zondag 27 mei 2018
Het chaotische Amerikaanse buitenlands beleid
Deel 4: het gestuntel rond Noord-Korea
De komende maanden wordt het alles of niets, zo waarschuwde de
Belgische politicoloog en Chinakenner Jonathan Holslag maart dit
jaar. “Niet alleen zal er worden geëist om af te zien van
langeafstandswapens, Noord-Korea zal zijn kernwapenprogramma ook
moeten ontmantelen. Als deze onderhandelingspoging mislukt, zal het
gezichtsverlies voor Donald Trump zó groot zijn dat hij geen andere
keuze heeft dan eerst de sancties op te drijven en vervolgens aan te
vallen.”
Intussen
zijn de sancties opgedreven, toonde de Noord-Koreaanse leider Kim
Jong-un zich bereid te onderhandelen, legde president Donald Trump
een ontmoeting in Singapore met Kim vast, ging buitenlandminister
Mike Pompeo naar Pyongyang, legde veiligheidsadviseur John Bolton het
Libië-model op tafel en zette vicepresident Mike Pence die boodschap
nog eens extra in de verf. Kim liet zijn onderminister van
buitenlandse zaken een kritische verklaring afgeven en Trump zegde de
top prompt af omwille van “het reusachtige misnoegen en de
openlijke vijandschap die in uw laatste uitspraak naar voren komt”,
om die opzegging binnen een etmaal weer ongedaan te maken.
Krijgt
Trump “koude voeten”? Naar verluidt werd hij steeds beduchter dat
de top een afgang zou worden. Opgewonden over een Noord-Koreaanse
verklaring dat het land nooit zijn kernwapens zou opgeven belde hij
de Zuid-Koreaanse president Moon Jae-in met de vraag waarom die
verklaring verschilde van het verslag van diens ontmoeting met Kim in
april. Blijkbaar kon Trump niet wachten tot zijn ontmoeting met Moon
3 dagen later. Trump's entourage ging zich afvragen of de president,
die openlijk zijn zinnen had gezet op de Nobelprijs voor de Vrede, te
gretig aanstuurde op de ontmoeting met Kim en te weinig dossierkennis
in huis had.
In
contacten met de media legde Trump het Libië-model
van Bolton foutief
uit. Dat model gaat niet over de nucleaire ontwapening van Libië in
2003, maar over de totale vernietiging van het land in 2011. Dat
model halen we van stal als we geen akkoord met Kim kunnen sluiten,
aldus de president. Het
is de Noord-Koreanen niet ontgaan dat van de Libië toegezegde
compensatie weinig in huis is gekomen en Khadaffi in 2011 ten val en
om het leven werd gebracht. Voor Bolton
moet Trump Kim duidelijk maken dat van verlichting van sancties maar
sprake kan zijn na afstand van het volledige kernwapenarsenaal. Trump
had een stappenplan dat de Zuid-Koreanen voorstelden al verworpen
“omdat die bij zijn vier voorgangers niet heeft gewerkt”.
Een
nuchtere analyse leert dat Kim de meeste troeven in handen heeft.
Zijn arsenaal aan kernwapens en raketten staat op punt. Het
officiële Amerikaanse standpunt tot dusverre was dat Kim zich in
Singapore akkoord moet verklaren met denuclearisering,
een eerste overdracht van kernwapens, het sluiten van de
productiefaciliteiten en onbeperkte bewegingsvrijheid voor
inspecteurs. Dat zijn onrealistische eisen. CIA-analisten zeggen dat
Kim zijn kernwapens nooit zal opgeven, wat daar ook tegenover staat.
Kim zal hooguit een deel van zijn kernwapens prijsgeven en eventueel
zijn kernproeven opschorten, in ruil voor het vertrek van de
Amerikaanse troepen uit het schiereiland.
De Noord-Koreanen hebben een olifantengeheugen. Het land onderging in
1952/1953 de intensiefste bombardementen uit de geschiedenis. Toen
geen enkel doelwit nog overeind stond moesten ook de dijken worden
aangevallen. Een pure oorlogsmisdaad. En de Amerikanen waren daar nog
trots op ook: “het water vernietigt de oogst, dat zal ze afmaken.”
Dat hebben de Noord-Koreanen allemaal mogen meemaken. Wie denkt dat
deze Noord-Koreanen hun nucleaire afschrikking zullen opgeven droomt.
Het land hecht na Afghanistan, Irak, Syrië en Libië, en vooral de
eenzijdige Amerikaanse uitstap uit de Iran-deal, geen enkele waarde
aan een deal met de VS.
Om tal van redenen kan het overleg met Noord-Korea mislukken. Het
bestaande arsenaal is een potentieel struikelblok, maar de manier
waarop Trump het probleem benadert is dat evenzeer. Die is niet
gericht op behoedzame diplomatie rond een probleem dat de wereldvrede
in gevaar kan brengen, maar op zijn wereldwijde erkenning als betere
dealmaker dan zijn voorgangers. Dat hij daarmee onrecht doet aan zijn
voorgangers, belangrijke bondgenoten de das om doet en de
geloofwaardigheid van de VS om zeep brengt deert hem blijkbaar niet.
Na zestien maanden presidentschap lijkt Noord-Korea inderdaad Trump's achilleshiel te worden. Voor drie generaties Koreaanse leiders stond
nucleaire afschrikking centraal. Als Trump straks op hangende pootjes
uit Singapore terugkomt is er geen sanctie-alternatief. De
maximale-druk-coalitie is uiteengevallen. De piepjonge Kim komt over
als de meer evenwichtige leider die vertrouwen trachtte op te bouwen
door Amerikaanse gevangenen vrij te laten en een nucleaire testsite
op te blazen, terwijl Trump wordt gepercipieerd als onstuimig en
onbetrouwbaar.
Kim
Jong-un en Moon
Jae-in hadden recent een tweede ontmoeting, een mooi staaltje
alliantie-ontkoppeling. De VS en Zuid-Korea, twee bondgenoten, zouden
de koppen bij elkaar moeten steken over Noord-Korea. Maar in
werkelijkheid zijn het de twee Korea’s die zich beraden over de
onverzoenlijke, onvoorspelbare Amerikanen. Voor de Korea’s is de VS
het probleem geworden. Slim manoeuvreren van de Noord-Koreanen, en
oliedom handelen van incompetente Amerikaanse leiders.
Ongetwijfeld was Kim’s plan van meet af aan om een wig te drijven
tussen tussen de bondgenoten. Door zich volwassen op te stellen en
dankzij zijn publieke ontmoetingen met Moon en de Chinese president
Xi Jinping heeft hij de andere regionale spelers mee in bad
getrokken. Beide hebben nu belang bij een positieve afloop van het
proces, terwijl Trump overkomt als glibberige, compromisloze
extremistische hardliner. Intussen is de Chinese appetijt in sancties
serieus geslonken. Noord-Koreaanse vis is weer volop te vinden langs
de Chinese kant van de grens en Noord-Koreaanse arbeiders gaan weer
terug naar China.
En van een Amerikaanse oorlog tegen Noord-Korea kan na de toenadering
tussen de Korea’s geen sprake meer zijn. Moon Jae-in zal elk
initiatief van de VS in die richting wel in de kiem smoren. Of de
Trump-Kim top in Singapore nu doorgaat of niet, de kou is uit de
lucht op het Koreaans schiereiland. Trump is terug bij af, heeft zijn
geloofwaardigheid op het spel gezet en zijn land verleid tot imperial overstretch, een verschijnsel dat grootmachten ten onder doet gaan.
Labels:
Afghanistan,
China,
Irak,
Iran,
Koreaans schiereiland,
Libië,
Syrië,
VS
vrijdag 25 mei 2018
Het chaotische Amerikaanse buitenlands beleid
Deel 3: De automobielsector
In mei liet Trump een inderzoek instellen naar de mate waarin de auto-import een bedreiging vormt voor de Amerikaanse nationale veiligheid. Eerder zei hij dat de technologische vooruitgang in China een bedreiging vormt voor de Amerikaanse economische en militaire overmacht.
Maar Toyota betwist deze uitleg: “Gegeven het wereldwijde profiel van de auto-industrie en het feit dat de VS in 2017 zowat 12 miljoen auto’s produceerde is zo’n uitspraak onaannemelijk.”
Het onderzoek kan leiden tot invoerheffingen van 25%, een lelijke streep door de rekening van Amerikaanse bondgenoten als Japan, Mexico, Canada, Zuid-Korea en Duitsland.
In 2017 voerde de VS 8 miljoen auto’s en lichte vrachtwagens in, ter waarde van $192 miljard. Ruim de helft komt uit Mexico en Canada, landen waar de VS het NAFTA handelsakkoord mee heronderhandelt.
De dreigende invoerheffing lijkt dus een pressiemiddel om extra concessies af te dwingen.
Voor de EU is er geen enkele grond voor heffingen op staal en aluminium, en al helemaal niet op de auto-import. De Duitse werkgeversorganisatie liet weten dat zo’n maatregel zowat een provocatie is waarmee de VS nog verder afstand neemt van vrije handel.
Het onderzoek stuit ook op binnenlands verzet. Maar dat verliest uit het oog dat het handelsbeleid steeds vaker een krachtmeting met rivalen wordt waarin militaire competentie zowel industrieel en technologisch centraal staat.
Het chaotische Amerikaanse buitenlands beleid
Deel
2: De VS, Israel en het Israel-Palestina conflict
Sinds 2006 houdt Israel de Gaza-strook in een wurggreep en schiet het op Palestijnen die zich in de bufferzone van enkele honderden meters wagen. De VN zegt dat de strook onleefbaar is. Op 30 maart ging “De grote terugkeermars” van start. Het protest werd geduid als een Hamas-actie. Maar in werkelijkheid had een groep maatschappelijke organisaties, samen een brede afspiegeling van de bevolking, de mars op touw gezet.
De mars bereikte zijn hoogtepunt op 14 mei, dag waarop de VS zijn ambassade naar Jeruzalem verhuisde, en 15 mei, de 70e verjaardag van de Nakba. Terwijl in Jeruzalem Witte Huis medewerkers het glas hieven op de verhuis vuurden Israelische scherpschutters op 1.350 ongewapende Palestijnse demonstranten in Gaza. Onbewogen, systematisch, precies, en dodelijk. Sinds het begin van de protesten zijn zo 112 Palestijnen omgebracht en meer dan 13.000 gewond.
De erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israel leek een eerste stap in Trump’s “deal van de eeuw”, maar voor Israel noch de VS kan van een recht op terugkeer sprake zijn, en al evenmin van Oost-Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad.
De situatie in Gaza is echter onhoudbaar. Blijkbaar was de slachting nog niet groot genoeg om de wereld tot actie aan te zetten.
In zijn Cairo toespraak van 4 juni 2009 zei president Obama nog: “… the Palestinian people ... endure the daily humiliations - large and small - that come with occupation. So let there be no doubt: the situation for the Palestinian people is intolerable.”
Elke tweestatenoplossing voor het Israel-Palestine conflict is door de Israelische feiten op de grond ingehaald. Wat enkel nog kan en moet is een situatie waarin Palestijnen en Israeliërs gelijke rechten hebben en de mensenrechten jegens de Palestijnse bevolking worden gerespecteerd. Maar van verzoening kan geen sprake zijn zolang het politiek-messiaanse instinct ingebakken zit in het politieke bewustzijn van Israel.
Daar kan aan gewerkt worden, rechtstreeks naar de bevolking. Met een massieve en aangehouden communicatiecampagne.
Dit is niet enkel een verantwoordelijkheid van de VS, maar ook en misschien wel vooral van Europa. Dat kan zich niet blijvend verschuilen achter de schaamte over de Holocaust om Israel de hand boven het hoofd te houden.
Sinds 2006 houdt Israel de Gaza-strook in een wurggreep en schiet het op Palestijnen die zich in de bufferzone van enkele honderden meters wagen. De VN zegt dat de strook onleefbaar is. Op 30 maart ging “De grote terugkeermars” van start. Het protest werd geduid als een Hamas-actie. Maar in werkelijkheid had een groep maatschappelijke organisaties, samen een brede afspiegeling van de bevolking, de mars op touw gezet.
De mars bereikte zijn hoogtepunt op 14 mei, dag waarop de VS zijn ambassade naar Jeruzalem verhuisde, en 15 mei, de 70e verjaardag van de Nakba. Terwijl in Jeruzalem Witte Huis medewerkers het glas hieven op de verhuis vuurden Israelische scherpschutters op 1.350 ongewapende Palestijnse demonstranten in Gaza. Onbewogen, systematisch, precies, en dodelijk. Sinds het begin van de protesten zijn zo 112 Palestijnen omgebracht en meer dan 13.000 gewond.
De erkenning van Jeruzalem als hoofdstad van Israel leek een eerste stap in Trump’s “deal van de eeuw”, maar voor Israel noch de VS kan van een recht op terugkeer sprake zijn, en al evenmin van Oost-Jeruzalem als Palestijnse hoofdstad.
De situatie in Gaza is echter onhoudbaar. Blijkbaar was de slachting nog niet groot genoeg om de wereld tot actie aan te zetten.
In zijn Cairo toespraak van 4 juni 2009 zei president Obama nog: “… the Palestinian people ... endure the daily humiliations - large and small - that come with occupation. So let there be no doubt: the situation for the Palestinian people is intolerable.”
Elke tweestatenoplossing voor het Israel-Palestine conflict is door de Israelische feiten op de grond ingehaald. Wat enkel nog kan en moet is een situatie waarin Palestijnen en Israeliërs gelijke rechten hebben en de mensenrechten jegens de Palestijnse bevolking worden gerespecteerd. Maar van verzoening kan geen sprake zijn zolang het politiek-messiaanse instinct ingebakken zit in het politieke bewustzijn van Israel.
Daar kan aan gewerkt worden, rechtstreeks naar de bevolking. Met een massieve en aangehouden communicatiecampagne.
Dit is niet enkel een verantwoordelijkheid van de VS, maar ook en misschien wel vooral van Europa. Dat kan zich niet blijvend verschuilen achter de schaamte over de Holocaust om Israel de hand boven het hoofd te houden.
Het chaotische Amerikaanse buitenlands beleid
Deel 1: Iran
en het Europese dilemma
Trump stapt uit de nucleaire deal en kondigt ‘verlammende sancties’ aan. Dat is niet slim. Hij had Iran ook aanvullende eisen kunnen stellen. Nu de deal in 2015 is omgezet in VN-veiligheidsraad-resolutie 2231 is de eenzijdige uitstap een serieuze inbreuk. Elk lid is onder art. 25 van het Handvest verplicht de besluiten uit te voeren. De in de preambule vermelde wens van de Veiligheidsraad is duidelijk: de internationale gemeenschap gaat een nieuwe verhouding aan met Iran. Dat de VS wegkomt met de uitstap doet geen goed aan wat nog rest aan geloofwaardigheid van het machtigste land ter wereld.
Vervolgens laat de ‘dealmaker-in-chief’ kersvers buitenlandminister Pompeo een pakket onmogelijk te realiseren eisen stellen om Iran in het gareel te krijgen. Dat is geen sterk staaltje diplomatie, maar aansturen op oorlog. Met bondgenoten Israël, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten vormt de VS een as van agressie die de stabiliteit van de regio in gevaar brengt, met mogelijk ernstige gevolgen voor de rest van de wereld.
Schade aan de bondgenoten
Het eenzijdige uittreden schoffeert niet enkel mede-initiatiefnemers Europa, Rusland en China, maar brengt deze ook schade toe nu de nieuwe sancties gekoppeld zijn aan extraterritorialiteit. Firma’s uit deze landen die zaken doen met Iran kunnen ‘gestraft’ worden via hun activiteiten in de VS. Vooral Europa is kwetsbaar. Het heeft geen geloofwaardige middelen om het bedrijfsleven te beschermen tegen de Amerikaanse economische agressie. Mastodonten als Renault, Airbus, Total, Allianz, Siemens en Shell hebben de boodschap begrepen en aangekondigd hun zaken met Iran te zullen afbouwen.
Volgens David Criekemans, docent buitenlands beleid Universiteit Antwerpen, staat Europa voor een verscheurende keuze. Maar verder dan de vraag “hoe de hernieuwde band met Iran overeind houden zonder Saoedi-Arabië te verliezen” komt Criekemans niet. De Britse historicus John Laughland moet lachen met Frans protest als “we worden gechanteerd”. De legitimiteit van de EU steunt op het geloof dat het tijdperk van geweld in internationale betrekkingen voorbij is, de EU een nieuw systeem van regels en afspraken waarborgt en elk ander systeem tot oorlog leidt, aldus Laughland.
EU in de houdgreep
Volgens Laughland heeft Europa geen keus. De EU-grondwet onderwerpt de Unie aan de NAVO, dat gedomineerd wordt door de VS. Alleen een uitstap uit de EU kan een lidstaat bevrijden van de Amerikaanse hegemonie. Europese leiders hebben hun bruggen met andere partners opgeblazen door Russische diplomaten het land uit te wijzen. Bovendien legt de EU zelf ook sancties op aan Russische firma’s en aan Syrië. Tenslotte proberen de Britten en Fransen, medeondertekenaars van de Iran-deal, al vele jaren een regeringswissel in Syrië te bewerkstelligen. Hoe kunnen ze dan protesteren tegen acties van de VS gericht op een regeringswissel in Iran, zo vraagt Laughland zich af.
De EU zit niet enkel in de Amerikaanse houdgreep, de Unie kent ook grote interne verdeeldheid. Het bemoeit zich met binnenlandse aangelegenheden van Polen en Hongarije, worstelt met het verlies van een van zijn belangrijkste leden en ziet een nieuwe regering in Italië aantreden die een economisch beleid voorstaat dat het land op ramkoers legt met Europese begrotingsregels en aanstuurt op opheffing van de sancties tegen Rusland.
De gevolgen voor Iran
Tenslotte de vraag wat Trump’s beslissing voor Iran betekent. Het land wijst op verschillenden opties, waaronder hervatting van uraniumverrijking naar 20% indien Europa zijn aandeel in de deal niet waarmaakt. Dat gaat boven de 5% die nodig is voor kerncentrales, maar beneden de 80-90% nodig voor kernwapens. De Iraanse regering staat onder druk van haviken die erop hameren dat het land zijn nucleaire hegemonie heeft verkwanseld zonder te kunnen profiteren van de in het vooruitzicht gestelde economische baten nu de VS zijn eenzijdige sancties gedeeltelijk heeft gehandhaafd.
De EU broedt op plannen. Zo kan het Iraanse olieleveringen afrekenen in Euro’s in plaats van dollars. Maar het lijkt weinig waarschijnlijk dat Europese firma’s bescherming krijgen tegen sancties van de VS omwille van hun zaken met Iran. Met een markt van $400 miljard kan Iran niet in de schaduw staan van de Amerikaanse markt van $18 biljoen.
Nu het aan Amerikaanse of Europese financiering zal ontbreken kan men erop rekenen dat China in het gat springt. De Chinese renminbi werd al gebruikt om Iraanse projecten te financieren, en niet enkel door Chinese banken. Trekken Europese bedrijven zich terug uit Iran, dan staat de deur wagenwijd open voor Chinese firma’s die geen of weinig zaken doen in de VS. China is de lachende derde als Total zich terugtrekt uit het uitbreidingsproject van het South Pars gasveld ter waarde van $4,8 miljard.
De EU staat voor een dilemma
Alsof hij Europa nog eens extra wilde kleineren liet Trump zijn onderminister voor energie een verklaring afleggen die neerkomt op een dreigement om Europa sancties op te leggen als het groen licht geeft voor de afwerking van Nord Stream 2, het pijplijnproject dat Russisch aardgas moet aanvoeren naar de EU via de Baltische zee. Blijkbaar moet Europa in het kader van ‘America first’ duurder Amerikaans (vloeibaar) aardgas aankopen. Of Europa in staat is de rijen te sluiten en zich unaniem te verzetten tegen het Amerikaanse dictaat is de vraag. De EU staat inderdaad voor een dilemma.
Europa wordt medeslachtoffer van Amerikaanse strafmaatregelen. De uitdaging is om komaf te maken met het sancties-tegensancties gehannes en een eigen beleid uit te stippelen over Iran, Rusland, defensie en tal van andere zaken die Europese belangen moeten veiligstellen, niet Amerikaanse. Of Europa zich kan losmaken van de verstikkende transatlantische relatie blijft de vraag. Zo’n streven zou wel eens vergaande gevolgen kunnen hebben voor de Europese Unie zoals we die vandaag kennen.
Trump stapt uit de nucleaire deal en kondigt ‘verlammende sancties’ aan. Dat is niet slim. Hij had Iran ook aanvullende eisen kunnen stellen. Nu de deal in 2015 is omgezet in VN-veiligheidsraad-resolutie 2231 is de eenzijdige uitstap een serieuze inbreuk. Elk lid is onder art. 25 van het Handvest verplicht de besluiten uit te voeren. De in de preambule vermelde wens van de Veiligheidsraad is duidelijk: de internationale gemeenschap gaat een nieuwe verhouding aan met Iran. Dat de VS wegkomt met de uitstap doet geen goed aan wat nog rest aan geloofwaardigheid van het machtigste land ter wereld.
Vervolgens laat de ‘dealmaker-in-chief’ kersvers buitenlandminister Pompeo een pakket onmogelijk te realiseren eisen stellen om Iran in het gareel te krijgen. Dat is geen sterk staaltje diplomatie, maar aansturen op oorlog. Met bondgenoten Israël, Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten vormt de VS een as van agressie die de stabiliteit van de regio in gevaar brengt, met mogelijk ernstige gevolgen voor de rest van de wereld.
Schade aan de bondgenoten
Het eenzijdige uittreden schoffeert niet enkel mede-initiatiefnemers Europa, Rusland en China, maar brengt deze ook schade toe nu de nieuwe sancties gekoppeld zijn aan extraterritorialiteit. Firma’s uit deze landen die zaken doen met Iran kunnen ‘gestraft’ worden via hun activiteiten in de VS. Vooral Europa is kwetsbaar. Het heeft geen geloofwaardige middelen om het bedrijfsleven te beschermen tegen de Amerikaanse economische agressie. Mastodonten als Renault, Airbus, Total, Allianz, Siemens en Shell hebben de boodschap begrepen en aangekondigd hun zaken met Iran te zullen afbouwen.
Volgens David Criekemans, docent buitenlands beleid Universiteit Antwerpen, staat Europa voor een verscheurende keuze. Maar verder dan de vraag “hoe de hernieuwde band met Iran overeind houden zonder Saoedi-Arabië te verliezen” komt Criekemans niet. De Britse historicus John Laughland moet lachen met Frans protest als “we worden gechanteerd”. De legitimiteit van de EU steunt op het geloof dat het tijdperk van geweld in internationale betrekkingen voorbij is, de EU een nieuw systeem van regels en afspraken waarborgt en elk ander systeem tot oorlog leidt, aldus Laughland.
EU in de houdgreep
Volgens Laughland heeft Europa geen keus. De EU-grondwet onderwerpt de Unie aan de NAVO, dat gedomineerd wordt door de VS. Alleen een uitstap uit de EU kan een lidstaat bevrijden van de Amerikaanse hegemonie. Europese leiders hebben hun bruggen met andere partners opgeblazen door Russische diplomaten het land uit te wijzen. Bovendien legt de EU zelf ook sancties op aan Russische firma’s en aan Syrië. Tenslotte proberen de Britten en Fransen, medeondertekenaars van de Iran-deal, al vele jaren een regeringswissel in Syrië te bewerkstelligen. Hoe kunnen ze dan protesteren tegen acties van de VS gericht op een regeringswissel in Iran, zo vraagt Laughland zich af.
De EU zit niet enkel in de Amerikaanse houdgreep, de Unie kent ook grote interne verdeeldheid. Het bemoeit zich met binnenlandse aangelegenheden van Polen en Hongarije, worstelt met het verlies van een van zijn belangrijkste leden en ziet een nieuwe regering in Italië aantreden die een economisch beleid voorstaat dat het land op ramkoers legt met Europese begrotingsregels en aanstuurt op opheffing van de sancties tegen Rusland.
De gevolgen voor Iran
Tenslotte de vraag wat Trump’s beslissing voor Iran betekent. Het land wijst op verschillenden opties, waaronder hervatting van uraniumverrijking naar 20% indien Europa zijn aandeel in de deal niet waarmaakt. Dat gaat boven de 5% die nodig is voor kerncentrales, maar beneden de 80-90% nodig voor kernwapens. De Iraanse regering staat onder druk van haviken die erop hameren dat het land zijn nucleaire hegemonie heeft verkwanseld zonder te kunnen profiteren van de in het vooruitzicht gestelde economische baten nu de VS zijn eenzijdige sancties gedeeltelijk heeft gehandhaafd.
De EU broedt op plannen. Zo kan het Iraanse olieleveringen afrekenen in Euro’s in plaats van dollars. Maar het lijkt weinig waarschijnlijk dat Europese firma’s bescherming krijgen tegen sancties van de VS omwille van hun zaken met Iran. Met een markt van $400 miljard kan Iran niet in de schaduw staan van de Amerikaanse markt van $18 biljoen.
Nu het aan Amerikaanse of Europese financiering zal ontbreken kan men erop rekenen dat China in het gat springt. De Chinese renminbi werd al gebruikt om Iraanse projecten te financieren, en niet enkel door Chinese banken. Trekken Europese bedrijven zich terug uit Iran, dan staat de deur wagenwijd open voor Chinese firma’s die geen of weinig zaken doen in de VS. China is de lachende derde als Total zich terugtrekt uit het uitbreidingsproject van het South Pars gasveld ter waarde van $4,8 miljard.
De EU staat voor een dilemma
Alsof hij Europa nog eens extra wilde kleineren liet Trump zijn onderminister voor energie een verklaring afleggen die neerkomt op een dreigement om Europa sancties op te leggen als het groen licht geeft voor de afwerking van Nord Stream 2, het pijplijnproject dat Russisch aardgas moet aanvoeren naar de EU via de Baltische zee. Blijkbaar moet Europa in het kader van ‘America first’ duurder Amerikaans (vloeibaar) aardgas aankopen. Of Europa in staat is de rijen te sluiten en zich unaniem te verzetten tegen het Amerikaanse dictaat is de vraag. De EU staat inderdaad voor een dilemma.
Europa wordt medeslachtoffer van Amerikaanse strafmaatregelen. De uitdaging is om komaf te maken met het sancties-tegensancties gehannes en een eigen beleid uit te stippelen over Iran, Rusland, defensie en tal van andere zaken die Europese belangen moeten veiligstellen, niet Amerikaanse. Of Europa zich kan losmaken van de verstikkende transatlantische relatie blijft de vraag. Zo’n streven zou wel eens vergaande gevolgen kunnen hebben voor de Europese Unie zoals we die vandaag kennen.
Labels:
China,
Duitsland,
EU,
Frankrijk,
Groot-Brittannië,
Internationale organisaties,
Iran,
Israel,
NAVO,
Oost-Europa,
Rusland,
Saudi Arabië,
Syrië,
UAE,
VS
dinsdag 1 mei 2018
Israel denounces Iran nuclear deal after new missile strikes on Syria
By Bill Van Auken
Israeli Prime Minister Benjamin Netanyahu delivered a bellicose speech Monday repeatedly denouncing the government of Iran for allegedly lying before, during and after the negotiation of the 2015 nuclear deal, known as the Joint Comprehensive Plan of Action (JCPOA).
Netanyahu’s speech came on the heels of missile strikes Sunday night against two military bases inside Syria, which reportedly killed as many as 18 Iranian military advisers as well as a number of other people.
Together, the developments point toward an increasingly dangerous slide toward a wider war in the Middle East, with the Israeli regime working in collaboration with sections of the Trump administration in a bid to provoke a direct military confrontation between Washington and Tehran.
Netanyahu delivered his speech first in English, and only second in Hebrew, signaling that his target audience was not the population of Israel, but rather Washington. The theatrical televised address was delivered in front of a large PowerPoint presentation featuring the phrase “Iran Lied.”
There is no doubt that the speech had been coordinated in advance with the Trump administration. Netanyahu had met with Trump’s new secretary of state, Mike Pompeo, at the Israeli military headquarters in Tel Aviv on Sunday and he held a phone conversation with Trump before he appeared in front of the cameras on Monday. Both discussions centered on Iran.
Pompeo traveled to Israel from a NATO foreign ministers meeting in Brussels and a stop in Saudi Arabia. In all three places, he focused his remarks on denunciations and threats against Iran.
“I’m sure he [Trump] will do the right thing for the United States, for Israel, and for the peace of the world,” Netanyahu said in his speech on Monday.
The tone and atmospherics of Netanyahu’s appearance recalled nothing so much as his ludicrous appearance before the United Nations General Assembly in 2012 in front of a cartoon of a bomb with its fuse burning to illustrate bogus claims of Iran’s supposedly imminent development of nuclear warheads.
In addition to the PowerPoint, the stage was filled with a bookshelf holding a number of files and a bin that the prime minister said was filled with CDs, all of which, he insisted were “incriminating” documents ostensibly stolen by Israeli spies. They constituted, he claimed, “new and conclusive” proof of Iran’s deception of the world regarding its nuclear program. In reality, Netanyahu did not provide a single new fact.
“The boy who can’t stop crying wolf is at it again,” Iranian Minister of Foreign Affairs Javad Zarif commented in a tweet on Netanyahu’s speech.
Speaking at a press conference in the White House Rose Garden shortly after Netanyahu’s speech, Trump said it confirmed that he had been “100 percent right” about the Iran nuclear deal.
“We’ll see what happens, I’m not telling you what I’m doing,” he added, affirming that “we’ll make a decision” either on or before May 12, the deadline for the White House to renew the waiver of unilateral US sanctions against Iran that were lifted as part of the nuclear agreement.
Trump repeated his claim that under the agreement the US had given Iran “$150 billion and $1.8 billion in cash…and we got nothing.” The $150 billion is an invention concocted by the American political right as the figure for Iranian overseas assets that were unfrozen under the nuclear deal. The real figure is estimated at between $25 billion and $50 billion. The $1.8 billion is slightly more than the amount the US was required to return to Iran for an arms deal that was never fulfilled.
The fixation of the American president on money that went to Iran reflects broader concerns within the American ruling oligarchy that the agreement’s prospective opening of the Iranian market will benefit capitalist interests in Europe, China and Russia, rather than those of US-based banks and corporations.
The flurry of contacts between Washington and Tel Aviv since the weekend appear to signal the failure of the recent back-to-back visits to the American capital by French President Emmanuel Macron and German Chancellor Angela Merkel to convince Trump to renew the US sanctions waiver and forestall the collapse of the Iranian nuclear deal—an outcome that will almost certainly accelerate the drive to a major war in the region.
The office of Britain’s Prime Minister Theresa May issued a statement indicating that she and her French and German counterparts had reaffirmed their support for the deal in separate phone calls on Sunday. Moscow, meanwhile, issued a statement recording a similar conversation between Macron and Russian President Vladimir Putin.
The European powers view the apparent determination of the Trump administration to blow up the JCPOA and head down a path of military confrontation with Iran with increasing trepidation. It is not merely the prospect of losing out on potentially lucrative trade and investment deals—few of which have actually been consummated since the deal was signed in 2015—but also the prospect of Europe bearing the brunt of the blowback from such a war, both in terms of regional destabilization and a new exodus of refugees.
Events in Syria, meanwhile, are escalating on a daily basis the likelihood of a new and even more catastrophic war in the Middle East.
At least two dozen people were reportedly killed Sunday night as a result of Israeli missile strikes on two Syrian military bases near the cities of Hama and Aleppo. According to reports, the dead included between 11 and 18 Iranian military advisers. Iran has sent military personnel into Syria to support the government of President Bashar al-Assad against Islamist militias armed and funded by the CIA and Washington’s European and regional allies in a war for regime change.
The massive character of the strikes, which apparently targeted stockpiles of surface-to-surface missiles and other armaments with bunker-buster bombs, was reflected in the explosions registering as an earthquake of 2.6 magnitude near Hama.
Israel, as is its normal operating procedure, refused to comment on the attacks, while Syria initially attributed the strikes to the US and France, which, along with the UK, targeted the country with cruise missiles on April 14, using the pretext of a chemical weapons attack that has since been exposed as a fabrication. While Iranian officials initially acknowledged that some of the county’s personnel had been killed in the strikes, Tehran later denied that this was the case.
The caution on the part of Damascus and Tehran reflects the concern that the rapidly unfolding events are pushing the region into a major new war. Iran had already issued statements vowing to retaliate for an Israeli strike early last month against a Syrian air base that killed Iranian personnel.
Tel Aviv, however, is observing no such constraints. The Israeli missiles struck only hours after Defense Minister Avigdor Liberman delivered a speech at the Jerusalem Post’s annual conference in New York City, in which he said Tel Aviv would “maintain freedom of operation in all of Syria” and would oppose any Iranian military presence there at all costs.
The Israeli Knesset, meanwhile, approved legislation Monday allowing the prime minister to declare war in “extreme situations” with the sole approval of the defense minister.
For its part, the US is escalating its own intervention in Syria, with reported air strikes Sunday by American warplanes against Syrian government forces attempting to extend their control from the provincial capital of Deir Ezzor province into neighboring villages close to the country’s major oil and gas fields.
Trump’s pledge to bring US troops “home” notwithstanding, the Pentagon has sent reinforcements to the more than 2,000 American special operations troops deployed in the country. Together with a proxy ground force consisting primarily of the Syrian Kurdish YPG militia, these troops have been used to carve out a US protectorate comprising approximately a third of Syria’s territory, including the country’s main energy reserves.
US attacks on Syrian government forces, which are backed by Russia, combined with Israel’s threats to retaliate against any use of Russian S-300 air defense systems, which Moscow has pledged to provide to Damascus, pose the threat of the Syrian conflict escalating into a catastrophic war involving the world’s major nuclear powers.
This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 1 May 2018, and was republished with permission.
Labels:
Article in English,
China,
Duitsland,
EU,
Frankrijk,
Groot-Brittannië,
Internationale organisaties,
Iran,
Israel,
NAVO,
Rusland,
Saudi Arabië,
Syrië,
VS
woensdag 11 april 2018
Hoe Beringen lak heeft aan de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening
De
Vlaamse provincie Limburg positioneert
zich als een groengebied met een belangrijk toeristisch
potentieel. Planologisch kenmerkt de provincie zich door kleine
steden met weinig kwalitatieve functies. De gefragmenteerde bebouwing
heeft geleid tot verkwisting van de open ruimte, grote kosten voor
infrastructuur en toenemende automobiliteit. Het openbaar vervoer is
inefficiënt. Het gevolg van dit ontoereikend planologisch beleid is
versnippering en verschraling van de open ruimte, precies de troef
van Limburg.
Beleidsmatig
wil de provincie het stedelijk draagvlak verhogen door functies uit
te bouwen in - of aansluitend bij - de steden, en de kernen
versterken door in te zetten op geconcentreerde woonvormen in de
onmiddellijke nabijheid van de kernen. De provincie geeft de
gemeenten de duidelijke boodschap: geen verdere versnippering, zuinig
ruimtegebruik en vrijwaring van de resterende open ruimte in de provincie.
Beringen
is de op twee na grootste stad van Limburg. Bij de gemeentefusies van
1977 ging de stad samen met Paal, Koersel en Beverlo. De Société
anonyme Charbonnages de Beeringen van 1907 is verleden tijd, maar in
‘de Cité’ is het mijnverleden nog volop zichtbaar. De diverse
kernen van Beringen hebben een zekere uitrustingsgraad en een
omvangrijk woningenbestand. De stad werd in het Ruimtelijk
Structuurplan Vlaanderen (RSV) daarom geselecteerd als
kleinstedelijk gebied, met als opdracht dat gebied af
te bakenen, nieuwe ontwikkelingen maximaal op te vangen binnen de
kernen en het buitengebied zoveel mogelijk te vrijwaren.
Vertrekkend
van het RSV en het provinciaal structuurplan stellen gemeenten een
ruimtelijk structuurplan op dat de gewenste ruimtelijke ordening
weergeeft. Het is een leidraad, geen juridisch bindende verordening.
Een ruimtelijk
uitvoeringsplan (RUP) is dat wél. Een RUP is een juridisch
document met voorschriften voor inrichting en beheer van een gebied,
en dus een toetsingskader voor stedenbouwkundige aanvragen. Beringen
kent wel een gemeentelijk
ruimtelijk
structuurplan (GRS), maar heeft dat niet vertaald in een RUP. De
Stad toetst stedenbouwkundige aanvragen nog aan het gewestplan, een
verouderd planningsinstrument, en aan verkavelingsvoorschriften.
Beringen
kan bogen op een grote
woonreserve, waarmee de stad de komende vele decennia de
bevolkingsgroei kan opvangen. De 53 woonuitbreidingsgebieden (368,65
ha totaal) zijn goed voor 4.213-7.023 woningen1.
In het GRS zegt stad Beringen dat zij bestaande bebouwde gebieden wil
verdichten en open gebieden vrijwaren. Bouwgrond in de kernen van het
buitengebied komt dus in aanmerking voor inbreiding, maar men moet
daarbij wel rekening houden met de draagkracht van de omgeving en met
een kwalitatieve inrichting van het openbaar domein.
Zonder bindend RUP komt in Beringen bij stedenbouwkundige aanvragen willekeur om de hoek kijken. In de conceptuele fase worden plannen aan de balie voorgesproken. Hoewel finaal de beslissingsbevoegdheid bij het schepencollege ligt volgt dat in de overgrote meerderheid van de gevallen het advies van de stedenbouwkundige ambtenaar. Zo’n aanvraag is in de vergadering dus meestal niet meer dan een hamerstuk.
Tegen die achtergrond geeft een recente casus in Beringen te denken. Het ging om een aanvraag voor opsplitsing van een bouwgrond in een verkaveling in buitengebied, 2km van de kern van één van de dorpen van Beringen. Een schepencollege dat vergunning verleent ondanks bezwaarschrift van de directe gebuur moet zijn besluit afdoende en zorgvuldig motiveren. Daar leek het in de vergunning niet op. Misschien tegen de verwachting in ging de gebuur in beroep bij de Deputatie in Hasselt. Dat leverde samengevat het volgende oordeel van de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar op:
Zonder bindend RUP komt in Beringen bij stedenbouwkundige aanvragen willekeur om de hoek kijken. In de conceptuele fase worden plannen aan de balie voorgesproken. Hoewel finaal de beslissingsbevoegdheid bij het schepencollege ligt volgt dat in de overgrote meerderheid van de gevallen het advies van de stedenbouwkundige ambtenaar. Zo’n aanvraag is in de vergadering dus meestal niet meer dan een hamerstuk.
Tegen die achtergrond geeft een recente casus in Beringen te denken. Het ging om een aanvraag voor opsplitsing van een bouwgrond in een verkaveling in buitengebied, 2km van de kern van één van de dorpen van Beringen. Een schepencollege dat vergunning verleent ondanks bezwaarschrift van de directe gebuur moet zijn besluit afdoende en zorgvuldig motiveren. Daar leek het in de vergunning niet op. Misschien tegen de verwachting in ging de gebuur in beroep bij de Deputatie in Hasselt. Dat leverde samengevat het volgende oordeel van de provinciaal stedenbouwkundige ambtenaar op:
Het voorstel integreert zich niet
in de omgeving. Het voorziet in feite een ‘gesloten' bebouwing. Dat
is ruimtelijk vreemd en onaanvaardbaar. Het gevraagde is qua schaal,
ruimtegebruik en bouwdichtheid vreemd in zijn omgeving en niet in
overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening. De vergunning kan
niet worden verleend.
In casu trok aanvrager onmiddellijk na kennisname van dit oordeel zijn aanvraag in. Blijkbaar wilde hij een negatief besluit van de Deputatie niet afwachten, om het schepencollege van stad Beringen en het ambtelijk apparaat gezichtsverlies te besparen.
Het staat vast dat de provinciaal stedenbouwkundig ambtenaar zich in haar oordeel heeft gebaseerd op de Beringse structuurnota en de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (VCRO). Met de vergunning lapte de stad dus ijskoud zowel de eigen structuurnota als de VCRO aan haar laars.
Beringen
heeft de mond vol van dorpskernversterking. De stad verdient lof voor
een verdichtingsproject als ‘Academiepark’ dat voorziet in
invulling van een open plek in het centrum van Koersel, maar blaam
voor het vergunnen van opsplitsing van residentiële bouwgronden voor
open bebouwing in het buitengebied.
Mogelijk kan Beringen inspiratie vinden in de woningtypetoets Gent. Dat is geen verordenend instrument, maar een objectief beoordelingskader waarmee de burger online kan bepalen welk woningtype waar kan toegelaten worden. “Daarmee wordt speculatie met bouwgrond tegengegaan”, aldus de brochure “De juiste woning op de juiste plaats” van november 2015, die online beschikbaar is.
Mogelijk kan Beringen inspiratie vinden in de woningtypetoets Gent. Dat is geen verordenend instrument, maar een objectief beoordelingskader waarmee de burger online kan bepalen welk woningtype waar kan toegelaten worden. “Daarmee wordt speculatie met bouwgrond tegengegaan”, aldus de brochure “De juiste woning op de juiste plaats” van november 2015, die online beschikbaar is.
Opsplitsing van bouwgrond in open
gebied is strijdig met kernversterking, motor van een duurzame
economie. Het duwt de grondprijzen omhoog. Het zet een ontwikkeling
in gang die nefast is voor de broodnodige kernversterking, essentieel
onderdeel van het zo vurig beleden planologisch beleid van Beringen.
De ambtelijke top en het schepencollege2
hebben wat uit te leggen.
1 bron: Structuurplan Beringen GR2 - 2007, § 6.3.6. - Reservegebieden voor woningbouw
2 navraag bij de schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening leverde geen nieuwe gezichtspunten op; de schepen toonde wel interesse in de woningtypetoets Gent
1 bron: Structuurplan Beringen GR2 - 2007, § 6.3.6. - Reservegebieden voor woningbouw
2 navraag bij de schepen bevoegd voor ruimtelijke ordening leverde geen nieuwe gezichtspunten op; de schepen toonde wel interesse in de woningtypetoets Gent
zaterdag 24 maart 2018
Bolton’s appointment: Another warning of new US wars
By Peter Symonds
The appointment of the notorious warmonger John Bolton as Trump’s national security adviser on Thursday is a clear sign that the White House is being put on a war footing. Bolton is well known for his advocacy of illegal wars of aggression, in particular against North Korea and Iran, his contempt for the UN and international law, and his belligerent stance towards US rivals such as China and Russia.
North Korea is immediately within Trump’s crosshairs. The president indicated earlier this month that he would meet with North Korean leader Kim Jong-un in May. However, the installation of Bolton in place of H.R. McMaster and the hawkish Mike Pompeo as US secretary of state in place of Rex Tillerson two weeks ago demonstrates that the purpose of any meeting will not be to negotiate, but to deliver a US ultimatum or stage a provocation.
Bolton is an open advocate of pre-emptive military attacks on North Korea on the pretext of ending the so-called military threat posed by its nuclear arsenal. Just last month, he seized on Pompeo’s remark that North Korea was “a handful of months” from having a nuclear missile capable of reaching the US, to set out a sham legal case in the Wall Street Journal for attacking North Korea. “We should not wait until the last minute,” he emphasised.
In another Wall Street Journal comment last August, Bolton scathingly dismissed any prospect of a deal with North Korea and declared that “some sort of strike is likely unavoidable unless China agrees to regime change in Pyongyang.” While well aware of the huge casualties that such a war would bring to South Korea and Japan, he nevertheless insisted that the US had no option but to carry out pre-emptive strikes on North Korea and set out several strategies up to and including a full-scale air war and invasion.
Bolton is a bitter critic of the 2015 nuclear deal with Iran done under the Obama administration that placed severe limitations on that country’s nuclear programs, and is thus in tune with Trump’s threat to withdraw from the agreement in May if it is not drastically changed. In a bellicose comment in 2015 in the New York Times entitled “To stop Iran’s bomb, bomb Iran,” he advocated US military strikes combined with a concerted effort for regime change in Tehran.
Likewise Bolton is a strident advocate of a confrontational approach to China, pushing for far stronger action to challenge Chinese maritime claims in the South China and East China Seas. His views on Taiwan are in line with the Trump administration’s questioning of the “One China policy” and steps towards forging closer ties with Taiwan—moves that would gravely undermine relations between the US and China and greatly heighten the danger of conflict.
Writing in the Wall Street Journal in 2016, Bolton called on the US to play the “Taiwan card” by upgrading official ties with the island that China regards as an integral part of its territory. “For a new US president willing to act boldly, there are opportunities to halt and then reverse China’s seemingly inexorable march toward hegemony in East Asia,” he wrote.
The appointment of Bolton has provoked alarm in sections of the American political establishment and media. Democratic Senator Bob Menendez declared that while Trump might view Bolton as a sympathetic sycophant, “I would remind him that Mr Bolton has a reckless approach to advancing the safety and security of Americans—far outside any political party.”
Richard Painter, a former White House lawyer under President George Bush, described Bolton as “by far the most dangerous man” of that administration. “Hiring him as the president’s top national security adviser is an invitation to war, perhaps nuclear war. This must be stopped at all costs,” he told the Guardian.
In its editorial yesterday “Yes, John Bolton really is that dangerous,” the New York Times warned: “There are few people more likely than Mr Bolton is to lead the country into war … Coupled with his nomination of the hard-line CIA director, Mike Pompeo, as secretary of state, Mr Trump is indulging his worst nationalist instincts. Mr Bolton, in particular, believes the United States can do what it wants without regard to international law, treaties or the political commitments of previous administrations.”
While it is certainly true that Bolton is an infamous advocate of criminal wars, such criticisms and warnings ring completely hollow. There is no anti-war faction of the American ruling class as the past quarter century of US invasions and interventions demonstrates. Rather the bitter political infighting and crisis in Washington revolves around how best to use US military might to shore up its position in the geopolitical order and which rival or rivals to attack first.
Significantly, the New York Times editorial cites Bolton’s attitude to Russia as his one saving grace. “Mr Bolton’s position on Russia,” it declares, “that NATO must have a strong response to the Kremlin-linked poisoning of a former Russian spy in Britain is somewhat better than Mr Trump’s.” This remark reflects the right-wing campaign waged by the newspaper in league with the Democrats and sections of the military-intelligence apparatus to remove Trump over his alleged collusion with Russian officials during the 2016 presidential election campaign. This is nothing less than a push for confrontation and war with Russia.
Bolton, in fact, has a militarist response to any challenge posed to US imperialist interests—China and Russia alike. In a series of tweets over the past month, he has called for the US to strengthen its allies in Central and Eastern Europe against alleged Russian cyber war; a strategic response to new Russian nuclear missiles to show “we will not let Russia push the US and its allies around;” and “a long term strategy to deal with countries like Russia and China with longstanding rulers.”
Bolton’s appointment as Trump’s national security adviser does not require congressional confirmation. The only way to block his installation would be through a broad campaign which the Democrats and other critics are not about to initiate as it would mean alerting the public about the danger of war and risk triggering an anti-war movement that would rapidly go beyond their control.
Bolton was one of the gang of war criminals in the Bush administration that invented and promoted the lies about Iraq’s non-existent weapons of mass destruction that were used as the pretext for the brutal US-led invasion and occupation. Neither Bolton nor anyone else was prosecuted under the Obama administration, which intensified the drive to war against Russia and China. As a result, Trump is able to install Bolton as his administration prepares for even more disastrous wars.
This article first appeared on World Socialist Web Site (WSWS) on 24 March 2018, and was republished with permission.
zaterdag 17 maart 2018
Het Rusland van Putin volgens NBC-ankervrouw Megyn Kelly
Begin maart interviewde de Amerikaanse journaliste Megyn Kelly de Russische president Vladimir Putin. Dat gebeurde op een moment waarop de spanning tussen het Westen en Rusland tot ongekende hoogte was gestegen, en in de aanloop naar presidentsverkiezingen in Rusland. Van het bovenstaande volledige interview werden in Amerika enkel streng geselecteerde delen uitgezonden. Naar onderdelen waarin Putin in niet mis te verstane taal de Westerse kritiek ontzenuwt en Kelly “het onderspit delft” moet men echt zoeken in de social media.
Op de website van de persdienst van de Russische president treft men een transcriptie aan van het volledige interview. Uit dat lijvige Engelstalige document maakten we een samenvatting in het Nederlands van de belangrijkste onderwerpen, waarbij we vragen en antwoorden vervlechten en per onderwerp weergeven, niet noodzakelijk in de oorspronkelijke volgorde, en enkele informatieve links toevoegen. We interpreteren niet, we blijven zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst.
***
Nieuwe Russische wapensystemen
Dat Rusland een nieuwe koude oorlogsverklaring heeft afgegeven is propaganda. De Russische wapensystemen zijn het antwoord op het Amerikaanse raketafweersysteem en de eenzijdige Amerikaanse opzegging van het ABM-verdrag in 2002. We hielden de Amerikanen voor: “Stel je voor hoe de wereld erop vooruit gaat als we militair de handen ineen slaan.” Maar de Amerikanen verwierpen al onze voorstellen. Ze zeiden dat het ons vrij stond onze wapensystemen op te waarderen om het evenwicht te herstellen en dat ze onze nieuwe systemen niet als vijandig zouden beschouwen.
Dat de Amerikaanse opzegging van het ABM-verdrag een reactie was op 9/11 is onzin. Het raketafweersysteem beschermt tegen raketten waar terroristen niet over beschikken. In de strijd tegen terroristen moeten de grote mogendheden samenwerken, niet elkaar bedreigen. Rusland kan het Amerikaanse raketafweersysteem enkel zien als een bedreiging. Eerst was dat systeem zogenaamd een antwoord op de dreiging van Iran, maar uiteindelijk gaven de Amerikanen toe dat het raketafweersysteem natuurlijk de Russische nucleaire afweer doorkruist.
De Amerikanen hebben een raketafweersysteem opgesteld in Alaska, op een boogscheut van de Russische grens. Een systeem in Roemenië is al operationeel, die in Polen is dat bijna. Amerikaanse oorlogsschepen uitgerust met raketafweer zijn vlak bij de Russische kust gestationeerd, zowel in het zuiden als het noorden. De systemen waarover Rusland vandaag beschikt zijn ontwikkeld om de Amerikaanse raketafweer nutteloos te maken. Ze zijn getest en werken perfect. Sommige systemen zijn in serieproductie en al opgesteld, aan andere moet nog gewerkt worden.
Sinds 2002 heeft Rusland op het vlak van moderne bewapening niet zitten slapen. Het had aangekondigd dat het antwoord op de Amerikaanse raketafweer niet iets gelijkaardigs zou zijn. Dat zou te kostbaar zijn. En of een Russisch me-too systeem zou werken was nog maar de vraag. Om het strategische evenwicht te vrijwaren zodat de VS niet de Russische nucleaire afschrikking tot nul kon herleiden hadden de Russen aanvalssystemen aangekondigd die de Amerikaanse raketafweer zou kunnen doorbreken. De Amerikanen zeiden zulke systemen niet als bedreiging van de VS te beschouwen.
Rusland stelt zijn nucleaire afschrikking in werking als het wordt aangevallen met kernwapens of met conventionele wapens. Beide hebben voor Rusland existentiële gevolgen. Het staat open voor hernieuwe onderhandelingen over Start-3.
Russische inmenging in de Amerikaanse verkiezingen
De Amerikaanse speciale aanklager Robert Mueller heeft 13 Russen en drie Russische firma’s in staat van beschuldiging gesteld voor inmenging in de Amerikaanse verkiezingen. De firma IRA, een zekere Yevgeny Prigozhin en nog andere figuren zouden cyberoorlog-activiteiten ontplooien vanuit een kantoor aan de Savushkinastraat 55 in St. Petersburg. Maar als die dat al op hun geweten hebben, dan doen die dat niet in opdracht van de Russische overheid.
De relatie tussen de VS en Rusland is problematisch. Dat geeft Russische burgers te denken. Sommigen zijn misschien in aktie geschoten. Op het niveau van de regering of de president is er geen inmenging geweest. Rusland heeft daar geen behoefte aan. Dat deze figuren Russen zijn zegt niets, men kan ook in opdracht van een Amerikaanse firma of presidentskandidaat hebben gehandeld. De Amerikanen moeten hun grieven niet via de media uiten, maar bij Rusland aankloppen met specifieke gegevens, bewijzen. Op die basis wil Rusland best het gesprek aangaan.
Het is niet aan Rusland om onderzoek te doen naar iets dat niet strafbaar is. Als er mensen zijn die Russische wetten hebben overtreden zullen we hen vervolgen. Russen vallen onder de Russische wet, niet onder de Amerikaanse. En van uitlevering kan al helemaal geen sprake zijn. Net als de VS levert Rusland geen burgers uit. Rusland is bereid een overeenkomst te sluiten over wederzijdse uitlevering. Maar dat ziet de VS niet zitten. De VS zegt ijskoud dat het zich mag mengen in Russische binnenlandse aangelegenheden. “Anders dan jullie brengen wij democratie, dus wij hebben het recht daartoe”, zo zeggen ze glashard. In de diplomatie is dat geen beschaafde gang van zaken.
Cyberwapens
Rusland wil niet enkel afspraken met de VS over kernwapens, het wil ook een akkoord over hoe beide grootmachten zich gedragen in cyberspace. Met Obama in het Witte Huis legden de Russen een voorstel op tafel. Daar werd eerst negatief op gereageerd, en ten langen leste leek men te willen praten, maar daar kwam niets van. Rusland blijft bereid om te praten.
De VS mengt zich voortdurend in Russische verkiezingen. De Russen doen dat niet want dat geeft anderen het recht om dat ook te doen. Bovendien heeft Amerika veel machtiger middelen om dat te doen. Rusland heeft geen mondiale media als CNN. Voor Rusland blijft het bij Russia Today (RT). En die moest zich in de VS dan ook nog eens registreren als buitenlandse agent wat het kanaal serieus in zijn werk belemmert. De VS heeft de beschikking over nog veel meer media met mondiale reikwijdte, ook online. Het internet is in Amerikaanse handen. Rusland wil praten, maar de VS weigert.
De zittende Amerikaanse president heeft de verkiezingen gewonnen dankzij binnenlandse verkiezingsbeloften, niet door inmenging van buitenaf.
Sancties tegen Rusland
Volgens de Amerikaanse inlichtingendiensten vormt Rusland de grootste bedreiging ter wereld voor de Amerikaanse veiligheid, groter dan ISIS. Rusland krijgt de sancties dus niet opgeheven. De relatie tussen Rusland en de VS staat op een absoluut dieptepunt. De sancties zijn geen strafmiddel voor de vermeende Russische inmenging, maar een middel om Rusland klem te zetten, om het Russische herstel te dwarsbomen. Dat is een dwaze aanpak. De relaties lijden eronder, maar ook de belangen van Amerikaanse firma’s. Rusland biedt investeringskansen die nu door ondernemingen uit andere landen worden benut.
Onlangs zei president Trump dat indien Rusland in de VS chaos wilde zaaien zij daarin was geslaagd. Maar die chaos is niet veroorzaakt door Russische inmenging, maar door weeffouten in het Amerikaanse politieke systeem, interne strijd en verdeeldheid. Rusland mengt zich niet in binnenlandse aangelegenheden van andere landen, maar kan niet verhinderen dat Russische burgers hun mening naar voren brengen, inclusief op internet. We treden op tegen inbreuken tegen de Russische wet en internationale overeenkomsten voor zover de VS die met ons wil afsluiten.
Een inbreuk door Russische burgers kan natuurlijk maar worden onderzocht en zo nodig vervolgd als het slachtoffer een officiële aanklacht indient, onderbouwd met feitenmateriaal.
Syrië
De aanvallen met chemische wapens in Syrië zijn fake news. Syrië heeft zijn chemische wapens lang geleden vernietigd. De plannen van de militanten om chemische aanvallen door het Syrische leger te simuleren zijn bekend. Deze pogingen zijn van de laatste tijd en bedoeld om steun te verwerven voor de strijd tegen Assad. Dat er slachtoffers vallen is te wijten aan het optreden van criminelen en extremisten. De terroristen willen dat Assad de schuld krijgt.
Het VN-onderzoek naar de aanvallen met sarin is niet serieus verlopen. Rusland is absoluut niet tegen een objectief onderzoek. Dat is net zo’n leugen als het door de CIA aangeleverde flesje met een witte substantie dat moest bewijzen dat Irak massavernietigingswapens had. De Amerikaanse buitenlandminister verontschuldigde zich later, maar de schade was aangericht, Irak lag in puin. Dit is net zo’n stukje fake news. Wij dringen al lang aan op zo’n objectief onderzoek, en dat geldt ook voor de aanvallen met chloorgas die Assad en onrechtstreeks Rusland worden aangewreven.
Dat de relaties tussen de VS en Rusland zo zijn verslechterd moet toch echt Washington worden verweten. Rusland heeft niet zichzelf tot tegenstander van de VS uitgeroepen. Dat heeft de VS gedaan, het Congres heeft Rusland als tegenstander aangeduid. De VS had daar geen enkele aanleiding toe. Het omgekeerde is eerder waar. De VS investeerde miljarden dollars in de coup in Oekraïne. De VS moedigt gewapend conflict in talloze landen aan. En plaatst raketsystemen aan de Russische grens. Duistere krachten in de VS verhinderen dat de Amerikaanse president diplomatiek overleg met Rusland voert.
Rusland wil eender wanneer over alles praten, of het nu gaat over raketsystemen, cyberspace of de strijd tegen terrorisme. Blijkbaar is de VS daar niet klaar voor. Maar vroeg of laat zal de politieke elite in de VS wel door de publieke opinie gedwongen worden om met Rusland te overleggen. Rusland wacht af.
Rusland socio-economisch en de erfenis van Putin
Rusland is erin geslaagd zijn economie radicaal te hervormen. Sinds 2000 is de economie bijna verdubbeld. Het aantal mensen beneden de armoedegrens is gehalveerd, maar blijft hoog. Het land werkt eraan de inkomensverschillen te verkleinen. Dat gaat met vallen en opstaan. Aan het begin van de eeuw kromp de bevolking jaarlijks met bijna een miljoen mensen. Die trend is doorbroken. Het land kent weer een natuurlijke bevolkingsaanwas. De zuigelingensterfte is laag, de moedersterfte zowat tot nul herleid. De levensverwachting groeit exponentieel.
De inflatie is van 30% teruggedrongen naar 2,2%. Rusland beschikt over groeiende goud- en deviezenreserves en kent macro-economische stabiliteit. Het werkt aan de lage productiviteit, trekt investeringen aan en probeert de structuur van de economie te verbeteren. Het land focust ook op zaken als technologie, artificiële intelligentie, digitalisering, biologie, geneeskunde en genomenonderzoek.
Over zijn erfenis zegt de president dat hij die ziet in het creëren van een krachtige herstelimpuls voor Rusland. Hij hoopt het land over te dragen als een veerkrachtige, evenwichtige democratie die profijt trekt uit de modernste technologieën. Een land dat blijft werken aan zijn politieke systeem en de rechterlijke macht en dankzij dit alles als federatie en volk in eenheid en zelfvertrouwen de toekomst tegemoet kan zien.
Abonneren op:
Posts (Atom)






