maandag 22 maart 2010
Hoe is het gesteld met het imago van Israël?
Hagai El Ad, directeur van Israël’s mensenrechtenorganisatie Association for Civil Rights in Israel (ACRI), geeft in JNEWS inzicht in het imago van Israël onder Britse Joden. Hij merkt daar beweging in: van trots naar teleurstelling. De auteur meent dat Britse Joden niet alleen kijken naar de mensenrechten in eigen land, maar zich ook vragen stellen over de zeer verontrustende ontwikkelingen op dit vlak in Israël.
De auteur wijst op 3 zaken die aan de basis liggen van deze ontwikkeling. Ten eerste, de discriminerende initiatieven tegen Arabische Israëli’s, van de Nakba wet tot het voorstel het Arabisch op wegwijzers te vervangen door Hebreeuws. De auteur schrijft deze initiatieven, die niet stroken met sociale rechtvaardigheid of respect voor menselijke waardigheid, toe aan buitenlandminister Lieberman en zijn ultra-nationalistische partij. Hoewel het racistisch beleid van Lieberman enige oppositie uitlokte was het stilzwijgen van de meerderheid toch oorverdovend. De racistische en anti-democratische initiatieven zijn vrijwel zonder protest gebleven en daarmee veralgemeend, aldus de auteur.
Ten tweede zijn volgens El Ad de democratische waarden in Israël uitgehold. Hij wijst op de verzwakking van het Hooggerechtshof, het onderuithalen van mensenrechtenactivisten, de radicalisering van ultra-orthodoxe standpunten, de “geslachtsgescheiden” bussen, de arrestatie van een vrouw aan de Zuidelijke Muur wegens het dragen van een gebedsshawl, de slechte bejegening van gastarbeiders en azielzoekers en het onaanvaardbare plan om hun (Israëlische) kinderen het land uit te zetten.
Ten derde de desastreuze gevolgen van de al 43 jaar durende bezetting van Palestijns gebied. Nu de Gaza oorlog en daarop volgende afsluiting het lot van de Palestijnen opnieuw voor het voetlicht heeft gebracht kan Israël het Goldstone rapport niet zo maar onder de mat vegen, aldus de auteur. Hij vraagt zich af waarom Israël blijft weigeren een onafhankelijk onderzoek in te stellen naar de operatie Cast Lead. Als alles in orde is, zoals het Israëlische leger beweert, waarom zou men dan niet meewerken aan een geloofwaardig onderzoek om alle achterdocht weg te nemen? Het Goldstone rapport spreekt immers niet alleen over het optreden van het Israëlische leger, maar ook over het onrechtmatig lanceren van raketten op burgerdoelen, terwijl het rapport het recht van Israël om zich te verdedigen bevestigt.
Wie heeft van Haïti een "mislukte staat" gemaakt?
In de NRC website rubriek “Opinie en Debat” van 23/1/2010 merkt cultuurhistoricus en econoom Marcia Luyten o.a. op dat Haïti bij de aardbeving honderdduizenden levens verloor omdat zijn elite niets geeft om veiligheid en dat het verschil tussen 200.000 en 67 vermorzelde mensen het verschil is tussen corrupt bestuur en een effectieve overheid. Daarmee gaat de auteur voorbij aan de geschiedenis van Haïti. Zij spreekt wel over dirty business, maar laat de kernconclusies van het boek “Aid and other dirty business” van Giles Bolton onvermeld. Die wijst op de grote historische schuld van het Westen. Dat tekende in Afrika kunstmatige grenzen en liet weinig infrastructuur en goed opgeleide bestuurders achter. Daardoor kwamen de nieuwe staten niet van de grond.
Met dirty business duidt Bolton op het feit dat ontwikkelingshulp nooit serieus is aangepakt en dat het handelsbeleid van het Westen de ontwikkeling van een eigen economie doorkruist. Het Westen geeft 4 x meer uit aan landbouwsubsidies dan aan ontwikkelingshulp. Meer dan 300 miljoen Afrikanen leven van amper $1, Europese koeien worden met €2,50 per dag ondersteund. Westerse gezinnen betalen voor deze subsidies €1200 per jaar. Volgens Bolton levert 1% meer Afrikaanse export 3 x meer op dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Maar de derde wereld heeft op het wereldtoneel niets te vertellen. In de Wereldhandelsorganisatie heeft Frankrijk 165 vertegenwoordigers, Malawi één. Met lobbyen krijgen de 25.000 Amerikaanse katoenboeren meer gedaan dan de 10 miljoen West-Afrikanen die ook van katoenteelt moeten leven.
Ook Stephen Johnson, voormalig medewerker van het Amerikaanse ministerie van Defensie, houdt zich in een opiniestuk op de NRC site van 19/1/2010 met deze materie bezig. Johnson stelt dat Haïti zelf verantwoordelijk is voor zijn positie als “mislukte staat”. Haïti moet dringend worden “verlost” van zijn status als “blijvend ontvanger van internationale hulp”, er zou een “mentaliteitsombuiging” moeten komen, aldus Johnson. Net als Luyten gaat Johnson voorbij aan de geschiedenis van Haïti. Die wordt heel goed verwoord in het uiterst behartenswaardige artikel “Haiti: a long descent to hell” van Jon Henley in The Guardian van 14/1/2010. Daarin schrijft de auteur de huidige deplorabele situatie van het land toe aan zijn historie. Gedurende zo’n 200 jaar hebben rijke landen en hun banken het land leeggezogen. De eigen despotische en corrupte leiders maakten dat mogelijk. En vulden tegelijk royaal hun zakken.
Tegen deze achtergrond is het wel heel gemakkelijk voor Johnson om te spreken over “een geschiedenis van wanbestuur en verspilde kansen”. Het Westen, met de VS en Frankrijk voorop, moet de hand in eigen boezem steken. En dringend werk maken van duurzame en onbaatzuchtige hulp. Op langere termijn: het land kansen geven zichzelf te ontwikkelen door eerlijke handelsakkoorden. Zonder de hinderlijke eisen van Wereldbank en IMF die uiteindelijk in het voordeel van het rijke Westen zijn.
Met dirty business duidt Bolton op het feit dat ontwikkelingshulp nooit serieus is aangepakt en dat het handelsbeleid van het Westen de ontwikkeling van een eigen economie doorkruist. Het Westen geeft 4 x meer uit aan landbouwsubsidies dan aan ontwikkelingshulp. Meer dan 300 miljoen Afrikanen leven van amper $1, Europese koeien worden met €2,50 per dag ondersteund. Westerse gezinnen betalen voor deze subsidies €1200 per jaar. Volgens Bolton levert 1% meer Afrikaanse export 3 x meer op dan alle ontwikkelingshulp bij elkaar. Maar de derde wereld heeft op het wereldtoneel niets te vertellen. In de Wereldhandelsorganisatie heeft Frankrijk 165 vertegenwoordigers, Malawi één. Met lobbyen krijgen de 25.000 Amerikaanse katoenboeren meer gedaan dan de 10 miljoen West-Afrikanen die ook van katoenteelt moeten leven.
Ook Stephen Johnson, voormalig medewerker van het Amerikaanse ministerie van Defensie, houdt zich in een opiniestuk op de NRC site van 19/1/2010 met deze materie bezig. Johnson stelt dat Haïti zelf verantwoordelijk is voor zijn positie als “mislukte staat”. Haïti moet dringend worden “verlost” van zijn status als “blijvend ontvanger van internationale hulp”, er zou een “mentaliteitsombuiging” moeten komen, aldus Johnson. Net als Luyten gaat Johnson voorbij aan de geschiedenis van Haïti. Die wordt heel goed verwoord in het uiterst behartenswaardige artikel “Haiti: a long descent to hell” van Jon Henley in The Guardian van 14/1/2010. Daarin schrijft de auteur de huidige deplorabele situatie van het land toe aan zijn historie. Gedurende zo’n 200 jaar hebben rijke landen en hun banken het land leeggezogen. De eigen despotische en corrupte leiders maakten dat mogelijk. En vulden tegelijk royaal hun zakken.
Tegen deze achtergrond is het wel heel gemakkelijk voor Johnson om te spreken over “een geschiedenis van wanbestuur en verspilde kansen”. Het Westen, met de VS en Frankrijk voorop, moet de hand in eigen boezem steken. En dringend werk maken van duurzame en onbaatzuchtige hulp. Op langere termijn: het land kansen geven zichzelf te ontwikkelen door eerlijke handelsakkoorden. Zonder de hinderlijke eisen van Wereldbank en IMF die uiteindelijk in het voordeel van het rijke Westen zijn.
zondag 21 maart 2010
Is de VS op weg naar een oorlog met Iran?
De Sunday Herald meldde vorig weekend dat er honderden Amerikaanse bunker-buster bommen onderweg zijn naar het Britse eiland Diego Garcia. Deze krachtige wapens, die ondergrondse doelen kunnen uitschakelen, zouden worden opgesteld voor een aanval op de nucleaire installaties van Iran, mocht diplomatie om het land ervan te overtuigen zijn kernwapenproject op te geven falen. VS bommenwerpers kunnen in enkele uren 10.000 doelen in Iran vernietigen.Het nieuws van de Sunday Herald werd overgenomen door een groot aantal mediabronnen over de hele wereld, in de VS, Rusland, Europa, Azië, Afrika en het Midden Oosten. Voor zover bekend vermelden Nederlandse bronnen het nieuws niet. Het in gereedheid brengen van de “bunker-buster” bommen lijkt sterk op de voorbereidingen tot de Irak oorlog in 2003. President Obama zou wel eens kunnen besluiten dat het beter is dat de VS tegen Iran optreedt dan Israël.

Diego Garcia is Brits, maar wordt sinds 1971 door de VS als militaire basis gebruikt. Dat leidde indertijd tot de deportatie van 2000 eilandbewoners. Naast 50 Britse militairen huisvest het eiland ruim 3200 Amerikaanse troepen. Diego Garcia maakt deel uit van de Chagos Archipel en ligt ongeveer 1600 km van de zuidkust van India, goed gesitueerd voor missies naar Iran.Een tweede artikel van de Sunday Herald meldt dat David Miliband, de Britse buitenlandminister, onder toenemende druk staat om openheid van zaken te geven over plannen van de VS om Diego Garcia te gebruiken voor een aanval op Iran. In het parlement werden bovendien vragen gesteld over de aard van de overeenkomst met de VS voor het gebruik van het Britse eiland.
De krant wijst tevens op een rapport van het Amerikaanse blad “World Tribune”, dat meldt dat de bommen oorspronkelijk bestemd waren voor VS bases in Israël, maar werden afgeleid naar Diego Garcia als gevolg van een onbevestigd embargo op militaire uitrusting voor Israël.
dinsdag 16 maart 2010
Toneelstukje in Israël
De klassieke media willen ons doen geloven dat de Amerikaanse vicepresident Joe Biden tijdens zijn recente bezoek is “geschoffeerd” door de mededeling over de 1400 nieuwe woningen voor Joodse kolonisten in Oost-Jeruzalem.
Aan de anti-Iran coalitie moet nog gewerkt worden, maar een andere coalitie blijkt intussen duurzamer en universeler te zijn: de landen die zich beperken tot lippendienst aan de problematiek rond het Israëlisch-Palestijns conflict.
Een mooi toneelstukje. Wie dit niet als een “één-tweetje” herkent is ziende blind. Want de “veroordeling” blijft zonder gevolgen. George Mitchell doet weer een paar maanden pendeldiplomatie en intussen ontstaat er in de Arabische wereld en de internationale gemeenschap een sfeer waarin de wereld zich op de “echte dreiging” kan concentreren: Iran.
Aan de anti-Iran coalitie moet nog gewerkt worden, maar een andere coalitie blijkt intussen duurzamer en universeler te zijn: de landen die zich beperken tot lippendienst aan de problematiek rond het Israëlisch-Palestijns conflict. War in Context geeft een gedetailleerd inzicht in het prijskaartje dat aan de Israëlische onverzoenlijkheid hangt.
Het mondiale machtsspel
Wij leven ontegenzeggelijk in een interessante tijd. Hoe je het ook wendt of keert, de VS zullen hun economische en monetaire voortrekkersrol moeten afstaan aan een nieuwe wereldmacht. Dat proces is in volle gang. China manifesteert zich nadrukkelijk als opkomende economische wereldmacht. India, Rusland, Japan en Brazilië volgen met rasse schreden.
Willen we de beperkte grondstoffen op vreedzame wijze blijven benutten, dan zal de consumptie in het rijke Westen minder moeten groeien, anders moeten groeien, in sommige sectoren misschien wel omlaag moeten. Ons economisch model zal herbekeken moeten worden. Net als de groei van de wereldbevolking. Wij zullen moeten investeren in een betere benutting van de schaarse middelen. In efficiency. In betere infrastructuur, in technologische ontwikkeling.
De gemakzuchtige Amerikaanse consument zal zijn benzine slurpende SUV’s moeten inruilen voor zuinige wagentjes. Alleen het marktmechanisme kan dit bewerkstelligen. Amerika doet er goed aan forse accijnzen in te voeren op benzine en de opbrengst te investeren in openbaar vervoer. Net als in Europa zullen energie-efficiënte hogesnelheidstreinen de verbindingen tussen de grote steden moeten ontsluiten. En het goederentransport zal zoveel mogelijk van de weg af moeten.
Het rijke Westen zal het met aanzienlijk geringere economische groeicijfers moeten doen. Onze gehele geopolitieke constellatie zal drastisch moeten worden hervormd, met al haar internationale organen zoals VN, Wereldbank, IMF,… Als wij naar de geschiedenis kijken kunnen wij niet unaniem trots zijn.
Europa heeft Amerika gebaard. En Amerika heeft niet steeds een fraaie rol gespeeld op het wereldtoneel. Het boek A People’s History of the United States van Howard Zinn geeft daar een goed inzicht in, net als Confessions of an Economic Hit Man van John Perkins. Zijn wij in het rijke Westen niet in staat fundamenteel het roer om te gooien, dan zijn gewapende conflicten niet te vermijden. Werk aan de winkel voor onze politieke leiders, bedrijfsleiders en media. Een last but not least, er zal in “het middenveld” dringend een debat moeten worden gevoerd over deze problematiek, want alleen door breed gedragen stappen terug kunnen wij de weg naar omhoog terugvinden.
Wordt Europa de 3e wereldmacht?
Buitenlandminister Maxime Verhagen bepleitte op de jaarlijkse Bilderberg-conferentie van werkgeversorganisatie VNO-NCW op 6/2/2010 de ontwikkeling van de EU tot "een derde geopolitieke machtsfactor, naast de Verenigde Staten en China”. De CDA-bewindsman vindt dat Nederland zich volop zal moeten inzetten om zo'n sterk Europa tot stand te brengen. Het Financieele Dagblad van 7/2/2009 wijdt hier een artikel aan.
Spijtig dat het niet de Nederlandse buitenlandminister was die zich als eerste hard maakte voor een sterk Europa als 3e wereldmacht. Verhagen praat immers top-bedrijfsleider Hans Wijers na. Die riep namens de European Round Table, het discussieforum van de 50 grootste bedrijven van Europa, politici op tot een veel krachtiger inzet voor een versterkt Europa, om te voorkomen dat Europa wordt overlopen door de opkomende economiëen.
Waar Hans Weijers het heeft over Europa als 3e economisch machtsblok spreekt de minister over “3e geopolitieke machtsfactor”. Een term waar men alle kanten mee uitkan en die dus niet werkbaar is. Want een 3e wereldmacht zal niet in de schaduw van “de vertrouwde bondgenoot VS” kunnen blijven staan. Het zal een eigen beleid moeten voeren in alle opzichten, economisch en militair.
Hoe kan de minister nu bepleiten om een zelfstandige 3e wereldmacht te worden om dan toch weer in het voetspoor van de VS de opkomende economische grootmacht China weerwerk te bieden? En de gedachtenkronkel van de minister “dat het voor de Volksrepubliek en andere regionale grootmachten dan lastiger wordt om af te wijken van de trans-Atlantische consensus” is al helemaal niet te volgen. Want China zal zijn eigen broek wel ophalen, om in de beeldspraak van de minister te blijven. De minister zal dus moeten kiezen: een Europa als 3e wereldmacht met alles erop en eraan, of als verdeeld Europa in belangrijke mate de satelliet van de VS blijven.
Spijtig dat het niet de Nederlandse buitenlandminister was die zich als eerste hard maakte voor een sterk Europa als 3e wereldmacht. Verhagen praat immers top-bedrijfsleider Hans Wijers na. Die riep namens de European Round Table, het discussieforum van de 50 grootste bedrijven van Europa, politici op tot een veel krachtiger inzet voor een versterkt Europa, om te voorkomen dat Europa wordt overlopen door de opkomende economiëen.
Waar Hans Weijers het heeft over Europa als 3e economisch machtsblok spreekt de minister over “3e geopolitieke machtsfactor”. Een term waar men alle kanten mee uitkan en die dus niet werkbaar is. Want een 3e wereldmacht zal niet in de schaduw van “de vertrouwde bondgenoot VS” kunnen blijven staan. Het zal een eigen beleid moeten voeren in alle opzichten, economisch en militair.

Hoe kan de minister nu bepleiten om een zelfstandige 3e wereldmacht te worden om dan toch weer in het voetspoor van de VS de opkomende economische grootmacht China weerwerk te bieden? En de gedachtenkronkel van de minister “dat het voor de Volksrepubliek en andere regionale grootmachten dan lastiger wordt om af te wijken van de trans-Atlantische consensus” is al helemaal niet te volgen. Want China zal zijn eigen broek wel ophalen, om in de beeldspraak van de minister te blijven. De minister zal dus moeten kiezen: een Europa als 3e wereldmacht met alles erop en eraan, of als verdeeld Europa in belangrijke mate de satelliet van de VS blijven.
De Atlantische reflex van Nederland
In vergelijking met andere NAVO leden zit de Atlantische reflex toch wel erg sterk ingebakken in de Nederlandse politiek. Dissident gedrag jegens grote broer VS is uiterst beperkt en stamt vooral uit de tijd van Joseph Luns op buitenlandse zaken die plannen had met Nieuw-Guinea.
Sommigen zeggen dat de alliantie is gebaseerd op democratische waarden. In werkelijkheid is de NAVO een instrument dat vooral de Amerikaanse belangen moet veiligstellen. Als het erop aankomt drukt de VS zijn standpunt keihard door. Denk maar aan de The Hague Invasion Act die beoogt “het militaire personeel en andere gekozen en benoemde ambtenaren van de Verenigde Staten te beschermen tegen vervolging voor misdaden door een internationale rechtbank waarvan de Verenigde Staten geen deel uitmaakt”. Of aan de houding van de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, die in 2003 zwaar uithaalde naar de Belgische genocidewet en dreigde dat de VS het NAVO hoofdkwartier uit Brussel zou weghalen als België deze wet niet introk.
Recent erkende Jaap De Hoop Scheffer dat de dagen van de vanzelfsprekende VS-Europa relatie voorbij zijn. Hoe gemakkelijk om dat na zijn vertrek te doen. Kon hij als NAVO secretaris-generaal niet anders dan aan het lijntje van George W. Bush lopen? Had hij geen debat richting “nieuwe functie van het bondgenootschap gegeven het gewijzigde wereldbeeld” kunnen opstarten?
Sommigen zeggen dat de alliantie is gebaseerd op democratische waarden. In werkelijkheid is de NAVO een instrument dat vooral de Amerikaanse belangen moet veiligstellen. Als het erop aankomt drukt de VS zijn standpunt keihard door. Denk maar aan de The Hague Invasion Act die beoogt “het militaire personeel en andere gekozen en benoemde ambtenaren van de Verenigde Staten te beschermen tegen vervolging voor misdaden door een internationale rechtbank waarvan de Verenigde Staten geen deel uitmaakt”. Of aan de houding van de toenmalige Amerikaanse minister van Defensie, Donald Rumsfeld, die in 2003 zwaar uithaalde naar de Belgische genocidewet en dreigde dat de VS het NAVO hoofdkwartier uit Brussel zou weghalen als België deze wet niet introk.
Recent erkende Jaap De Hoop Scheffer dat de dagen van de vanzelfsprekende VS-Europa relatie voorbij zijn. Hoe gemakkelijk om dat na zijn vertrek te doen. Kon hij als NAVO secretaris-generaal niet anders dan aan het lijntje van George W. Bush lopen? Had hij geen debat richting “nieuwe functie van het bondgenootschap gegeven het gewijzigde wereldbeeld” kunnen opstarten?
De machtverhoudingen in de wereld zijn gewijzigd en dat moet gevolgen hebben voor de strategie van de NAVO. En voor de machtsverhoudingen binnen internationale instellingen als VN, Veiligheidsraad, Wereldbank, IMF, OESO, WTO, ILO. Die dateren immers nog van de situatie van direct na WO II. Gegeven de initiële reactie van het duo Balkenende/Verhagen moet er nog heel wat water naar de zee stromen voor het rapport-Davids een post-Koude Oorlog keerpunt wordt voor de Nederlandse buitenlandse politiek.
Labels:
België,
Internationale organisaties,
NAVO,
Nederland,
VS
Wordt Afghanistan de nagel in de doodskist van de NAVO?
De afgelopen jaren wordt een debat gevoerd over de toekomst van de NAVO. De meningen zijn verdeeld. De VS droomt van een NAVO die wereldwijd optreedt, anderen willen terug naar de beperkte missie om Europa te verdedigen. Het wachten is op Rasmussen die november dit jaar op de NAVO-top in Lissabon een nieuw strategisch concept voor de NAVO zal voorstellen.
De oorspronkelijke missie van de NAVO, een gezamenlijke verdediging tegen een aanval op eender welk lid, is in de wereld van vandaag niet langer houdbaar. Europa voelt zich niet geroepen om landen uit de voormalige Sovjetunie te verdedigen tegen een aanval van Rusland. Sinds het einde van de Koude Oorlog heeft de NAVO zich ontwikkeld tot een uit zijn krachten gegroeide alliantie van landen met tegengestelde belangen. Waar de besluitvorming bovendien niet democratisch verloopt. Want als het er op aankomt gaat de VS gewoon zijn gang. In de strijd rond Afghanistan en Irak werd de NAVO gewoon buiten spel gezet. Pas in 2003 deed Bush een beroep op de NAVO om een handje te helpen in Afghanistan.
Het voortbestaan van de NAVO moet dus ter discussie staan. In een recente verklaring stelt speciaal afgezant voor Afghanistan en Pakistan Richard Holbrooke dat Afghanistan de ultieme test wordt voor de NAVO. Een test die alleen maar negatief kan uitpakken. Want de NAVO staat in Afghanistan op verlies. Sinds 2001 heeft de Taliban een gestage comeback gemaakt. In 2009 zijn er meer coalitiesoldaten gesneuveld en burgers om het leven gekomen dan in eender welk van de voorgaande 8 jaar. Acht jaar na de invasie zijn er nog bij lange na niet voldoende getrainde Afghaanse militairen om het conflict te Afghaniseren. Daar is ook geen beginnen aan: hoge desertie, ongeletterdheid, …
Hoe je het ook wendt of keert, de NAVO staat in Afghanistan voor een no-win situatie. Als de alliantie niet volop inzet op een militaire oplossing staat haar toekomstperspectief ter discussie. En als het dat wel doet en blijft steken in een uitzichtloze, onwinbare strijd, roept het vragen op over haar effectiviteit.
In Europa wordt inmiddels ijverig gezocht naar een exit strategie. In Het Financieele Dagblad van 8/12/2009 gaat buitenlandminister Maxime Verhagen zelfs een stap verder door te pleiten voor een Europa dat zich ontwikkelt tot “een derde geopolitieke machtsfactor, naast de Verenigde Staten en China”. Spijtig dat Verhagen de lijn niet consequent doortrekt en zich hard maakt voor een sterk Europa als 3e wereldmacht, dat niet langer in de schaduw van “de vertrouwde bondgenoot VS” staat, maar een eigen beleid voert in alle opzichten, economisch, geopolitiek en militair. En dus een eigen militaire macht uitbouwt.
De oorspronkelijke missie van de NAVO, een gezamenlijke verdediging tegen een aanval op eender welk lid, is in de wereld van vandaag niet langer houdbaar. Europa voelt zich niet geroepen om landen uit de voormalige Sovjetunie te verdedigen tegen een aanval van Rusland. Sinds het einde van de Koude Oorlog heeft de NAVO zich ontwikkeld tot een uit zijn krachten gegroeide alliantie van landen met tegengestelde belangen. Waar de besluitvorming bovendien niet democratisch verloopt. Want als het er op aankomt gaat de VS gewoon zijn gang. In de strijd rond Afghanistan en Irak werd de NAVO gewoon buiten spel gezet. Pas in 2003 deed Bush een beroep op de NAVO om een handje te helpen in Afghanistan.
Het voortbestaan van de NAVO moet dus ter discussie staan. In een recente verklaring stelt speciaal afgezant voor Afghanistan en Pakistan Richard Holbrooke dat Afghanistan de ultieme test wordt voor de NAVO. Een test die alleen maar negatief kan uitpakken. Want de NAVO staat in Afghanistan op verlies. Sinds 2001 heeft de Taliban een gestage comeback gemaakt. In 2009 zijn er meer coalitiesoldaten gesneuveld en burgers om het leven gekomen dan in eender welk van de voorgaande 8 jaar. Acht jaar na de invasie zijn er nog bij lange na niet voldoende getrainde Afghaanse militairen om het conflict te Afghaniseren. Daar is ook geen beginnen aan: hoge desertie, ongeletterdheid, …
Hoe je het ook wendt of keert, de NAVO staat in Afghanistan voor een no-win situatie. Als de alliantie niet volop inzet op een militaire oplossing staat haar toekomstperspectief ter discussie. En als het dat wel doet en blijft steken in een uitzichtloze, onwinbare strijd, roept het vragen op over haar effectiviteit.
In Europa wordt inmiddels ijverig gezocht naar een exit strategie. In Het Financieele Dagblad van 8/12/2009 gaat buitenlandminister Maxime Verhagen zelfs een stap verder door te pleiten voor een Europa dat zich ontwikkelt tot “een derde geopolitieke machtsfactor, naast de Verenigde Staten en China”. Spijtig dat Verhagen de lijn niet consequent doortrekt en zich hard maakt voor een sterk Europa als 3e wereldmacht, dat niet langer in de schaduw van “de vertrouwde bondgenoot VS” staat, maar een eigen beleid voert in alle opzichten, economisch, geopolitiek en militair. En dus een eigen militaire macht uitbouwt.
Is het integratiebeleid van Nederland zoveel slechter dan dat van de VS?
In haar NRC column “Harteloos Nederland” van 5/3/2010 neemt Heleen Mees vanuit New York de integratiepolitiek van Nederland op de korrel. Zij tekent een rooskleurig beeld van de situatie in de VS en verengt voor een stuk het debat tot het onderwerp “taal”. Maar integratie betekent ook “gelijke kansen”. En daar mankeert het aan, zowel in Europa als in Amerika.
Mevrouw Mees vergelijkt Nederland met New York, traditioneel de toegangspoort van emigranten tot de VS. Een land van immigranten van velerlei oorsprong. Die in een tijdspanne van honderden jaren samen Amerika hebben gemaakt tot de smeltkroes die het vandaag is. Zo’n “macro-cosmos” kan men niet vergelijken met Nederland met een honderden jaren bestaande eigen identiteit, dat moeite heeft met sommige immigranten van de laatste tientallen jaren. Iets waar Nederland weinig onderdoet voor menig ander Europees land.
Kan men niet met evenveel recht vanuit Europa spreken over het surrealistische schouwspel in Amerika van de gigantische oververtegenwoordiging van de “zwarten” in de Amerikaanse gevangenissen? Over het fenomeen van de doodstraf waar de “zwarten” vooral voor in aanmerking komen? Over de oververtegenwoordiging van de “zwarten” in het Amerikaanse leger dat wereldwijd wordt ingezet ter verdediging van de Amerikaanse belangen (lees: vooral die van de gegoeden, dus blanken)? Over de omvangrijke groep (vooral Mexicaanse) “illegalen” die met uitzetting worden bedreigd maar waar menig rijke blanke graag gebruik van maakt als klusjesman/vrouw, mensen die op alle vlakken tussen wal en schip vallen?
Welk land is nu hartelozer? Nederland, dat zijn best doet, programma’s ontwikkelt? Of Amerika, waar de “zwarten” dan wel geen slaven meer zijn maar nog altijd niet gelijke kansen krijgen?
Mevrouw Mees vergelijkt Nederland met New York, traditioneel de toegangspoort van emigranten tot de VS. Een land van immigranten van velerlei oorsprong. Die in een tijdspanne van honderden jaren samen Amerika hebben gemaakt tot de smeltkroes die het vandaag is. Zo’n “macro-cosmos” kan men niet vergelijken met Nederland met een honderden jaren bestaande eigen identiteit, dat moeite heeft met sommige immigranten van de laatste tientallen jaren. Iets waar Nederland weinig onderdoet voor menig ander Europees land.
Kan men niet met evenveel recht vanuit Europa spreken over het surrealistische schouwspel in Amerika van de gigantische oververtegenwoordiging van de “zwarten” in de Amerikaanse gevangenissen? Over het fenomeen van de doodstraf waar de “zwarten” vooral voor in aanmerking komen? Over de oververtegenwoordiging van de “zwarten” in het Amerikaanse leger dat wereldwijd wordt ingezet ter verdediging van de Amerikaanse belangen (lees: vooral die van de gegoeden, dus blanken)? Over de omvangrijke groep (vooral Mexicaanse) “illegalen” die met uitzetting worden bedreigd maar waar menig rijke blanke graag gebruik van maakt als klusjesman/vrouw, mensen die op alle vlakken tussen wal en schip vallen?
Welk land is nu hartelozer? Nederland, dat zijn best doet, programma’s ontwikkelt? Of Amerika, waar de “zwarten” dan wel geen slaven meer zijn maar nog altijd niet gelijke kansen krijgen?
maandag 15 maart 2010
Zonder praten met Hamas gaat het niet
NRC publiceerde recent een oproep van Thomas von der Dunk om de dialoog met Hamas aan te gaan. Vervolgens ontspon zich op het NRC forum een interessante discussie, waar niemand minder dan Harry Kney-Tal, de Israëlische ambassadeur in Nederland, zich rechtstreeks in het debat mengde (#7).
De bijdrage van de ambassadeur geeft een goed inzicht in datgene waarover de Israëlische regering zich zorgen maakt. Ook reacties op de NRC expertdiscussie “Er is helemaal geen vredesproces” spreken boekdelen.
Nu de Europese initiatieven kennelijk doel treffen bij de Israëlische regering kan men er alleen maar voor pleiten hier mee door te gaan. Want waarom mag Israël straffeloos tientallen resoluties van de Veiligheidsraad aan zijn laars lappen wegens schendingen van het handvest van de VN, van de conventie van Genève, wegens internationaal terrorisme en van andere schendingen van het internationaal recht? Geldt het internationaal recht niet voor Israël, een land dat zijn bestaansrecht ontleent aan … de VN?
De bijdrage van de ambassadeur geeft een goed inzicht in datgene waarover de Israëlische regering zich zorgen maakt. Ook reacties op de NRC expertdiscussie “Er is helemaal geen vredesproces” spreken boekdelen.
Nu de Europese initiatieven kennelijk doel treffen bij de Israëlische regering kan men er alleen maar voor pleiten hier mee door te gaan. Want waarom mag Israël straffeloos tientallen resoluties van de Veiligheidsraad aan zijn laars lappen wegens schendingen van het handvest van de VN, van de conventie van Genève, wegens internationaal terrorisme en van andere schendingen van het internationaal recht? Geldt het internationaal recht niet voor Israël, een land dat zijn bestaansrecht ontleent aan … de VN?
Labels:
Israel,
Israel-Palestina conflict,
Nederland,
Palestina
Standaardwerk over de problematiek Israël-Palestina
Voor wie zich wil verdiepen in de problematiek Israël-Palestina is het boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993” van de Nederlandse publicist Egbert Talens zeer interessant. Op Geschiedenis licht Jeannick Vangansbeke een tipje van de sluier over de inhoud op. Significant voor de actuele situatie waarin Israël gewoon doorgaat met zijn illegale nederzettingenbeleid is de slotopmerking van Jeannick Vangansbeke: “Gegeven de aanvaarding in 1947 door de politieke zionisten van Resolutie 181-II en de erkenning van Israël door de PLO in 1988, staat de internationale politiek feitelijk niets in de weg Israël eindelijk onder stevige druk te zetten om zich uit (de) bezette Palestijnse gebieden terug te trekken, conform de op 22 november 1967 unaniem aangenomen Veiligheidsraadresolutie 242, en tevens om de overige relevante VN-resoluties naar letter en geest uit te voeren, in uiterste instantie op straffe van boycot-maatregelen tegen en /of uitsluiting van Israël uit de internationale gemeenschap, de VN, waarvan Israël immers onder voorwaarden het lidmaatschap verwierf, besluit Talens.”
Hoe de Israelische propagandamachine werkt
James Zogby, stichter en voorzitter van het Arab American Institute, heeft in 7 punten een mooi overzicht gepubliceerd over de manier waarop de Israelische propagandamachine werkt. Samengevat:
1. bepaal vooraf de voorwaarden van het debat
2. buit de gevestigde stereotiepen (Israel positief, Palestijnen negatief) maximaal uit
3. buit de blunders van de tegenstander maximaal uit
4. zet goed getrainde, beschaafde woordvoerders op een zo breed mogelijke mediaselectie
5. praat maximaal in op politici zodat die jouw boodschap uitdragen
6. als de waarheid aan het licht komt ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om
7. als al het voorgaande faalt gebruik je het anti-semitisme wapen
2. buit de gevestigde stereotiepen (Israel positief, Palestijnen negatief) maximaal uit
3. buit de blunders van de tegenstander maximaal uit
4. zet goed getrainde, beschaafde woordvoerders op een zo breed mogelijke mediaselectie
5. praat maximaal in op politici zodat die jouw boodschap uitdragen
6. als de waarheid aan het licht komt ontken je die in alle toonaarden, of je draait het verhaal om
7. als al het voorgaande faalt gebruik je het anti-semitisme wapen
Abonneren op:
Posts (Atom)







