Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.
vrijdag 10 mei 2019
Wordt Europa een geopolitieke wereldspeler, of blijft het aan de leiband van de VS lopen?
Before departure from Shanghai to Beijing, China, 3 February 2018 (author: Karlbrix, Wikimedia Commons)
In een recent artikel dat ook op De Wereld Morgen verscheen stelden we dat Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken en een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland. Zo’n stap is niet voor morgen. Wil de EU de boot niet missen, dan moet het haast maken met zich te onttrekken aan het Amerikaanse juk.
Het idee van een Europese defensie ontstond na de Tweede Wereldoorlog als reactie op wat werd gezien als de stalinistische dreiging. Onderhandelingen tussen de Britse buitenlandminister Ernest Bevin en zijn Belgische collega Paul-Henri Spaak leidden op 17 maart 1948 tot het Verdrag van Brussel, waarmee het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, België, Nederland en Luxemburg het eerste Europese defensieverdrag sloten. Vervolgens vonden de Amerikanen de tijd rijp om te onderhandelen over een trans-Atlantische defensie, wat een jaar later uitmondde in het Verdrag van Washington van 4 april 1949, de oprichtingsakte van de NAVO.
In het wereldbeeld van vandaag zou hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie met een eigen defensie, los van de VS, de doelstelling moeten zijn. De Antwerpse politicoloog Tom Sauer pleit voor een regionale collectieve veiligheidsorganisatie, mogelijk in de vorm van een versterkte OVSE, met schrapping van NAVO-artikel 5 (een gewapende aanval tegen één lid is een aanval tegen allen) en opname van Rusland. Voor Sauer vergt een ééngemaakt Europees leger de transformatie van de EU tot één federale Europese politieke unie. Of zo’n federaal Europa zich zou moeten beperken tot buitenlands beleid en defensie of alle beleidsdomeinen omvatten zegt Sauer er niet bij.
Verdeeldheid over buitenlands beleid
Sommige analisten denken dat er best eerst een Europees leger komt en dat het gemeenschappelijke buitenlandse beleid er dan wel stap voor stap zal komen. Meer theoretisch ingestelde analisten stellen dat een uniform buitenlands beleid in handen van “Brussel” er eerst moet komen. Hoe het ook zij, de realiteit is dat de 28 Europese lidstaten uiterst verdeeld zijn over het buitenlands beleid. Het koloniale verleden van een aantal landen, de terughoudendheid van Duitsland na de Tweede Wereldoorlog en de angst voor Rusland bij de ex-Sovjetlanden speelt daarin mee. We geven een tweetal voorbeelden van die verdeeldheid.
Het Sykes-Picotverdrag van 1916 staat aan de wieg van de staat Israel. De EU moet zich dan vandaag het lot aantrekken van de Palestijnen. Sinds de Basic Law: Israel as the Nation State of the Jewish People is Israel als staat enkel voor de Joden. Arabieren zijn niet gelijkwaardig. Maar voor Europees hoge vertegenwoordiger voor Buitenlandse Zaken Federica Mogherini gaat die wet “eerst en vooral over de vraag hoe Israel zich definieert”, een aangelegenheid “waarover we het Israelisch binnenlands debat volledig respecteren”. Geen enkele kanttekening, geen veroordeling van een staat waar de ene etnische groep de andere domineert, in het jargon “apartheid”.
Op reis in Latijns Amerika bevestigde de Duitse buitenlandminister Heiko Maas de onvoorwaardelijke steun van zijn land aan de couppoging tegen de democratisch herverkozen Venezolaanse president Nicolas Maduro. Dat geeft frictie in de EU: Italië, Griekenland, Slowakije en Cyprus hebben hun steun aan Guaido onthouden, en ook niet-EU-leden Noorwegen en Turkije hebben dat gedaan. Of de Europese publieke opinie akkoord gaat met de steun van hun land aan de zoveelste Amerikaanse couppoging is lang niet zeker. Dat zelfs Venezolanen die Maduro kwijt willen niet akkoord gaat met Amerikaans militair ingrijpen waar Guaido openlijk op aandringt is ook in Europa geen geheim.
Recent gooit Duitsland het blijkbaar over een andere boeg. Het weigerde Guaido’s “ambassadeur” te erkennen nu Guaido er niet niet in geslaagd is om binnen 30 dagen verkiezingen te organiseren. De Spaanse regering had er bij de EU-collega’s op aangedrongen geen diplomatieke status te verlenen aan Guaido’s vertegenwoordigers nu de regering-Maduro duidelijk de controle bleef houden over de meeste overheidsinstellingen. Blijkbaar vreesde Spanje voor de 180.000 Spanjaarden en de Spaanse economische belangen in Venezuela zoals de multinationals Repsol, Telefonica, BBVA en Mapfre. Op wereldniveau maakt de EU in het Venezuela-dossier geen goede beurt.
Gebrek aan militaire capaciteiten
Om een volwaardig leger op de been te brengen zal Europa het gebrek aan militaire capaciteiten moeten invullen. Vandaag zijn de lidstaten voor veel zaken afhankelijk van de NAVO en het Amerikaanse militaire apparaat. Een Europees leger zal moeten investeren in eenheden voor militair transport, logistieke planning, air-to-air refueling, drones, militaire inlichtingen, enz. Er moet komaf worden gemaakt met de versnippering van de individuele defensie-uitgaven. De Europese legers moeten worden omgevormd tot een slagkrachtig militair apparaat dat zich kan meten met andere grote mogendheden. En er moet een Europees Pentagon komen dat dat leger beheert, met als sluitstuk een Europese minister van defensie.
Voor wat Europese nucleaire afschrikking betreft zouden tijdelijk de Franse en Britse kernwapens kunnen worden gebundeld, om die vervolgens in het kader van nucleaire non-proliferatie te ontmantelen. September 2018 kwam er op dit vlak goed nieuws uit Spanje: in ruil voor hun steun aan de begroting 2019 kreeg Podemos van de Spaanse regering de toezegging dat Spanje als eerste NAVO-lid het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) zal tekenen. Dat zou een belangrijke doorbraak betekenen binnen de NAVO en een impuls voor een Europese collectieve veiligheidsorganisatie.
NAVO-leden worden zich steeds meer bewust van het valse argument dat de NAVO enkel een nucleaire NAVO kan zijn. Spanje heeft laten weten dat het als NAVO-lid voornemens is om het VN-verdrag tot verbod van kernwapens (TPNW) te ondertekenen. Zelfs een land als Italië dat kernwapens op zijn grondgebied heeft overweegt het Spaanse voorbeeld te volgen en zijn verdragsrelatie met de VS te heronderhandelen.
Is de bijstandsclausule van art. 42 echt wel zo automatisch?
De eveneens Antwerpse professor David Criekemans spreekt zich over een uitstap uit de NAVO niet expliciet uit. Onze defensie wordt volgens hem “wellicht” steeds meer Europees, met een eigen Europese defensie-industrie zodat we onze middelen niet richting Washington moeten laten weglekken. Niet alle Europese lidstaten beseffen dat het zonder “een meer geïntegreerd buitenlands beleid” niet zal gaan, zodat Europese strategische autonomie nog wel een generatie op zich zal laten wachten, aldus Criekemans.
Aanvullend wijst Criekemans erop dat de veiligheidsgarantie in het Verdrag van Brussel (art. V), die thans verankerd is in art. 42 van het Verdrag van Lissabon, veel sterker is dan die van de NAVO (het befaamde art. 5) en zou neerkomen op een automatische militaire bijstandsclausule. Wie art. 42 onder de loep neemt kan zich daar toch wel enkele vragen bij stellen. Zonder gemeenschappelijk buitenlands beleid kan het “operationeel vermogen” van §1 enkel ad-hoc ter beschikking worden gesteld, blijft een EU-defensiebeleid (§2) dode letter en houdt de VS/NAVO een stevige vinger in de pap. Eenparige besluitvorming (§4) rond het defensiebeleid in een verdeelde Unie is niet evident. De bijstandsclausule blijft afhankelijk (§7) van “het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten”, lees NAVO-leden. Opnieuw: Washington heeft het laatste woord.
Intussen staat de wereld niet stil
De EU mag dan een economische reus zijn, maar blijft in de schaduw van de VS een politieke dwerg. Politieke geloofwaardigheid in de wereld vergt een uniform Europees defensie- en buitenlands beleid. Daartoe zal het Verdrag van Lissabon moeten worden heronderhandeld. Elke link met de NAVO moet er uit. Maar 28 EU-leden op één lijn brengen is niet evident. Er zal hard onderhandeld moeten worden. In het proces vallen er misschien lidstaten af.
Intussen staat de wereld niet stil. Tot dusverre haalt de VS de schouders op over het Belt and Road Initiative (BRI) van China, de grote strategische rivaal. Daarmee slaat Washington de plank serieus mis. BRI biedt kansen voor Amerikaanse bedrijven. Deelnemende landen moeten niet noodzakelijk te afhankelijk worden van China. China wil met zijn BRI niet de grote winnaar zijn. Als de VS niet langs de zijlijn blijft staan kan BRI een Eurazië teweegbrengen dat eerder multipolair is dan een door China gedomineerd continent.
Vandaag bedraagt de handel in Afroeurasië meer dan $2 biljoen. De trans-Atlantische handel bedraagt “maar” $1,1 biljoen. Daarmee vormt Afroeurasië met zijn bijna 6 miljard inwoners nu al het zwaartepunt van de wereldeconomie. Saoedi Arabië, Rusland en Turkije zijn belangrijke spelers in deze nieuwe netwerken. Rusland, centraal in het trans-Euraziatische goederenvervoer, profiteert van Chinese investeringen om Siberië, dat rijk is aan natuurlijke hulpbronnen, te ontwikkelen. Turkije rolt zijn vrachtspoorlijnen naar China uit. Saoedi Arabië stelt zijn gigantische oliereserves ter beschikking van het BRI-netwerk, in ruil voor steun bij de diversificatie van zijn economie.
Europa stelt zich meer en meer open voor samenwerking met China. De EU mag dan China een “systemische rivaal” noemen, Europa sluit zich niet aan bij de Amerikaanse handelsoorlog. Europa doet ruim $500 miljard meer handel met Azië dan met de VS en ziet waar de opportuniteiten liggen. Duitsland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk hebben zich dan niet aangesloten bij BRI, deze Europese toplanden zijn in 2015 wel lid geworden van de Aziatische Infrastructuurinvesteringsbank. Siemens heeft al tientallen handelsakkoorden gesloten met Chinese partners en een twaalftal Europese landen heeft zich intussen aangesloten bij BRI, waaronder recent ook Italië.
Wie trekt zich terug uit de NAVO, Europa of de VS?
De wereld van de 21e eeuw moet niet kiezen tussen Amerikaans of Chinees leiderschap. Het aandeel van Amerika in de wereldeconomie neemt af, het leger is overbelast en de geloofwaardigheid van de supermogendheid is in het gedrang. Al wat China ambieert is een plaats in een multipolaire wereld. Voor China is de ontwikkeling van handelsroutes naar Afroeurazië van existentieel belang. BRI moet het economisch verkeer tussen zo’n 100 postkoloniale en post-Sovjetrepublieken bevorderen. Dat kan enkel leiden tot meer welvaart in de derde wereld, betere zakenkansen in snelgroeiende markten en een multipolair Azië.
Zo’n toekomstbeeld sluit aan op een Amerikaans beleid waarin het niet meer overal moet ingrijpen, maar in het reine komt met zijn eigen beperkingen en tegelijk meeprofiteert van de economische groei die zich afspeelt aan de andere zijde van de planeet. China domineerde niet de historische Zijderoute en is niet van plan de toekomstige Zijderoute te dicteren, hoewel het wel het initiatief heeft genomen die te creëren. De EU moet geen kant kiezen maar zich openstellen voor elke grootmacht, een onafhankelijke koers varen en zich losmaken van de knellende overheersing van de VS.
Treedt Europa uit de NAVO, of trekt de VS zich terug uit het trans-Atlantisch bondgenootschap?
Dit
artikel verscheen eerder op De
Wereld Morgen
woensdag 17 april 2019
Waarom Europa zich uit de NAVO moet terugtrekken
U.S. Army Stryker armored vehicles convoy during operations in support of Steadfast Javelin II at Ramstein Air Base, Germany, Sept. 3, 2014.
Steadfast Javelin II is a NATO-led exercise designed to prepare U.S., NATO and European partner nations forces for large-scale unified land operations.
Photo: A1C Jordan Castelan (Wikimedia Commons).
Steadfast Javelin II is a NATO-led exercise designed to prepare U.S., NATO and European partner nations forces for large-scale unified land operations.
Photo: A1C Jordan Castelan (Wikimedia Commons).
Nu Trump de bondgenoten niet enkel 2% bijdrage vraagt maar ook 150% van de kosten voor stationering van Amerikaanse troepen wordt het tijd dat Europa zich uit de NAVO terugtrekt. Het moet een eigen veiligheidsorganisatie stichten waarin ook plaats is voor Rusland.
Amerika is een oligarchie. Kandidaturen voor presidentschap en Senaat en Congres worden verworven via politieke omkoping. Wetenschappelijk onderzoek bevestigt dat een kleine groep elites het overheidsbeleid bepaalt. Zo bepaalt de militair-industriële lobby in belangrijke mate het defensiebudget. Officieel bedraagt dat voor 2019 $617 miljard, maar dat is slechts het Base Budget. Inclusief een serie niet op de defensiebegroting ingeschreven onderdelen, maar exclusief de (para)militaire activiteiten van CIA en FBI, geeft de VS in 2019 aan veiligheid een bedrag uit van $1.135,7 miljard, 5,4% van het BBP en meer dan een kwart van de Amerikaanse federale begroting.
Het Pentagon is wereldwijd voortrekker in militaire uitgaven en trekt NAVO-leden Europa ($290 miljard) en Canada ($24 miljard) mee in zijn kielzog. Zo ontstaat een totaal NAVO-budget 2018 van $1.449 miljard, ruim 80% van het wereldwijd totaal aan defensie-inspanningen ($1.774 miljard). Aan de basis van de groeiende defensie-inspanningen liggen Amerikaanse en Europese percepties van dreigingen vanuit China en Rusland. De uitgaven van deze landen zijn echter slechts een fractie van het NAVO-totaal. China zou in 2018 $168 miljard hebben uitgegeven en Rusland $63 miljard, 12% resp. 4% van NAVO-totaal.
De NAVO is goed voor 80% van de mondiale militaire uitgaven. De uitgaven van Rusland en China vallen daarbij in het niet.
De Amerikaanse National Defense Strategy Commission wijst erop dat China en Rusland regionale hegemonie nastreven en zelfs mondiaal macht kunnen uitoefenen, maar een nuchtere Amerikaanse politicoloog als John Mearsheimer relativeert die stelling. Poetin heeft enkel gereageerd op Westerse provocaties. Het feit dat de NAVO tot de Russische grens is opgeschoven ligt aan de basis van de oorlogen in Georgië (2008) en Oekraïne (2014). De confrontatie met Rusland en China duwt deze grootmachten enkel in elkaars armen wat het einde inluidt van de unipolaire wereld sinds de val van de Sovjet-Unie.
Sinds de uitbreiding van de NAVO maakt Rusland duidelijk dat het niet lijdzaam zal toezien hoe zijn strategisch belangrijke buurlanden Westerse vestingen worden. Voor Poetin overschreed de coup tegen de democratisch verkozen regering in Oekraïne een rode lijn. Beducht voor zijn marinebasis in Sebastopol annexeerde hij de Krim en destabiliseerde hij Oekraïne tot het land zijn pogingen om zich bij het Westen aan te sluiten zou opgeven. In 2008 zei hij Bush ijskoud dat toetreding van Oekraïne tot de NAVO het einde van het land zou betekenen. Maar ook de EU trok oostwaarts, tegen de zin van Rusland.
Oekraïne is als bufferstaat van groot strategisch belang voor Rusland. Geen enkele Russische leider tolereert dat een militaire alliantie die zich duidelijk vijandig opstelt zich in Oekraïne vestigt en een regering installeert die het land wil integreren in het Westen. In koor gaf het Westen Poetin de schuld. Voor Merkel leefde Poetin in een andere wereld. Maar Poetin is absoluut niet onevenwichtig. Hij is een topstrateeg die op buitenlands beleid elke uitdager in de schaduw stelt. Hij streeft niet naar een “groot-Rusland”, is niet geïnteresseerd in de annexatie van buurlanden. Dat zou het militair, economisch en organisatorisch vermogen van Rusland overstijgen.
De EU drong Oekraïne een handelsakkoord op zonder oog voor de historische context. Het land moet een neutrale bufferstaat worden.
Was Oekraïne voor de EU en de NAVO van strategisch belang, dan had het Westen al lang militair geweld gebruikt om de crisis te beslechten. Men maakt een land toch geen NAVO-lid om het vervolgens niet te verdedigen. In een interview legt ook voormalig Amerikaans minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger de oorzaak van de Oekraïne-crisis bij het Westen. De EU duwde een handelsakkoord door, is ondoordacht achter Oekraïne gaan staan en heeft geen oog gehad voor de historische context. Voor Kissinger moet Oekraïne een bufferstaat worden.
Amerika is vrijwel onophoudelijk in oorlog: sinds zijn stichting in 1776 maar liefst 226 van zijn 243 kalenderjaren. De overgrote meerderheid van de militaire conflicten sinds de Tweede Wereldoorlog ontstond op initiatief van de VS. Vergeleken met andere grootmachten heeft de VS relatief weinig soldaten op het slagveld verloren en nauwelijks burgerslachtoffers. Afgezien van de aanslagen van 9/11 werd oorlog met het buitenland nooit in eigen land uitgevochten. Anders dan Europa ziet de bevolking op eigen bodem dus niets van de rauwe realiteit van oorlog. En sinds de afschaffing van de dienstplicht in 1973 is de sociale controle op de Amerikaanse oorlogszucht tot vrijwel nul herleid.
Het is ‘gewone’ mensen in de rest van de wereld blijkbaar niet ontgaan dat de VS sinds 2001 Irak, Afghanistan, Libië en Syrië heeft vernietigd en Iran, Venezuela, en misschien zelfs Rusland op de korrel neemt. Onderzoek in 65 landen leert dat de VS (24%) als eerste wordt genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede, voor Pakistan (8%), China (6%), Noord-Korea, Israel en Iran (elk 5%). Respondenten in Rusland (54%), China (49%) en Bosnië (49%) waren het meest bevreesd voor de VS als bedreiging.
De VS wordt als eerste genoemd als land dat de grootste bedreiging vormt voor de wereldvrede.
Trump heeft twijfel gezaaid over de bescherming van Europa. Hij dringt aan op verhoging van de bijdrage naar 2% en op termijn 4% van het BBP. Intussen gaan de defensiebegrotingen mondjesmaat omhoog. Europese leiders zien Rusland niet als een ernstige militaire bedreiging. Voor hen past de annexatie van de Krim niet in Russische expansiezucht. Maar intussen vraagt Trump de “partners” ongegeneerd om ook 100% van de kosten van de Amerikaanse militaire aanwezigheid te betalen, met een opslag van 50%. Vandaag betaalt Duitsland 28% voor de Amerikaanse stationering, zo’n €1 miljard per jaar. In een cost-plus-50 regeling zou de factuur voor Duitsland door het dak gaan.
De harde Amerikaanse houding stelt Europa voor een dilemma. Moet het zichzelf kunnen verdedigen? Moeten de Franse atoomwapens het Europese continent afdekken? Wie zit er dan aan de knoppen? Opgeteld kan een EU-leger beschikken over 1,5 miljoen militairen, na China (2,2 miljoen) de grootste legermacht ter wereld. Paradoxaal genoeg is het juist de NAVO die zich tegen zo’n ontwikkeling verzet. Dit is gevoelige materie. Dat de Franse president Macron spreekt over een Europees leger en strategische autonomie irriteert de Amerikanen. De VS laat de NAVO waarin het de lakens uitdeelt en eigen belangen voorrang kan geven niet gemakkelijk los. Maar verzet komt ook uit eigen kring en vanuit de bureaucratie.
Wie pleit voor een Europese defensie moet ook het gebrek aan een ééngemaakt buitenlands beleid aan de orde stellen.
Ook de Belgische politicoloog Sven Biscop is voor een Europese defensie. Hij pleit niet voor interventionisme, wél voor optreden “als onze vitale belangen in het geding zijn”. Als voorbeeld noemt hij Libië. Zijn uitleg over het oprekken van het VN-mandaat roept vragen op over de doctrine van “minimale interventie en maximale diplomatie” waarbinnen EU-optreden moet gebeuren. Biscop spreekt niet over het gebrek aan een ééngemaakt Europees buitenlands beleid en hoe binnen de EU wordt beslist over militair optreden. Per saldo sluit hij zich aan bij de European Union Global Strategy (EUGS) die zegt dat de NAVO voor de meeste lidstaten het belangrijkste kader zal blijven.
Een opiniestuk van de Nederlandse politicoloog Rob de Wijk is gewaagder: “Wie roept de Verenigde Staten tot de orde?” Intussen staat wel vast dat Europa zich wil losmaken uit het steeds knellender Amerikaanse juk. Een militair volledig op eigen benen staand Europa is echter niet voor morgen. De geopolitieke transformatie in de wereld staat niet stil. De Westerse vijandige houding tegen Rusland drijft dat land steeds meer in de armen van China, dat via zijn Belt & Road strategie al belangrijke contacten heeft gelegd in Europa. Wil Europa niet tussen hamer en aambeeld raken dan zal het een fundamentele keuze moeten maken: wil het aan de hand blijven lopen van de VS die zich steeds meer op zichzelf terugtrekt, of zich openstellen voor een Euraziatisch Wirtschaftswunder.
Europa moet kiezen voor een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie waarin plaats is voor Rusland.
Zo’n fundamentele beleidsombuiging vergt de vorming van een nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie en de opzegging van het NAVO-lidmaatschap. Frankrijk en Duitsland kunnen het voortouw nemen en worden waarschijnlijk snel vergezeld van andere Europese kernlanden. Hervorming van de EU in een geopolitiek onafhankelijke Unie vergt een grondige wijziging van het Verdrag van Lissabon, een kolossale, uitdagende maar doenbare operatie. De meeste analisten menen dat Rusland na de Koude Oorlog volwaardig NAVO-lid had moeten worden. De nieuwe pan-Europese veiligheidsorganisatie moet dan ook de opzegperiode met de NAVO benutten om een verdrag te onderhandelen met Rusland.
In dat kader kan ook een oplossing worden uitgewerkt voor de Oekraïne-crisis. Het land moet een neutrale buffer worden tussen Rusland en het Westen, naar het voorbeeld van Finland tijdens de Koude Oorlog. Georgië moet in het voetspoor van Oekraïne treden. Oekraïne moet economische steun krijgen van zowel het Westen als Rusland, en worden aangemoedigd om de rechten van de Russisch sprekende bevolking te respecteren. Op langere termijn kunnen Oekraïne, Georgië en Wit-Rusland tot de EU en de veiligheidsorganisatie toetreden. Daarmee ontstaat een blok dat zich zowel economisch als militair kan meten met China.
Zo ontstaat een multipolaire wereld bestaande uit Noord- en Zuid-Amerika, Eurazië en China, aangevuld met overig Azië en Afrika. Een wereld waarin de VS niet langer de lakens uitdeelt en waarschijnlijk minder gewapende conflicten kent.
donderdag 28 maart 2019
Tensions rise between US, Russia and China over Venezuelan coup
US/CIA
Hands off Venezuela Philly Protest June 9, 2017, organized by Philly
International Action Center (photo source: Flickr)
By
Bill Van Auken
US
President Donald Trump told reporters at the White House Wednesday
that “Russia has to get out” of Venezuela. Asked how Washington
would enforce this demand, he responded, “We’ll see. All options
are open.”
Trump
delivered his ultimatum during a White House photo op with Fabiana
Rosales, the wife of right-wing opposition leader Juan Guaidó, who,
with US backing, proclaimed himself “interim president” of
Venezuela in January, calling upon the military to overthrow the
existing government of President Nicolas Maduro.
Rosales,
referred to by Trump administration officials as Venezuela’s “first
lady,” is conducting an international tour aimed at drumming up
support for the US-orchestrated regime change operation, which has
flagged noticeably since the fiasco suffered last month with the
failure of a cynical attempt to force trucks carrying supposed
humanitarian aid across the Colombian-Venezuelan border.
Both
Guaidó and his US patrons had predicted that the provocation would
trigger a rising by the Venezuelan armed forces against Maduro. With
a handful of right-wing opposition supporters and gang members
turning out for the “humanitarian” hoax, security forces easily
contained the attack.
The
latest US provocation has centered upon the arrival in Venezuela over
the weekend of two Russian aircraft carrying approximately 100
military personnel. An Antonov An-124 cargo jet and an Ilyushin II-62
passenger plane landed on Saturday at the Maiquetía airport outside
of Caracas.
The
arrival of the relative handful of Russian military personnel
triggered a flurry of denunciations from top Trump administration
officials, who have been orchestrating the bid to bring down the
Venezuelan government.
White
House national security adviser John Bolton declared that the US
“will not tolerate hostile foreign military powers meddling”
within the Western Hemisphere.
Earlier
this month, Bolton invoked the Monroe Doctrine as the foundation of
US policy in Venezuela. This 19th century declaration of US foreign
policy initially was directed at opposing any attempts by the empires
of Europe to recolonize newly independent republics in Latin America.
In the 20th century, it was invoked by successive US governments as a
license for US imperialism to use military force to impose its will
throughout the hemisphere, resulting in some 50 direct armed
interventions and the imposition of fascist-military dictatorships
over much of South and Central America.
Secretary
of State Mike Pompeo, meanwhile, told his Russian counterpart Sergei
Lavrov, in a March 25 telephone conversation, that Washington would
“not stand idly by as Russia exacerbates tensions in Venezuela,”
according to a spokesman for the State Department.
The
State Department called the arrival of the Russian troops a “reckless
escalation” of tensions in Venezuela, adding that “The continued
insertion of Russian military personnel to support the illegitimate
regime of Nicolas Maduro in Venezuela risks prolonging the suffering
of the Venezuelan people…”
What
hypocrisy! Washington has imposed an ever-escalating wave of
sanctions that have gravely exacerbated the intense crisis of the
country’s economy, with Venezuelan working people paying the price.
A Trump administration official briefing reporters last Friday
boasted: “The effect of the sanctions is continuing and cumulative.
It’s sort of like in Star Wars when Darth Vader constricts
somebody’s throat, that’s what we are doing to the regime
economically,”
The
Russian Foreign Ministry quoted Lavrov as having responded to Pompeo
by charging that “Washington’s attempts to organize a coup in
Venezuela and threats against its legitimate government are in
violation of the UN Charter and undisguised interference in the
internal affairs of a sovereign state.”
The
Russian Foreign Ministry said that the arrival of the Russian troops
was in fulfillment of an “agreement on military technical
cooperation” signed between Moscow and Caracas in 2001.
“As
in colonial times 200 years ago, the US continues to regard Latin
America as a zone for its exclusive interests, its own ‘backyard’
and they directly demand that it should obey the US without a word,
and that other countries should steer clear of the region,” Russian
Foreign Ministry spokeswoman Maria Zakharova said on Tuesday. “[D]oes
the US think that people are waiting for it to bring democracy to
them on the wings of its bombers? This question can be answered by
Iraqis, Libyans and Serbs.”
Meanwhile,
a US official speaking to Reuters expressed concern that the Russian
military personnel who arrived on Saturday included a team of
specialists in cybersecurity.
This
concern coincides with a new series of electricity blackouts that
began on Monday, affecting much of Caracas and at least 16 states.
The Maduro government has blamed the outages on sabotage, including
cyber-attacks on the power system’s computerized infrastructure.
Meanwhile
the Venezuelan situation has also ratcheted up tensions between
Washington and Beijing, with the US forcing the cancelation of a 60th
anniversary meeting of the Inter-American Development Bank (IDB),
which was set to begin on March 26 in Chengdu.
The
Trump administration had demanded that the IDB accept a
representative named by its puppet Guaidó as Venezuela’s
representative at the meeting. China refused to issue a visa to
Washington’s man, Ricardo Hausmann, a Harvard economist and former
minister in the government of Venezuelan President Carlos Andrés
Pérez, which oversaw the massacre of some 3,000 workers and youth in
the suppression of the popular 1989 revolt known as the caracazo.
Hausmann has publicly called for the US to invade Venezuela along
with a “coalition of the willing.”
A
spokesman for the Chinese Foreign Ministry defended Beijing’s
action on Tuesday, declaring that “Guaidó himself is not a
president elected through legal procedures and thus lacks
legitimacy,” adding that “changing Venezuela’s representative
at the IDB won’t help solve the Venezuelan issue.”
In
response to a question about US denunciations of the Russian military
presence in Venezuela, the Chinese spokesman stated: “First of all,
countries in the Western Hemisphere, including Latin American
countries, are all independent and sovereign states. They have the
right to determine their own foreign policy and their way to engage
in mutually beneficial cooperation with countries of their own
choosing.”
He
added, in a pointed criticism of US imperialist policy, “Latin
American affairs are not a certain country’s exclusive business,
nor is Latin America a certain country’s backyard.”
The
heated exchanges between Washington, on the one hand, and Moscow and
Beijing, on the other, expose the geo-strategic interests that
underlie US imperialism’s regime change operation in Venezuela.
Both Russia and China have established extensive economic and
political ties with Venezuela, which boasts the largest proven oil
reserves on the planet.
China
has invested upwards of $50 billion in Venezuela over the past decade
in loan agreements repaid with oil exports. Russia’s total
investments in the country are estimated at close to $25 billion,
including in the exploitation of a significant share of the country’s
oil fields.
Washington
views the Venezuelan crisis through the prism of the “great power”
conflicts with “revisionist” states that it laid out in the Trump
administration’s National Security Strategy and the Pentagon’s
strategy document elaborated at the end of 2017.
US
imperialism is determined to wrest control of Venezuela’s vast oil
resources for the US-based energy monopolies and deny them to its
global rivals, particularly China and Russia. To that end, it is
prepared to starve the Venezuelan people and turn Latin America into
a battlefield in a third world war.
This
article first appeared on World
Socialist Web Site (WSWS)
on
28
March
2019,
and was republished with permission.
Labels:
Article in English,
China,
Irak,
Latijns-Amerika,
Libië,
Rusland,
Venezuela,
VS
donderdag 14 februari 2019
De tendentieuze berichtgeving rond Iran en Syrië
Niet
iedereen in blij met de huidige Iraanse regering. Veel Iraniërs
willen meer vrijheid en een eind aan de corruptie. Maar zij wijzen
het Westerse imperialisme af. De tendentieuze berichtgeving over Iran
op het platform van onze publieke omroep is gevaarlijk want bereidt
de publieke opinie voor op gewelddadig Westers ingrijpen. Een oorlog
met Iran wordt geen lachertje.
‘Met
de herverkiezing van president Rouhani in 2017 hoopten de Iraniërs
op een betere toekomst. Maar vandaag staat uw land door mismanagement
en corruptie voor een economische en politieke crisis. Daar komen de
nieuwe Amerikaanse sancties nog eens bij toen president Trump zich
terugtrok uit de nucleaire deal. De bevolking moet tegen het regime
in opstand komen. Een nieuwe regering moet dringend orde op zaken
stellen’. Dat is in de bovenstaande aflevering van HARDtalk
van 15 augustus 2018 de boodschap van de Britse journalist Stephen
Sackur aan de Iraanse politicoloog Mohammad Marandi.
Professor
Marandi geeft toe dat de Iraanse economie door een diep dal gaat,
maar binnen enkele maanden zal stabiliseren. “Ons land heeft veel
zwaardere crises overwonnen. De Amerikanen willen het Iraanse volk
klein krijgen, maar dat zal niet lukken. Ja, er is protest, er zijn
demonstraties. De mensen hebben dat recht. Gebeurt zoiets in ons
land, dan spreekt de wereld over burgeroorlog. In het Westen heten
identieke demonstraties een verworven recht in een democratische
rechtsstaat. Ja, de sancties van maffiabaas Trump doen pijn”, aldus
Marandi.
Tendentieuze
berichtgeving van Jens Franssen over Iran
Aan
de beeldvorming over Iran schort in het Westen het één en ander. Zo
publiceerde Jens Franssen, journalist bij de Vlaamse publieke oproep
VRT, op 11 februari het artikel
‘In beeld: 40 jaar Iraanse revolutie’, dat samenviel met zijn
reportage
op Terzake TV over de Iraanse Volksmoedjahedien in Albanië. Zowel
het artikel als de reportage geven een vertekend beeld van de
werkelijkheid.
Anders
dan wat Franssen eufemistisch “oppositie en druk op het regime via
sociale media” noemt gaat het om het verspreiden van verachtelijk
fake news
vanuit een NAVO-lid en kandidaat-EU-lidstaat
door een groepering die
door de Amerikaanse geheime dienst financieel en logistiek wordt
gesteund. Het komt neer op een internetoorlog tegen Iran door leden
van de Mujahedin-e Khalq (MEK), een groep Iraanse dissidenten die tot
voor kort op de Amerikaanse lijst van terreurorganisaties stond en
daarvan werd
geschrapt om opportuniteitsredenen.
Franssen’s “druk op het regime” is dus in werkelijkheid
cyberterreur tegen een soeverein land dat al kreunt onder verlammende
eenzijdige Amerikaanse sancties.
Het zijn de beproefde imperialistische tactieken die aan een
militaire aanval voorafgaan.
Franssen
schrijft
dat
ayatollah Khomeini de macht greep en een “antiwesterse theocratie”
installeerde. Dat is tendentieuze
berichtgeving.
Het
terreurbewind
van
de
sjah was
dan pro-Westers want geïnstalleerd
na
de regime
change
operatie tegen de democratische regering van Mossadegh, het huidige
Iran
is daarmee
niet
antiwesters. Het land
wil goede betrekkingen met iedereen, maar
verzet
zich tegen de onrechtmatige
druk
van de VS, Israel, Saoedi-Arabië
en
enkele ex-koloniale Europese mogendheden. Wikipedia
plaatst de nieuwe Iraanse staatsvorm in de juiste context: in een
referendum sprak de bevolking zich uit voor een islamitische
republiek,
een staatsvorm die men ook in andere VN-lidstaten zoals Pakistan, en
Afghanistan aantreft. Met de regeringsvorm is dus niets mis.
Tegelijk
bagatelliseert Franssen de “erg bloedige oorlog” tussen Iran en
Irak in de tachtiger jaren. “Tijdens
de oorlog wordt gifgas ingezet. Zo’n half miljoen Iraakse en
Iraanse militairen komen om,” aldus
Franssen, die insinueert dat ook Iran chemische wapens gebruikte en
daarmee Iraakse slachtoffers maakte. In
werkelijkheid
viel
Saddam
Hoessein
Iran
binnen,
met
Amerikaanse
steun: bewapening,
inlichtingen,
doelwitcoördinaten
en
materiaal
voor
de productie van chemische
en
biologische
wapens.
Zo
konden Iraakse
troepen dagelijks chemische wapens inzetten
tegen Iraniërs. “Iraniërs
weten hoe chemische wapens ruiken” bloklettert Thomas Erdbrink op
11 november 2002 in NRC.
Alle resoluties in de Veiligheidsraad tegen deze manier
van oorlog voeren sneuvelden
door Amerikaanse
en
Britse
veto’s.
En
voor alle duidelijkheid: Iran
heeft nooit
(chemisch) teruggeslagen. Een decreet van Khomeini verbood
chemische wapens.
Jens
Franssen checkt zijn bronnen over chemische wapens in Syrië niet
Eerder
sprak
ondergetekende Jens Franssen al eens aan over zijn verwijzing in het
radioprogramma ‘De
Ochtend’ naar de fact-finding
missie
van
de
OPCW,
de
Organisatie
voor het Verbod op Chemische Wapens in Den Haag, rond
het
incident in
Khan Shaykhun (Syrië) op
4 april
2017 waar chemische wapens zouden zijn gebruikt. Het
OPCW-rapport
spreekt slechts van de site
of the incident,
maar Franssen
maakte
daar
ongegeneerd “bominslag”
van en verwees naar een Nederlandse anonieme bron (waarschijnlijk
een
lid van de Nederlandse diplomatieke
missie
bij de OPCW),
die “met aan zekerheid grenzende zekerheid” wist dat Assad de
schuldige was. Opnieuw tendentieuze informatie want
onbevestigde geruchten,
die de publieke opinie moet warm maken voor ingrijpen.
Franssen
verwees naar een OPCW-rapport dat slinks
zegt: “mensen zijn blootgesteld aan sarin, een chemisch wapen”
zonder opgave van de
manier waarop dat wapen
werd
ingezet. In een later
rapport zegt de OPCW:
“Er is sarin
gebruikt.
Dat is een zenuwgassubstantie.
Wij veroordelen deze
gruwel[ijke daad], die haaks staat op de normen van de Conventie”.
Geen van deze rapporten
bevestigt dat sarin als
wapen is gebruikt,
noch door het Syrische
regime. Maar Jens
Franssen zegt dat zijn bronnen de
Syrische president Assad
als schuldige aanwijzen. Tot op vandaag is daarvoor
geen enkel bewijs. Franssen was niet bereid op
Radio1 in prime time
zijn berichtgeving recht
te zetten, minstens te nuanceren. Al
wat hij deed was ondergetekende blokkeren op Twitter.
Jens
Franssen slaat zowel met zijn reportage als met zijn artikel de bal
goed mis. En dat is verwijtbaar want hij moet beter weten. Het is ook
gevaarlijk omdat zijn optreden op het platform van de publieke omroep
bijdraagt aan de beeldvorming bij het publiek op grond waarvan de VS
“eindelijk” Iran en Syrië militair kan aanvallen. In het geval
van Syrië deinsde president Obama daar voor terug toen hij werd
geïnformeerd over fake news over chemische aanvallen door het
regime van Assad en het Britse parlement groen licht voor een
coalition of the willing weigerde en ook het Amerikaanse
congres met vragen bleef zitten.
UpdateHet incident in Khan Shaykhun op 4 april 2017 was voor Trump aanleiding om vanaf oorlogsschepen in de Middellandse Zee 59 Tomahawk raketten af te vuren op de vliegbasis in Shayrat. Dat gebeurde op een moment waarop niet bekend was wat er precies was gebeurd en wie eventueel schuldig was aan een aanval met chemische wapens. Achteraf bleek dat het incident was gefingeerd. Internationaal onderzoek leerde dat de helft van de vermeende slachtoffers in het ziekenhuis aankwamen vóór het tijdstip van het incident.
Maar Jens Franssen had zijn radiopubliek al laten weten dat “het regime van Assad” een aanval met sarin had uitgevoerd. Fake news dus op de publieke omroep.
En ook de ziekenhuisscène met kokhalsende kindertjes na de “sarin aanval door Assad” in Douma op 7 april 2018 was gefingeerd. Dat zegt Riam Dalati, een gereputeerde BBC-verslaggever die het incident ter plaatse heeft onderzocht. Het incident werd door de VS, het VK en Frankrijk gebruikt als voorwendsel om Syrische overheidsgebouwen en militaire installaties te bombarderen, en dat terwijl er over de toedracht niets vaststond en tenminste één NAVO-land wist dat het om een gefingeerde sarinaanval ging.
Daar waar de ziekenhuisscène wereldwijd tot in het absurde werd vertoond op de grote televisiestations bleef het oorverdovend stil over het relaas van Dalati. En ook onze publieke omroep kwam niet met een rechtzetting.
Directe
gewapende confrontatie in de Golf
Iran
viert deze
week zijn veertigste
verjaardag. Het
heeft zich tot
een belangrijke actor in de regio ontwikkeld.
Als
rivaal van Saoedi-Arabië
geeft
het steun
aan
Jemen, Irak en Syrië en heeft nauwe banden met de Libanese
sjiitische beweging Hezbollah die
een belangrijke
fractie vormt in de Libanese regering. Op
de Iraanse regering is veel
aan te merken. Veel
Iraniërs
willen
niet
alleen bevrijd worden
van
het huidige regime, maar ook van het Westerse
oriëntalisme en imperialisme. Tegen
die achtergrond is correcte berichtgeving
van essentieel belang.
Iran
verdient
de
Amerikaanse
sancties
niet.
Trump’s
bewering dat Iran zijn
verplichtingen niet
nakomt
wordt tegengesproken
door de VN-atoomwaakhond.
Wat
de Amerikaanse president
ook
beweert, hij voert
een hoog
risico campagne
om het regime in
Teheran
te provoceren, te
intimideren,
omver te werpen. Door
zijn funeste onwetendheid kon
de
president,
daartoe aangemoedigd door zijn oorlogszuchtige veiligheidsadviseur
John Bolton, wel eens belanden in een veel groter conflict dan een
eenvoudige crisis met
het oog op zijn herverkiezing.
Iran
kent ook hardliners.
President
Rouhani kon die tot op heden in bedwang houden, maar deze lieden
konden wel eens de macht grijpen. Dan
komt het
schrikbarende
vooruitzicht
van
een
directe
gewapende confrontatie in de Golf steeds
dichterbij.
Als
de vlam in de pan schiet loopt het echt uit de hand. Iran heeft
aangekondigd dat het de Straat van Hormuz zal afsluiten als het geen
olie meer kan uitvoeren. Er kunnen dan opnieuw raketten vallen
op Saoedische olietankers in de Rode Zee. De Amerikaanse marinebasis
in Bahrein kan ook een doelwit worden. Hoe reageren de
salonkrijgslieden Trump, Bolton en Pompeo dan? Die kunnen dan nog
moeilijk terugkomen op hun roekeloze oorlogstaal van de afgelopen
maanden. Het antwoord kan enkel
nog maar geweld zijn. Deze gestoorde
lieden
hebben elke weg naar diplomatie afgesneden.
Wordt
het conflict met Iran in Syrië uitgevochten?
De balans in het Iran-dossier
is treurig. Iran laat zich niet afpersen. Men mag kritiek hebben op
de islamitische republiek. Maar de bevolking komt niet in opstand. Er
komt geen tweede revolutie op bevel van Washington, om tegemoet te
komen aan Trump’s valse, primitieve ideeën over vrijheid en
democratie. In dit hele dossier heeft de VS zich van zijn Europese
vrienden en Russische en Chinese rivalen vervreemd. Tenzij er snel
iets verandert krijgt Trump gewild of ongewild zijn oorlog. Als we
president Rouhani mogen geloven wordt dat de “Moeder van alle
Oorlogen”.
Teheran
is
niet van plan te capituleren, en al zeker niet zonder serieuze
strijd.
Het probeert een
oorlog op allerlei manieren te vermijden, maar verwerpt de eisen van
Bolton en Pompeo die neerkomen op onvoorwaardelijke overgave. De
cultureel
rijke en trotse Iraniërs aanvaarden geen van
buiten opgelegde
regeringswissel,
zelfs niet onder druk van pijnlijke sancties. Dan
blijft de mogelijkheid
open om het
conflict - waar
vooral Israel op aanstuurt - buiten
de landsgrenzen uit te vechten, in
Syrië.
Maar
ook dat wordt geen lachertje.
Labels:
Afghanistan,
België,
China,
EU,
Groot-Brittannië,
Internationale organisaties,
Irak,
Iran,
Israel,
Jemen,
Libanon,
NAVO,
Pakistan,
Rusland,
Saudi Arabië,
Syrië,
VS
Abonneren op:
Posts (Atom)



