guns, artillery and other equipment had been placed in the South China Sea.
Wang insisted that non-militarisation was not the responsibility of one party alone. He criticised the Philippines, an aggressive promoter of the US “pivot,” for giving up on direct negotiations with China by taking their maritime dispute to the International Arbitral Tribunal. Wang pointed out that China was not the only country introducing missiles and bombers into the South China Sea and called for an end to “close-up reconnaissance operations.”
The last reference is to the Pentagon’s provocative “freedom of navigation” operations that directly challenge Chinese territorial claims. Most recently, the destroyer, the USS Curtis Wilbur, intruded last month into the 12-nautical-mile territorial zone surrounding Chinese-controlled Triton Island in the Paracels, leading to angry condemnations from Beijing.
In the lead-up to yesterday’s talks, Washington and Beijing both signalled there would be no compromise. On Monday, Chinese foreign ministry spokeswoman Hua Chunying said the US should keep to its promise of not taking sides in the maritime disputes and stop “hyping up” tensions, especially over China’s limited military presence.
“China’s deploying necessary, limited defensive facilities on its own territory is not substantially different from the United States defending Hawaii,” Hua said. Frequent US military patrols “is the biggest cause of militarisation of the South China Sea,” she added. “We hope the United States does not confuse right and wrong on this issue or practice double standards.”
US State Department spokeswoman Anna Richey-Allen was just as blunt. She foreshadowed that Kerry “will have a very frank conversation with his Chinese counterpart on this issue” of deploying advanced air defence missiles in the South China Sea. Speaking at the Senate Foreign Relations Committee on the same day, Kerry declared that “the militarisation of facilities” was not encouraging the resolution of territorial disputes.
Admiral Harry Harris, commander of the US Pacific Command, was far more strident in his condemnation of China’s actions. He told the Senate Armed Services Committee on Tuesday that China was boosting its military “to achieve its dream of regional dominance, with growing aspirations of global reach and influence.” He added: “China views the South China Sea as a strategic frontline in their quest to dominate East Asia out to the Second Island Chain. I view their thinking as approaching a new ‘Great Game’.”
In reality, the US “pivot” to Asia involves a huge American military build-up throughout every part of the region, as Harris’s testimony outlined in detail. Unfettered access to the South China Sea is viewed by the Pentagon as an essential “frontline” in its preparations for war with China. These plans envisage an air and missile blitzkrieg, destroying China’s mainland military bases, communication and infrastructure.
During their press conference, Kerry and Wang also commented on another dangerous flashpoint in the Asia Pacific—the Korean Peninsula. Both condemned North Korea’s latest nuclear test in January and rocket launch this month and indicated that agreement had been reached on a UN resolution to impose tough new sanctions on Pyongyang.
The apparent consensus, however, was preceded by weeks of disagreement as Washington sought to pressure Beijing to cut its economic lifelines to Pyongyang. While acutely concerned that North Korea could trigger a nuclear arms race in Asia, Chinese leaders are equally worried about a precipitous collapse of the unstable regime on China’s northern borders.
Beijing has objected in particular to talks between the US and South Korea over the basing of a Terminal High-Altitude Area Defence (THAAD) anti-ballistic missile system on the Korean Peninsula. At the press conference, Kerry acknowledged China’s concern but absurdly declared that the THAAD system was only under discussion because of North Korea’s “provocative actions.” He added: “If we can get to denuclearisation [of North Korea], there’s no need to deploy THAAD.”
The US is literally holding a gun to China’s head to force Beijing to take tough measures against its ally North Korea. The THAAD system is not defensive, as Kerry claimed, but is part of the anti-ballistic missile armoury being stationed in Asia as part of the Pentagon’s plans for war against China. THAAD systems are already in place in Guam and Japan. Washington is now threatening to install another on the Korean Peninsula, close to the Chinese mainland, unless Beijing bows to US demands on North Korea.
Yesterday’s meeting was the third between Kerry and Wang in less than a month. Far from lessening tensions between the two countries, the flurry of diplomatic activity indicates Washington’s heightened focus on pressuring Beijing to bow to US demands, even as the Pentagon’s expansion in Asia continues apace.
This
article first appeared on WorldSocialist Web Site (WSWS)
on
24
February 2016,
and was republished with permission.
Labels:
Article in English,
China,
Koreaans schiereiland,
Philippijnen,
VS,
Zuidoost-Azië
zondag 31 januari 2016
De oorlog in Syrië en de Europese vluchtelingencrisis
Nu de Syrische oppositie eindelijk heeft ingestemd met deelname aan de vredesbesprekingen in Genève kunnen deze dan toch beginnen. Het overleg zou snel moeten leiden tot een staakt-het-vuren en uiteindelijk tot een einde aan het conflict. Maar aan de vooravond zei niemand minder dan de Amerikaanse vicepresident Joe Biden dat de VS nog altijd klaar staat voor een militaire oplossing. Wat wil Washington nu? Is een politieke oplossing dan toch niet niet essentieel? En leidt die oorlogsretoriek niet tot een conflict met Moskou? Sinds enkele maanden treden de Russen, op verzoek van de legitieme Syrische regering, militair op tegen ISIS en de door het Westen, in strijd met het internationaal recht, geronselde gewapende oppositie.
Genève wordt een schijnvertoning
Sinds 2011, toen voor het eerst werd gepleit voor een onderhandelde oplossing van het conflict, heeft de VS elke vredesonderhandeling gesaboteerd. En het Westen ging in 2012 niet in op een Russische compromisvoorstel waarin de Syrische president Bashar al-Assad zou aftreden. Vandaag moet Assad niet onmiddellijk van het toneel verdwijnen, maar wel op korte termijn. Het is niet de Syrische bevolking die mag uitmaken door wie zij geregeerd wordt. Assad heeft nog altijd een grote aanhang bij de bevolking, en maakt een goede kans om herkozen te worden. Het Westen weet dat, vandaar dat Assad “weg” moet. Het Westen wil een marionettenregering.
De buitenlandse militia's in Syrië
kunnen de verklaring van Joe Biden enkel zien als een signaal om de
strijd voort te zetten, om in Genève geen compromissen te sluiten.
De VS wil blijkbaar dat de proxy-oorlog
doorgaat. Syrië moet
verder worden gedestabiliseerd. Ten koste van nog vele tienduizenden
doden, honderdduizenden ontheemden en een volkomen uit de hand
lopende vluchtelingencrisis in Europa. Genève wordt een
schijnvertoning.
Staffan
de Mistura, de VN-speciaal-afgezant voor Syrië, zei het in alle
openheid: de onderhandelingen zullen lang duren, misschien wel een
half jaar.
De Syrische regering is aan de winnende hand
Doorslaggevend in het conflict in Syrië is de controle over het geïndustrialiseerde westen, het gebied dat Damascus, Homs, Hama, Latakkia en Aleppo omsluit. Het Syrische leger, gesteund door de Russische en Syrische luchtmacht, Iraanse speciale troepen en Hezbollahstrijders langs de Syrisch-Libanese grens maken hier grote vorderingen, een feit dat de Westerse mainstream media volledig verzwijgen. Dat de Syrische overheid geen controle uitoefent over de woestijngebieden in het oosten is geen probleem, met uitzondering van het gebied rond Deir ez-Zur vanwege de oliewinning, maar ook hier kan ISIS zich op termijn niet handhaven. Overigens vraagt niemand zich af hoe ISIS kon ontstaan en waarom dit “monster” blijkbaar kan rekenen op steun bij de bevolking.
Het optreden van de Koerden in het noorden, die met VS-hulp de grens met Turkije afsluiten, draagt bij tot de vorderingen die de Syrische overheid maakt. Hier staan Turkije en de VS tegenover elkaar. Turkije probeert tevergeefs een wig te drijven tussen de Syrische Koerden langs de Turkse grens in het westen en het oosten. De VS kijkt aan tegen een mislukking van zijn Syrië-strategie. Binnen de regering-Obama lijken zich twee kampen af te tekenen: buitenlandminister John Kerry die een diplomatieke oplossing bepleit, en vicepresident Joe Biden die een gewapende overwinning voorstaat. Maar dat is schijn. De twee kampen voeden elkaar, zien in de vredesonderhandelingen een kans om de proxytroepen te hergroeperen. Een houding die enkel leidt tot verlenging van de uitzichtloze strijd en een aanhoudende vluchtelingenstroom.
Supermacht Amerika tegenover opkomend Eurazië/China
De oorlog in Syrie gaat niet tussen Soennieten en Sjiieten, rebellen tegen het leger van Assad. Het Syrische leger bestaat in meerderheid uit Soennieten. Als het echt ging om een Soennitisch-Sjiietisch conflict, dan zou de regering die steunt op Sjiietische Allowieten, nog geen 10% van de bevolking, al lang gevallen zijn. In Syrië botst de tanende macht van het Westen tegen die van de nieuwe zijderoute die China met Afrika, Europa en Azië moet verbinden, met een prominente plaats voor Eurazië, de economische unie tussen Rusland, Kirgizië, Armenië, Wit-Rusland en Kazakstan. De Chinese president Xi Jinping werd recent in Saoedi Arabië, Iran en Egypte met open armen ontvangen. Vooral de Saoedi's zien in een strategische relatie met China een goed alternatief voor de bestaande relatie met wereldmacht Amerika op zijn retour.
De strijd in Syrië gaat om de controle over grondstoffen. Alles draait om de vraag welke van twee pijplijnen het haalt. Als de combinatie Turkije-Saoedi Arabië-Qatar de oorlog in Syrië wint komt er een pijplijn van Qatar naar de Middenlandse Zee en levert Qatar aardgas aan Europa. Blijft Syrië met steun van Iran en Rusland overeind, dan leveren Iran en Irak aardgas aan Europa. Gazprom heeft al interesse getoond om in de pijplijn te investeren, zodat ook Rusland participeert in zo'n project.
Niet-conventionele oorlog met Rusland
Maar zover is het nog niet. In Syrië spelen twee conflicten: tussen de VS en Rusland, en tussen Saoedi Arabië en Iran. In feite is er al geruime tijd sprake van een oorlog tussen de VS en Rusland. Geen conventionele oorlog, maar een oorlog tussen proxies. En economische sabotage, zoals de ineenstorting van de olieprijzen, de sancties, de insinuaties over de dood van de overgelopen Russische geheim agent Alexander Litvinenko om de EU onder druk te zetten de sancties overeind te houden. Alles draait om de vraag wie het monopolie krijgt op gasleveringen aan Europa: Qatar of Iran. Maar dat is slechts een onderdeel van het grote schaakspel: de opkomt van het Oosten, de BRICS, en de afnemende invloed van het Westen.
Voor de prominente Amerikaanse politicoloog Stephen Walt vloeit mondiale invloed deels voort uit competentie, een imago dat de laatste drie Amerikaanse regeringen nu niet bepaald hebben waargemaakt: (1) de strategie om Irak en Iran tegen elkaar uit te spelen droeg bij aan Bin Laden's besluit om de VS aan te vallen, (2) onder Amerikaans toezicht is een twee-staten-oplossing voor het Israel-Palestina conflict de nek opgedraaid, (3) de invasie in Irak was een gigantische blunder waar de wereld nog altijd de wrange vruchten van plukt, (4) de VS-interventies in Libië, Somalië en Jemen hebben ook daar tot mislukte staten geleid, en (5) de VS heeft in Syrië geen glorieus parcours gelopen. Maar anders dan Walt aan het slot van zijn discours stelt wordt vandaag het lot van het Midden-Oosten niet per saldo bepaald door de inwoners, maar door de grootmachten.
Vluchtelingenstroom sinds komst buitenlandse strijders
Regionale grootmachten sluiten zich liever aan bij de opkomende wereldmacht dan bij het oorlogszuchtige Westen. Het Westen ziet die ontwikkeling met lede ogen aan, en kiest voor het destabiliseren, het vernietigen van een staat als Syrië die het maar niet onder controle krijgt. Ziet geen van de strijdende partijen zijn pijplijnen over dat land gerealiseerd, dan is dat voor het Westen een aanvaardbaar alternatief. Liever een permanente oorlog, dan de tegenstander laten winnen. Daarbij neemt men de vluchtelingenstroom voor lief. Die is niet veroorzaakt door Assad. Die is sinds 2000 aan de macht. De vluchtelingenstroom begon in 2011, sinds het begin van de oorlog die ontstond met de komst van door de VS en Groot-Brittannië gesponsorde buitenlandse strijders.
In Genève denken alle spelers wat te kunnen winnen. De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan en de Amerikaande vicepresident Joe Biden praten over de inzet van troepen, maar zullen enkel de steun aan hun proxies verhogen. In die chaotische situatie opereert nog altijd ISIS. Die is zowat omsingeld, kan zich niet goed meer bevoorraden, maar is nog lang niet verslagen. Met of zonder Genève, reken op een jaren aanslepende oorlog naar het model van de 15-jarige oorlog in Libanon. Met een blijvend vluchtelingenprobleem. Europa kan zijn mouwen oprollen.
De Syrische regering is aan de winnende hand
Doorslaggevend in het conflict in Syrië is de controle over het geïndustrialiseerde westen, het gebied dat Damascus, Homs, Hama, Latakkia en Aleppo omsluit. Het Syrische leger, gesteund door de Russische en Syrische luchtmacht, Iraanse speciale troepen en Hezbollahstrijders langs de Syrisch-Libanese grens maken hier grote vorderingen, een feit dat de Westerse mainstream media volledig verzwijgen. Dat de Syrische overheid geen controle uitoefent over de woestijngebieden in het oosten is geen probleem, met uitzondering van het gebied rond Deir ez-Zur vanwege de oliewinning, maar ook hier kan ISIS zich op termijn niet handhaven. Overigens vraagt niemand zich af hoe ISIS kon ontstaan en waarom dit “monster” blijkbaar kan rekenen op steun bij de bevolking.
Het optreden van de Koerden in het noorden, die met VS-hulp de grens met Turkije afsluiten, draagt bij tot de vorderingen die de Syrische overheid maakt. Hier staan Turkije en de VS tegenover elkaar. Turkije probeert tevergeefs een wig te drijven tussen de Syrische Koerden langs de Turkse grens in het westen en het oosten. De VS kijkt aan tegen een mislukking van zijn Syrië-strategie. Binnen de regering-Obama lijken zich twee kampen af te tekenen: buitenlandminister John Kerry die een diplomatieke oplossing bepleit, en vicepresident Joe Biden die een gewapende overwinning voorstaat. Maar dat is schijn. De twee kampen voeden elkaar, zien in de vredesonderhandelingen een kans om de proxytroepen te hergroeperen. Een houding die enkel leidt tot verlenging van de uitzichtloze strijd en een aanhoudende vluchtelingenstroom.
Supermacht Amerika tegenover opkomend Eurazië/China
De oorlog in Syrie gaat niet tussen Soennieten en Sjiieten, rebellen tegen het leger van Assad. Het Syrische leger bestaat in meerderheid uit Soennieten. Als het echt ging om een Soennitisch-Sjiietisch conflict, dan zou de regering die steunt op Sjiietische Allowieten, nog geen 10% van de bevolking, al lang gevallen zijn. In Syrië botst de tanende macht van het Westen tegen die van de nieuwe zijderoute die China met Afrika, Europa en Azië moet verbinden, met een prominente plaats voor Eurazië, de economische unie tussen Rusland, Kirgizië, Armenië, Wit-Rusland en Kazakstan. De Chinese president Xi Jinping werd recent in Saoedi Arabië, Iran en Egypte met open armen ontvangen. Vooral de Saoedi's zien in een strategische relatie met China een goed alternatief voor de bestaande relatie met wereldmacht Amerika op zijn retour.
De strijd in Syrië gaat om de controle over grondstoffen. Alles draait om de vraag welke van twee pijplijnen het haalt. Als de combinatie Turkije-Saoedi Arabië-Qatar de oorlog in Syrië wint komt er een pijplijn van Qatar naar de Middenlandse Zee en levert Qatar aardgas aan Europa. Blijft Syrië met steun van Iran en Rusland overeind, dan leveren Iran en Irak aardgas aan Europa. Gazprom heeft al interesse getoond om in de pijplijn te investeren, zodat ook Rusland participeert in zo'n project.
Niet-conventionele oorlog met Rusland
Maar zover is het nog niet. In Syrië spelen twee conflicten: tussen de VS en Rusland, en tussen Saoedi Arabië en Iran. In feite is er al geruime tijd sprake van een oorlog tussen de VS en Rusland. Geen conventionele oorlog, maar een oorlog tussen proxies. En economische sabotage, zoals de ineenstorting van de olieprijzen, de sancties, de insinuaties over de dood van de overgelopen Russische geheim agent Alexander Litvinenko om de EU onder druk te zetten de sancties overeind te houden. Alles draait om de vraag wie het monopolie krijgt op gasleveringen aan Europa: Qatar of Iran. Maar dat is slechts een onderdeel van het grote schaakspel: de opkomt van het Oosten, de BRICS, en de afnemende invloed van het Westen.
Voor de prominente Amerikaanse politicoloog Stephen Walt vloeit mondiale invloed deels voort uit competentie, een imago dat de laatste drie Amerikaanse regeringen nu niet bepaald hebben waargemaakt: (1) de strategie om Irak en Iran tegen elkaar uit te spelen droeg bij aan Bin Laden's besluit om de VS aan te vallen, (2) onder Amerikaans toezicht is een twee-staten-oplossing voor het Israel-Palestina conflict de nek opgedraaid, (3) de invasie in Irak was een gigantische blunder waar de wereld nog altijd de wrange vruchten van plukt, (4) de VS-interventies in Libië, Somalië en Jemen hebben ook daar tot mislukte staten geleid, en (5) de VS heeft in Syrië geen glorieus parcours gelopen. Maar anders dan Walt aan het slot van zijn discours stelt wordt vandaag het lot van het Midden-Oosten niet per saldo bepaald door de inwoners, maar door de grootmachten.
Vluchtelingenstroom sinds komst buitenlandse strijders
Regionale grootmachten sluiten zich liever aan bij de opkomende wereldmacht dan bij het oorlogszuchtige Westen. Het Westen ziet die ontwikkeling met lede ogen aan, en kiest voor het destabiliseren, het vernietigen van een staat als Syrië die het maar niet onder controle krijgt. Ziet geen van de strijdende partijen zijn pijplijnen over dat land gerealiseerd, dan is dat voor het Westen een aanvaardbaar alternatief. Liever een permanente oorlog, dan de tegenstander laten winnen. Daarbij neemt men de vluchtelingenstroom voor lief. Die is niet veroorzaakt door Assad. Die is sinds 2000 aan de macht. De vluchtelingenstroom begon in 2011, sinds het begin van de oorlog die ontstond met de komst van door de VS en Groot-Brittannië gesponsorde buitenlandse strijders.
In Genève denken alle spelers wat te kunnen winnen. De Turkse president Recep Tayyip Erdoğan en de Amerikaande vicepresident Joe Biden praten over de inzet van troepen, maar zullen enkel de steun aan hun proxies verhogen. In die chaotische situatie opereert nog altijd ISIS. Die is zowat omsingeld, kan zich niet goed meer bevoorraden, maar is nog lang niet verslagen. Met of zonder Genève, reken op een jaren aanslepende oorlog naar het model van de 15-jarige oorlog in Libanon. Met een blijvend vluchtelingenprobleem. Europa kan zijn mouwen oprollen.
Labels:
Arabieren,
BRICS,
China,
EU,
Europa,
Groot-Brittannië,
Irak,
Iran,
Islamic State,
Israel-Palestina conflict,
Jemen,
Koloniale erfenis van het Westen,
Libanon,
Libië,
Qatar,
Rusland,
Saudi Arabië,
Syrië,
Turkije,
VS
vrijdag 1 januari 2016
Het Turkije van Erdoğan: gevangen tussen Oost en West
Ontvangst
van de Turkse president Recep Tayyip Erdoğan door
de Saudische koning Salman bin Abdoel Aziz al-Saoed
op 29 december 2015.
Foto:
Saudi-US Trade Group (SUSTG)
In
2012 nog het land van zero problems
with our neighbours, is Turkije
vandaag een regionale mogendheid met grote internationale ambities
die het op agressieve wijze tracht te realiseren. Het land grijpt
militair in in een soeverein buurland, verleent militaire en
financiële steun aan rebellen in Syrië die zover gaat als het
leveren van gifgas, en beraamt valse vlag-operaties om de NAVO bij
het conflict te betrekken.
De
Turkse president Erdoğan heeft bij herhaling gepoogd een no-fly
zone in te stellen in Noord-Syrië, die natuurlijk onder zijn
controle zou moeten staan en als uitvalsbasis dienen om zowel zijn
Koerdische aartsvijanden uit te schakelen als de Syrische president
Assad te verdrijven. Andere Turkse wapenfeiten zijn het installeren
van een militaire basis in Noord-Irak, de heling van gestolen ruwe
olie uit Irak en Syrië met actieve betrokkenheid in de hoogste
kringen, en als klap op de vuurpijl: het neerhalen van een Russische
bommenwerper, om een hard antwoord van Rusland uit te lokken en
daarmee een militair conflict Rusland-NAVO.
Maar
Erdoğan sloeg de plank flink mis. Op de spoedzitting van de NAVO die
op zijn verzoek plaatsvond kreeg hij niet de steun waar hij op had
gehoopt. Veel lidstaten zetten
vraagtekens bij het neerschieten van de Russische bommenwerper.
En aansluitend sloot de Franse president François Hollande een
alliantie met Putin tegen ISIL in Syrië, een voorbeeld dat de
Britten en Duitsers volgden.
Daarmee
kreeg de internationale strijd tegen ISIS voorrang op “Assad moet
weg,” tegen de zin van Erdoğan, die nu ook een de facto Russische
no
fly
zone moest slikken door de opstelling
van de geduchte S-400 luchtafweerraketten op de Russische
luchtmachtbasis bij Latakia en het feit dat de Russische
bommenwerpers voortaan worden geëscorteerd door SU-35
gevechtsvliegtuigen.
Erdoğan's
buitensporig buitenlands optreden moet zijn binnenlandse problemen
verdoezelen
Het
hoeft geen betoog dat Turkije handelt in strijd met het
internationaal recht. Syrië vormt geen enkele bedreiging voor
Turkije. Zonder internationaal mandaat is elk gewapend optreden tegen
een soevereine staat illegaal. Sommige waarnemers zien het Turkse
optreden als onderdeel
van het streven van Erdoğan om het Ottomaanse Rijk te herstellen, en
noemen dat een megalomaan project. Dat verklaart waarom Erdoğan
ijskoud een oproep
van de Amerikaanse president om zijn troepen uit Irak terug te
trekken en daarmee de soevereiniteit van Irak te respecteren naast
zich neerlegt.
Mogelijk
moet het buitensporig buitenlands optreden van Erdoğan zijn
binnenlandse problemen verdoezelen. Die gaan verder dan een
kwakkelende
economie. Sinds juli 2015 kwamen
meer dan 300 burgers om bij conflicten tussen het leger en de
Koerdische Arbeiderspartij PKK. Tientallen mensen werden
gearresteerd, waaronder bekende journalisten, zakenlui,
intellectuelen en openbare aanklagers.
Erdoğan
liet de spanningen met de Koerden bewust escaleren nadat zijn
AK-partij de absolute meerderheid in het parlement had verloren en
die begin november bij nieuwe verkiezingen kon terugwinnen door zich
als de sterke man te presenteren en de media te muilkorven. Een
absolute meerderheid moet hem in staat stellen via een
grondwetswijziging meer macht te verwerven.
Geïnspireerd
door dichter en islamitische fascist Necip Fazil
De
Turkse president-nieuwe-stijl heeft
trekken van de basyüce,
Verheven Leider, uit de blauwdruk voor
een islamitisch regime van dichter en fascist Necip Fazil door wie
Erdoğan
zich laat inspireren. In die filosofie is democratie
de vijand van het Groot Oosten, een abjecte westerse, joodse
uitvinding die niet overeenstemt met Gods woord.
Een
profielschets van de president geeft aanwijzingen hoe hij deze
filosofie toepast. De BBC
en vooral CNN
houden het kort, maar de Nederlandstalige
Wikipedia
geeft een zeer gedetailleerde informatie, die natuurlijk door
Erdoğan-fans zwaar op de korrel wordt genomen. Maar deze bron heeft
tenminste de moed om de vinger op de wonde te leggen. Een
samenvatting:
In
1994 gekozen tot burgemeester van Istanboel, maar in 1998 uit dat
ambt gezet en veroordeeld tot 10 maanden gevangenisstraf wegens
opruiing met de uitspraak “Democratie
is slechts de trein die wij nemen totdat wij op onze bestemming zijn
aangekomen. Minaretten zijn onze bajonetten, koepels onze helmen,
moskeeën onze kazernes en gelovigen onze soldaten.”
Critici vreesden dat hij de democratie zou uithollen en de
"heerschappij van de islam" opleggen.
Premier
in 1993 onder Abdullah Gül, 22 doden in 2013 bij hardhandig
neergeslagen protesten tegen zijn autoritair bewind, wat leidde tot
het afbreken van de toetredingsgespreken met de EU. Omstreden
hervormingen van gerecht en leger na corruptieschandaal bij de
overheid, mediacensuur, blokkeren van sociale media,
verkiezingsfraude, illegale bouw van 's werelds grootste paleis in
beschermd natuurgebied.
President
van Turkije augustus 2014 na omstreden verkiezingen. Bestelde een
privé-vliegtuig van meer dan 100 miljoen euro. Liet in
beschermd natuurgebied op een door een betonnen muur omringde heuvel
voor ruim 600 miljoen dollar een gigantisch paleis bouwen. Nadat de
media dat hadden vergeleken met het paleis van de voormalige
Roemeense dictator Ceaușescu was zijn reactie: "Het heeft geen
1000 kamers. Dat hebben jullie verkeerd. Het heeft meer dan 1150
kamers!". Het complex wordt nog eens uitgebreid met een
prive-woning met 250 kamers voor de president en enkele villa's voor
zijn familieleden. Is sinds eind 2013 verwikkeld
in een grootscheeps corruptieschandaal waarin ook zijn zoon Bilal en
verschillende zonen van ministers tot de verdachten behoren.
Steunde
de Syrische oppositie financieel en met wapens in hun strijd tegen
Assad. Heeft ISIS ook nooit op de terreurlijst geplaatst. Zou ook
hebben samengewerkt met Al Qaida in Syrië. De Amerikaanse
vicepresident Joe Biden moest die beschuldiging onder Turkse druk
weer intrekken. Erdoğan is lid van dezelfde sekte als een deel van
de ISIS-strijders in Irak. Blijft blind voor de etnische zuivering
door ISIS op minderheden als Koerden, christenen en Turkmenen en
wijst enkel op wandaden van Assad. Verkondigt dat ISIS niet bestaat
uit extremistische moslims maar uit westerse drugsverslaafden, en dat
een ingreep in Syrië niet moet dienen om de burgerbevolking te
beschermen maar om Assad ten val te brengen.
Probeerde
de NAVO te overtuigen een 'terroristen-vrije zone' in te stellen in
Syrië om te voorkomen dat de Koerdische gebieden verenigd zouden
worden en de Koerden binnen bereik van de Middellandse
Zee zouden komen. Na een PKK-geweldexplosie werd druk
gespeculeerd over een ophanden burgeroorlog. Oktober 2015 begon het
Turkse leger met aanvallen op de Koerden in Syrië, die samen met het
Vrij Syrisch Leger tegen ISIS strijden.
Valse
vlag operatie tegen Syrië
Tenslotte
meldt Wikipedia dat Erdoğan naar verluidt opdracht had gegeven om
een valse vlag-operatie te organiseren die een oorlog met Syrië
moest uitlokken. Toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Ahmet
Davutoğlu zou verschillende scenario's hebben voorgesteld, waaronder
een aanval van ISIS-rebellen
op de tombe van Suleyman
Shah, grootvader van de grondlegger van het Ottomaanse Rijk. Het
complot werd gelekt en daarmee doorkruist nadat de Turkse regering
herhaaldelijk van een bedreiging van de tombe had gesproken.
Wikipedia
laat onvermeld dat Turkije rechtstreeks
betrokken was bij de overdracht van chemische wapens aan ISIS en
er aanwijzingen zijn dat het land onderhandelde met aan ISIS en
Al-Qaeda gelieerde militanten over de aankoop van sarin gas voor
gebruik in Syrië. Augustus 2013, na de sarin aanval op Ghouta, stond
Washington op het punt om Syrië te bombarderen om het land te
straffen voor het overschrijden van de “rode lijn” die hij in
2012 had ingesteld voor het gebruik van chemische wapens. Obama
stelde de aanval uit om goedkeuring te vragen aan het Congres. Maar
in werkelijkheid had hij bericht ontvangen dat monsters van het gas
niet
overeenkwamen met de bekende chemische wapens in het Syrisch
arsenaal. De aanval werd afgeblazen toen de president het door
Rusland bewerkstelligde Syrische voorstel om zijn chemische wapens op
te geven aanvaardde.
Erdoğan
trekt aan het kortste eind
Vervolgens
werden in Ankara plannen gesmeed om een Russische bommenwerper neer
te halen. Die actie werd zorgvuldig voorbereid. De Russen plegen
Washington te informeren over hun vluchtplannen, en via die weg waren
ook de Turken op de hoogte. De twee Turkse F-16's vlogen
ongebruikelijk laag om onder de Syrische rader te blijven en moesten
daartoe twee maal in de lucht worden bijgetankt. De waarschuwingen
werden blijkbaar uitgezonden op een golflengte waarvan bekend was de
Russische vliegtuigen die niet kunnen ontvangen. En in recordtijd
werden de media geïnformeerd. In plaats van contact op te nemen met
Moskou of op te roepen tot een spoedzitting van de Veiligheidsraad
overlegde Erdoğan met zijn bondgenoten, alsof Turkije was
aangevallen.
Nu
het neerhalen van de Russische bommenwerper al evenmin tot een
NAVO-ingrijpen in Syrië had geleid en Europa reikhalzend uitziet
naar een oplossing voor de vluchtelingencrisis trekt Erdoğan aan het
kortste eind. De NAVO is er absoluut niet over te spreken dat de
Turken hebben geprobeerd de organisatie op ramkoers met de Russen te
brengen. Toen de EU destijds had laten weten dat Turkije nog lang
niet toe was aan het EU-lidmaatschap reageerde Erdoğan hooghartig
dat Turkije de EU eigenlijk helemaal niet nodig had en zijn blik naar
het Oosten zou verleggen.
Nu
Erdoğan de relatie met Rusland zwaar op de proef heeft gesteld lijkt
hij Turkije, een land met een half miljoen sterk leger, te hebben
geïsoleerd,
gevangen tussen Oost en West. Dat is een oncomfortabele
waarheid in het in vuur en vlam staande Midden-Oosten. Ondergaat
Erdoğan hetzelfde lot
als dat van Ceaușescu?
Abonneren op:
Posts (Atom)







