vrijdag 22 oktober 2010

Barack Obama: wankelmoedig, maar ook naïef en cynisch?

    
 
                                         

[Presidential] campaigns [in the US] are essentially about agendas[1]. Tegenover deze mening staat de visie dat de verkiezingen eerder gaan over het beleid in het verleden [2]. Hoe het ook zij, vast staat dat hoe duidelijker een kandidaat zijn beleid presenteert, hoe groter het mandaat is dat hij als president verwerft en hoe groter zijn invloed in het Congres [3]. Tijdens zijn ambtstermijn verbruikt de president zijn politieke kapitaal. President Kennedy’s defensieminister Robert McNamara beschrijft dat fenomeen treffend met het citaat: “Mr. President, ... you came into office with a significant amount of power. I hope you go out with none, having expended it on what you and I believe is right for this nation." [4] Tussentijdse politieke successen kunnen een president nieuw politiek kapitaal opleveren. Bij de Midterm [5] verkiezingen moet hij een goed resultaat halen om voldoende van zijn mandaat over te houden en te voorkomen dat hij de rit naar de volgende verkiezingen als lame duck uitzit.

Voor Barack Obama is 2 november 2010 [6] de grote dag. Winst voor de Republikeinen in zelfs één kamer van het Congres betekent een ware revolutie in Washington, met verstrekkende gevolgen. Volgens Gallup-gegevens [7] van 21 oktober 2010 is Obama’s publieke steun nog maar 44,7%. Een publieke steun beneden 50% leidt tot een verlies van 36 zetels in het House. Politieke analisten denken dat het House voor de Democraten verloren is, maar dat zij hun meerderheid in de Senate nipt zullen behouden. De zorgelijke economische situatie, onvrede over het Democratische leiderschap in Washington en het peilsnel dalende vertrouwen in de president hebben een heuse politieke storm ontketend. De baanbrekende hervorming in de gezondheidszorg die de president in het Congres wist door te drukken lijkt een pyrrusoverwinning. De hervorming blijft onpopulair bij de meerderheid van de Amerikanen en de onvrede bij Democratische Congresleden is wijdverspreid. De Republikeinen vechten een interne strijd uit over de toekomst van de partij na het succes van de Tea Party. Deze conservatieve volksbeweging, die aanstuurt op een beperkte overheid, lage belastingen en minder overheidsbestedingen, kon wel eens vertegenwoordigers krijgen in het Congres en daarmee de partij en haar presidentiële kandidaten naar rechts doen opschuiven.

Een Republikeinse meerderheid in het House of de Senate kan leiden tot heel wat politiek conflict. De Republikeinen zullen de rem zetten op de wetgevende agenda van de president, maar er niet in slagen eigen initiatieven door te drukken zonder steun van de Democraten. Obama houdt het wapen van het presidentieel veto over wetgeving die de Democratische toets niet doorstaat. In de campagne heeft de Grand Old Party [8] de krijtlijnen getrokken: lagere overheidsbestedingen, verlenging van de onder George Bush doorgevoerde belastingverlaging die vooral de hogere en topinkomens bevoordeelt, en herroeping van de hervorming in de gezondheidszorg. Verlies tijdens de tussentijdse verkiezingen betekent ook een zware slag voor de kansen op herverkiezing van de president in 2012. Maar niets is uitgesloten. Voormalig Democratisch president Bill Clinton heeft in 1996 bewezen dat een president na zo’n verlies kan terugkomen.

De Republikeinen zullen ook het buitenlands beleid van de president op de korrel nemen. Afghanistan staat daarbij centraal. De haviken denken de oorlog daar nog altijd te kunnen winnen. Waar de 30.000 man extra troepen nog konden rekenen op Republikeinse steun zal de door de president aangekondigde terugtrekking eind 2011 op heel wat oppositie kunnen rekenen. Wat de tussentijdse verkiezingen betekenen voor de Amerikaanse houding in het Midden-Oosten moet worden afgewacht. De president heeft er alles aan gedaan om het vredesproces nieuw leven in te blazen. Maar blijkens zijn uitspraak “Ultimately the U.S. cannot impose a solution” lijkt hij bereid zich volledig over te geven [9] aan het Zionisme en de Israel Lobby. Obama deed die uitspraak in het Witte Huis de dag voor de nieuwe ronde in de rechtstreekse gesprekken tussen de Israelische premier Benjamin Netanyahu en de Palestijnse leider Mahmoud Abbas. Maar binnen enkele weken werden die gesprekken opgeschort, nadat opnieuw duidelijk werd dat Amerika in feite een dishonest broker [10] is in het vredesproces.

Met de verkiezing van Barack Obama werd algemeen verwacht dat Amerika een onpartijdiger houding zou aannemen in het Israel-Palestina conflict. In zijn Cairo speech van 4 juni 2009 sprak de president weliswaar nog over de onverbrekelijke band met Israel, maar hij gaf ook blijk van een diepe empathie voor de Palestijnen met de zinsnede dat " ... the situation for the Palestinian people is intolerable. America will not turn our backs on the legitimate Palestinian aspiration for dignity, opportunity, and a state of their own.” Obama is een begenadigd redenaar, maar hier blijven zijn woorden dode letter. Bij zijn eerste ontmoeting met premier Benyamin Netanyahu drong hij aan op een volledige stop op de nederzettingen. Buitenlandminister Hillary Clinton lichtte toe dat de president “wants to see a stop to settlements. Not some settlements, not outposts, not natural growth exceptions…”. Een volstrekt helder standpunt, dat de president noch de minister kon doordrukken.

Zoals eerder gesteld [11] neemt Barack Obama, de wankelmoedige Nobel laureaat in het Witte Huis, rond het Israel-Palestina conflict geen politieke risico's. Hij heeft kennelijk andere - binnenlandse - prioriteiten. De president stelt zich rond dit conflict niet alleen wankelmoedig op, maar ook naïef en cynisch. Naïef omdat de president van het machtigste land ter wereld zich door de premier van Israel in het openbaar keer op keer laat vernederen, en cynisch omdat hij de Arabische wereld van alles heeft beloofd, maar kennelijk niet bereid is zijn politieke kapitaal in te zetten om die beloftes waar te maken. Een rechtvaardige regeling van het Israel-Palestina conflict is voor de president duidelijk niet “right for this nation[4]. Een cynische visie die hem wel eens duur te staan kan komen.

[1] Jones, Charles O.: "Passages to the presidency: from campaigning to governing” p. 85
[2] Kerremans, Bart: “Op verkenning in het Amerikaans federale politieke systeem” november 2004, p. 227
[3] ibid, p. 228
[4] McNamara, R.S.: "In Retrospect. The Tragedy and Lessons of Vietnam” (zie ook: M.E. Ahrari: "A Prospective Look at MwNamara's In Retrospect"
[5] Wikipedia: "United States Senate elections, 2010"
[6] John Whitesides: “Q+A: Congressional midterm elections
[7] Jones, Jeffrey M.: "Obama's Approval Ratings at New Low in Most Recent Quarter"
[8] Wikipedia: "Republican Party (United States)"
[9] Alan Hart: "Obama has signalled his coming complete surrender to Zionism and its lobby
[10] Avi Shlaim: “US: The dishonest broker
[11] Paul Lookman: "Barack Obama, de wankelmoedige Nobel laureaat in het Witte Huis"
  

zondag 17 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 3 - van het mislukte Britse Mandaat tot de gedwarsboomde bemoeienis van de Verenigde Naties

                              Tijdens de Operatie Cast Lead in Gaza op 12 januari 2009 verwoeste moskee
                              (foto: ISM Palestine)

De delen 1 en 2 van “Het vredesproces …” vormen een tamelijk lange maar essentiële aanloop naar het topic van deze trilogie: het vredesproces, dat een 'vredesproces' is... Het onuitvoerbare Britse Palestina-mandaat belandde na WO-II op het bordje van de opvolger van de Volkenbond, de Verenigde Naties. Ook deze instantie kon slechts een lapmiddel produceren voor iets wat in essentie onuitvoerbaar is. Op 29 november 1947 werd in de Algemene Vergadering van de VN een twee-derde meerderheid geconstrueerd voor resolutie 181-II, welke een aanbeveling inhield tot het opdelen van Palestina, in casu het gebied tussen de rivier de Jordaan en de Middellandse Zee; ofwel het huidige Israël, de Gaza-strook, en de Westelijke Jordaanoever.

Zoals met de Balfour Declaratie en met het Volkenbond Palestina-mandaat, lag ook nu een volksraadpleging niet aan deze VN-AV-resolutie ten grondslag, waarmee het theater van dit 'democratische prutswerk' verklaard moge zijn; èn de dramatische gevolgen, die tot op de huidige dag voortduren [1]. Dramatisch voor de Palestijnse bevolking in het Midden-Oosten; want het Westerse troetelkind Israël kan straffeloos zijn gang gaan, zodat vele Israël-adepten en/of -apologeten van een ongekend succes durven spreken, daar het gros van de joodse inwoners van Israël zich er prima thuis voelt; vrede of geen vrede. 'Moeten die stomme Palestijnen maar eens ophouden met hun idiote verzet.' Juist: blaming the victim...

Op 14 mei 1948 wordt in Tel-Aviv de joodse staat uitgeroepen, en de naam ervan zal zijn: Israël ...

Volgens het eerste fragment uit Paul Witteman’s “De Schande van Gaza” - “De Geschiedenis van Gaza” deel 1” vielen de dag erna de legers van vijf Arabische landen Israël binnen. Maar niet één Arabische soldaat heeft ook maar één voet op Israëlische bodem gezet, dus klopt die observatie niet, zoals op vele andere punten. [Het noemen van 15 mei als stichtingsdatum van Israël is - behalve oerstóm - volstrekt onbetekenend.] De enorme explosies die dit fragment toont, waren allemaal het werk van joodse verzetsgroepen; verzet tegen de Britten, die (nóg) niet genoeg voor de joodse belangen opkwamen. Eigenlijk worden er in het eerste fragment slechts drie correcte uitspraken gedaan; het overige commentaar is door onvolledigheid uiterst aanvechtbaar.

Het tweede fragment uit Paul Witteman’s “De Schande van Gaza” - “De Geschiedenis van Gaza” deel 2” is veel reëler, maar ook hier hadden opmerkingen over o.a. de PLO veel punctueler moeten zijn. Waarom blijven essentiële - voor de Palestijnen gevoelige - punten altijd onbenoemd, waar zulke subtiele zaken aan joodse kant er wél toe schijnen te doen. Ook op dit punt dus meten met twee maten. De oorlog van 1967 is helemaal het toppunt van misleiding van de publieke opinie. Zestien jaar van voorbereiding aan Israëlische kant ging eraan vooraf. Elke Israëlische voorstelling van zaken aangaande aanvallen van Arabische kant, zinkt in het niet bij een juiste en onpartijdige analyse van de Zesdaagse Oorlog [2].

Het artikel “History of failed peace talks” van 26 november 2007 van BBC News geeft een interessant chronologisch overzicht van de mislukte MO-vredesprocessen. Want is het niet uitermate triest vast te moeten stellen dat vier instanties - die internationaal als machtige en invloedrijke lichamen gelden - de nota bene door hen zelf geconstrueerde resolutie 181-II ter verdeling van Palestina, niet gerealiseerd kunnen krijgen? Daarmee verworden deze als vredesproces voorgestelde besprekingen tot het opvoeren van een show dan wel tot een misleidende en ridicule aangelegenheid, waar gezond denkende mensen hun ogen niet langer bij droog kunnen houden; of vanwege het huilen, of vanwege het lachen; over zóveel ongehoorde volksverlakkerij...

Noten
[1] Zie 'Een bijzondere relatie...' Hoofdstuk 4
[2] idem Hoofdstuk 9

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”.Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

zaterdag 16 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 2 - het Britse Mandaat van de Volkenbond na de val van het Ottomaanse Rijk


Weizmanns organisatie slaagde er niet alleen in Duits-joodse bankiers voor het Verenigd Koninkrijk te winnen, hij wist ook de VS aan de zijde van de geallieerden te krijgen. Met een list waarbij een Amerikaans schip, de Sussex, betrokken was - het tot-zinken-brengen ervan door Duitse duikboten was gefingeerd - ging president Wilson overstag, en hij verklaarde Duitsland april 1917 de oorlog. Dit leverde de gealllieerden mede de overwinning op, en het verdelen van de oorlogsbuit kon beginnen. Dat de Reus op Lemen Voeten - het Ottomaanse Rijk - met deze oorlog aan zijn eind was gekomen zou enorme gevolgen hebben voor de gebieden waarover de Ottomanen vierhonderd jaar de scepter hadden gezwaaid. Zelfstandigheid lag in het fraaie verschiet; had het koloniale tijdperk immers niet zijn langste tijd gekend...? In Palestina, deel uitmakend van die gebieden, heersten identieke gevoelens. Maar ... de grote instroom olim - met heel andere politieke opvattingen en nabuurlijke ideeën dan de autochtone Joden die er al eeuwen woonden - én de cryptische Balfourverklaring, joegen de overwegend islamitische inwoners van de Mutasarriflik Jeruzalem, en die van het zuidelijke deel van de Vilayet van Beiroet, Sanjak van Nablus genaamd, de stuipen op het lijf.

Sussende beloften van Britse kant aan de Arabische leiders en notabelen, contrasteren sterk met de ontwikkelingen op de grond; wat (de) niet-joodse gemeenschappen niet dagelijks moeten ondergaan aan treiterijen van de kant van hautaine olim, en gelaten moeten aanzien hoe de Britten joodse instanties steeds meer faciliteren en voorzieningen laten treffen die enkel hun, joodse, belangen dienen. Het lokt zelfs kritiek uit van de kant van de Joden die er al van generatie op generatie wonen. Palestina wordt het toneel van agressieve acties over en weer. Onder alle lagen van de bevolking vallen slachtoffers, ook dodelijke...

Met de Vredesconferentie van Versailles (1919) wordt het er niet beter op, als het om zaken gaat die de niet-joodse gemeenschappen in Palestina betreffen. Westerse diplomaten deden tal van toezeggingen ten gunste van de ontwikkeling van het Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk. Duitsland werd door deze conferentie tot de bedelstaf veroordeeld, wat anti-joodse gevoelens deed aanwakkeren. In dat licht is het opmerkelijk dat er toch nog sprake was van onderhandelingen tussen Duitsland en vertegenwoordigers van de Zionistische Organisatie waarbij ondersteuning van het pzp aan de orde was. Daaraan zou echter een fataal einde komen...

In 1919 werd ook de Volkenbond, of Volkerenbond, opgericht. VS-president Woodrow Wilson initieerde de oprichting, maar de VS werd zelf geen lid.

Deze vermelding houdt verband met het feit dat de Volkenbond aan de Britten een Mandaat verstrekte om Palestina klaar te stomen tot zelfbestuur, dan wel tot zelfstandigheid. Een voorgekookte maatregel, van de kant van Westerse mogendheden, waarbij men uitging van wat de Zionistische Organisatie en andere joodse instanties met Palestina voor hadden. Van Palestijns-Arabische kant werd met kracht geprotesteerd tegen deze arbitraire ingreep, maar ook toen al hadden de politieke zionisten Westerse politici zozeer in hun greep, dat de laatsten toegaven waar zij - als lid van de Westerse vrije wereld - eigenlijk voor internationaalrechtelijke én democratische richtlijnen hadden moeten dúrven gaan...

Dát is exact het kenmerk van Israëlisch-Palestijnse conflict: coûte que coûte een in democratische en internationaalrechtelijke zin onbestaanbaar bestel in stand dóen houden, waardoor het door de Westers georiënteerde landen negeren, dan wel glad strijken, van de ondemocratische en de onmiskenbaar met-internationaal-recht-strijdige handelingen van déze staat Israël wordt verklaard... Ónbestaanbaar, tenzij... Tenzij een gekwalificeerde meerderheid van de joods-Israëlische bevolking ervoor kiest, het land te delen met dé niet-joodse gemeenschappen in Palestina-Israël.

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

vrijdag 15 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Deel 1 - het politiek-zionistische project Der Judenstaat


Naar aanleiding van recente pogingen van VS-president Barack Hussein Obama, (de) onderhandelingen tussen Israëlische en Palestijnse vertegenwoordigers nieuw leven in te blazen, kwamen premier Benjamin Netanyahu (Israël) en president Mahmud Abbas (Palestijnse Autoriteit) begin september van dit jaar naar Washington, om de eerste stappen te zetten, in een reeks van besprekingen die tot een regeling van het uitstaande conflict moeten leiden. Daarbij waren ook de Egyptische president Mubarak en de Jordaanse koning Abdallah II aanwezig. En natuurlijk de Amerikaanse minister van buitenlandse zaken, Hillary Clinton, en de speciale Amerikaanse afgezant voor dit conflict, George Mitchell. Omdat in het kader van deze besprekingen ook het Kwartet als deelnemer gold, waren vertegenwoordigers uit dat kamp op- dan wel on-opvallend afwezig. Een veeg teken?

Zó pregnant bepaalde dit conflict de laatste decennia mede de politieke kalender in de wijdere Midden-Oosterse regio - Irak, Afghanistan, Iran e.d. - dat zelfs de man in de straat er zijn zegje over meende te kunnen doen. En zózeer raken mensen ervan overtuigd dat voor dit conflict geen remedie bestaat, dat ze allengs afhaken als het ter sprake komt, soms met de loze kreet: vechten tegen de bierkaai... Voor politici bestaat deze vorm van schuwen van verantwoordelijkheid echter niet, en dus verschijnt 'het vredesproces' - dat die naam niet mag dragen, vandaar de leestekens - theatraal en met de regelmaat van de klok op de internationale Bühne, medelijdend of minachtend gadegeslagen door een steeds groter publiek, dat inmiddels beter denk te weten... Wat was, en is, hier éigenlijk aan de hand...?

Een lang verhaal zou hier moeten volgen over de ontwikkelingen, ofwel: het politieke spel dat verbonden is met de totstandkoming van de staat Israël. Een meer punctuele observatie in deze is: het politieke gekonkel, verbonden met het politiek-zionistische project (pzp) Der Judenstaat, waarvoor de in Wenen wonende Theodor Herzl in 1895 zíjn fundamenten legde. Maar het waren vooral Oost-Europese Joden die vanaf ca. 1860 een politieke beweging op gang brachten, met als doel een eigen joodse staat te stichten. 'Zionisme' werd de benaming voor die beweging; en hun ermee verbonden politieke project (pzp) moest internationaalrechtelijk (by public law) gegarandeerd worden. Wérk aan de winkel, dus...

Op het eerste Zionisten-Wereld-Congres (Bazel, 1897) vormde dit project het hoofdbestanddeel van de besprekingen. Om geen argwaan te wekken, werd in plaats van 'Joodse Staat' gekozen voor de term 'Nationaal Tehuis voor het Joodse volk'. Zes jaar later werd de uiteindelijke locatie ervoor vastgelegd: Palestina. Inmiddels waren vanaf 1880 tal van olim, joodse pioniers, al naar Palestina getrokken, vanuit de Bilu-beweging (Russische Joden, via Istanbul) en vanuit de Chibat-Zion-groepering (vanuit Pinsk).

Inmiddels is bekend dat dit project resulteerde in de staat Israël (1948). Niet als Nationaal Tehuis voor het Joodse Volk, maar als Joodse staat. Bekend is ook dat dit gepaard ging met veel verzet van Palestijnse kant. Zou het zinvol kunnen zijn enkele stadia in dit project nog eens langs te lopen, bijvoorbeeld om uitleg van joods-Israëlische kant over een en ander nader te beschouwen en eventueel te ontkrachten? Ja, dus. Geijkte argumenten worden hierbij slechts terloops aangestipt, omdat die in debatten en discussies al overdadig aan de orde kwamen. Nuttiger kan het aanhalen van nog onbesproken facetten zijn. Voor hen die minder goed ingevoerd zijn in deze materie, geldt de video van Paul Witteman en overige bronnen bij deel 3 worden vermeld. Waar nodig voorzien van enig commentaar...

Voor de internationaalrechtelijke garantie van hun pzp richtten de politieke zionisten zich tot de Hoge Porte in Constantinopel/Istanbul. Vergeefs. Een volgende gelegenheid deed zich voor tijdens de Grote Oorlog (WO-I). De Britten, militair-economisch-financieel in een netelige positie, zochten steun bij joodse bankiers. Zonder succes. Een Britse Armeniër, James A. Malcolm, wees Sir Mark Sykes op een reëlere aanpak: "Probeer de Zionistische Organisátie voor jullie zaak te winnen. Als die interesse heeft, trekt zij die bankiers wel over de streep." De Zionistische Organisatie moet dit als een ´godsend´ hebben opgevat. Weizmann c.s. ´verlangde´ in ruil voor zijn bemiddeling 'enkel' een verklaring die hun project in Palestina zal faciliteren. De Britten gaan akkoord en op 2 november 1917 neemt hun regering de Balfour Declaration aan: 'His Majesty's Government view with favour...' enzovoort; drie clausules van twijfelachtig allooi, want listige formuleringen bevattend.

Wie de clausules napluist op dubieuze dan wel tweeslachtige formuleringen - de tweede clausule spant daarbij de kroon - komt mogelijk tot de conclusie dat er nogal wat mis mee is, maar dit geldt alleen voor wie niet aangestoken is door de 'éénzijdig-pro-Israël'-baçil. Mijn boek, hoofdstuk 2, bevat informatie over hoe de tekst van de Balfour Verklaring tot stand kwam. [1]. En ook het artikel “The Balfour Declaration revisited” wijdt hier de nodige aandacht aan.

Noten
[1] Zie 'Een bijzondere relatie...' Hoofdstuk 2

Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”. Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

donderdag 14 oktober 2010

Het vredesproces...

(artikel van gastauteur Egbert Talens)

Een tamelijk onduidelijke titel, dan wel aanduiding voor een historische aangelegenheid van formaat. De kans is dan ook groot dat in dit geval de gedachten naar het Israëlisch-Palestijnse conflict zullen gaan, een conflict waarvoor maar geen bevredigende oplossing kan worden gevonden. Andere in dit verband veel voorkomende termen zijn het Midden-Oosten Vredesproces, de daaraan gekoppelde Routekaart voor de Vrede, en Het Kwartet dat bestaat uit de Verenigde Naties, de Verenigde Staten van Amerika, Rusland en de Europese Unie. Nu betrokkenen dezer dagen opnieuw bezig zijn om een regeling voor de controversiële verhoudingen in de Palestijnse regio te bewerkstelligen, komt ook de term ´vredesproces´ weer volop aan bod.

Wat volgt is een beschouwing in drie delen. Deel 1, met als titel “Het politiek-zionistische project Der Judenstaat” verschijnt morgen, de andere delen telkens een dag later.

Aan deel 1 gaat vandaag een video-opname van de VARA uitzending “De Schande van Gaza” van 16 januari 2009 - tegen het einde van de operatie “Cast Lead”, de bloedige Israëlische aanval op Gaza - vooraf. Daarin ontvangt Paul Witteman enkele deskundigen, die - mede aan de hand van (archief)fragmenten - de achtergronden van het Gaza-conflict toelichten en ingaan op de beleving van de strijd in Gaza door het Nederlandse publiek. De gasten aan tafel zijn: Eddo Rosenthal, woonachtig in Jeruzalem, oud-correspondent voor het NOS Journaal; Bertus Hendriks, Midden-Oosten-deskundige; Jacqueline de Bruijn, politicoloog en communicatiewetenschapper. Anders dan de begeleidende tekst op de VARA-site vermeldt verschijnt Ronny Naftaniel (directeur van het Centrum voor Informatie en Documentatie Israël - CIDI) niet in de aangekondigde “filmische bijdrage”.

Er is veel belangstelling voor dit onderwerp, niet in de laatste plaats in Nederland. Men oordeelt dan vooral op basis van de meestal losjes geformuleerde, stereotiepe, vaak gekleurde en soms ronduit onjuiste informatie die de media aandragen. Vandaar dat deel 3 van mijn trilogie de uitzending van Paul Witteman van enig commentaar voorziet.


Wie is beter bekend met deze materie dan de Nederlandse publicist Egbert Talens, die in de zestiger jaren als vrijwilliger voor het United Nations Relief and Works Agency (UNRWA) les gaf aan kinderen van Palestijnse vluchtelingen. De geschiedenis van Israël en Palestina liet hem niet meer los, wat zich vertaalde in zijn boek “Een bijzondere relatie: Israël-Palestina nader bekeken 1897-1993”.Zij die dit werk willen aanschaffen (tegen sterk gereduceerde prijs) kunnen zich rechtstreeks tot de auteur wenden per e-mail.
  

zondag 10 oktober 2010

Barack Obama, de wankelmoedige Nobel laureaat in het Witte Huis

  

Enkele dagen voor het overlijden van de befaamde Amerikaanse historicus en politicoloog Howard Zinn publiceerde The Nation van 21 januari 2010 diens mening [1] over het eerste jaar van Barack Obama, de eerste “zwarte” president van Amerika. “Ik heb intensief gezocht naar een hoogtepunt”, aldus Zinn. “In zijn optreden en beleidsdaden blinkt hij op geen enkele manier uit. Ik denk dat hij met zijn welsprekendheid de mensen verblindt. Men moet zo langzamerhand inzien dat Obama een middelmatige president wordt, wat, gegeven de uitdagingen waar we voor staan, een gevaarlijke president betekent”.

Vandaag is de president niet langer in staat [2] een stadion te vullen met volk dat aan zijn lippen hangt. De magie van Obama’s legendarische presidentscampagne van 2008 heeft plaats gemaakt voor de harde werkelijkheid: het bestuur van een gepolariseerd land waarvan de economie zucht onder de grootste recessie sinds de jaren dertig. En nu Obama op veel punten het buitenlands beleid van George Bush voortzet - denk aan de inzet van onbemande vliegtuigen in Pakistan en een Guantanamo Bay dat nog altijd niet is gesloten - is de ontgoocheling van veel progressieven omgeslagen in verbittering.

Geprangd tussen zijn topgeneraals slaagde de president er in 10.000 man minder naar Afghanistan te sturen dan het Pentagon eiste. Maar dé uitdaging voor de president is de “speciale” relatie met Israel. In het Westen weinig gepubliceerd - maar in het Midden-Oosten alom bekend - is de nauwe militaire samenwerking [3] tussen de VS en Israel in de Irak oorlog sinds eind 2003. Amerikaanse strategen werden door hun Israëlische collega’s onderricht over de manier waarop Israel de achtereenvolgende Palestijnse opstanden de kop had ingedrukt. Dit soort berichten voedden het beeld van een Christelijk-Zionistische militaire samenzwering, gericht op overheersing van de Arabisch-Islamitische wereld. Een fenomeen dat door de Iraakse opstandelingen en Al Qaida met open armen werd ontvangen. De overdreven gewelddadige acties, de gigantische vuurkracht en de burgerslachtoffers lieten de tegenstander toe de Amerikanen af te schilderen als bezetters in plaats van bevrijders.

Obama wordt nog altijd geconfronteerd met de rampzalige misrekeningen van de regering Bush. De president heeft dan wel de gevechtstroepen uit Irak teruggetrokken en is voornemens de laatste 50.000 militairen tegen eind 2011 terug te trekken, veel daarvan worden vervangen door zwaar bewapende huurlingen. Zelfs indien de president werkelijk een beleidsombuiging ten opzichte van zijn voorganger nastreeft zijn tenminste twee termijnen van duidelijk progressief bestuur nodig om de VS op een nieuwe koers te zetten. Zo’n koerswijziging kan een periode inluiden van een betere samenleving in het binnenland en duurzame veiligheid internationaal. Lukt dat niet, dan is het vrijwel zeker dat wordt teruggegrepen naar de klassieke ideologie die Washington in 2003 ertoe aanzette Irak zijn wil op te leggen, maar ditmaal met Iran als doelwit.

Aan de vooravond van de tussentijdse verkiezingen staat Obama voor de vraag hoe het “vredesproces” in het Midden-Oosten aan de gang te houden. Generaal David Petraeus wees er al op [4] dat het aanslepende Israel-Palestina conflict Al Qaida in de kaart speelt. De perceptie van vriendjespolitiek jegens Israel voedt de anti-Amerikaanse gevoelens, zet de relatie van de VS met Islamitische landen onder druk en verzwakt de legitimiteit van gematigde Arabische regimes. Het conflict vergroot via Hamas en Hezbolla ook de invloed van Iran in de Arabische wereld. De woorden van een vereerde generaal - door velen gezien als toekomstig president van de VS – kunnen hun effect niet hebben gemist. Neoconservatieven en de Israel Lobby hebben zich sterk ingespannen om de schade die het conflict in de regio veroorzaakt te verdoezelen. Zij die eerder dit soort zaken aan de orde stelden konden nog worden weggezet als slecht geïnformeerd, anti-Israel, of antisemiet. Dat zal Petraeus niet gebeuren. Als de Lobby de topgeneraal op de korrel neemt loopt zij immers het risico het etiket anti-Amerikaans opgeplakt te krijgen en daarmee sterk aan macht in te boeten.

De Arabische Liga houdt de deur open voor voortzetting van de onderhandelingen en dat zal dan ook wel gebeuren, met of zonder bouwstop. Of men zich over dat moratorium erg druk moet maken is de vraag [5]. Zo lang bezetter en bezette bevolking aan tafel zitten en het gigantische machtsverschil wordt aanvaard is het antwoord: nee. Zo lang Obama zijn rol als “honest broker” invult met onbeperkte financiële, militaire, diplomatieke en politieke steun aan Israel, zo lang de besprekingen niet vertrekken van het internationale recht, is het antwoord: nee. Het moratorium gold enkel nieuwe huizen. Infrastructuurwerken, vergunde huizen en al wat in gang was ging gewoon door, en Oost Jeruzalem viel buiten het moratorium. Het failliet van de Amerikaanse aanpak is evident. Het conflict gaat niet over een grensgeschil tussen soevereine staten. De ene partij is een bezet, verdreven en verdeeld volk, de andere de bezetter, de sterkste militaire macht in de regio, onbeperkt gesteund door het machtigste land ter wereld. Een oproep aan “beide partijen” om te “schikken” wordt zo een oproep tot overwinning voor de machtige partij, en tot nederlaag voor de zwakkere partij.

Straks krijgen wij mogelijk het “einde aan het conflict” en een “Palestijnse staat” opgedist. Maar daarmee ontstaat geen vrede. Zo’n “Palestijnse staat” bestaat dan uit gescheiden Bantustan-achtige percelen, 60% van de West Bank. Met de Apartheidsmuur als de facto “grens” blijven de meeste waterbronnen en 10% ingesloten land onder controle van Israel. Gaza blijft geblokkeerd, Israel controleert de kustwateren, het luchtruim en de grensovergangen. Op de West Bank blijven de grensovergangen, het luchtruim en de verbindingen met Gaza onder controle van Israel. Jeruzalem komt volledig in Israëlische handen, kleine delen van Oost Jeruzalem en de Oude Stad krijgen misschien een speciale status maar zonder Palestijnse soevereiniteit. Palestijnse vluchtelingen krijgen geen recht op terugkeer of op vergoeding, en Palestijnse Israëli’s blijven leven onder een discriminerend regime.

Misschien is “succes” van de onderhandelingen wel gevaarlijker dan mislukking. Als de wereld volgend jaar ziet dat een Palestijnse regering tevreden is met internationale erkenning en een zetel in de VN, raakt de problematiek in de vergetelheid en blijven de Palestijnen aan Israel overgeleverd. Zo’n scenario zou de doodsklok kunnen betekenen voor Palestijnse mensenrechten. Met zo’n “vredesakkoord” kan ook het internationale recht niet meer worden ingeroepen. Zo’n afloop zou de Palestijnse bevolking permanent verdelen en de Arabische en internationale solidariteit demobiliseren.

Nu het geweld in Irak oplaait, de mislukking in Afghanistan doordringt en de wereld zich opwindt over Amerikaanse aanvallen op Yemen, Somalië en Pakistan is zelfs een bericht dat de besprekingen op laag niveau worden hervat welkom. Hoe wanhopig Washington ook een uitweg zoekt, één ding is niet geprobeerd. Obama heeft Netanyahu niet gezegd: “De nederzettingen zijn onwettig. U moet daar mee stoppen en de bestaande nederzettingen ontruimen. Zo lang u dat niet doet kunt u fluiten naar de $30 miljard die George Bush u heeft toegezegd. We gebruiken dat geld dan om hier 600.000 nieuwe jobs te creëren. En u kunt fluiten naar diplomatieke bescherming in de VN, zodat uw schendingen van het internationale recht aan het Internationaal Gerechtshof kunnen worden voorgelegd. En vergeet onze verdediging van uw nucleair arsenaal, zodat de wereld u zal vragen de Nuclear Non-Proliferation Treaty te ondertekenen en u een kruis kunt halen over uw bommetjes”.

Netanyahu vreest voor zijn kabinet als hij het moratorium verlengt. Maar als hij Obama niet hoort spreken over consequenties, waarom zou hij dan dat risico lopen? Als hij de woorden “ter verantwoording” hoort, als hij gelooft dat Israel al zijn voordelen kan verliezen, redeneert hij heel anders. Dan zou zijn regering, dan zou de Israëlische bevolking, zich heel anders opstellen. Maar als de sponsor in Washington - die de Nobelprijs voor de Vrede 2009 won - geen politieke risico’s neemt, waarom zou Netanyahu dat dan doen?

Bronnen
[1] Geopolitiek in perspectief: "Must read: “A People's History of the United States”"
[2] Nick Spicer: "Barack Obama; Where's the love?"
[3] Paul Rogers: "America in Iraq: power, hubris, change"
[4] Paul Woodward: "Israel is empowering al Qaeda, Petraeus warns"
[5] Phyllis Bennis: “Israel's settlement freeze is over: So what?
    

vrijdag 8 oktober 2010

Must read: “A People's History of the United States”

 
After the fall of the Soviet Union in 1991, the US emerged as the world's sole superpower. Its reliance on the reach of the Pentagon to compensate for a waning hegemony in other domains, and the necessity to contend with shrinking resources, rising adversaries, and growing resistance, led to a record number of US interventions. With two of the most massive interventions, those in Iraq and Afghanistan, underscoring the inability of Washington to realize all of its imperial goals, the United States has turned to expanded and deadly military imperial overkill, which now also becomes visible in Pakistan, Yemen and Somalia.

To comprehend America's rationale for its post-cold war global role, one has to understand the less widely known side of America's history. When Martin Luther King Jr. stated that the US was the most violent of all nations, he would only have needed to point to history books such as A People's History of the United States in support of his view. Since its publication in 1980, this great work by the late American historian and political scientist Howard Zinn has been chronicling American history from the bottom up, throwing out the official version of history taught in schools. “I wanted to present American history from the standpoint of those people who had been left out of the textbooks," Zinn said. "You know, from the standpoint of GI’s rather than generals, of working people, rather than industrialists; of the victims of war, rather than the military heroes.”

Critics claimed that Zinn was unpatriotic. He responded that patriotism also requires dissent, activism, and a critical assessment of standard takes on history. The World War II Army Air Force veteran - an early and outspoken critic of the US war in Vietnam - was 87 when he died January 27, 2010. Too bad Howard was not around to document the first black President's failures. In Zinn's view these were ever so similar to the other ambitious politicians' grab for more land and power, at the expense of the people.

Asked 17 November, 2008, by The Indypendent how the newly elected president Obama could ensure transformational change, Zinn answered:
“Withdraw troops from Iraq and Afghanistan as fast as ships and planes can carry them home, declare that the United States will not engage in aggressive wars, renounce the Bush doctrine of preventive war and the Carter doctrine, which threatens force to control Mideast oil, and start dismantling our military bases overseas. He should announce that we are henceforth a peace-loving nation, no longer a target for terrorists and no longer engaging in terrorism ourselves. He should reduce the military establishment and the military budget down to a bare minimum and create a jobs program for young people instead of recruiting them for military service.”
The similarity to the quote Obama used during his Cairo speech of June 4, 2009 is striking: “Indeed, we can recall the words of Thomas Jefferson, who said: ‘I hope that our wisdom will grow with our power, and teach us that the less we use our power the greater it will be’." A pledge the current president has yet to redeem.

"I’ve been searching hard for a highlight,” Zinn wrote in The Nation January 21, 2010, about the first year of the Obama administration. “I don’t see any kind of a highlight in his actions and policies. … I think people are dazzled by Obama’s rhetoric, and that people ought to begin to understand that Obama is going to be a mediocre president - which means, in our time, a dangerous president.”

A People's History of the United States possesses something few books offer: the potential to re-wire how people think of their government, their history, their relationship to democracy, and their own political agency. It is currently ranked 169th in books on Amazon, 21st in History of the Americas, 20th in History of the United States, and first in Nonfiction Government Democracy.

A 752 pages updated hardcover edition is on sale at HarperCollinsPublishers. Whilst we strongly recommend the purchase of a physical copy, our readers may first like to take a look at two online versions: a full version (made available by History is a Weapon with Howard Zinn's explicit permission), and a summary. Dutch readers may prefer the hardcover version Geschiedenis van het Amerikaanse volk, published by EPO. Democracy Now  recorded audio and video material with a reading of “A People’s History of the United States", featuring  Howard Zinn and a group of actors.

Notes
Francis Shor: “Imperial Overkill and the Death of US Empire”
Patt Morrison: “A People’s History of the United States' author spoke with KPCC a month before his death”
Wikipedia: "A People's History of the United States"
Wikipedia: "Howard Zinn"
Wikipedia: "The Indypendent"
The New York Times: "Obama’s Speech in Cairo"
  

zondag 3 oktober 2010

Israel schiet met het nederzettingenbeleid in eigen voet

    

Op 23 september sprak de Amerikaanse president Barack Obama de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. Hij riep de leden op zich achter het vredesproces in het Midden-Oosten te scharen. Shihab Rattansi van het TV-station Al Jazeera sprak hierover met Ali Hasan Abunimah, een Palestijns-Amerikaanse journalist en medeoprichter van Electronic Intifadaeen onafhankelijke website over het Israel-Palestina conflict. Hieronder een bewerkt transcript.

Vraag:  President Obama zei: “De tegenstanders van deze gesprekken zijn cynici”. U bent dus een cynicus!

Antwoord:  Wie is na het beluisteren van deze speech geen cynicus? Gisteren liet de VN Mensenrechtencommissie nog weten dat er voldoende bewijs is om de Israëli’s te vervolgen die de 9 mensenrechtenactivisten op het Gaza Freedom konvooi ombrachten. En dan krijgen we vandaag van de president van de Verenigde Staten te horen dat men “Israel niet moet afbreken”. Hij zei ook dat als Palestijnen Israëli’s doden dat geen verzet is, maar ik heb hem nog nooit horen zeggen dat de Israëlische massamoorden op Palestijnse burgers niet als zelfverdediging zijn te klasseren. Dat we van de president spijtig genoeg dus niets nieuws gehoord hebben belooft weinig goeds voor het vredesproces waarin hij zoveel heeft geïnvesteerd.

Vraag:  Iedereen weet dat dit de laatste kans is op een twee-staten oplossing. Bronnen in Israel bevestigen dat Netanyahu veranderd is, hij weet dat dit een historisch moment is. Is dat dan allemaal onzin?

Antwoord:  Men moet Obama beoordelen op wat hij doet, niet op wat hij zegt. Israel lijkt absoluut geen interesse te hebben in een twee-staten oplossing. Als ze daar echt in geïnteresseerd waren, dan bleven ze niet voortdurend nederzettingen bouwen in bezet Palestijns gebied. Dan zouden ze geen huizen met de grond gelijk maken zoals gisteren in Atur, dan zouden ze geen kolonisten sturen naar Silwan in bezet Oost Jeruzalem, zoals de kolonist die gisteren Samir Sirhan doodschoot, een vader van 5 kinderen. Uit geen van deze acties blijkt een verlangen naar vrede, noch naar een twee-staten oplossing.

Vraag:  President Obama en de leden van het Kwartet hebben gezegd: “Wij vinden dat de bouwstop moet worden verlengd. Maar we menen ook dat de besprekingen moeten doorgaan”. Zet dat druk op de Palestijnen of de Israëli’s?

Antwoord:  Wat is dat nu voor praat van de president van het machtigste land ter wereld? In de Verenigde Naties heeft hij niet eens het lef om te zeggen dat de bouw van Israëlische nederzettingen een brutale schending is van heel wat Veiligheidsraadresoluties en een schending van de Vierde Conventie van Genève. Een verlenging van het zogenaamde moratorium is voor niemand een gunst, het is een bindende verplichting onder het internationale recht. Israel moet niet alleen stoppen met de bouw, de nederzettingen die men in overtreding op het internationale recht heeft gebouwd moeten ook afgebroken worden. Het moet ook de Apartheidmuur op de West Bank afbreken. Bij vonnis van het Internationaal Gerechtshof in 2004 is die immers illegaal. De president zei toen hij het over Iran had dat het internationale recht werkt, maar vreemd genoeg heeft de president van de Verenigde Staten niet het lef om het internationale recht in te roepen als het over Israel gaat. Waarom?

Zoals reeds aan de orde kwam in deel 2 van de trilogie “Chas Freeman: forceer een doorbraak in het vredesproces Israel-Palestina", vindt ook Abunimah dat Amerika faalt als honest broker. Het heeft met Israel een speciale relatie, een “onverbrekelijke band”, het houdt Israel de hand boven het hoofd vanwege “nationale belangen”. Het meet met twee maten. Veiligheidsraadresoluties gelden wel voor Palestijnen, niet voor Israëli’s. De Amerikaanse Midden-Oosten politiek is geheel in de greep van de Israel Lobby. Die wordt aangestuurd door Netanyahu. Washington heeft wel een poging gedaan om de bouwstop met twee maanden te verlengen. Het bood daartoe Israel vérstrekkende garanties. Maar Netanyahu wees die hooghartig van de hand en vernederde zo opnieuw de president van de Verenigde Staten.

Opnieuw broedt de VS op mogelijkheden om de vredesgesprekken te laten voortgaan. Maar is dat nog wel mogelijk met een regime in Israel dat door religieuze fundamentalisten wordt gedomineerd? Een regime dat Joden uit de VS ronselt om zich als milities te vestigen op het land dat "God" hen heeft gegeven? Wie steunt een regime dat het Oude Testament inroept als ware het een notariële acte?

Net als Australië, Canada, de Verenigde Staten en Nieuw Zeeland was de stichting van Israel niet in de haak. Maar het verschil is dat deze landen geen apartheidssysteem kennen, maar alle burgers dezelfde rechten toekennen in één land en zich hebben ingespannen om de autochtone bevolking schadeloos te stellen. Israel eist voortdurend dat de Palestijnen het land erkennen als Joodse Staat. Een onmogelijke eis omdat de Palestijnse Israëli’s daarmee als niet-Joden hun burgerrechten zouden verliezen. En ook een onheuse eis, omdat geen enkel lid van de internationale gemeenschap Israel heeft erkend als Joodse Staat en al evenmin de nederzettingen buiten de grenzen van 1967 of Jeruzalem als Israëlische hoofdstad.

In dit stadium kan de leugen waaronder Israel bestaat alleen nog maar leiden tot een seculiere, unitaire staat, waar binnen afzienbare tijd de Palestijnen de meerderheid vormen. Dat land heet dan Palestina, waar - net als in het Zuid-Afrika van na het apartheidsregime - de voormalige onderdrukkers niet meer de eerste viool spelen. Israel schiet met het nederzettingenbeleid dus in eigen voet.

De tragedie is dat het juist de Israëlische en Joodse onwetendheid, arrogantie en paranoia is die de staat Israel vernietigt. Het land kan niet zonder financiële steun van Amerika. Geleidelijk keert het Jodendom zich tegen Israel, zeker de jongere generatie. De wereldopinie is sinds de Israëlische aanval op Gaza in de winter 2008/2009 omgeslagen. Operation Cast Lead was Israel’s Sharpeville, het keerpunt in de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika. Er is dus hoop voor Palestina. Voor wie geduld heeft.
       

vrijdag 1 oktober 2010

‘New’ direct Palestinian-Israeli negotiations: doomed

Author: Alaa Tartir

From Ramallah, a Palestinian student tries to explain to readers ‘outside’ how he thinks the negotiations appear 'internally' to Palestinian eyes.

In January 2010, I began researching for a PhD at the LSE. I wanted to pursue these studies partly in order to better understand the society that I was born into, Palestinian society, and why we still don't have our own state and freedom despite being involved in direct peace talks and negotiations for twenty years. Since I was born in 1984, I have never experienced freedom. I am from a family that comes from Al-Lud, a city in historical Palestine where what is now the Israeli Ben Gurion International Airport began to be built after they kicked out our families in the 1948 Nakhba. My family was forced to move to Ramallah, and I was born there. Therefore, I am a refugee, and I am still waiting to become a normal citizen. Meanwhile, I have figured out that for the Palestinians, at least, our country must live in us and not vice versa.

I witnessed the first intifada, the peace accords, although I was young, and I saw how a calm development period gave way to the second Intifada/Uprising and the duress of the re-occupation of the West Bank in 2002/3. I lost friends to the conflict and many others were arrested. In retrospect it seems almost dreamlike that I was able to come and go safely from the university there, when I think of the Israeli occupation checkpoints and their policies. However, I have been living there for a quarter of a century, trying to plant hope and waiting to see if we can harvest good outcomes.

Since the first of July, I have returned to Ramallah for my preliminary field research, and as I write this, am heading back to London tomorrow. These three months that I have spent in Ramallah and the West Bank, I mainly spent talking. I have interviewed many Palestinian Authority representatives, the Prime Minister, ministers, leaders. More importantly, I met there and talked about the situation and the restart of negotiations, to friends and ordinary citizens. I can claim that I met hundreds of people, most of them people I had never talked to before. The vast majority of them, including leaders of the Palestinian Authorities, believe what I am about to try and explain in this article. I have tried simply to translate the voices of the people in the streets of the West Bank, especially in Ramallah, so that they might reach the ears and eyes of listeners and readers elsewhere in the world.

While I was there, I went to many public gatherings that came out against the direct negotiations in their current uneven format. I felt the real anger inside people who wish for nothing other than peace and justice. During my three months’ stay, I felt more than at any other time that people were desperate to be heard by their own leadership in particular. And this is what I believe they would like to say…

The last few months have witnessed an unprecedented level of diplomatic effort, led by the U.S. administration, aimed at reviving the direct ‘peace’ talks between the Palestinian Authority and its negotiators and their Israeli counterpart. The US administration was able to ‘force’ both Palestinians and Israelis, along with the Jordanian and Egyptian leaderships, to sit at one table again, talk for hours on end, have nice dinners, and announce the re-commencement of direct talks despite a high level of ambiguity and uncertainty. So, what is ‘new’ about this? It may be argued that such meetings have occurred over the last 20 years and following each round of negotiation, ‘history’ teaches us that Palestinian life only becomes more difficult and complex. Indeed, the ‘Hilliarian’ year ahead will be full of old-new talks by the same people who have been negotiating for many years, without achieving any tangible success. In fact they have so far only procured an outstanding failure.

Unanswered questions scatter the surface: What kind of innovative diplomatic tools will Hillary Clinton use? Can these ‘magical solutions’ end the prolonged Israeli occupation and do away with the apartheid status of Palestinians? Can this preliminary and ‘framework’ peace talks be sufficient for creating an everlasting peace? Can people thirsty for peace and freedom accept again another ‘framework’ agreement instead of real positive changes on the ground? How long will ordinary citizens have to scour the news on TV before they can arrive at any glimpse of an understanding of what their ‘leaders’ are doing in Washington, Oslo, Geneva, Sharm El-Shakeh and elsewhere? Can illegitimate negotiators bring legitimate peace accords? And finally, is it possible to negotiate when you are not free? These are questions very difficult for the Palestinian negotiators to answer. However if their response is not clear, that of the Palestinian majority of ordinary citizens is obvious enough: these negotiations will fail sooner or later: they are doomed to failure.

Why is the Palestinian ‘ordinary’ man or woman in the street so certain about the ultimate failure of the negotiation when their leadership think differently? Put simply and bluntly, this is because the ‘ordinary’ citizens are the people who cross the checkpoints. They don’t have the VIP cards; they suffer daily harassments by Israeli settlers; they suffer while crossing the ‘Bridge’ which their negotiators traverse with ease; their lands are confiscated and their houses are demolished; they strive to have sufficient clean water while their negotiators enjoy time out in the swimming pools or on the beach; they are the people who care about their rights in their land, while their negotiators care about their positions, cars and bodyguards; they are the people who can’t compromise at the expense of their dignity, because they want to live freely. The difference between the Palestinian citizens and their negotiators can be listed forever. However, such inequalities can only partially explain this distance. What is key is that the negotiators, although they also live under occupation, are still far removed from listening to their citizens’ demands, beliefs and perceptions. The Palestinian negotiators forget that those who afford them any legitimacy and credibility are their own people and not the people of Israel or the international community. The Palestinian negotiators forget that having all of the superficial trappings of a nation-state is not like having a real state.

Until this gap can be bridged between the Authority and its negotiators and the ordinary citizens, negotiations as a tool to end the Occupation remain fundamentally unpersuasive. When Palestinian ordinary citizens inform their negotiators about various issues that must be raised if renewed failure is to be avoided in the peace negotiation, their negotiators fly to Washington to ‘apologise’ to the Israelis for the disappointments that the Palestinians cause them. The Palestinian negotiators (the colonized) consider themselves partners with the colonizers - a typical slave mentality. The Palestinian negotiators have forgotten to read Frantz Fanon, Edward Said, Azmi Bishara and others before going into negotiation. The Palestinian citizens told their negotiators, who are supposed to represent them, that you can’t negotiate without having our support, you can’t negotiate with the continuation of the Wall and settlements expansion and the creation of more isolated lands cut off in the West Bank. You can’t negotiate while thousands of Palestinian are in Israeli prisons. You can’t negotiate without having a clear national consensus, while isolating the role of Hamas and their supporters as key players in Palestinian life, while 1.5 million Palestinians are struggling to survive under the Israeli siege in Gaza. You can’t negotiate while ignoring the other opposition leftist parties and civil society, while your jails are full of political prisoners; you can’t negotiate while you oppress people who try to express their opposition to the direct talks, and you can’t negotiate with the Israelis and at the same time apologise to them as if you were the problem. You can’t negotiate with the same people who have failed so many times previously, that they forget that the problem is with the negotiators and not with the Cause.

The Palestinian negotiators have never understood the way Zionist ideology envisages the fate of Palestinian territory, spelled out very clearly by successive World Zionist Movement conferences from the sixth conference held in Basel in 1903 until the eleventh conference held in Vienna, in 1913. It can perhaps be best summarized as a myth that Palestine was uninhabited - a myth that duly had to be put into practice. The chauvinist principle is made quite clear in the demand to be given, ‘a land without a people for a people without a land.’ The Israeli occupying authorities' ideology is based on imposing a technique of colonization and hegemony that is different in type from experiences witnessed over the past century. Israeli colonization derives from a colonial ideology as well as a denial of the Palestinians’ right to land. From an Israeli perspective, occupation of the Palestinian territory is not temporary and Israeli colonization is not only in place for economic gain, cultural hegemony, or annexation of strategic territories. Settlement activity throughout the occupied Palestinian Territories is the spine of Israeli policy and Prime Minister Benjamin Netanyahu was elected in order to maintain this policy and avoid the establishment of a Palestinian state. How can a ‘negotiator’ ignore such facts!

For all of these reasons ordinary Palestinian citizens believe that the new direct talks and rounds of negotiations will fail sooner or later. The regular meetings may progress well in relation to security arrangements and economic conditions. However, when the negotiators reach the ‘serious and important’ talks about the refugees, Jerusalem and the borders, all will vanish. So, the ordinary citizens ask why they need to waste more time? Why do the negotiators ignore all attempts to re-build Palestinian unity, preferring to satisfy the international powers rather than their own people? Why are the Palestinian negotiators so keen not to isolate the Israeli apartheid state? And why do they want to give the legitimacy to the occupier in such uneven positions which can only favour the colonizers?

There is after all, an alternative way forward. Firstly, the Palestinian leadership should consider the Israelis as the colonizer and not the partner in these negotiations. The Palestinian leadership shall remind the international community and all the people they are meant to represent that the Palestinian people are living under an apartheid Israeli regime and occupation. This will help the international community not to waste their time and money on trivial issues, but to address the problem at its roots. The international community and powers will finally recognise that the Israeli occupation is illegal, contradicting all human values and justice, and that the priority is to end the occupation rather than helping it to sustain itself. All the media chat and pragmatism in the world will not achieve success until stakeholders recognize that the Israeli occupation is the main obstacle to peace. Meanwhile, negotiations in their current settings can never bring any good news to Palestinians either inside or outside the occupied territories, simply because those who are negotiating are not free men. If negotiation will lead one day to the end of the occupation, it shall be because it is based on justice, equality and freedom.

Alaa Tartir is a Palestinian PhD candidate in Development Studies and Global Governance at the London School of Economics, researching the role of good governance in state formation in Palestine.

Links:

Dit artikel verscheen 30 september op Open Democracy, waar het enkele pittige reacties van voor- en tegenstanders uitlokte. De lezer wordt uitdrukkelijk uitgenodigd via de link het originele artikel te bezoeken en kennis te nemen van deze discussie.
                     

maandag 27 september 2010

West Bank settlement building freeze lifted

                                                                                                                                                                                                                                                             
                             Israeli settlers begin to prepare foundations as the settlement freeze is lifted.
                             Photograph: EPA/Oliver Weiken

Israel's PM Benjamin Netanyahu has urged the Palestinians to continue peace talks despite an end to Israel's ban on West Bank settlement building. In a statement moments after the end of the 10-month partial freeze, he asked Palestinian leader Mahmoud Abbas to continue seeking a "historic" deal.

Nu we weten dat Israel de bouwstop niet verlengt en het “vredesproces” dus aan een zijden draadje hangt is het tijd om eens te kijken naar de psyche van de Israëliërs. De Nederlandse TV omroep VPRO zond mei dit jaar de indrukwekkende documentaire Defamation uit van de Israëlische filmmaker Yoav Shamir. De documentaire schetst de reactie van de Joden van nu op de wereld om hen heen in New York, Moskou, Gaza en Tel Aviv. Hieronder het eerste deel.


De delen 2 t/m 9 treft u aan op YouTube.

In Defamation, Israeli director Yoav Shamir attacks one of the sacred cows of Israel and of the Jewish people thinking: how it reacts to anti-Semitism, how it looks at the Holocaust, and how young generations are being educated in Israel against the background of these issues.
  

zondag 26 september 2010

Chas Freeman: forceer een doorbraak in het vredesproces Israel-Palestina

Bewerkte samenvatting van de speech van voormalig VS ambassadeur in Saudi Arabië Chas Freeman op 1 september 2010 in Oslo.

Deel 3: hoe kan de vicieuze cirkel worden doorbroken?


Welke belangen staan op het spel in het Heilige Land, en wat betekenen die voor hetgeen er te doen staat? In buitenlandse betrekkingen zijn belangen de algemene maatstaf. Amerika en Europa hebben beide belang bij vrede. Aanvaarding van een democratische staat Israel, een einde aan de dagelijkse vernederingen die aanzetten tot Arabisch terrorisme, daar gaat het om. Maar ook om beëindiging van de uitdeinende strijd tussen godsdiensten en om uitbanning van vooroordelen die kunnen leiden tot opflakkering van het antisemitisme. Geen van deze aspiraties komt in vervulling zonder einde aan de Israëlische bezetting. Ook voor Arabische staten zoals Saudi Arabië is een einde aan de bezetting en toekenning van zelfbeschikkingsrecht aan de Palestijnen essentieel. De Arabische wereld maakt zich misschien geen zorgen over het democratisch gehalte van Israel, maar heeft wel belang bij een einde aan de radicalisatie van de eigen bevolking, beteugeling van het moslimterrorisme en beëindiging van de spanningen met het Westen. Dat zet hen aan tot vredesinitiatieven zoals die van acht jaar geleden. Mede daarom stimuleert Koning Abdullah van Saudi Arabië een dialoog tussen de godsdiensten en maakt hij religieuze tolerantie tot hoeksteen van zijn beleid.

Als bewaker van twee van de drie heilige plaatsen van de Islam - Mecca en Medina - is Saudi Arabië er steeds in geslaagd zijn notoire religieuze bekrompenheid te overstijgen. Bedevaarders van alle Islamitische richtingen zijn welkom. De Saudi’s bemoeien zich evenmin met bedevaart naar Jeruzalem. Toen de Ottomaanse Turken die stad bestuurden zorgden zij voor vrije toegang van aanhangers van de drie Abrahamitische religies. Er is veel meer harmonie tussen Westerse en Arabische belangen rond het conflict dan algemeen wordt aangenomen. Dit kan het vertrekpunt zijn van creatieve diplomatie. Dat deze weg nog onbetreden is bewijst het failliet van de Amerikaanse diplomatie. Indien het lopende overleg leert dat de VS, ondanks het aantreden van een nieuwe president, nog steeds niet in staat is vrede tot stand te brengen, dan moet misschien elders naar baanbrekers worden uitgezien. Daarbij kan het Noorse voorbeeld van 1990 model staan. De regering Clinton timmerde met de Oslo akkoorden wel aan de weg, maar nam die niet voor haar rekening. Ze trad niet op tegen ondermijning en verwerping en deed niets om toepassing af te dwingen. De vraag is hoe Europeanen en Arabieren de Amerikaanse fakkel kunnen overnemen: internationaal erkende grenzen voor Israel, vrijheid voor de Palestijnen en een eind aan de prikkel tot terrorisme. Daartoe lijken vier voorstellen, in oplopende moeilijkheidsgraad, nuttig:

Een: steun aan het Arabische vredesinitiatief. Saudi Arabië doet niet graag aan zelfpromotie en het Koninkrijk blinkt niet uit op het vlak van public relations. Om politieke redenen is een officiële benadering door Arabieren van de Israëlische pers uitgesloten. De Israëlische media hebben enig - meestal geringschattend – commentaar geleverd op het Arabisch vredesinitiatief, maar gaven nauwelijks inzicht in de inhoud. Waarom dus geen ruimte gekocht in de Israëlische media om Israëli’s kennis te laten maken met de verklaring van de Arabische Liga? Vermoedelijk zien de Saudi’s en de Arabische Liga graag dat een buitenstaander daartoe het initiatief neemt. Dat zou kunnen leiden tot samenwerking op andere vlakken, om de Arabische terughoudendheid te compenseren met Europese vaardigheden. Het is zinvol om de Turken en andere niet-Arabische Moslims bij dergelijke initiatieven te betrekken. Dat zou positief kunnen zijn voor het Europees imago. Gegeven de partijdigheid van de media in de VS en de Amerikaanse onbekendheid met het Arabische vredesplan zou een gerichte reclamecampagne in de VS ook geen slecht idee zijn.

Twee: hulp bij de aanstelling van een Palestijnse vredespartner. Er kan geen vrede komen zonder door het Palestijnse volk gemachtigde onderhandelaars. Israel is erin geslaagd de Palestijnen te verdelen. Zo kon het de verovering van hun geboorteland voortzetten. Door Fatah, Hamas en andere facties bijeen te brengen heeft Saudi Arabië verschillende malen geprobeerd een Palestijnse partner voor vrede te bewerkstelligen. Maar telkens wist Israel dat, met Amerikaanse steun, te beletten. Het verwerven van niet-Amerikaanse Westerse steun voor diplomatie gericht op herstel van een Palestijnse eenheidsregering kan de doorslag geven. De regering Obama zou wel eens onder sterke binnenlandse en Israëlische druk kunnen komen om zo’n gezamenlijk Europees-Arabische inspanning te blokkeren. Misschien zou Obama het juist toejuichen om zo op de proef te worden gesteld.

Drie: herbevestig en versterk het internationale recht. De VN Veiligheidsraad moet de internationale rechtsorde waarborgen. Gegeven zijn positie als hoogste internationaal rechtsorgaan kon in het geval van het Midden-Oosten manipulatie van de Raad leiden tot uitholling van het ideaal van een aan regels gebonden internationale orde. Bijna veertig Amerikaanse veto’s hebben toepassing van de Conventies van Genève, de Neurenberg jurisprudentie, mensenrechtenconventies, en richtlijnen van de Veiligheidsraad tegengehouden. Amerikaanse diplomatie ten gunste van Israel legde de wereldgemeenschap het zwijgen op toen Israel illegaal grote stukken bezet gebied koloniseerde en annexeerde, een gegijzelde bevolking collectief strafte, hun politieke leiders vermoordde, slachtingen aanrichtte onder burgers, VN onderzoekers tegenhield, dwingende Veiligheidsraadresoluties trotseerde en anderszins de spot dreef met de wet, gewoonlijk met uiterst magere en juridisch niet ter zake doende excuses.

Indien etnische zuivering en inpalmen van bezet gebied illegaal zijn, dan moet de internationale gemeenschap dat luid en duidelijk zeggen, ook buiten een impotente VN Veiligheidsraad. Blijven wij zwijgen, dan verliezen wij de meest waardevolle erfenis van de Atlantische beschaving: de rechtsstaat. Als één kant van een dispuut voortdurend elk principe naast zich kan neerleggen voelt niemand zich nog gebonden en zegeviert de wet van de jungle. De internationale gemeenschap moet Israel, als bezetter en regionale militaire supermacht, voor zijn optreden aansprakelijk stellen onder het internationale recht. Indien de Algemene Vergadering van de VN, net als de machteloze Veiligheidsraad, niet in staat is de rangen te sluiten en vrede tot stand te brengen, dan moeten de lidstaten maar tot een samenwerking buiten het kader van de VN komen. Niemand in het conflict staat boven de wet. Alleen als die boodschap ondubbelzinnig wordt overgebracht en daaraan consequent wordt vastgehouden ontstaat een reële kans op vrede.

Vier: stel een termijn en koppel daar een ultimatum aan. Verwacht Amerikaanse pogingen om initiatieven van de VN Veeiligheidsraad te dwarsbomen. Organiseer een wereldconferentie buiten de VN om, waarin partijen worden aangezet het conflict binnen een jaar te regelen, op straffe van het opleggen van een oplossing. Leg een vervolgconferentie vast waarin gekozen wordt tussen erkenning van een Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967, of van “Groot-Palestina” (zie het artikel “Het conflict Israel-Palestina: op weg naar een een-staat oplossing?”), een staat waarin Israel alle onderdanen staatsburgerschap en gelijke rechten verleent, op straffe van internationale sancties, boycot en terugtrekking van investeringen. Beide formules verplichten partijen tot serieus onderhandelen, of de gevolgen van hun weerspannigheid onder ogen te zien. Elke lidstaat van de internationale gemeenschap kan de gekozen formule tot uitvoering brengen. Een harde termijn lokt misschien een politieke crisis in Israel uit en een confrontatie met de regering Obama. Maar zowel Israel als de VS zouden enorm voordeel halen uit vrede met de Palestijnen.

In de tweede conferentie wordt dan gekozen tussen een aanbeveling tot algemene erkenning van een Palestijnse staat op basis van de grenzen van 1967, of de jure en de facto erkenning van een soeverein "Groot-Palestina", wat Israel noopt om allen die het bestuurt het staatsburgerschap en gelijke rechten te verlenen, op straffe van internationale sancties, boycot en terugtrekking van investeringen. Beide formules zetten partijen onder zware druk om tot een akkoord te komen. De internationale gemeenschap kan elke formule regelrecht uitvoeren. Een harde limiet lokt misschien een politieke crisis in Israel uit en een diplomatieke confrontatie met de VS. Maar intussen loopt de tijd door. De twee-staten oplossing kan al voorbijgestreefd zijn door het Israëlische annexatiebeleid. Dan ligt een nieuwe ronde van geweld in het verschiet die enorm kan escaleren, tot ver buiten het Midden-Oosten. Met zijn optreden stelt Israel zich buiten de wet en raakt het geïsoleerd. Wat de Palestijnen wordt aangedaan blameert de gehele mensheid. Het is uitgegroeid tot een kwaadaardig gezwel aan de Islamitische wereld. De woede zaait zich uit en zet aan tot terrorisme. Het is hoog tijd voor een nieuwe benadering. Europeanen en Arabieren moeten de handen ineen slaan en dringend nieuwe diplomatieke initiatieven ondernemen.

Ter afsluiting van de trilogie “Chas Freeman: forceer een doorbraak in het vredesproces Israel-Palestina” volgt hieronder een recente video van Harvey Stein over de sluipende illegale Israëlische bouw van nederzettingen in bezet Palestijns gebied. Vandaag valt de beslissing of het moratorium wordt verlengd of niet. Verlenging leidt vrijwel zeker tot de val van de regering Netanyahu, hervatting van de bouwactiviteiten tot het einde van het juist hervatte “vredesproces”. Vandaag zullen we het weten.